Vaststelling gewijzigde eindtermen theoretische accountantsopleiding 2008

Type ZBO-regeling
Publication 2013-04-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA) is een bij wet ingesteld zelfstandig bestuursorgaan dat tot taak heeft om eindtermen voor de opleiding tot accountant-administratieconsulent en registeraccountant (artikel 46 Wet op het Accountantsberoep) vast te stellen. In 2007 heeft de CEA de eindtermen 2008 voor de theoretische opleiding tot accountant-administratieconsulent en registeraccountant vastgesteld.

Jaarlijks beoordeelt de CEA de geldigheid en actualiteit van de eindtermen en brengt zij, indien nodig en wenselijk, een update uit. Nadat de noodzaak en wenselijkheid van aanpassing van de bestaande eindtermen zijn geïnventariseerd, heeft de CEA in haar vergadering van 25 maart 2013 besloten tot (beperkte) bijstelling van de theoretische eindtermen 2008 (grijs gemarkeerd). De gewijzigde eindtermen zijn van kracht met ingang van 1 september 2013.

De eindtermen zijn van belang voor onderwijsinstellingen die de opleiding tot accountant-administratieconsulent en/of registeraccountant aanbieden dan wel willen gaan aanbieden.

De eindtermen, evenals een toelichting op de wijzigingen, liggen ter inzage bij de CEA (Antonio Vivaldistraat 2-8, 1083 HP Amsterdam) en zijn beschikbaar via de website www.ceaweb.nl.

De eindtermen treft u hieronder aan.

Eindtermen theoretische Accountantsopleiding 2008

Betreft: Eindtermen theoretische accountantsopleiding

Auteur: Commissie Eindtermen Accountantsopleiding

Datum: november 2007

Versie: 2008/update 2013/1.5

1. Inleiding

Dit rapport bevat de eindtermen voor de theoretische opleiding tot accountant-administratieconsulent en registeraccountant, zoals vastgesteld door de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding in haar vergadering van 20 november 2007. Nadere informatie over het tijdstip en de termijn van invoering wordt afzonderlijk aan de opleidingen verstrekt.

1.1. Positionering eindtermen accountantsopleiding

Als gevolg van de invoering van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) per 1 oktober 2006 is de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA) ingesteld. Per 1 januari 2013 is de Wet op het Accountantsberoep (Wab) ingevoerd. De CEA heeft onder meer tot taak het vaststellen van de (theoretische en praktijk) eindtermen van de accountantsopleidingen in Nederland. Daarnaast wijst de CEA opleidingen aan die geheel of gedeeltelijk voldoen aan de eindtermen1Voor zover deze opleidingen niet zijn geaccrediteerd overeenkomstig artikel 5.10 Whw en toetst zij de mate waarin aan de eindtermen van de praktijkopleiding wordt voldaan.

De Wab regelt het toezicht op accountantsorganisaties en individuele accountants die wettelijke controles uitvoeren. Met dit toezicht beoogt de wetgever het vertrouwen in de accountant en de kwaliteit van de door hem2Voor de leesbaarheid is gekozen voor de mannelijke vorm. Waar ‘hij’ staat kan ook ‘zij’ gelezen worden. ten behoeve van het publiek gegeven verklaringen te borgen. Naast het toezicht op het functioneren van accountantsorganisaties en accountants is bij invoering van deze wet ook het toezicht op de accountantsopleidingen in Nederland herzien.

De opleiding tot accountant-administratieconsulent (AA) en registeraccountant (RA) bestaat uit een theoretische opleiding en een praktijkopleiding. Een kandidaat kan alleen ingeschreven worden in het register van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) als hij een opleiding heeft gevolgd, waarbij moet zijn voldaan aan de door de CEA vastgestelde eindtermen. De eindtermen vormen vervolgens de norm om de kwaliteit van de accountantsopleiding vorm te geven en te bewaken.

