Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 augustus 2013, 2013-0000110985, tot cofinanciering van sectorplannen (Regeling cofinanciering sectorplannen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2018-11-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, 3 en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Financiering sectorplannen
1.

De sectorplannen worden gefinancierd uit de eigen middelen van de in het sectorplan betrokken werknemersorganisaties en werkgeversorganisaties en de arbeidsorganisaties en werknemers waarop het sectorplan betrekking heeft.

2.

Onder eigen middelen van arbeidsorganisaties wordt niet verstaan middelen die voor dezelfde activiteiten als subsidie of uit private fondsen zijn verstrekt, met uitzondering van de middelen die uit een O&O-fonds zijn verstrekt.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op in Nederland gevestigde rechtspersonen die een of meer subsidies ontvangen als bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, die tezamen meer bedragen dan 50% van de jaarlijkse inkomsten van de rechtspersoon, met uitzondering van naamloze en besloten vennootschappen die een op winst gerichte onderneming drijven.

4.

De minister stelt middelen beschikbaar voor de cofinanciering van maatregelen in sectorplannen teneinde subsidie te verlenen in de jaren 2013 tot en met 2015.

5.

Maatregelen in sectorplannen komen voor een maximale termijn van twee aaneengesloten jaren voor cofinanciering in aanmerking. De aanvang van deze termijn kan niet eerder liggen dan na publicatie van deze regeling in de Staatscourant.

Artikel 1.3. Toepasselijkheid Algemene regeling SZW-subsidies

Op deze regeling is de Algemene regeling SZW-subsidies van toepassing voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken.

Artikel 1.4. Subsidieplafond
1.

De minister stelt 440 miljoen EUR beschikbaar voor de cofinanciering van sectorplannen, welk bedrag wordt onderverdeeld in door de minister vast te stellen aanvraagtijdvakken met voor de tijdvakken afzonderlijk vast te stellen subsidieplafonds.

2.

De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen om subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken. Indien deze mogelijkheid wordt geopend, wordt hiervan vooraf door de minister in de Staatscourant mededeling gedaan met vermelding van het subsidieplafond voor dat aanvraagtijdvak.

Artikel 1.5. Verdeling
1.

Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond binnen een aanvraagtijdvak, worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen een volledige subsidieaanvraag in behandeling wordt genomen. Van een volledige subsidieaanvraag is sprake wanneer wordt voldaan aan artikel 2.3.

2.

Wanneer de hoofdaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag tot cofinanciering aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige aanvraag tot cofinanciering.

Artikel 1.6. Mandaat directeur Agentschap SZW

Vervallen

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 2.1. Het samenwerkingsverband
1.

Een sectorplan wordt opgesteld door een samenwerkingsverband dat ten minste bestaat uit een of meer werknemersorganisaties en een of meer werkgeversorganisaties.

2.

Het samenwerkingsverband kan in afwijking van het eerste lid bestaan uit een of meer werknemersorganisaties en meerdere bij een werkgeversorganisatie aangesloten arbeidsorganisaties.

3.

De samenwerking kan worden georganiseerd binnen of tussen een of meer sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s.

4.

De samenwerking wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst waarin een hoofdaanvrager wordt aangewezen.

Artikel 2.2. De hoofdaanvrager
1.

De hoofdaanvrager dient namens een samenwerkingsverband een sectorplan in en vraagt hiervoor subsidie aan.

2.

De hoofdaanvrager toont aan dat de aanvraag wordt ingediend namens een samenwerkingsverband waarvan de betrokken partijen in staat zijn om het sectorplan binnen de gestelde tijd uit te voeren.

3.

De hoofdaanvrager toont aan dat hij gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen.

4.

Als hoofdaanvrager kan optreden:

5.

De hoofdaanvrager toont aan te beschikken over een eigen vermogen van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, exclusief overhead als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid.

6.

Indien de hoofdaanvrager niet beschikt over een eigen vermogen van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag, stelt het samenwerkingsverband zich garant voor een bedrag van ten minste 80% van het aangevraagde subsidiebedrag.

7.

Indien het aanwijzen van een hoofdaanvrager als bedoeld in het vierde lid niet mogelijk is, kan een sectorplan eveneens worden ingediend door een andere organisatie die als hoofdaanvrager optreedt, indien die daarbij aantoont:

Artikel 2.3. De aanvraag
1.

Het aangevraagde subsidiebedrag bedraagt ten minste 250.000 EUR, exclusief overhead als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid.

2.

De subsidieaanvraag wordt gedaan middels een door de minister verstrekt elektronisch formulier.

3.

De minister kan in afwijking van het tweede lid en artikel 1.4, tweede lid, besluiten een of meer samenwerkingsverbanden aan te wijzen die in de gelegenheid worden gesteld voorafgaand aan het eerste aanvraagtijdvak en zonder gebruikmaking van het elektronisch formulier een aanvraag in te dienen. Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

4.

De subsidieaanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de hoofdaanvrager in hetzelfde aanvraagtijdvak reeds een aanvraag heeft ingediend met betrekking tot dezelfde sectoren, branches of arbeidsmarktregio’s.

5.

Bij de aanvraag wordt een sectorplan overlegd dat ten minste bestaat uit:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.