Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 24 juni 2013, kenmerk 399920, tot uitvoering van de Wet op de kansspelen (Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen)
Gelet op de artikelen 4, derde lid, 5, tweede lid, 6, vijfde lid, 7, tweede lid en 8 van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen in werking treedt.
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanmelding: aanmelding als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit kansspelen op afstand;
- aanvullende cursus: cursus als bedoeld in artikel 9, eerste lid;
- afmelding: beëindiging van de aanmelding;
- basiscursus: cursus als bedoeld in artikel 8, eerste lid;
- jongvolwassenen: jongvolwassenen als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het besluit;
- sponsoring: verstrekken van financiële of andere bijdragen als tegenprestatie voor het neutraal vermelden of vertonen van de naam, merk, beeldmerk of enig ander onderscheidend teken van de vergunninghouder;
- stortingslimiet: grenzen van het speelgedrag van de speler als bedoeld in artikel 4.14, tweede lid, aanhef en onder b, van het Besluit kansspelen op afstand;
- verslavingspreventiebeleid: verslavingspreventiebeleid als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit;
- verslavingspreventie-opgeleid personeel: personen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit.
Paragraaf 2. Wervings- en reclameactiviteiten
Artikel 2. Rapportageverplichtingen
De houders van een vergunning op grond van de artikelen 3, 9, 14b, 16, 24, 27b, 27h, 30c, eerste lid, onder b, en 31 van de wet, rapporteren jaarlijks aan de raad van bestuur over hun wervings- en reclameactiviteiten overeenkomstig door de raad te stellen regels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de vorm waarin en de wijze waarop wordt gerapporteerd.
Houders van een vergunning op grond van artikel 3 van de wet, met een vergunningsduur van maximaal zes maanden, rapporteren in hun eindverantwoording over de totale kosten van hun wervings- en reclameactiviteiten.
In de rapportage, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verslag gedaan van in ieder geval de volgende onderwerpen:
- a. De in het verslagjaar gebruikte methoden van werving en reclame;
- b. Het gemiddeld aantal gepersonaliseerde benaderingen van geabonneerde of bij de vergunninghouder geregistreerde spelers, uitgesplitst per methode;
- c. De standaard overeenkomst tot wederverkopers ten aanzien van de overeengekomen wervings- en reclameactiviteiten;
- d. Het aantal ontvangen meldingen en klachten over wervings- en reclameactiviteiten van de vergunninghouder;
- e. Het aantal nieuwe inschrijvingen in het recht van verzet-bestand;
- f. Het aantal meldingen aangeleverd aan het Bel-me-niet-register als bedoeld in artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet;
- g. Het aantal bonussen dat de vergunninghouder heeft uitgekeerd en de totale waarde van deze bonussen uitgedrukt in euro’s.
De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal, of tot het organiseren van kansspelen op afstand doet in de rapportage voorts verslag van de wijze waarop hij diens wervings- en reclameactiviteiten heeft afgestemd op de uitkomsten van de risicoanalyse, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit.
De raad van bestuur kan in afwijking van het eerste lid bepalen dat een vergunninghouder of de vergunninghouders vaker dan eenmaal per jaar rapporteren. De raad van bestuur geeft in dat geval aan over welke onderwerpen, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, moet worden gerapporteerd.
Artikel 3. Informatieverplichtingen
Bij elke afzonderlijke wervings- en reclameactiviteit wordt op voor de consument voldoende zichtbare wijze gewezen op de minimumleeftijd voor deelname aan een kansspel.
Bij elke afzonderlijke wervings- en reclameactiviteit wordt op voor de consument voldoende zichtbare wijze gewezen op de internetpagina van de vergunninghouder alwaar informatie verkregen kan worden over de in artikel 5, eerste en tweede lid, van het besluit, beschreven onderwerpen.
Paragraaf 3. Preventiebeleid
Artikel 4. Verbod op reclame door beroepssporters en andere rolmodellen
De houder van een vergunning op grond van artikel 3, 8 of 27a van de wet maakt voor wervings- en reclamedoeleinden geen gebruik van individuele beroepssporters, een team bestaande uit beroepssporters en andere rolmodellen, voor zover die rolmodellen:
- a. jonger dan 25 jaar zijn; of
- b. substantieel bereik hebben onder minderjarigen of jongvolwassenen.
De houder van een vergunning op grond van de artikelen 14a, 15, 23, 27g, 30c, eerste lid, aanhef en onder a, en 31 van de wet maakt voor wervings- en reclamedoeleinden geen gebruik van individuele beroepssporters, een team bestaande uit beroepssporters en andere rolmodellen.
Onder rolmodellen worden in ieder geval personen verstaan die publieke bekendheid genieten en personen met wie andere personen zich willen identificeren of associëren, waaronder:
- a. personen die hun bekendheid ontlenen aan activiteiten in het heden of het verleden als:
- 1°. beroepssporter, sporttrainer of een andere persoon met een publiek zichtbare rol binnen de beroepssport;
- 2°. acteur, regisseur, presentator, zanger of een andere persoon met een publiek zichtbare rol binnen de televisie-, film-, theater-, muziek- of andere entertainmentindustrie;
- 3°. model, modeontwerper of een andere persoon met een publiek zichtbare rol binnen de schoonheid- of mode-industrie;
- 4°. auteur, journalist, columnist, influencer, vlogger, blogger of een andere persoon met een publiek zichtbare rol vanwege het gebruik van gedrukte, audiovisuele, auditieve, online of andere media;
- 5°. vertegenwoordiger van een politieke partij of een andere persoon met een publiek zichtbare rol binnen de landelijke, regionale of lokale politiek;
- 6°. frequente deelnemer aan kansspelen of een andere persoon met een publiek zichtbare rol op het gebied van kansspelen;
- b. personen die zichtbaar een ambt of beroep vervullen of uitbeelden waarvan een maatschappelijke voorbeeldfunctie uitgaat.
