Verordening op de praktijkopleidingen

Type Pbo
Publication 2022-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 5, eerste lid, 19, tweede lid, aanhef en onderdeel j, 47, 48 en 49 van de Wet op het accountantsberoep;

Stelt de volgende verordening vast:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. De Raad voor de Praktijkopleidingen

Artikel 2
1.

Er is een Raad voor de Praktijkopleidingen.

2.

De Raad voor de Praktijkopleidingen bestaat uit ten hoogste acht leden, waaronder de voorzitter.

3.

De Raad voor de Praktijkopleidingen heeft tot taak het bij wege van mandaat of uit hoofde van volmacht namens het bestuur uitvoeren van deze verordening.

4.

De Raad voor de Praktijkopleidingen bepaalt, met inachtneming van deze verordening en de grenzen van het mandaat en de volmacht welke aan hem door het bestuur worden verleend, de invulling van de taak, bedoeld in het tweede lid en de daarbij te hanteren werkwijze.

5.

Ter ondersteuning in de uitvoering van zijn taken, kan de Raad voor de Praktijkopleidingen externe deskundigen inschakelen en commissies instellen.

6.

Het bestuur bevordert dat in de Raad voor de Praktijkopleidingen de verschillende professionele omgevingen waarin de praktijkopleiding AA of de praktijkopleiding RA wordt gevolgd, evenwichtig zijn vertegenwoordigd.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4
1.

Het bestuur benoemt de voorzitter en de overige leden van de Raad voor de Praktijkopleidingen voor een periode van vier jaren.

2.

Een lid van de Raad voor de Praktijkopleidingen kan eenmaal worden herbenoemd.

3.

De leden treden af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster.

4.

Degene die is benoemd ter vervulling van een opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats de benoeming is geschied, had moeten aftreden.

5.

Degene die benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, kan eenmaal worden herbenoemd.

Hoofdstuk 2a. De examencommissie

Artikel 5
1.

Een stagebureau is binnen een onderneming, een instelling of de Rijksoverheid en een daarmee gelijk te stellen dienst verantwoordelijk voor de interne organisatie en de uitvoering van de praktijkopleiding van de aan de onderneming, de instelling of de overheid en een daarmee gelijk te stellen dienst verbonden trainees.

2.

Het bestuur wijst binnen de beroepsorganisatie een stagebureau aan.

3.

Een stagebureau heeft een stagebestuur.

Artikel 6
1.

Het bestuur wijst op schriftelijk verzoek een stagebureau aan indien:

2.

Het schriftelijk verzoek omvat een plan van aanpak waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in het eerste lid genoemde criteria.

3.

Het bestuur kan de aanwijzing van een stagebureau intrekken indien door een stagebureau niet langer wordt voldaan aan de eisen, genoemd in het eerste lid.

Artikel 7
1.

Een stagebureau verleent op verzoek van het bestuur medewerking aan een onderzoek en verschaft inlichtingen over de uitvoering van zijn taken, bedoeld in artikel 5.

2.

Een accountant die is benoemd tot lid van een stagebestuur als bedoeld in artikel 5, derde lid, draagt er zorg voor dat het stagebureau waarvan hij (mede) het bestuur vormt, de aanwijzingen opvolgt die het bestuur geeft ten aanzien van de naleving van de eisen als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

Artikel 8
1.

Het bestuur stelt binnen een stagebureau beoordelaars en praktijkbegeleiders aan.

2.

Het bestuur stelt referaatbegeleiders aan.

3.

Het bestuur stelt intervisiecoaches aan.

Hoofdstuk 4. Toelating tot de praktijkopleiding

Paragraaf 4.1. Toelating tot de praktijkopleiding AA

Artikel 9

Het bestuur laat tot de praktijkopleiding AA toe, degene die:

Paragraaf 4.2. Toelating tot de praktijkopleiding RA

Artikel 10

Het bestuur laat tot de praktijkopleiding RA toe, degene die:

Hoofdstuk 5. De praktijkopleidingen

Paragraaf 5.1. De praktijkopleiding AA

Artikel 11

Aan de voortzetting van de praktijkopleiding na een onderbreking, kan het bestuur voorwaarden verbinden, waaronder het met goed gevolg afronden van een of meer cursussen of een aanvullende toets.

Artikel 12
1.

De trainee stelt gedurende de praktijkopleiding een portfolio samen.

2.

Het portfolio bevat in ieder geval periodieke rapportages over de werkzaamheden die gedurende de praktijkopleiding zijn verricht.

3.

Anders dan gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening en de daarop berustende bepalingen, bevatten documenten in het portfolio geen gegevens betreffende geïdentificeerde natuurlijke personen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden.

4.

Een trainee is verplicht tot geheimhouding van informatie die hem bekend wordt vanwege deelname aan plenaire bijeenkomsten, waarvan hij weet of behoort te weten dat deze vertrouwelijk is.

