Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie d.d. 29 augustus 2013, nr. 413923, DGPolitie/Programma Arbeidsvoorwaarden, tot vaststelling van een percentage inhaaltoeslag bezwarende functie (Regeling vaststelling inhaaltoelage bezwarende functie politie)
Gelet op artikel 12d, vierde en vijfde lid, van het Besluit bezoldiging politie;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. ABP: Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
- b. Afup-algemeen: algemeen deel van het Afup-pensioen, bedoeld in artikel A-3, tweede lid, van het Afup-opbouwreglement;
- c. Afup-garantieregeling: regeling bedoeld in artikel 2 van de Afup-garantieregeling;
- d. Afup-opbouwreglement: reglement bedoeld in artikel 2.4b, tweede lid, van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
- e. Afup-specifiek: specifiek deel van het Afup-pensioen, bedoeld in artikel A3, vierde lid, van het Afup-opbouwreglement;
- f. ALB: Algemene levensloopbijdrage: algemene levensloopbijdrage bedoeld in artikel 12b, eerste lid, van het Bbp;
- g. AT-functie: administratief en technische functie bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
- h. Ambtenaar: ambtenaar bedoeld in artikel 12d, eerste lid, respectievelijk vijfde lid, van het Bbp aan wie garantiejaren per 1 januari 2001 zijn toegekend op grond van de Afup-garantieregeling;
- i. Bbp: Besluit bezoldiging politie;
- j. Bevoegd gezag: bevoegd gezag bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Bbp;
- k. Dtf: de op 1 januari 2006 geldende deeltijdfactor, bedoeld in artikel 1.2 van het Pensioenreglement;
- l. FP Flexibel pensioen: het kapitaalgedekte deel van de FPU en de opgebouwde aanspraken in de Afup-regeling, zowel Afup-algemeen als Afup-specifiek;
- m. FPU: het flexibel pensioen en uittreden bedoeld in het FPU-reglement Vut-fonds;
- n. Garantiejaren algemeen: de Afup-garanties bedoeld in artikel 7 van de Afup-garantieregeling;
- o. Garantiejaren specifiek: de Afup-garanties bedoeld in artikel 8 van de Afup-garantieregeling;
- p. Index 05: Indexatie per 01-01-2005;
- q. Index 06: Indexatie per 01-01-2006;
- r. iTBF: Inhaaltoelage bezwarende functie: de inhaaltoelage bezwarende functie, bedoeld in artikel 12d, eerste lid, van het Bbp;
- s. Inkoop OP/NP: de inkoop van aanspraken op ouderdomspensioen en flexibel pensioen uittreden, bedoeld in Overgangsbepaling D bij artikel 7.5 van het Pensioenreglement;
- t. OP/NP: het Ouderdoms- en nabestaandenpensioen, bedoeld in de hoofdstukken 7 en 9 van het pensioenreglement;
- u. Opbouw Afup; Het algemeen deel en het specifiek deel van het Afup-pensioen, bedoeld in artikel A-3 van het Afup-opbouwreglement;
- v. PG: pensioengevend inkomen;
- w. Pensioengeldige tijd: de pensioengeldige tijd, bedoeld in artikel D.1 van het Afup-opbouwreglement, zoals dat luidde op 31 december 2005;
- x. Pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP zoals dat luidde op 31 december 2005;
- y. PP: het partnerpensioen bedoeld in hoofdstuk 9 van het pensioenreglement;
- z. PPP: het PartnerPlusPensioen Politie, bedoeld in artikel 1 van Bijlage C bij het pensioenreglement;
- aa. TBF: Toelage bezwarende functie: de toelage bezwarende functie, bedoeld in artikel 12c, eerste lid, van het Bbp;
Artikel 2
De iTBF bedraagt een percentage van de berekeningsgrondslag genoemd in artikel 12a van het Bbp, en indien voldaan wordt aan de in artikel 12d, vijfde lid, van het Bbp gestelde voorwaarde, een aanvullend percentage.
De percentages worden berekend volgens de in de bijlage bij deze regeling neergelegde stappenplan en rekenformule.
Artikel 3
Het percentage en aanvullende percentage iTBF worden ten behoeve van de ambtenaar door het ABP berekend en na advies van het ABP hierover, door het bevoegd gezag vastgesteld.
