Circulaire uitvoering Overeenkomst Sociaal Beleid Rijk: van werk naar werk (VWNW) beleid

Type Circulaire
Publication 2013-04-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijgevoegd treft u de Overeenkomst Sociaal Beleid Rijk: van werk naar werk (VWNW) beleid – verder de VWNW-overeenkomst genoemd – zoals die op 11 april jl. in het Sectoroverleg Rijk is vastgesteld. In deze circulaire wordt nadere informatie gegeven die van belang is ten behoeve van de uitvoering van de VWNW-overeenkomst.

1. Regelgeving

De VWNW-overeenkomst moet nog geformaliseerd worden in de rechtspositionele besluiten. Voorzien is dat dit in september 2013 wordt gerealiseerd.

Zolang de VWNW-overeenkomst nog niet is geformaliseerd kunnen de nieuwe aanspraken die voor een individuele ambtenaar een verslechtering zijn, niet worden toegepast. Dit betreft de plaatsing in een lagere schaal na plaatsing op een passende functie in een lagere schaal en de vormgeving van de salarisgarantie en salarissuppletie. Ook verplichte plaatsing buiten het Rijk is pas mogelijk na formalisering.

Het toepassen van aanspraken die voor een individuele ambtenaar een verbetering zijn – zoals de stimuleringspremie en de diverse compensatieregelingen – kunnen sinds 15 april 2013 al wel worden toegepast. Dit geldt ook voor het toepassen van het afspiegelingsbeginsel en het daarbij betrekken van alleen de dienstjaren van het Rijk omdat het ARAR nu voorziet in afwijken van ‘last in, first out’.

2. P-Direkt

De dienstverleningsystemen van P-Direkt worden ook aangepast aan de VWNW-overeenkomst. Er worden nieuwe looncomponenten aangemaakt die er tevens voor zullen zorgen dat de ministeries gegevens kunnen krijgen over verstrekte VWNW-voorzieningen. Tevens wordt in het P-Direktportaal een proces ingericht om voorzieningen tot uitbetaling te kunnen laten komen en VWNW-kandidaten te registreren. Daarnaast heeft P-Direkt de informatievoorziening aan medewerkers – via het Contactcenter en via de rubriek Personeel op het Rijksportaal – aangepast aan de gewijzigde situatie.

3. Overgangssituatie

Nog niet alle aspecten uit de VWNW-overeenkomst zijn al volledig uitgewerkt maar dit staat het uitvoering geven aan de VWNW-overeenkomst niet in de weg.

In de VWNW-overeenkomst wordt van een aantal onderwerpen aangegeven dat partijen daar nog nader invulling zullen geven. Dit betreft met name uitwerking en beschrijving van de onafhankelijkheid van de VWNW-begeleiding. Zolang deze nadere invulling nog niet is afgerond kunt u de van werk naar werk begeleiding organiseren met inzet van uw huidige voorzieningen daarvoor. Overigens verwachten de mobiliteitsorganisaties binnen enkele weken een rijksbreed uniform model op te leveren van het VWNW-onderzoek.

Daarnaast is de interdepartementale commissie die een uitspraak moet doen over klachten en geschillen over in de VWNW-overeenkomst benoemde onderwerpen nog niet ingesteld. Zolang deze commissie nog niet is ingesteld kunt u de betreffende klachten en geschillen laten behandelen op de tot nu toe gebruikelijke wijze binnen uw organisatie.

4. Huidige herplaatsingskandidaten

In de VWNW-overeenkomst is opgenomen dat ambtenaren die in de periode van 1 januari 2012 tot 15 april 2013 herplaatsingskandidaat zijn geworden en dat nog steeds zijn, herplaatsingskandidaat blijven tenzij ze voor 1 juli 2013 kenbaar maken gebruik te willen maken van het gehele VWNW-beleid. In dat geval wordt hun resterende herplaatsingstermijn omgezet in een periode van VWNW-begeleiding van dezelfde omvang, die ook kan worden geruild voor een stimuleringspremie.

