Besluit van 9 februari 2004 houdende de algemene eisen voor de opleiding, registratie en herregistratie van medisch specialisten en voor de erkenning van opleiders, plaatsvervangend opleiders, stageopleiders en opleidingsinrichtingen
Gelet op artikel 14, tweede lid, onder c van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en artikel 12, eerste lid, van de Regeling specialisten geneeskunst van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst;
Gezien de adviezen van het Federatiebestuur van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, de Orde van Medisch Specialisten, de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband en de Medisch Specialisten Registratie Commissie;
Besluit:
Hoofdstuk A. Algemene bepalingen
Artikel A.1. Begripsomschrijvingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. afdeling: onderdeel van een inrichting;
- b. aios: arts(en) in opleiding tot (medisch) specialist;
- c. algemene competentie: competentie die voor ieder specialisme van toepassing is, zoals neergelegd in artikel B.2, derde lid;
- d. AVGIO-commissie: vertegenwoordiging van artsen voor verstandelijk gehandicapten in opleiding;
- e. Beoordelingsstage: een stage in een opleidingsinrichting voor een arts die buiten Nederland een specialisatie met goed gevolg heeft afgerond waarbij de kennis en beroepsuitoefening getoetst wordt op gelijkwaardigheid aan het eindniveau van de Nederlandse opleiding voor het betreffende medisch specialisme;
- f. bestuurlijke eenheid: eenheid die wordt gevormd doordat de instelling wordt geleid door één Raad van Bestuur, centrale directie, bestuursraad of bestuur;
- g. centrale opleidingscommissie: een in iedere opleidingsinrichting aanwezig overlegorgaan ter handhaving en bevordering van een optimaal opleidingsklimaat;
- h. co-assistent: de student in opleiding tot arts die het klinisch gedeelte van de opleiding volgt;
- i. competentie: een getoonde bekwaamheid of gedragsrepertoire waaruit blijkt dat kennis, vaardigheden, attitude, eigenschappen en inzichten in het handelen zijn geïntegreerd;
- j. CvG: de Commissie voor Geschillen;
- k. dagdeel: een aaneengesloten periode overdag van vier uur;
- l. deskundigheidsbevordering: het geheel van activiteiten dat er op is gericht de kwaliteit van de eigen beroepsuitoefening te handhaven op het eindniveau van de vigerende opleiding en deze te verdiepen en verbreden in afstemming op de eisen van de eigen beroepspraktijk door geaccrediteerde bij- en nascholing;
- m. EER: Europees Economische Ruimte;
- n. geaccrediteerde bij- en nascholing: waardering van de betreffende wetenschappelijke medisch specialistenvereniging van de kwaliteit en de onafhankelijkheid van bij- en nascholingsactiviteiten, die kwantitatief tot uitdrukking wordt gebracht in het aantal toe te kennen accreditatieuren;
- o. gedeelte van de opleiding: een in tijd en inhoud omschreven onderdeel van de opleiding in een medisch specialisme;
- p. inrichting: een, al dan niet over meerdere locaties verspreide, bestuurlijk samenhangende instelling waar medisch specialisten werkzaam zijn en waar een of meer medisch specialismen uitgeoefend worden;
- q. klinisch wetenschappelijk onderzoek: in een kliniek of onder verantwoordelijkheid van een kliniek uitgevoerd onderzoek, begeleid door een als zodanig opgeleide onderzoeker werkzaam bij een universiteit of instelling die mede het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek in haar missie heeft opgenomen;
- r. kwaliteitsvisitatie: visitatie uitgevoerd door een wetenschappelijke medisch specialisten vereniging van een individuele specialist of de afdeling waar deze werkzaam is ter bevordering van de kwaliteit van de zorg;
- s. mediator: persoon die het proces bij conflictbemiddeling begeleidt en als mediator geregistreerd is bij het Nederlands Mediation Instituut;
- t. medisch specialisme: een deelgebied van de geneeskunde dat door het CCMS als zodanig is aangewezen;
- u. medisch specialistische kennis en ervaring verkregen buiten het kader van de opleiding: kennis en ervaring in een erkend medisch specialisme, welke in Nederland na het artsexamen en buiten de opleiding tot medisch specialist in een opleidingsinrichting is verkregen;
