Besluit van 14 mei 2013, houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Besluit modern migratiebeleid in verband met de aanpassing van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 15 maart 2013, nr. 363361;
Gelet op artikel 14, tweede en derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 19 april 2013, nr. W03.13.0066/II);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 7 mei 2013, nr. 381922;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.
Artikel II
Wijzigt het Besluit modern migratiebeleid.
Artikel III
Dit besluit blijft buiten toepassing op ambtshalve verlening van de vergunning, bedoeld in artikel 3.56 (oud) in geval de aanvraag tot een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet voor inwerkingtreding van dit besluit is ingediend tenzij het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven voor de vreemdeling gunstiger is.
Dit besluit blijft buiten toepassing ten aanzien van vreemdelingen die ten tijde van de inwerkingtreding van dit besluit een vergunning op grond van artikel 3.56 (oud) bezitten, dan wel na inwerkingtreding van dit besluit deze vergunning verleend krijgen, tenzij het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven voor de vreemdeling gunstiger is.
Artikel IV
Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2013.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.