Wet van 3 juli 2013 houdende nieuwe regels voor een basisregistratie personen (Wet basisregistratie personen)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ter bevordering van de doelmatige voorziening van persoonsgegevens, in het bijzonder bij de vervulling van overheidstaken, de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens te moderniseren, de regelgeving te vereenvoudigen en de mogelijkheid te verruimen om gegevens op te nemen over niet-ingezetenen ten aanzien van wie de Nederlandse overheid taken vervult en derhalve nieuwe regels te stellen ter zake van de basisregistratie personen, daarbij in aanmerking nemend dat uitvoering wordt gegeven aan richtlijn nr. 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PbEG L 281) en dat ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer uitvoering dient te worden gegeven aan artikel 10, tweede en derde lid, van de Grondwet;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
§ 1. Algemeen
Artikel 1.1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- b. de basisregistratie: de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2;
- c. de persoonslijst: het geheel van gegevens, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, 2.69, eerste lid, en 2.84, eerste lid, over één persoon in de basisregistratie;
- d. de inschrijving: de opneming van een persoonslijst in de basisregistratie;
- e. de ingeschrevene: degene ten aanzien van wie een persoonslijst in de basisregistratie is opgenomen;
- f. de ingezetene: de ingeschrevene die zijn adres heeft in een gemeente in Nederland en op wiens persoonslijst niet het gegeven van zijn overlijden of van vertrek uit Nederland als actueel gegeven is opgenomen;
- g. de systematische verstrekking van gegevens of het systematisch verstrekken van gegevens: de verstrekking of het verstrekken van gegevens uit de basisregistratie, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid;
- h. de bijhoudingsgemeente: de gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 1.4 verantwoordelijk is voor de bijhouding van de persoonslijst;
- i. een vreemdeling: degene die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld;
- j. de aangifte van verblijf en adres: de aangifte, bedoeld in artikel 2.38;
- k. een beëdigde vertaler: een vertaler als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet beëdigde tolken en vertalers;
- l. de aangifte van adreswijziging: de aangifte, bedoeld in artikel 2.39;
- m. de aangifte van vertrek: de aangifte, bedoeld in artikel 2.43;
- n. een authentiek gegeven: een in de basisregistratie opgenomen gegeven dat op grond van artikel 1.6 als authentiek wordt aangemerkt;
- o. het woonadres:
- 1°. het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;
- 2°. het adres waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder 1, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten;
- p. het briefadres: het adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen;
- q. het adres: het woonadres, dan wel bij het ontbreken hiervan of bij toepassing van artikel 2.40 of 2.41, het briefadres;
- r. de briefadresgever: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42, die een briefadres ter beschikking stelt;
- s. het burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
- t. een overheidsorgaan:
- 1°. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
- 2°. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed;
- u. een derde: elke natuurlijke persoon, niet zijnde een overheidsorgaan of de ingeschrevene, en elke rechtspersoon die niet krachtens publiekrecht is ingesteld, noch met enig openbaar gezag is bekleed;
- v. de openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- w. een inschrijfvoorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 2.64;
- x. het Besluit bevolkingsboekhouding: het Besluit bevolkingsboekhouding zoals dat gold op de laatste dag voor de intrekking van de Wet bevolkings- en verblijfsregisters;
- y. de verordening: Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);
- z. het tijdelijk verblijfsadres: het adres in Nederland, niet zijnde het woonadres of het briefadres, waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een maand meestentijds en gedurende een half jaar minder dan twee derde van de tijd zal overnachten;
- aa. contactgegevens: telefoonnummer en e-mailadres van de niet-ingezetene;
- ab. de ingezetene van een openbaar lichaam: de ingeschrevene die zijn adres heeft in een van de openbare lichamen, en op wiens persoonslijst niet het gegeven van zijn overlijden of van zijn vertrek uit een van de openbare lichamen als actueel gegeven is opgenomen;
- ac. Nederland: het Europese deel van Nederland.
Artikel 1.2
Er is een basisregistratie personen. De basisregistratie bevat persoonsgegevens over de ingezetenen van Nederland. De basisregistratie bevat persoonsgegevens over niet-ingezetenen en de ingezetenen van een openbaar lichaam voor zover deze wet daarin voorziet.