- v. onderzoeksbegeleider: begeleider van een klinisch wetenschappelijk onderzoeksproject;
- w. opleider: een door de MSRC voor de opleiding erkende medisch specialist onder wiens verantwoordelijkheid de gehele opleiding of een gedeelte van de opleiding tot medisch specialist plaatsvindt;
- x. opleiding: de opleiding of gedeelte van de opleiding in Nederland tot medisch specialist;
- y. opleidingsgroep: het samenwerkingsverband van de medisch specialisten, inclusief de opleider en plaatsvervangend opleider, van een opleidingsinrichting betrokken bij de opleiding van het desbetreffende specialisme;
- z. opleidingsinrichting: een inrichting in Nederland die door de MSRC voor het verzorgen van één of meer opleidingen tot medisch specialist is erkend en waar de gehele of een gedeelte van de opleiding plaatsvindt;
- aa. opleidingsregister: een register van aios;
- bb. patiëntgebonden zorg: de zorgverlening die bestaat uit de componenten klinische werkzaamheid, poliklinische werkzaamheid, consultatieve activiteiten, patiëntgebonden opleidingsactiviteiten en patiëntenbesprekingen;
- cc. plaatsvervangend opleider: de opleider die als zodanig op voordracht van de opleider en de opleidingsinrichting door de MSRC is aangewezen en die voor een bepaalde periode in de rechten en plichten van de opleider kan treden;
- dd. plenaire visitatiecommissie: een per specialisme door de MSRC ingestelde adviescommissie;
- ee. portfolio: een verzameling van documenten waarin de verplichtingen voortvloeiende uit dit besluit en de specifieke besluiten worden bijgehouden, waaruit de voortgang van de opleiding en de zelfreflectie van de aios blijken, met ten minste de documenten ten behoeve van de beoordeling van de aios, de gehouden voordrachten en referaten, de gepubliceerde artikelen, de gevolgde cursussen en de uitgevoerde verrichtingen;
- ff. Richtlijn 2005/36/EG: Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (Pb Nr. L 255 van 30/09/2005 blz. 0022 - 0142);
- gg. samengestelde opleiding: een opleiding die bestaat uit een vooropleiding in een ander medisch specialisme dan het eigenlijk gekozen medisch specialisme gevolgd door een vervolgopleiding in het eigenlijk gekozen medisch specialisme;
- hh. specifiek besluit: besluit van het CCMS dat zij ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Regeling per specialisme vaststelt;
- ii. stage: een gedeelte van de opleiding dat wordt gevolgd bij een opleidingsinrichting en dat in specifieke besluiten is omschreven wat betreft duur, inhoud en verplichte of facultatieve status;
- jj. stage-eisen: eisen met betrekking tot de duur en de inhoud van de stage;
- kk. stageopleider: de opleider die een stage als onderdeel van de opleiding in een medisch specialisme verzorgt;
- ll. taaltest: de onder auspiciën van de MSRC af te nemen taaltest Nederlands, zoals beschreven in hoofdstuk D, titel II, paragraaf II-D van dit besluit;
- mm. visitatie: een vorm van onderzoek naar het functioneren van de opleider, de plaatsvervangend opleider, de stageopleider, de inrichting of de opleidingsinrichting, op locatie met als doel een zo objectief mogelijk oordeel te verkrijgen of aan de eisen of verplichtingen voor erkenning is voldaan;
- nn. visitatieprogramma: een onderzoek om de opleidingsinrichting of de opleider op basis van de besluiten van het CCMS te toetsen;
- oo. visitatierapport: de op de daarvoor bestemde formulieren over een visitatie uitgebrachte rapportage en de eventueel daarbij gevoegde bescheiden;
- pp. volledige werkweek: een volledige werkweek zoals bepaald in de CAO ziekenhuizen, de CAO GGZ en de CAO academische ziekenhuizen alsmede de Arbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten (AMS) en de Honoreringsregeling Academisch Medisch Specialisten (HAMS). Voor aios geldt de hiervoor omschreven werkweek, met daarbij opgeteld het aantal in voornoemde CAO’s genoemde opleidingsuren per week (zogenaamde normatieve werkweek);
- qq. vrijstelling: de ontheffing van de verplichting deel te nemen aan een gedeelte van de opleiding met als gevolg feitelijke bekorting van de opleidingsduur;
- rr. waarnemer: een medisch specialist die is ingeschreven in hetzelfde register als de opleider en de opleider gedurende een bepaalde periode waarneemt.