Ambtenaren die herplaatsingskandidaat zijn geworden met toepassing van het Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008–2012 hebben deze keuze niet maar kunnen hun resterende herplaatsingstermijn desgewenst ruilen voor een stimuleringspremie. Ik verzoek u om uw herplaatsingskandidaten schriftelijk te informeren over deze keuzemogelijkheden. Tevens verzoek ik u om mij uiterlijk 1 september 2013 te informeren over de keuzes die de herplaatsingskandidaten hebben gemaakt. Modelteksten voor brieven zijn via het Interdepartementaal Platform Rechtspositie en Arbeidsvoorwaarden beschikbaar gesteld.

5. Lopende reorganisaties

Voor reorganisaties die al zijn ingezet, zijn in het Sectoroverleg Rijk afspraken gemaakt. Afgesproken is dat besluiten tot aanwijzing van herplaatsingskandidaten die voor 15 april 2013 zijn genomen niet hoeven worden herzien als de startdatum na 15 april 2013 ligt. Voor lopende reorganisaties waarvoor op 15 april 2013 nog geen herplaatsingskandidaten waren aangewezen kunnen eventueel in overeenstemming met het (departementaal) Georganiseerd Overleg afspraken worden gemaakt over de aanwijzingsvolgorde van VWNW-kandidaten in afwijking van het afspiegelingsbeginsel.

6. Remplaçanten

In de VWNW-overeenkomst is voorzien in een remplaçantenregeling: het VWNW-traject dan wel de VWNW-voorzieningen kunnen door het bevoegd gezag tevens van toepassing worden verklaard op andere ambtenaren, voor zover daarmee de plaatsing van een VWNW-kandidaat wordt gerealiseerd. In aanvulling hierop is in het Sectoroverleg Rijk afgesproken dat remplaceren ook kan zonder plaatsing van een VWNW-kandidaat maar toch krimp wordt gerealiseerd (meestal betreft dit het inleveren van een formatieplaats). Het is wel de bedoeling dat remplaceren op een transparante, navolgbare wijze plaatsvindt.

7. Stimuleringspremie

In de VWNW-overeenkomst is een stimuleringspremie opgenomen. Daarbij is een verwijzing naar het Sociaal Akkoord opgenomen op het punt van de aftopping van de stimuleringspremie. De afspraak is dat de aftopping op € 75.000 geldt totdat er duidelijkheid is over een centraal Sociaal Akkoord en dat partijen dan overleggen over aanpassing van de aftopping. In het Sectoroverleg Rijk is analoog aan de afspraak uit het Sociaal Akkoord afgesproken dat de stimuleringspremie maximaal € 75.000 bedraagt dan wel maximaal twaalf maandsalarissen bedraagt indien het jaarsalaris (= 12 maandsalarissen) hoger is dan €75.000.

In een rekenvoorbeeld: een VWNW-kandidaat met een maandsalaris van € 6500 en 35 dienstjaren heeft bij aanvang van de VWNW-periode aanspraak op een vertrekpremie van € 78.000. De bij 35 dienstjaren passende stimuleringspremie van 24 maanden wordt daarbij dus niet afgetopt op € 75.000 maar in plaats daarvan afgetopt op twaalf maandsalarissen omdat het jaarsalaris hoger is dan € 75.000.

8. Informatievoorziening en voorlichting

Algemene informatievoorziening loopt via de rubriek Personeel van het Rijksportaal. Hier is sinds 15 april 2013 de VWNW-overeenkomst geplaatst met een voorlopige toelichting. Hier is ook het document te vinden met vragen en antwoorden zoals opgesteld in overleg met het Interdepartementaal Platform Rechtspositie en Arbeidsvoorwaarden en dat de komende maanden nog periodiek zal worden aangevuld. Dit ook in afwachting van de volledige aanpassing van de betreffende pagina’s in de rubriek Personeel aan de gewijzigde regelgeving.

Door de Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering worden in mei en juni regionale kennisbijeenkomsten georganiseerd voor HRM-adviseurs. Bonden, werkgever en mobiliteitscentra geven hier gezamenlijk voorlichting over de uitvoering van de VWNW-overeenkomst. Aan de orde komen de procesafspraken, de maatwerk mogelijkheden, rechtspositionele afspraken en het beschikbare mobiliteitsinstrumentarium. Nu is gebleken dat de eerste serie van bijeenkomsten geheel is gevuld, worden er voldoende extra bijeenkomsten georganiseerd om in de vraag te voorzien. Het is desgewenst ook mogelijk om met ondersteuning door de Rijksacademie zelf ‘in company’ de voorlichting te organiseren.

