← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 2 april 2013, ACM/DJZ/2013/200833, houdende regels inzake organisatie, mandaat, volmacht en machtiging van de Autoriteit Consument en Markt (Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging ACM 2013)

Geldende tekst a fecha 2014-12-20

Gezien de goedkeuring van de Minister van Economische Zaken;

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 2, tweede lid, en 5, tweede lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en artikel 7, derde en vierde lid van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Autoriteit Consument en Markt;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Organisatie

Artikel 2
1.

De ACM geeft leiding aan de ACM-organisatie.

2.

De ACM-organisatie is samengesteld uit:

3.

De organisatieonderdelen genoemd in het tweede lid, onderdelen a tot en met g, staan onder leiding van een directeur.

4.

Het organisatieonderdeel genoemd in het tweede lid, onderdeel h, staat onder leiding van de Chief Economist.

5.

De organisatieonderdelen genoemd in het tweede lid, onderdelen b tot en met g, bestaan uit teams die onder leiding staan van een teammanager.

6.

De organisatieonderdelen genoemd in het tweede lid verrichten hun taken, met inachtneming van de daaraan bij of krachtens de wet gestelde grenzen, in onderlinge samenwerking en afstemming.

Hoofdstuk 3. Werkterrein

Artikel 3.1

Tot het werkterrein van de ACM behoren het algemeen mededingingstoezicht, sectorspecifieke markttoezicht en consumentenbescherming.

Artikel 3.2

Tot het werkterrein van de afdeling Bestuur, Beleid en Communicatie behoort het adviseren van de ACM bij de dagelijkse werkzaamheden en bij het initiëren en uitvoeren van de strategische koers van de ACM-organisatie. Hiervan maken internationale werkzaamheden en interne en externe communicatie deel uit.

Artikel 3.3

Tot het werkterrein van de directie Consumenten behoren, voor zover opgedragen aan de ACM:

Artikel 3.4

Tot het werkterrein van de directie Energie behoren, voor zover opgedragen aan de ACM:

Artikel 3.5

Tot het werkterrein van de directie Telecom, Vervoer en Post behoren, voor zover opgedragen aan de ACM:

Artikel 3.6

Tot het werkterrein van de directie Mededinging behoren, voor zover opgedragen aan de ACM, de uitvoering van en het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Aanbestedingswet 2012, de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, verordening 1/2003, verordening 139/2004, de Mededingingswet, met uitzondering van de behandeling van aangelegenheden inzake het misbruik van economische machtsposities in de energie-, water-, telecom, vervoer- en postsector, en de Wet op het financieel toezicht.

Artikel 3.7
1.

Tot het werkterrein van de directie Juridische Zaken behoort in het kader van de uitvoering van en het toezicht op de bij of krachtens de wet aan de ACM opgedragen taken:

2.

De directie Juridische Zaken treedt op als juridisch adviseur en verricht uit dien hoofde juridische werkzaamheden van algemene aard ten behoeve van de ACM en de ACM-organisatie.

Artikel 3.8

Tot het werkterrein van de directie Bedrijfsvoering behoren taken van respectievelijk personele en organisatorische, financiële en facilitaire aard ten behoeve van het goed functioneren van de ACM-organisatie.

Artikel 3.9

Tot het werkterrein van het Economisch Bureau behoren taken op het gebied van de economische expertisefunctie, de onderzoeksfunctie en de strategische functie. Hiertoe behoren zaaksgebonden en algemeen economisch onderzoek en het adviseren van de ACM.

Hoofdstuk 4. Publiekrechtelijke rechtshandelingen

Artikel 4.1

Bij of krachtens dit besluit verleend mandaat, volmacht en machtiging heeft geen betrekking op:

Artikel 4.2

Aan de leden van de ACM wordt in afwijking van artikel 4.1, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die tot het gehele werkterrein van de ACM-organisatie behoren, indien:

Artikel 4.3

Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met g, genoemde organisatieonderdelen en aan de Chief Economist wordt, ieder voor zich, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.1, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die tot het werkterrein van hun organisatieonderdeel behoren.

Artikel 4.4
1.

Aan de teammanagers werkzaam binnen de in artikel 2, tweede lid, onderdeel b tot en met g, genoemde organisatieonderdelen wordt, ieder voor zich, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.1, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die tot het werkterrein van hun organisatieonderdeel behoren.

2.

Het mandaat, volmacht en de machtiging bedoeld in het eerste lid strekt zich niet uit tot het verrichten van marktonderzoeken, het opstellen van rapportages of tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften.

3.