Artikel A.2. Toepassingsbereik besluit
Het CCMS kan per medisch specialisme ter uitvoering van dit besluit specifieke besluiten vaststellen op de terreinen:
- a. de opleiding;
- b. de erkenning;
- c. de (her)registratie.
Van dit besluit kan niet worden afgeweken in specifieke besluiten of in besluiten van de MSRC tenzij dit uitdrukkelijk in dit besluit is bepaald.
In specifieke besluiten kunnen de bepalingen in dit besluit worden aangevuld.
In beleidsregels van de MSRC kunnen de bepalingen in dit besluit nader worden ingevuld.
Op beslissingen van de MSRC, die niet onder de werking van deAlgemene wet bestuursrecht en de Regeling vallen, is artikel 3.4., tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Artikel A.3. Rechtsmiddelen
In elke individuele beslissing ingevolge dit besluit staat vermeld welk rechtsmiddel bij welke instantie en binnen welke termijn tegen de betreffende beslissing kan worden aangewend.
Artikel A.4. Experimenten
In het kader van ontwikkeling van een opleiding kan het CCMS op eigen initiatief of op verzoek van een wetenschappelijke vereniging of van de MSRC besluiten tot afwijking van dit besluit of van een specifiek besluit.
Bij toepassing van het eerste lid, gelden de volgende voorwaarden:
- a. er is sprake van een in tijd begrensd experiment;
- b. het experiment is projectmatig opgezet en kent een concreet doel alsmede een beschrijving van de wijze waarop het resultaat van het experiment getoetst wordt;
- c. het experiment is door de MSRC op uitvoerbaarheid getoetst.
Artikel A.5. Medische specialismen
De volgende deelgebieden der geneeskunde worden in dit besluit als medisch specialisme aangewezen en daaraan zijn de genoemde titels verbonden:
- a. anesthesiologie: anesthesioloog;
- b. cardiologie: cardioloog;
- c. cardio-thoracale chirurgie: cardiothoracaal chirurg;
- d. dermatologie en venerologie: dermatoloog;
- e. heelkunde: chirurg;
- f. interne geneeskunde: internist;
- g. keel- neus- oorheelkunde: keelneus- oorarts;
- h. kindergeneeskunde: kinderarts;
- i. klinische genetica: klinisch geneticus;
- j. klinische geriatrie: klinisch geriater;
- k. longziekten en tuberculose: longarts;
- l. maag-darm-leverziekten: arts voor maag-darm-leverziekten;
- m. medische microbiologie: artsmicrobioloog;
- n. neurochirurgie: neurochirurg;
- o. neurologie: neuroloog;
- p. nucleaire geneeskunde : nucleair geneeskundige;
- q. oogheelkunde: oogarts;
- r. orthopedie: orthopedisch chirurg;
- s. pathologie: patholoog;
- t. plastische chirurgie: plastisch chirurg;
- u. psychiatrie: psychiater;
- v. radiologie: radioloog;
- w. radiotherapie: radiotherapeut;
- x. reumatologie: reumatoloog;
- y. revalidatiegeneeskunde: revalidatiearts;
- z. urologie: uroloog.
- aa. verloskunde en gynaecologie: gynaecoloog.
Artikel A.6. Gesloten registers
Van de volgende deelgebieden der geneeskunde die niet meer als specialisme zijn erkend houdt de MSRC een register, met de bijbehorende titel:
- a. allergologie: allergoloog;
- b. interne geneeskunde-allergologie: internist-allergoloog;
- c. zenuw- en zielsziekten: zenuwarts;
- d. klinische chemie: arts klinische chemie.
Hoofdstuk B. De opleiding
Titel I. Opleidingseisen
Paragraaf I-A. Algemeen
Artikel B.1. Opleidingsinrichting
De opleiding wordt gevolgd bij een opleider of stageopleider in een opleidingsinrichting.