9. Vervolgtraject

De implementatiewerkzaamheden vanwege de VWNW-overeenkomst zijn in volle gang. Over de voortgang zal via de reguliere kanalen (Rijksportaal en de nieuwsbrief Bedrijfsvoering) informatie worden verstrekt. Waar de nadere uitwerking leidt tot aanvullende kaderstelling – bijvoorbeeld ten aanzien van de halfjaarlijkse rapportages om uitvoering van het VWNW-beleid te monitoren – zal dat via een circulaire bekend worden gemaakt.

10. Intrekken circulaire

De circulaire ‘Kader handelwijze vanwege aflopen Besluit Sociaal Flankerend Beleid sector Rijk 2008–2012’ van 28 september 2011 met kenmerk 2011-20000427504 wordt per 15 april 2013 ingetrokken. Hierbij wordt opgemerkt dat de hoogte van een schadeloosstelling voor herplaatsingskandidaten bij vrijwillig vertrek – inclusief een eventueel toegekende stimuleringspremie – niet meer mag bedragen dan € 75.000 dan wel niet meer mag bedragen dan twaalf maandsalarissen indien het jaarsalaris (= 12 maandsalarissen) hoger is dan € 75.000.

Overeenkomst Sociaal Beleid Rijk: van werk naar werk (VWNW) beleid

Overwegingen

1. Het VWNW-onderzoek

Het VWNW-onderzoek richt zich op de wensen en ontwikkelmogelijkheden van de deelnemer aan het onderzoek en diens mogelijkheden voor werk binnen en buiten de sector Rijk. Het onderzoek vindt plaats onder onafhankelijke professionele begeleiding. De uitkomst van het onderzoek is eigendom van de ambtenaar en wordt alleen verplicht gedeeld met het bevoegd gezag wanneer het VWNW-onderzoek wordt gebruikt om een VWNW-plan op te stellen dat leidt tot de status van VWNW-kandidaat. Zowel de ambtenaar als het bevoegd gezag kunnen een second opinion vragen naar aanleiding van de uitkomst van het VWNW-onderzoek.

Resultaat van het onderzoek is een realistisch VWNW-plan, opgesteld onder professionele begeleiding, waaruit blijkt welke trajectbegeleiding nodig is, of en zo ja welk opleidingstraject nodig is en of het verrichten van tijdelijk ander werk wenselijk is. De onafhankelijkheid van de begeleiding – inclusief de vormgeving van de second opinion – wordt door partijen op korte termijn uitgewerkt en beschreven in een in het SOR vast te stellen document.

2. Het VWNW-plan

Afhankelijk van de uitkomst van het VWNW-onderzoek kunnen tenminste de volgende specifieke voorzieningen door het bevoegd gezag worden toegekend, die worden vastgelegd in het VWNW-plan:

Verder kan in het plan opgenomen worden de wijze waarop andere voorzieningen ingezet worden.

Het vaststellen van het VWNW-plan is individueel maatwerk waarbij ook rekening wordt gehouden met de kansen van de ambtenaar op de regionale arbeidsmarkt en eventuele beperkingen van de ambtenaar vanwege bijvoorbeeld zijn gezondheid.

3. Start vrijwillige VWNW-fase

De vrijwillige fase start wanneer het bevoegd gezag een organisatieverandering wenst of noodzakelijk acht die leidt tot krimp in een of meer functiegroepen. De vrijwillige fase start ook indien het bevoegd gezag besluit tot wijziging van de plaats waar de organisatie is gevestigd naar een locatie op een reisafstand van meer dan een half uur per enkele reis van de oorspronkelijke plaats.

De contouren van de gewenste organisatie of de locatiewijziging dient ter advisering aan de OR voorgelegd te worden. Het DGO brengt vervolgens een zwaarwegend advies uit over welke groepen ambtenaren daadwerkelijk aangewezen worden als doelgroep voor VWNW-onderzoek en de duur van de vrijwillige VWNW-fase. Alle ambtenaren in de aangewezen doelgroep voeren het VWNW-onderzoek uit. In het geval dat er sprake is van een vrijwillige fase vanwege het enkele feit van standplaatswijziging – dus zonder krimp in een of meer functiegroepen – bestaat geen aanspraak op de in paragraaf 11 beschreven individuele keuzes.