1.2. Verantwoording totstandkoming eindtermen

De vastgestelde eindtermen zijn gebaseerd op het rapport van juni 2007 van de door de CEA ingestelde Adviescommissie Eindtermen (ACE) onder voorzitterschap van prof. J.C.A. Gortemaker RA. Deze commissie had als opdracht de eindtermen te beschrijven voor de accountant belast met de wettelijke controle van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen volgens de EU-richtlijn (2006/43/EG) met aandacht voor de natuurlijke adviesfunctie. Tevens is verzocht daarbij de beroepsprofielen van AA en RA te betrekken om vervolgens te komen tot globale, toetsbare eindtermen.

In de adviescommissie zaten vertegenwoordigers van de belangrijkste stakeholders, te weten: wetenschappelijk onderwijs (wo), bekostigd en particulier hoger beroepsonderwijs (hbo) en de beide voormalige beroepsorganisaties NOvAA en NIVRA. De adviescommissie heeft bij het beschrijven van de eindtermen relevante (internationale) documentatie betrokken. De adviescommissie heeft tevens kennis genomen van conceptstukken ter zake toekomstige onderwijsontwikkelingen.

Nadat de adviescommissie haar adviesrapport had uitgebracht heeft de CEA aan alle stakeholders een reactie gevraagd. Dit waren: AC-scholenoverleg, HBO-raad, VAAC, PWA, NOvAA en NIVRA. Ook heeft de CEA enkele personen uit het hbo- en wo-onderwijs uitgenodigd om op persoonlijke titel op het adviesrapport te reageren. De CEA heeft de reacties intensief besproken en waar mogelijk in bijgaande eindtermen verwerkt.

1.3. Voorwaarden voor een kwalitatief goede accountantsopleiding

Voor het bereiken en in stand houden van een kwalitatief goede accountantsopleiding moeten naar het oordeel van de CEA enkele essentiële voorwaarden vervuld zijn. Deze voorwaarden zijn achtereenvolgens:

1.4. Definitie en reikwijdte van eindtermen

In het onderwijs zijn eindtermen de operationalisatie van de kwalificatie-eisen, waaraan voldaan moet zijn om het diploma, waar een voltooide opleiding recht op geeft, te verwerven. Zij omvatten een concrete beschrijving van de kenmerken van het ‘eindproduct’ van een opleiding. Eindtermen geven antwoord op de vraag wat een persoon die de opleiding heeft afgerond, weet, kan en kan uitvoeren.

Er is bewust voor gekozen om één set eindtermen voor zowel de opleiding tot accountant-administratieconsulent als registeraccountant te ontwerpen. De reden hiervoor is dat beide beroepsbeoefenaren dezelfde bevoegdheid hebben wettelijke controles van jaarrekeningen uit te voeren. Algemeen wordt erkend dat de accountant-administratieconsulent en registeraccountant deels elk een eigen markt(segment) bedienen en een specifiek op die markt toegesneden productportfolio aanbieden. Daarom wordt in de eindtermen ruimte gelaten verschillen in marktsegment en beroepsprofiel tot uitdrukking te brengen. Voorop staat echter dat de wettelijke controle van de jaarrekening uitmondend in een accountantsverklaring, aan dezelfde wet- en regelgeving dient te voldoen. Elke beroepsbeoefenaar die gerechtigd is om wettelijke controles uit te voeren moet daarom voldoen aan de basiseisen die zijn verwoord in de eindtermen.

De eindtermen zien op de beginnende beroepsbeoefenaar. Dit betekent dat van een afgestudeerde accountant-administratieconsulent en registeraccountant niet verwacht mag worden dat deze zelfstandig in alle situaties alle soorten van opdrachten kan uitvoeren. De accountant-administratieconsulent en registeraccountant hebben beiden een eigen verantwoordelijkheid, die in de geldende beroepsregels is verankerd, om voor elke opdracht/situatie afzonderlijk te beoordelen of en op welke wijze zij deze kunnen uitvoeren.

