Verordening op de ledengroepen

Type Pbo
Publication 2022-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 5, eerste lid, 16, eerste lid, 17, derde lid en 19, tweede lid, aanhef en onderdeel e, van de Wet op het accountantsberoep;

Stelt de volgende verordening vast:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Er is een ledengroep van openbaar accountants waarin de accountants zijn verenigd welke zijn ingedeeld in de contributiegroep voor openbaar accountants.

2.

Er is een ledengroep van intern en overheidsaccountants waarin de accountants zijn verenigd welke zijn ingedeeld in de contributiegroep voor intern en overheidsaccountants.

3.

Er is een ledengroep van accountants in business waarin de accountants zijn verenigd welke zijn ingedeeld in de contributiegroep voor accountants in business.

Artikel 3
1.

Bij de inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens bij iedere tussentijdse wijziging van de aard van de werkzaamheden van een accountant of de functie die een wijziging van de indeling in een ledengroep met zich brengt, wordt door het bestuur vastgesteld tot welke ledengroep een accountant behoort.

2.

Ten aanzien van een accountant die in de loop van een kalenderjaar in het accountantsregister wordt ingeschreven, geschiedt de indeling in een ledengroep voor de eerste maal per de datum van de inschrijving in het accountantsregister.

3.

Indien de aard van de werkzaamheden van een accountant tot een indeling in meerdere ledengroepen aanleiding kan geven, geschiedt de indeling in de ledengroep welke correspondeert met de contributiegroep waarvoor de hoogste contributie geldt.

4.

Een wijziging van een indeling in een ledengroep geschiedt op basis van een schriftelijke opgave door de accountant dan wel elektronisch doorgevoerde mutatie in de ledenadministratie, betreffende de aard van de werkzaamheden of de functie van de accountant.

5.

Een wijziging van de indeling in een ledengroep geschiedt per de eerste dag van de maand waarin de wijziging die aanleiding geeft tot indeling in een andere ledengroep zich heeft voorgedaan, mits deze is doorgegeven binnen drie weken nadat deze heeft plaatsgevonden. Wijzigingen die niet binnen drie weken zijn doorgegeven, geschieden per de eerste dag van de maand volgend op het doorgeven van de wijziging.

Hoofdstuk 2. De werkwijze van een ledengroep

Artikel 4
1.

Een ledengroepbestuur roept een ledengroepvergadering zo dikwijls bijeen als het zulks nodig acht of op verzoek van ten minste 1% van de leden van de ledengroep, of, indien dit lager is, ten minste vijftig leden van een ledengroep.

2.

De bijeenkomst van een ledengroepvergadering is openbaar.

3.

Een ledengroepbestuur kan besluiten een bijeenkomst van een ledengroepvergadering geheel of gedeeltelijk via elektronische communicatiemiddelen te laten plaatsvinden.

Artikel 5
1.

De oproeping tot een bijeenkomst van een ledengroepvergadering geschiedt ten minste veertien dagen tevoren door toezending aan de leden van een ledengroep van een agenda, onder vermelding van plaats, dag en aanvangsuur van de vergadering.

2.

De agenda en bijbehorende stukken worden zoveel mogelijk digitaal beschikbaar gesteld.

3.

In spoedeisende gevallen ter beoordeling van een ledengroepbestuur kan de in het eerste lid genoemde termijn worden bekort, met dien verstande dat de termijn van oproeping ten minste vijf werkdagen is.

Artikel 6
1.

Een ledengroepvergadering neemt beslissingen bij meerderheid van stemmen. Blanco stemmen worden hierbij geacht niet te zijn uitgebracht.

2.

Bij staking van stemmen over personen beslist het lot.

3.

Stemmingen over personen zijn geheim.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8
1.

Ieder lid van een ledengroep kan één stem uitbrengen.

2.

Een lid van een ledengroep kan aan een ander lid van een ledengroep volmacht verlenen tot het uitbrengen van zijn stem in een bijeenkomst van een ledengroepvergadering. Een lid van een ledengroep kan voor ten hoogste drie andere leden van een ledengroep een stem uitbrengen. Leden van een ledengroepbestuur kunnen niet als gevolmachtigde optreden.

Hoofdstuk 3. De werkwijze van een ledengroepbestuur

Artikel 9
1.

Een ledengroepbestuur bestuurt de ledengroep.

2.

Een ledengroepbestuur kan werk- en overleggroepen instellen.

3.

Het bestuur raadpleegt een ledengroepbestuur over de kandidaten die aan het bestuur worden voorgedragen door een commissie die is belast met de voorselectie van kandidaten die door het bestuur aan de ledenvergadering worden aanbevolen. Het bestuur betrekt de reactie van een ledengroepbestuur bij de besluitvorming over de aanbeveling van een kandidaat aan de ledenvergadering.

Artikel 10
1.

Het aantal leden van het ledengroepbestuur wordt door de ledengroepvergadering bepaald, doch bedraagt ten hoogste zeven.

2.

