← Geldende tekst · Geschiedenis

Verordening op de Raad voor Toezicht

Geldende tekst a fecha 2014-01-01

Gelet op de artikelen 5, eerste lid en 19, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep;

Stelt de volgende verordening vast:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. De Raad voor Toezicht

Artikel 2
1.

Er is een Raad voor Toezicht, hierna te noemen: de Raad.

2.

De Raad heeft tot taak:

3.

In de uitoefening van zijn taken wordt de Raad bijgestaan door een secretaris welke wordt aangewezen door het bestuur.

4.

De Raad kan in het kader van zijn taken externe deskundigen, waaronder accountants, inschakelen.

Artikel 3
1.

De Raad bestaat uit de volgende leden:

2.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn werkzaam of zijn werkzaam geweest als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast en zijn geen accountant.

3.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter mogen niet in relatie staan tot een accountantspraktijk of een accountantsafdeling, anders dan in een cliëntrelatie.

4.

De leden van de Raad worden door het bestuur benoemd voor een periode van vier jaar. Een lid kan eenmaal worden herbenoemd.

5.

De leden treden af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster. Het rooster wordt zodanig ingericht, dat voor zover mogelijk telkenmale hetzelfde aantal leden aftreedt.

6.

Hij die benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.

7.

Hij die benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, kan eenmaal worden herbenoemd.

Artikel 4
1.

Een lid van de Raad is onpartijdig en onafhankelijk.

2.

Het lidmaatschap van de Raad is onverenigbaar met:

Artikel 5
1.

Het lidmaatschap van de Raad eindigt:

2.

Het lid van de Raad, dat ingevolge sub b of c van het eerste lid aftreedt, kan op verzoek van de voorzitter zijn functie behouden met betrekking tot die zaken aan welke behandeling hij heeft deelgenomen, doch die op het tijdstip van zijn aftreden nog niet zijn afgedaan.

Artikel 6
1.

Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van de Raad en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens geheimhouding geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

2.

De Raad kan een externe deskundige, als bedoeld in artikel 2, vierde lid ontheffen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien dat noodzakelijk is voor het toezicht op de beroepsuitoefening of voor het verkrijgen dan wel behouden van een accreditatie als bedoeld in artikel 26 van de Verordening kwaliteitsbeoordelingen.

Artikel 7
1.

De Raad vergadert zo dikwijls hij zulks nodig oordeelt.

2.

Een lid neemt geen deel aan de beraadslaging en onthoudt zich van medestemmen over aangelegenheden waarbij sprake kan zijn van een bedreiging van zijn objectiviteit.

3.

Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming, is de meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist.

4.

Ieder lid brengt slechts één stem uit.

5.

De Raad neemt geen beslissingen indien niet ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden, die zich niet van stemming moeten onthouden, aan de stemming over het besluit heeft deelgenomen.

Hoofdstuk 3. Toezicht

Artikel 8
1.

De Raad bepaalt met inachtneming van het tweede lid van dit artikel en de grenzen van het mandaat en de volmacht welke aan hem door het bestuur zijn verleend, de invulling van de in artikel 2, tweede lid, bedoelde taak en de daarbij te hanteren werkwijze.

3.

De Raad kan een onderzoek instellen indien sprake is van een redelijk vermoeden van niet-naleving van voor accountants geldende beroepsnormen.

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Artikel 9

Jaarlijks voor 1 april brengt de Raad een geanonimiseerd verslag uit omtrent zijn werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar en maakt dit openbaar.

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Artikel 10

Bij de inwerkingtreding van deze verordening, wordt de Raad gevormd door de leden zoals die door het bestuur per 1 januari 2013, dan wel nadien zijn benoemd tot lid van de gezamenlijke Raad voor Toezicht van NIVRA en NOvAA, met inachtneming van het rooster van aftreden dat bij die benoemingen is vastgesteld.

Artikel 11

Beslissingen genomen door de gezamenlijke Raad voor Toezicht van NIVRA en NOvAA op grond van de Verordening op de Raad voor Toezicht (Stcrt. 2013, 451) of de Verordening op de Raad voor Toezicht (Stcrt. 2013, 730) worden geacht te zijn genomen door de Raad op grond van deze verordening.

Hoofdstuk 6. Slotbepaling

Artikel 12

De Verordening op de Raad voor Toezicht (Stcrt. 2013, 451) wordt ingetrokken.

Artikel 13

De Verordening op de Raad voor Toezicht (Stcrt. 2013, 730) wordt ingetrokken.

Artikel 14
1.

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de Raad voor Toezicht.