De eindtermen beschrijven primair de eisen die gesteld worden aan de wettelijke controle van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, inclusief de daaruit voortvloeiende natuurlijke adviesfunctie. Secundair zien de eindtermen op de bredere functie van de accountant-administratieconsulent en registeraccountant. De eindtermen beschrijven echter niet het volledige beroepsprofiel van de accountant-administratieconsulent en registeraccountant op hetzelfde eindniveau als voor de functie van wettelijk controleur van jaarrekeningen. De CEA is van mening dat de vastgestelde eindtermen ook dienstbaar zijn aan de andere functies dan die van de wettelijke controle van jaarrekeningen van de accountant-administratieconsulent en registeraccountant. Het is aan de onderwijsinstellingen zelf om hier verder vorm en invulling aan te geven, zonder uiteraard de realisatie van de eindtermen voor de wettelijk controleur daarmee in gevaar te brengen. Dat biedt onderwijsinstellingen bij uitstek de mogelijkheid om de opleiding een eigen kleur en identiteit te geven en zich daarmee, indien gewenst, te onderscheiden van andere accountantsopleidingen.

1.5. Functies van de eindtermen

De eindtermen voor de accountantsopleiding vervullen verschillende functies. Allereerst geven de eindtermen richting en sturing aan de inhoud van de accountantsopleidingen, waardoor de kwaliteit geborgd wordt. De eindtermen vormen tevens de kern van de domeinspecifieke aspecten van het toetsingskader voor de accreditatie van opleidingen door de NVAO en voor het aanwijzen van opleidingen door de CEA (zie ook paragraaf 1.8 Toezicht op de eindtermen). Ook bieden de eindtermen de mogelijkheid tot het maken van landelijk bruikbare onderwijsprogramma’s en landelijke toetsen. In het bijzonder de landelijke toetsing draagt bij aan het borgen van de minimumkwaliteit van de opleiding, welke eis de CEA heeft gesteld voor het verkrijgen van een aanwijzing. Tot slot zijn de eindtermen van belang in het kader van de verklaring van vakbekwaamheid die de CEA afgeeft. Zo zijn de betreffende eindtermen ook van toepassing op de examens Nederlands recht en gedrags- en beroepsregels die op grond van artikel 54, lid c van de Wab verplicht zijn voor personen van binnen de EU/EER die een verklaring van vakbekwaamheid willen verkrijgen. Daarnaast zijn de eindtermen relevant voor de beoordeling van de vergelijkbaarheid van diploma’s van personen van buiten de EU/EER die een verklaring van vakbekwaamheid willen verkrijgen.

1.6. Eindtermen en curriculumconstructie

De eindtermen van de accountantsopleiding zoals vastgesteld door de CEA, vormen de basis voor het curriculum van de accountantsopleidingen in Nederland. De eindtermen zijn te kwalificeren als minimumnorm voor de accountantsopleiding. Elke onderwijsinstelling of organisatie die een accountantsopleiding aanbiedt of wil gaan aanbieden, is verantwoor-delijk voor het inrichten van een adequaat curriculum voor de eigen accountantsopleiding. Instellingen dienen de eindtermen te vertalen naar onderwijsleerdoelen3Eindtermen zijn niet hetzelfde als onderwijsleerdoelen. Eindtermen beschrijven het ‘eindproduct’ van de opleiding, het niveau van functioneren op het moment van kwalificatie. Onderwijsleerdoelen beschrijven de weg waarlangs de eindtermen bereikt (zouden) kunnen worden. die uitmonden in een coherent onderwijsprogramma en literatuuropgave. In de tentamens en examens dienen de eindtermen op een juiste en evenwichtige wijze aan bod te komen. Het staat instellingen vrij om naast de vastgestelde eindtermen aanvullende eindtermen in het curriculum op te nemen of de vastgestelde eindtermen op een hoger niveau op te nemen. Hierdoor bestaat de mogelijkheid van intensivering en specialisatie binnen het curriculum.