Na afloop van de duur van de vrijwillige VWNW-fase kan eventueel tot verlenging worden besloten.

4. Vrijwillige VWNW-kandidaten

De ambtenaren waarvoor een vrijwillige VWNW-fase loopt kunnen kiezen het VWNW-plan te volgen. Zij worden daarmee vrijwillige VWNW-kandidaat met de bijbehorende rechten en plichten. Ambtenaren die in de vrijwillige fase VWNW-kandidaat zijn geworden kunnen gedurende hun gehele periode van VWNW-begeleiding gebruik blijven maken van de voorzieningen, ook nadat de aanwijzing van de doelgroep is beëindigd.

Ambtenaren waarvoor een vrijwillige VWNW-fase loopt en die ervoor kiezen het VWNW-plan niet te volgen, kunnen de uitkomst van het VWNW-onderzoek desgewenst betrekken bij de reguliere personeelsgesprekken over de gewenste loopbaanontwikkeling.

5. Start verplichte VWNW-fase

Wanneer de inspanningen van ambtenaren en bevoegd gezag in het kader van vrijwillig VWNW-beleid niet leiden tot een afdoende oplossing voor de problematiek van boventalligheid, worden de resterende fricties tussen de bestaande en gewenste organisatie doorgevoerd op basis van de bestaande regels van de WOR, het ARAR en de Regeling Procedure bij reorganisatie.

Hoewel een verplichte VWNW-fase in beginsel vooraf dient te worden gegaan door een vrijwillige VWNW-fase, kan het bevoegd gezag daarvan afzien indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het DGO brengt daarover een zwaarwegend advies uit. Als partijen het daar niet over eens zijn wordt het geschil ingebracht in het SOR. Indien in het SOR geen overeenstemming wordt bereikt kunnen beide partijen het geschil voorleggen aan de Advies- en Arbitragecommissie (AAC).

6. Verplichte VWNW-kandidaten

Uitvoering van het VWNW-plan is verplicht voor:

Deze ambtenaren worden verplicht VWNW-kandidaat en zijn verplicht het VWNW-plan dat eventueel in de vrijwillige VWNW-fase is opgesteld uit te voeren, tenzij er omstandigheden zijn die het nodig of gewenst maken het plan aan te passen. Voor ambtenaren die verplicht VWNW-kandidaat worden gaat een nieuwe periode van VWNW-begeleiding in, ongeacht reeds genoten VWNW-begeleiding als vrijwillige VWNW-kandidaat. Voor de verplichte VWNW-kandidaat waarvan is vastgesteld dat hij zijn functie verliest, kan de periode van VWNW-begeleiding pas ingaan op het moment dat zijn functie daadwerkelijk is vervallen.

7. Plichten voor bevoegd gezag en VWNW-kandidaat

Het bevoegd gezag is verplicht de VWNW-kandidaten te begeleiden naar een nieuwe functie door middel van een VWNW-traject met professionele ondersteuning.

VWNW-kandidaten zijn verplicht zich in te spannen om het vastgestelde VWNW-plan uit te voeren. Tevens zijn VWNW-kandidaten verplicht een aangeboden passende functie te aanvaarden die geldt binnen het voor hem geldende plaatsingsbereik (zie paragraaf 8). Op weigering van een aangeboden passende functie door een verplichte VWNW-kandidaat volgt ontslag op grond van artikel 49l van het ARAR. Voor een vrijwillige VWNW-kandidaat vervalt het recht op VWNW-begeleiding en de VWNW-voorzieningen indien hij voor de derde maal een aangeboden passende functie afwijst.

8. Zoekbereik en plaatsingsbereik tijdens de VWNW-begeleiding

De periode van VWNW-begeleiding vangt aan na vaststelling van het VWNW-plan en kent drie perioden. Het zoekbereik van een VWNW-kandidaat is in principe onbeperkt, in het VWNW-plan kunnen over het zoekbereik en over de periode van VWNW-begeleiding afspraken worden gemaakt. Het zoekbereik kan anders zijn dan het plaatsingsbereik, maar kan het plaatsingsbereik niet verruimen of beperken. Het plaatsingsbereik waarbinnen een aangeboden functie voor een verplichte VWNW-kandidaat passend is:

Voor een vrijwillige VWNW-kandidaat geldt hetzelfde plaatsingsbereik maar is een functie alleen passend indien deze op tenminste een gelijk niveau is als de oorspronkelijke functie.