Artikel B.2. Competenties
De opleiding is gericht op het verwerven van door het CCMS vastgestelde algemene competenties en specialismegebonden competenties voor de opleiding in het betreffende medisch specialisme.
De specialismegebonden competenties zijn vastgelegd in specifieke besluiten.
De in het eerste lid bedoelde algemene competenties zijn de volgende:
- a. ten aanzien van medisch handelen:
- i. De specialist bezit adequate kennis en vaardigheid naar de stand van het vakgebied;
- ii. De specialist past het diagnostisch, therapeutisch en preventief arsenaal van het vakgebied goed en waar mogelijk evidence based toe;
- iii. De specialist levert effectieve en ethisch verantwoorde patiëntenzorg;
- iv. De specialist vindt snel de vereiste informatie en past deze goed toe;
- b. ten aanzien van communicatie:
- i. De specialist bouwt effectieve behandelrelaties met patiënten op;
- ii. De specialist luistert goed en verkrijgt doelmatig relevante patiëntinformatie;
- iii. De specialist bespreekt medische informatie goed met patiënten en desgewenst familie;
- iv. De specialist doet adequaat mondeling en schriftelijk verslag over patiëntencasus;
- c. ten aanzien van samenwerking:
- i. De specialist overlegt doelmatig met collegae en andere zorgverleners;
- ii. De specialist verwijst adequaat;
- iii. De specialist levert effectief intercollegiaal consult;
- iv. De specialist draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en ketenzorg;
- d. ten aanzien van kennis en wetenschap:
- i. De specialist beschouwt medische informatie kritisch;
- ii. De specialist bevordert de verbreding van en ontwikkelt de wetenschappelijke vakkennis;
- iii. De specialist ontwikkelt en onderhoudt een persoonlijk bij- en nascholingsplan;
- iv. De specialist bevordert de deskundigheid van studenten, aios, collegae, patiënten en andere betrokkenen bij de gezondheidszorg;
- e. ten aanzien van maatschappelijk handelen:
- i. De specialist kent en herkent de determinanten van ziekte;
- ii. De specialist bevordert de gezondheid van patiënten en de gemeenschap als geheel;
- iii. De specialist handelt volgens de relevante wettelijke bepalingen;
- iv. De specialist treedt adequaat op bij incidenten in de zorg;
- f. ten aanzien van organisatie:
- i. De specialist organiseert het werk naar een balans in patiëntenzorg en persoonlijke ontwikkeling;
- ii. De specialist werkt effectief en doelmatig binnen een gezondheidszorgorganisatie;
- iii. De specialist besteedt de beschikbare middelen voor de patiëntenzorg verantwoord;
- iv. De specialist gebruikt informatietechnologie voor optimale patiëntenzorg, en voor bij- en nascholing;
- g. ten aanzien van professionaliteit:
- i. De specialist levert hoogstaande patiëntenzorg op integere, oprechte en betrokken wijze;
- ii. De specialist vertoont adequaat persoonlijk en interpersoonlijk professioneel gedrag;
- iii. De specialist kent de grenzen van de eigen competentie en handelt daar binnen;
- iv. De specialist oefent de geneeskunde uit naar de gebruikelijke ethische normen van het beroep.
Artikel B.3. Duur van de opleiding
De duur van de opleiding wordt per medisch specialisme in een specifiek besluit vastgesteld.
Tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald wordt de opleiding van de aios ononderbroken gevolgd en omvat een volledige werkweek.
De MSRC kan de duur van de opleiding, bedoeld in het eerste lid, in een individueel geval, in het kader van de eindbeoordeling, bedoeld in artikel B.9., om opleidingsinhoudelijke redenen verlengen.
Artikel B.4. Rechtspositieregeling
De aios dient voor zijn werkzaamheden tijdens de opleiding volgens de landelijk gangbare salarisnormen te worden gehonoreerd. Op hem dient tevens de rechtspositieregeling van de opleidingsinrichting van toepassing te zijn.
Artikel B.5. Plichten van de aios
De aios voldoet aan de volgende verplichtingen:
algemeen:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.