Paragraaf 5.2. De praktijkopleiding RA

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Hoofdstuk 6. Het examen ter afsluiting van de praktijkopleiding

Paragraaf 6.1. Het examen ter afsluiting van de praktijkopleiding AA

Artikel 15

Het examen ter afsluiting van de praktijkopleiding toetst de vaardigheid in de praktijk met betrekking tot de vakgebieden, bedoeld in artikel 46 van de wet.

Artikel 16

Het bestuur wijst examinatoren aan die het examen, bedoeld in artikel 15 afnemen.

Paragraaf 6.2. Het examen ter afsluiting van de praktijkopleiding RA

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk 8. Vrijstellingen

Paragraaf 7.1. Toelating tot het examen ter afsluiting van de praktijkopleiding AA

Artikel 19

De trainee wordt tot het mondeling examen toegelaten indien:

Artikel 20

Onder nader te stellen voorwaarden kan het bestuur personen die niet voldoen aan de eis, bedoeld in artikel 19, onderdeel a, toelaten tot het examen, mits deze personen beroepswerkzaamheden hebben verricht waardoor zij voldoende ervaring hebben op het gebied van de vakgebieden, bedoeld in artikel 46 van de wet.

Paragraaf 7.2. Toelating tot het examen ter afsluiting van de praktijkopleiding RA

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

Vervallen

Hoofdstuk 8. Vrijstellingen

Artikel 23
1.

Het bestuur kan op een daartoe strekkend verzoek een vrijstelling verlenen van de toetsing van het vermogen om de theoretische kennis in de praktijk toe te passen indien daarvoor relevante praktische werkervaring is opgedaan in het kader van een praktijkopleiding die is afgerond met een door de staat erkend examen of diploma.

2.

Het bestuur kan aan de toekenning van een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid voorwaarden verbinden welke voor trainees die de praktijkopleiding volgen die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister met aantekening en trainees die de praktijkopleiding volgen die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister zonder aantekening, verschillend kunnen worden vastgesteld.

3.

Aan de toekenning van een vrijstelling aan een trainee die de praktijkopleiding volgt die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister met aantekening, stelt het bestuur in elk geval als voorwaarde dat de praktische werkervaring is opgedaan met betrekking tot de vakgebieden genoemd in artikel 8 lid 1 en 2 van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006.

4.

Het bestuur kan een nader onderzoek instellen ter beoordeling van het verzoek, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 9. Examengelden

Artikel 24

Degene die aan een praktijkopleiding, het mondeling examen of onderdelen daarvan wenst deel te nemen, wordt daartoe niet toegelaten dan na betaling van bij verordening vast te stellen bedragen.

Hoofdstuk 10. Overige bepalingen

Artikel 25

Het bestuur kan nadere voorschriften vaststellen over de in deze verordening geregelde onderwerpen.

Artikel 26

Een trainee kan om een herbeoordeling vragen van:

Artikel 27
1.

Een trainee kan bij het bestuur schriftelijk een met redenen omkleed verzoek doen tot toewijzing van een andere praktijkbegeleider dan wel een andere beoordelaar.

2.

Het bestuur beslist op dit verzoek binnen twee weken na ontvangst van dit verzoek.

Artikel 28

De Verordening op de praktijkstage (Stcrt. 2006, 252, nadien gewijzigd) wordt ingetrokken.

Artikel 29

De Verordening op de praktijkstage (Stcrt. 2007,12) wordt ingetrokken.

Artikel 30
1.

Op praktijkopleidingen welke zijn aangevangen voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de Verordening op de praktijkstage (Stcrt. 2006, 252) en de daarop berustende bepalingen van toepassing, met uitzondering van de bepalingen houdende regels over de hoogte van de examengelden.

2.

Op praktijkopleidingen welke zijn aangevangen voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de Verordening op de praktijkstage (Stcrt. 2007, 12) en de daarop berustende bepalingen van toepassing, met uitzondering van de bepalingen houdende regels over de hoogte van de examengelden.

Artikel 31

Vervallen

Artikel 32
1.

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de praktijkopleidingen.

Artikel 10a

Aan de toelating tot de praktijkopleiding van degene die beschikt over een getuigschrift, bedoeld in de artikel 9, aanhef en onderdeel a, of artikel 10, aanhef en onderdeel a, dat bij het verzoek tot toelating ouder is dan zes jaar, kan het bestuur nadere voorwaarden verbinden, waaronder:

Hoofdstuk 5. De praktijkopleidingen

Paragraaf 5.1. De praktijkopleiding AA

Paragraaf 5.2. De praktijkopleiding RA

Hoofdstuk 6. Het examen voor de praktijkopleiding

Paragraaf 6.1. Het examen ter afsluiting van de praktijkopleiding AA

Paragraaf 6.2. Het examen ter afsluiting van de praktijkopleiding RA

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.