Aan de ondersteunend medewerkers toezicht en de medewerkers toezicht van het team Vervoer en Nummeruitgifte bij de directie Telecom, Vervoer en Post wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de toekenning, reservering of intrekking van ten hoogste 30 elfcijferige informatienummers of niet meer dan 100 bedrijfsnummers, als bedoeld in het Nummerplan telefoon- en ISDN-diensten.

Artikel 4.5

Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met g, genoemde organisatieonderdelen, de daarbij werkzame teammanagers en de Chief Economist wordt, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht en het openbaar maken van besluiten en andere documenten.

Artikel 4.6

Aan de voorzitter van de ACM wordt machtiging verleend tot het ondertekenen van de legitimatiebewijzen van respectievelijk de toezichthoudende ambtenaren, toezichthouders, personen en functionarissen als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 4 van het Besluit aanwijzing toezichthouders ACM.

Artikel 4.7

Vervallen

Artikel 4.8

Aan de directeur van de directie Juridische Zaken wordt machtiging verleend om beslissingen te nemen inzake het optreden als amicus curiae.

Artikel 4.9

Aan de directeur van de directie Juridische Zaken en de onder hem ressorterende medewerkers, met uitzondering van secretariële en ondersteunende medewerkers, wordt, ieder voor zich, machtiging verleend de ACM te vertegenwoordigen bij gerechtelijke procedures. Tevens zijn zij gemachtigd om voor de behandeling van een geschil één of meerdere medewerkers werkzaam bij de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met g, genoemde organisatieonderdelen, met uitzondering van secretariële en ondersteunende medewerkers, als medegemachtigde te introduceren.

Artikel 4.10
1.

Het clementiebureau is belast met de toepassing van de Beleidsregel clementie.

2.

Aan de clementiefunctionaris wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het voorbereiden en het doen van clementietoezeggingen als bedoeld in artikel 20 van de Beleidsregel clementie.

Artikel 4.11
1.

Er is een klachtenfunctionaris die klachten behandelt als bedoeld in artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

Aan de klachtenfunctionaris wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor handelingen in het kader van het behandelen van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van het toepassen van artikel 9:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 5. Privaatrechtelijke rechtshandelingen

Artikel 5.1

Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met e, en g, genoemde organisatieonderdelen, de daarbij werkzame teammanagers en de Chief Economist wordt, ieder voor zich, op hun werkterrein en binnen het door de ACM vastgestelde werkplan en het daartoe door de ACM vastgestelde budget, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen met betrekking tot beleidsonderzoek en de inhuur van specialisten, voor zover deze het bedrag van € 134.000 exclusief BTW per verplichting niet te boven gaan.

Artikel 5.2

Aan de directeur van de directie Juridische Zaken en de onder hem ressorterende teammanagers wordt, ieder voor zich, op hun werkterrein en binnen het door de ACM vastgestelde werkplan en het daartoe door de ACM vastgestelde budget, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen met betrekking tot juridisch advies en procesvertegenwoordiging, en de inhuur van specialisten, tolken en verslagleggers, voor zover deze het bedrag van € 134.000 exclusief BTW per verplichting niet te boven gaan.

Artikel 5.3

Aan de directeur van de directie Bedrijfsvoering en de onder hem ressorterende teammanagers wordt, ieder voor zich, binnen het door de ACM vastgestelde werkplan en het daartoe door de ACM vastgestelde budget, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen met betrekking tot hun werkterrein, waaronder begrepen informatiebeheer en automatisering en de vergoeding van lidmaatschappen en telefoonkosten, voor zover deze het bedrag van € 134.000 exclusief BTW per verplichting niet te boven gaan.

Hoofdstuk 6. P&O aangelegenheden

Artikel 6.1
1.

Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met g, genoemde organisatieonderdelen en aan de Chief Economist wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het BBRA geldt, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten inhoudende:

2.

Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met g, genoemde organisatieonderdelen en aan de Chief Economist wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 14 of lager van bijlage B van het BBRA geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten inhoudende:

Artikel 6.2

Aan de teammanagers van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met g, genoemde organisatieonderdelen wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 14 of lager van bijlage B van het BBRA geldt, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten inhoudende:

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 7.1

Het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NMa 2009 (Stcrt., nr. 14819), het Mandaatregister OPTA 2013 (Stcrt., nr. 312) en het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Consumentenautoriteit 2012 (Stcrt., nr. 76) worden ingetrokken.

Artikel 7.2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2013.

Artikel 7.3

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging ACM 2013.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.10

Tot het werkterrein van elke directie behoort ook het behandelen van verzoeken om openbaarmaking van besluiten en andere documenten.

Hoofdstuk 4. Publiekrechtelijke rechtshandelingen

Hoofdstuk 5. Privaatrechtelijke rechtshandelingen

Hoofdstuk 6. P&O aangelegenheden

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.