1.7. Geldigheid van eindtermen

De hier beschreven eindtermen zijn naar hun aard statisch en daarom kwetsbaar voor onvermijdelijk optredende veranderingen in de beroepspraktijk en/of wet- en regelgeving. Bij de beschrijving van eindtermen is zoveel mogelijk rekening gehouden met de borging van de actualiteit. Het is echter de verantwoordelijkheid van elke instelling om continu de actualiteit van onderwijsprogramma, onderwijsleerdoelen en literatuur te bewaken en te borgen.

De CEA zal jaarlijks de geldigheid en actualiteit van de eindtermen beoordelen en indien nodig updates uitbrengen. Periodiek zullen de eindtermen herzien worden en zal een volledig nieuwe uitgave van de eindtermen uitgebracht worden. Via de website van de CEA www.ceaweb.nl is altijd de laatste uitgave van de eindtermen beschikbaar. Ter stimulering en ondersteuning van het permanente proces van actualisering kunnen suggesties ter aanvulling en/of wijzing van de eindtermen via de website van de CEA worden gemeld.

1.8. Toezicht op de eindtermen

De opleiding tot AA en RA omvat over het algemeen een initieel deel bij een bekostigde of particuliere onderwijsinstelling waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) van toepassing is en een postinitieel deel dat buiten de werkingssfeer van de Whw valt.

Studenten moeten om in aanmerking te komen voor inschrijving in een accountantsregister een theoretische en praktijkopleiding gevolgd hebben die voldoet aan de eindtermen. Dit betekent dat voor de theoretische opleiding het geheel van initiële en postinitiële opleiding tezamen moet voldoen aan de eindtermen van de CEA. Hiervan is alleen sprake als de initiële opleiding is geaccrediteerd door de NVAO en de postinitiële opleiding beschikt over een aanwijzing van de CEA en de onderwijsprogramma’s van beide opleidingen zodanig op elkaar aansluiten dat zij de totale set van eindtermen omvatten. Ten behoeve van de te verstrekken aanwijzingen zal de CEA de samenhang tussen initiële en postinitiële opleiding nadrukkelijk beoordelen.

Overigens geldt dat als studenten binnen een studiefase (bachelor, master of postinitieel) overstappen naar een andere onderwijsinstelling, de nieuwe onderwijsinstelling moet vaststellen dat de eindtermen tot aan het moment van overstap zijn behaald mede in relatie tot het eigen curriculum. Bij het toelaten van studenten tot een volgende fase van de accountantsopleiding moet de betreffende onderwijsinstelling vaststellen dat de eindtermen van de eerder gevolgde opleiding nauwgezet aansluiten op de opleiding van de ontvangende onderwijsinstelling. Als niet alle eindtermen afgedekt worden, dient de ontvangende onderwijsinstelling er op toe te zien dat bestaande deficiënties in de eindtermen worden weggewerkt.

Omdat de CEA niet rechtstreeks toeziet op de eindtermen in de initiële opleiding zijn er specifieke afspraken gemaakt met de onderwijsinstellingen die zien op de initiële opleiding. Die afspraken luiden:

De eisen waaraan instellingen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een aanwijzing door de CEA zijn opgenomen in het ‘Reglement aanwijzing opleiding door de CEA’. Dit reglement is opgenomen op de website van de CEA. Daarnaast vermeldt de aanwijzingsbeschikking nauwkeurig de voorwaarden die verbonden zijn aan een aanwijzing.

1.9. Samenloop eindtermen theoretische en praktijkopleiding

Zoals hiervoor al aangegeven omvat de accountantsopleiding zowel een theoretisch deel als een praktijkdeel. De theoretische opleiding wordt gevolgd bij een of meer onderwijsinstellingen. De praktijkopleiding wordt gevolgd via een door de beroepsorganisaties erkend stagebureau. De verantwoordelijkheid voor de inrichting van de praktijkopleiding en het examen van de praktijkopleiding ligt bij de beroepsorganisaties.