Artikel 1.3
De basisregistratie heeft tot doel overheidsorganen te voorzien van de in de registratie opgenomen gegevens, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun taak.
De basisregistratie heeft mede tot doel derden te voorzien van de in de registratie opgenomen gegevens, in bij of krachtens deze wet aangewezen gevallen.
Artikel 1.4
Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor het bijhouden van persoonsgegevens in de basisregistratie overeenkomstig afdeling 1 van hoofdstuk 2.
Onze Minister is verantwoordelijk voor het bijhouden van persoonsgegevens in de basisregistratie overeenkomstig afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk 2.
Artikel 1.5
Onze Minister is verantwoordelijk voor de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie die hij doet bij of krachtens hoofdstuk 3.
Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie die hij doet bij of krachtens hoofdstuk 3.
§ 2. Verplicht gebruik
Artikel 1.6
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke van de algemene gegevens, bedoeld in de artikelen 2.7 en 2.69, worden aangemerkt als authentieke gegevens.
Artikel 1.7
Het bestuursorgaan dat bij de vervulling van zijn taak informatie over een ingeschrevene nodig heeft die in de vorm van een authentiek gegeven beschikbaar is in de basisregistratie, gebruikt voor die informatie dat gegeven.
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
- a. bij het gegeven een aantekening als bedoeld in artikel 2.26 of 2.76 is geplaatst;
- b. het bestuursorgaan ten aanzien van het gegeven een mededeling als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid, of 2.37b, eerste lid doet;
- c. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald;
- d. een goede vervulling van de taak van het bestuursorgaan door de onverkorte toepassing van het eerste lid wordt belet.
Artikel 1.8
Een ingeschrevene aan wie door een bestuursorgaan een gegeven wordt gevraagd, waarop artikel 1.7, eerste lid, van toepassing is, behoeft dat gegeven niet mede te delen, behoudens voor zover het gegeven naar het oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijk is voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van betrokkene.
§ 3. Inrichting, werking en beveiliging
Artikel 1.9
De basisregistratie bestaat uit gemeentelijke en centrale voorzieningen.
Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor de gemeentelijke voorziening.
Onze Minister is verantwoordelijk voor de centrale voorzieningen.
Onze Minister draagt zorg voor een stelsel van berichtuitwisseling ten behoeve van de bijhouding en de raadpleging van de basisregistratie en de systematische verstrekking van gegevens.
Artikel 1.10
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:
- a. de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging van de basisregistratie;
- b. de uitwisseling van berichten tussen de centrale voorzieningen en de gemeentelijke voorzieningen en tussen de centrale voorzieningen en de overheidsorganen waaraan en derden aan wie systematisch gegevens worden verstrekt;
- c. De uitwisseling van berichten tussen de centrale voorzieningen en de verstrekkingenvoorziening, bedoeld in artikel 3a van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.
Artikel 1.11
Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg dat de gemeentelijke voorziening functioneert overeenkomstig de regels, bedoeld in artikel 1.10.
Onze Minister draagt zorg dat de centrale voorzieningen functioneren overeenkomstig de regels, bedoeld in artikel 1.10.
Het overheidsorgaan waaraan of de derde aan wie systematisch gegevens worden verstrekt draagt zorg dat de uitwisseling van berichten in verband met de systematische verstrekking van gegevens van zijn kant geschiedt overeenkomstig de regels, bedoeld in artikel 1.10.
Artikel 1.12
Onze Minister kan een onderzoek verrichten om vast te stellen of een overheidsorgaan waaraan systematisch gegevens worden verstrekt, voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 1.10.
Het eerste lid is niet van toepassing op organen van gemeenten, provincies of gemeenschappelijke regelingen waaraan zij deelnemen.
Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald op welke wijze het overheidsorgaan medewerking verleent aan het onderzoek.
Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een derde aan wie systematisch gegevens worden verstrekt.
Artikel 1.13
Artikel 37 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming is van overeenkomstige toepassing.
§ 4. Kosten in verband met de uitvoering van deze wet
Artikel 1.14
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.