← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 10 juni 2013, nr. 2013-000329677, houdende regels voor de verstrekking van subsidies voor experimenten en kennisoverdrachtactiviteiten op het terrein van het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving (Subsidieregeling experimenten en kennisoverdracht wonen 2013)

Geldende tekst a fecha 2013-07-01

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, onderdelen a, b, d en f, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 6, vijfde lid, onderdeel b, zevende lid, 8, eerste en tweede lid, en 14 van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De minister kan subsidie verstrekken aan rechtspersonen die experimenten uitvoeren of kennisoverdrachtactiviteiten verrichten gericht op:

§ 2. Het subsidieplafond

Artikel 3
1.

Het subsidieplafond bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van de Minister voor Wonen en Rijksdienst voor de verschillende in artikel 2 genoemde doeleinden blijkt.

2.

Over de subsidieaanvragen wordt beslist in volgorde van ontvangst van de aanvragen.

§ 3. De subsidieverlening

Artikel 4
1.

Vóór indiening van de aanvraag door de aanvrager gemaakte kosten komen voor subsidie in aanmerking.

2.

Indien de aanvraag wordt ingediend als met de betrokken activiteit of activiteiten reeds is begonnen, bevat de aanvraag

Artikel 5
1.

Indien voor een subsidie goedkeuring van de Commissie is vereist op grond van artikel 88, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap:

2.

De minister doet in de Staatscourant mededeling van het verkrijgen van goedkeuring van de Commissie. Indien de Commissie voorschriften aan de goedkeuring verbindt, verbindt de minister deze als verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening, voor zover zij zich daartoe lenen.

3.

Indien wordt voldaan aan de eisen gesteld bij of krachtens de de-minimisverordening 1998/2006 legt de aanvrager bij de aanvraag tot subsidieverlening een verklaring omtrent de minimis-steun over.

4.

De verklaring, bedoeld in het derde lid, wordt opgesteld overeenkomstig het in bijlage I bij deze regeling opgenomen model.

Artikel 6

De minister beslist afwijzend op de aanvraag om de subsidieverlening indien de goedkeuring, bedoeld in artikel 5, eerste lid, door de Commissie is geweigerd.

Artikel 7
1.

Voor subsidie komt niet in aanmerking een winstopslag ten behoeve van de subsidieontvanger.

2.

In het geval, bedoeld in artikel 5, derde lid, bepaalt de minister het maximumbedrag van de subsidie in overeenstemming met de de-minimis verordening.

3.

De minister kan bij de verlening van de subsidie bepalen dat het subsidiebedrag wordt vastgesteld op de werkelijke kosten van de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd tot een door hem te bepalen maximumbedrag.

4.

De minister bepaalt bij de verlening van de subsidie voor welke datum de activiteit moet zijn verricht.

5.

De minister kan bij de verlening van de subsidie verplichtingen opleggen die betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de activiteit wordt verricht.

§ 3. Voorschotverlening

Artikel 8

De minister kan voorschotten verstrekken tot 100 procent van de verleende subsidie.

§ 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 9

Een subsidie die is verleend krachtens het Subsidiebesluit experimenten en kennisoverdracht wonen wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013 en vervalt op 1 januari 2017.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling experimenten en kennisoverdracht wonen 2013.

Bijlage I

Verklaring de-minimissteun

Verklaring in het kader van het verlenen van de-minimis steunbedragen als bedoeld in de de-minimis verordening (PbEU 2006, L 379).

Aanbevolen wordt om voor het invullen van deze verklaring eerst de toelichting in de bijlage van dit formulier te lezen.

Deze verklaring bestaat uit twee pagina’s. De bijlage bestaat uit drie pagina’s. Aanbevolen wordt om zorgvuldig te controleren of alle pagina’s aanwezig zijn.

Verklaring

Hierbij verklaart ondergetekende, dat aan de hierna genoemde onderneming, evenals aan het eventuele gehele moederconcern, waartoe de onderneming behoort,

Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door:

...... (Bedrijfsnaam)

...... (Inschrijfnummer KvK)

...... (Naam functionaris en functie)

...... (Adres onderneming)

...... (Postcode en plaatsnaam)

...... (datum) ...... (Handtekening)

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.