De praktijkopleiding heeft primair als doel om vast te stellen of een persoon de theoretische kennis in de praktijk kan toepassen. Over het algemeen volgt een student een gedeelte van de praktijkopleiding gelijktijdig met het laatste deel van de theoretische opleiding. Daardoor bestaat er automatisch een wisselwerking tussen theoretische opleiding en praktijkopleiding die als zeer nuttig wordt ervaren. De CEA is van mening dat de synergie tussen theoretische opleiding en praktijkopleiding zo groot mogelijk moet zijn. Dit wil de CEA tot uitdrukking brengen door de opzet van de eindtermen voor de theoretische opleiding en de praktijkopleiding waar mogelijk gelijk te houden. De CEA beraadt zich op mogelijkheden om de synergie tussen theorie en praktijk, bijvoorbeeld door middel van integratie, in de toekomst verder te optimaliseren. Dit laat onverlet dat de theoretische opleiding ook nu al mogelijkheden hiervoor biedt, bijvoorbeeld door het uitwerken van praktijksituaties in de onderwijsomgeving en de begeleiding van de praktijkscriptie door opleidingen.

2. Studiebelasting en vakgebieden

2.1. Uitgangspunten en opzet eindtermen

De eisen voor het theoretische deel van de opleiding tot wettelijk controleur zoals beschreven in de EU-Richtlijn (2006/43) voor wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen zijn het uitgangspunt voor de eindtermen. Bij de beschrijving van de eindtermen staat primair de functie van wettelijk controleur en het niveau waaraan het theoretische deel van de opleiding tot wettelijk controleur (gegeven de Richtlijn) ten minste moet voldoen, centraal. De minimaal te realiseren eindtermen, waar het de vakgebieden van de Richtlijn betreft, voor de wettelijk controleur en daarmee voor een AA- en een RA- opleiding, zijn gelijk. Dit betekent dat er één set eindtermen is gedefinieerd voor zowel de AA- als de RA-opleiding.

Voor de in de Richtlijn genoemde vakgebieden, waarvan de theoretische kennis in een (AA- of RA-) opleiding getoetst dient te worden, is een basisstudiebelasting vastgesteld. Deze basisstudiebelasting omvat – gerelateerd aan desbetreffende vakgebieden – het aantal studie-uren dat een voltijdstudent ten minste nodig heeft om het minimaal vereiste theoretische niveau voor de (beginnend) wettelijk controleur te verwerven. De basisstudie-belasting betreft zowel de ‘standaardroutes’ als andere studietrajecten (waaronder de zogenoemde zij-instromers). Ook voor de andere trajecten heeft de basisstudiebelasting een indicatieve (d.w.z. aanwijzende) functie. Overigens geldt uitsluitend voor studenten die de duale variant van de accountantsopleiding volgen dat een deel van de basisstudiebelasting wordt gerealiseerd via de werkperiode in de opleiding.

Voor de opzet van de eindtermen geldt aanvullend dat:

Tot slot wordt opgemerkt dat de opleiding tot AA en RA mede gericht dient te zijn op het beroepsprofiel van de AA respectievelijk RA, zoals vastgesteld door de betreffende beroepsorganisaties. Daar is rekening mee gehouden bij het vaststellen van de eindtermen, maar de eindtermen zien niet specifiek toe op de brede functie van de AA en de RA.

2.2. Basisstudiebelasting en ects

Mede op grond van een analyse van de bestaande studietrajecten is gekomen tot een basisstudiebelasting van minimaal 200 ects. Benadrukt wordt dat met deze basisstudiebelasting op zichzelf nog geen curriculum voor een volwaardige AA- of RA-opleiding kan worden ingericht.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.