Ter beoordeling van het substantieel bereik als bedoeld in het eerste lid onderzoekt de vergunninghouder voorafgaand aan de samenwerking met een rolmodel onder welke leeftijdsgroepen dat rolmodel bereik heeft en hoe groot dat bereik is, en hij legt de uitkomsten van dat onderzoek en de gegevens waarop die uitkomsten zijn gebaseerd schriftelijk vast. Hij betrekt bij het onderzoek in ieder geval gegevens over:
- a. de leeftijd van het publiek dat het rolmodel aantrekt; en
- b. de doelgroepen van de producten of diensten waarvoor het rolmodel eerder heeft gewerkt of reclame voor heeft gemaakt.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de sponsoring van individuele beroepssporters en teams bestaande uit beroepssporters.
Het tweede lid is niet van toepassing op wervings- en reclameactiviteiten die slechts dienen ter aankondiging van niet-kansspelgerelateerde activiteiten van rolmodellen in vestigingen van speelcasino’s en speelautomatenhallen, voor zover deze mededelingen:
- a. geen betrekking hebben op activiteiten van rolmodellen als bedoeld in het derde lid, onder a, subonderdeel 6°; en
- b. vermelden op welke datum en in welke vestiging de activiteiten plaatsvinden.
De raad van bestuur kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de toepassing van het derde lid.
Artikel 5. Verbod op reclame, bonussen en andere zaken bij informatie inzake verslavingspreventie en spelersprofiel
De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal of tot het organiseren van kansspelen op afstand draagt er zorg voor dat de informatie en voorzieningen, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, van het besluit, geen reclame bevatten.
Het is de houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand niet toegestaan om:
- a. de informatie over het spelersprofiel, bedoeld in artikel 3.23 van de Regeling kansspelen op afstand; en
- b. het gedeelte van de spelersinterface waar het spelersprofiel kan worden ingevuld of gewijzigd;
te voorzien van enige vorm van werving of reclame, waaronder het aanbieden van bonussen, noch op enige andere wijze visueel of auditief vorm te geven dan strikt noodzakelijk is voor het verstrekken van informatie over het spelersprofiel onderscheidenlijk het bieden van de gelegenheid om het spelersprofiel in te vullen of te wijzigen.
Artikel 6. Verbod op bonussen na interventies
De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal of tot het organiseren van kansspelen op afstand biedt de speler geen bonus aan vanaf het moment dat:
- a. hij jegens die speler een interventiemaatregel heeft getroffen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a of b, of tweede lid, onder a, tot 30 dagen zijn verstreken na dat moment;
- b. hij jegens die speler een interventiemaatregel heeft getroffen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder c, of tweede lid, onder b, tot 60 dagen zijn verstreken na dat moment;
- c. hij jegens die speler een interventiemaatregel heeft getroffen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder d, of tweede lid, onder c, tot 60 dagen zijn verstreken na de afloop van de daaruit voortvloeiende toegangsbeperking;
- d. hij jegens die speler een interventiemaatregel heeft getroffen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder e, tot 90 dagen zijn verstreken na dat moment;
- e. hij jegens die speler een interventiemaatregel heeft getroffen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder f, tot 90 dagen zijn verstreken na de afloop van de daaruit voortvloeiende uitsluiting;
- f. hij die speler tot tijdelijke uitsluiting heeft geadviseerd als bedoeld in artikel 27ja, derde lid, 30v, derde lid, of 31m, derde lid, van de wet, tot twaalf maanden zijn verstreken na dat moment;
- g. hij ten aanzien van die speler een kennisgeving heeft gedaan als bedoeld in artikel 27ja, vierde lid, 30v, vierde lid, of 31m, vierde lid, van de wet:
- 1°. tot twaalf maanden zijn verstreken na de inschrijving van die speler in het register; of
- 2°. tot het moment dat de raad van bestuur hem informeert dat die speler niet in het register wordt ingeschreven.
Indien de vergunninghouder jegens de speler een andere interventiemaatregel treft dan bedoeld in het eerste lid, biedt hij die speler geen bonus aan binnen een periode:
- a. die aansluit bij de aard en zwaarte van die interventiemaatregel; en
- b. die overeenkomt met een periode als bedoeld in een van de onderdelen van het eerste lid.
Artikel 7. Kennis en inzicht
De vergunninghouder draagt er zorg voor dat personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit en verslavingspreventie-opgeleid personeel te allen tijde beschikken over kennis en inzicht met betrekking tot de binnen zijn onderneming beschikbare maatregelen en voorzieningen ter voorkoming van kansspelverslaving en de uitvoering daarvan.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 8. Basiscursus verslavingspreventie
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.