Een ledengroepbestuur bevordert dat het ledengroepbestuur een evenwichtige afspiegeling van de ledengroep vormt.

Artikel 11
1.

Het lidmaatschap van een ledengroepbestuur is onverenigbaar met:

2.

Een lid van het ledengroepbestuur laat niet toe dat de uitoefening van zijn functie als lid van het ledengroepbestuur wordt aangetast door een vooroordeel, belangentegenstelling of ongepaste beïnvloeding door een derde of dat de schijn daarvan wordt gewekt.

Artikel 12
1.

Het ledengroepbestuur neemt beslissingen en besluiten bij meerderheid van stemmen.

2.

De leden van het ledengroepbestuur stemmen zonder last.

3.

Een stemming in een vergadering van het ledengroepbestuur is ongeldig, indien niet ten minste de helft van het aantal zittinghebbende leden eraan heeft deelgenomen.

4.

Ook buiten de vergadering kunnen besluiten worden genomen, mits alle bestuursleden zijn geraadpleegd en zich niet tegen het voorgestelde besluit hebben verklaard. Op deze wijze genomen besluiten worden in de notulen van de eerstvolgende bestuursvergadering opgenomen.

Artikel 13
1.

Kandidaten voor de te vervullen vacatures in het ledengroepbestuur kunnen worden aanbevolen, zowel door het ledengroepbestuur als door ten minste 1% van de leden van de ledengroep, of, indien dit lager is, ten minste vijftig leden van een ledengroep.

2.

Het ledengroepbestuur deelt de namen van de door hem aanbevolen kandidaten aan de ledengroep mede ten minste zes weken voor de datum van de bijeenkomst van de ledengroepvergadering.

3.

De namen van de door leden van een ledengroep aanbevolen kandidaten worden uiterlijk drie weken voor de datum van de bijeenkomst van de ledengroepvergadering bij het ledengroepbestuur ingediend.

Artikel 14
1.

Het ledengroepbestuur vermeldt bij de agenda voor de bijeenkomst van de ledengroepvergadering de namen van de door hem of door leden aanbevolen kandidaten.

2.

Op niet aanbevolen personen kunnen geen geldige stemmen worden uitgebracht.

Artikel 15
1.

Het ledengroepbestuur wordt bij de uitoefening van zijn taken bijgestaan door een secretaris.

2.

De secretaris van het ledengroepbestuur is onder andere belast met het voorbereiden van de vergaderingen van het ledengroepbestuur en het opstellen van de agenda van het ledengroepbestuur.

3.

De secretaris woont in die hoedanigheid de vergadering van het ledengroepbestuur bij en heeft daarin een adviserende stem.

Hoofdstuk 4. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het ledengroepbestuur

Artikel 16
1.

Een ledengroepbestuur heeft een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

2.

De voorzitter van een ledengroepbestuur, dan wel bij zijn afwezigheid de plaatsvervangend voorzitter, bekleedt tijdens de vergaderingen van het ledengroepbestuur en de bijeenkomst van de ledengroepvergadering het voorzitterschap.

Artikel 17
1.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van een ledengroepbestuur, worden jaarlijks door het ledengroepbestuur uit het midden van het ledengroepbestuur benoemd.

2.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het ledengroepbestuur zijn terstond herbenoembaar.

3.

Het ledengroepbestuur van de ledengroep van openbaar accountants benoemt, in het geval de voorzitter van het bestuur een Registeraccountant is, een Accountant-Administratieconsulent tot voorzitter van het ledengroepbestuur en vice versa.

Hoofdstuk 5. De afgevaardigde uit ledengroepbestuur

Artikel 18
1.

Een ledengroepbestuur benoemt uit zijn midden een afgevaardigde.

2.

De afgevaardigde is lid van de ledengroep.

3.

In het geval bij het bestuur, gelet op de antecedenten van de door het ledengroepbestuur benoemde afgevaardigde, gegronde vrees bestaat dat de afgevaardigde zal handelen of nalaten in strijd met wettelijke voorschriften, de accountant betreffende, of dat zijn benoeming op andere wijze de eer van de stand van accountants zal schaden, spreekt het bestuur zich uit tegen de benoeming van de afgevaardigde.

4.

In het geval het bestuur zich uitspreekt tegen de benoeming van een afgevaardigde, wordt de benoeming geacht niet te hebben plaatsgevonden.

Hoofdstuk 6. De financiën van de ledengroep

Artikel 19
1.

Een ledengroepbestuur dient uiterlijk op 2 januari van een jaar bij het bestuur een plan van voorgenomen activiteiten in, tezamen met een raming van de daarmee gemoeide uitgaven, met betrekking tot jaar volgend op het jaar waarin voorgenoemde dag valt.

2.

Een ledengroepbestuur dient uiterlijk op 2 januari van een jaar bij het bestuur een herzien plan van voorgenomen activiteiten in, tezamen met een herziene raming van de daarmee gemoeide uitgaven, met betrekking tot het jaar waarin voorgenoemde dag valt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.