Er is sprake van een aangeboden functie indien de VWNW-kandidaat – als hij de functie accepteert – daadwerkelijk op de functie wordt geplaatst. Voor een aangeboden functie buiten het Rijk geldt dat dit een structurele functie moet zijn die wordt aangeboden met een aanstelling voor onbepaalde tijd of met uitzicht op een aanstelling voor onbepaalde tijd.

Iedere periode van de VWNW-begeleiding bedraagt standaard zes maanden. Na zes maanden gaat de volgende periode in, tenzij op advies van deskundige professionele begeleiding door het bevoegd gezag wordt besloten dat de volgende periode niet in kan gaan. Nieuwe inzichten ten opzichte van het VWNW-plan of gebreken in de trajectbegeleiding kunnen reden zijn de volgende periode uit te stellen.

De periode van VWNW-begeleiding wordt in beginsel niet opgeschort voor het verrichten van tijdelijke werkzaamheden. Een uitzondering geldt voor werkzaamheden die door de VWNW-kandidaat op verzoek van het bevoegd gezag worden verricht en de uitvoering van het VWNW-plan ophouden.

Nadere toelichting: de VWNW-kandidaat kan ervoor kiezen om al eerder dan in de derde periode een functie buiten het Rijk te aanvaarden, ook bij organisaties die niet bij het ABP zijn aangesloten. Tevens kan de VWNW-kandidaat ervoor kiezen om een meer dan twee schalen lagere functie te aanvaarden. Dit heeft echter geen gevolgen voor de hoogte van de salarisgarantie of salarissuppletie; deze blijft gebaseerd op maximaal twee schalen lager.

Indien een VWNW-kandidaat wordt geplaatst in een lagere functie dan zijn oorspronkelijke functie dan wordt nog twee jaar VWNW-begeleiding verleend, gericht op het vinden van een functie op het oorspronkelijke niveau.

9. Salarisgarantie en salarissuppletie

De eerste twee jaar na plaatsing in een functie op een lager niveau is sprake van automatische salarisgarantie, daarna is sprake van salarissuppletie op verzoek van de voormalige VWNW-kandidaat. De salarisgarantie en de salarissuppletie vullen aan tot 100% van het salaris dat voor de VWNW-kandidaat gold op de dag voordat hij wordt geplaatst in de nieuwe functie.

Bij een plaatsing binnen de sector Rijk wordt de salarisgarantie maandelijks uitgekeerd. Buiten de sector Rijk wordt de salarisgarantie in één keer uitgekeerd. De salarissuppletie kan door de voormalige VWNW-kandidaat jaarlijks worden aangevraagd bij zijn (voormalige) werkgever. De suppletie volgt de algemene salarisontwikkelingen van de sector Rijk en binnen het Rijk is de suppletie pensioengevend.

Bij het bepalen van de hoogte van de salarisgarantie en salarissuppletie wordt uitgegaan van de vaste inkomensbestanddelen. Binnen het Rijk zijn dit het salaris, de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering. Bij een plaatsing buiten het Rijk worden de aldaar geldende vaste inkomensbestanddelen betrokken.

10. Overige voorzieningen

Tenzij anders geregeld in deze overeenkomst gelden voorzieningen die nu voor herplaatsingskandidaten zijn geregeld ook voor VWNW-kandidaten. In aanvulling daarop wordt geregeld:

11. Individuele keuzes VWNW-kandidaten

VWNW-kandidaten hebben het recht hun aanspraak op de in paragraaf 10 genoemde voorzieningen en hun aanspraak op VWNW-begeleiding te ruilen voor een stimuleringspremie bij ontslag op eigen verzoek2Hoewel besluitvorming over het toekennen van een werkloosheidsuitkering aan het UWV is, wordt erop gewezen dat partijen er van uitgaan dat VWNW-kandidaten die hiervoor kiezen geen aanspraak hebben op een werkloosheidsuitkering of de bovenwettelijke aanvulling op de werkloosheidsuitkering.. Gezien de taakstellingen bij de Rijksoverheid en de situatie op de arbeidsmarkt, wordt voor een dergelijke ruil gedurende de looptijd van de afspraken over het VWNW-beleid de aanspraak op VWNW-begeleiding rekenkundig vastgesteld op:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.