Artikel 4
Voor de berekening van het percentage en aanvullende percentage voor de iTBF wordt 4 procent als rendement gehanteerd.
Artikel 5
Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar schriftelijk in kennis van de toekenning van de iTBF of omdat hij niet voldoet aan de in artikel 12d, vijfde lid, van het Bbp, gestelde voorwaarden van de afwijzing.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling inhaaltoelage bezwarende functie politie.
Bijlage. behorende bij artikel 2, tweede lid
Stappenplan en rekenformule
Lijst van gehanteerde begrippen, afkortingen en rekenfactoren
I. Afkortingen en begrippen
ALB Algemene LevensloopBijdrage, in 2006 gelijk aan in totaal 0,7%, bestaande uit een bijdrage van werkgever (0,45%) en werknemer (0,25%).1sinds 1-1-2007 bedraagt de ALB 0,75%; deze verhoging is niet in de rekenmethodiek meegenomen.
AT-functie Administratief/technische functie.
Dtf Deeltijdfactor
iTBF InhaalToelage Bezwarende Functie: individueel bepaalde levenslooptoelage om, gegeven de uitgangspunten, het individuele streefniveau te bereiken
Opbouw Afup Het algemeen deel en het specifiek deel van het Afup-pensioen, bedoeld in artikel A-3 van het Afup-opbouwreglement
PG Pensioengevend inkomen
PPP Politie PartnerPlusPensioen Politie (bijlage C, artikel 1 van het pensioenreglement ABP, 2012).
OP Ouderdomspensioen
Opbouw% Opbouwpercentage
PP Partnerpensioen
TBF Toelage Bezwarende Functie, in 2006 gelijk aan 1,6% (bijdrage van werkgever)2sinds 1-1-2007 bedraagt de TBF 1,8%; deze verhoging is niet in de rekenmethodiek meegenomen.
FPU Regeling Flexibel Pensioen en Uittreden voor ABP deelnemers.
FP Flexibel pensioen. Hieronder valt het kapitaalgedekte deel van de FPU en de opgebouwde aanspraken in de Afup-regeling, zowel Algemeen als Specifiek.
II. Rekenfactoren
0,168 Uitruilfactor PP naar OP, vastgesteld door sociale partners
0,576 Actuariële factor om een tijdelijke uitkering tot leeftijd 65 die aanvangt op spilleeftijd 62 jaar, om te rekenen naar een tijdelijke uitkering met aanvangsleeftijd 60 jaar (Bijlage E van het pensioenreglement ABP, 2012)
0,735 Actuariële factor om een tijdelijke uitkering tot leeftijd 65 die aanvangt op spilleeftijd 62 jaar, om te rekenen naar een tijdelijke uitkering met aanvangsleeftijd 61 jaar (Bijlage E van het pensioenreglement ABP, 2012)
2,435 Actuariële factor welke in 2006 werd gehanteerd om een levenslange uitkering ingaande op leeftijd 65 jaar om te rekenen naar een tijdelijke uitkering ingaande op leeftijd 60 jaar en eindigend op leeftijd 65 jaar.
Index 05 Indexatie per 01-01-2005: 0,12%
Index 06 Indexatie per 01-01-2006: 0,17%
Stap 1. Aanspraak op iTBF
Stel vast dat de politieambtenaar aanspraak heeft op iTBF
Toelichting
Voor de iTBF komt alleen in aanmerking de politieambtenaar die:
Stap 2. Bepaling pensioendeel
Algemene procesbeschrijving
Indien de aanspraak op iTBF is vastgesteld wordt eerst in stap A1 berekend welke opbouw ouderdomspensioen vanaf 1-1-2006 zou hebben plaatsgevonden indien de pensioenregeling ongewijzigd was voortgezet. Vervolgens wordt in stap A2 ook de opbouw berekend conform de nieuwe OP-regeling die vanaf 1-1-2006 geldt. Het verschil in opbouw wordt ingezet als pensioen in de periode tussen 60 en 65 jaar (zowel OP als PP). Dit betreft stap A3. Daar bovenop worden in de stappen A4 tot en met A8 de extra componenten PPP Politie, Inkoop (inkoop van OP/PP aanspraken over de fiscale ruimte in het verleden) en het reeds opgebouwde FP ingezet ter financiering van de uitkering tussen 60 en 65 jaar. Het betreft in alle gevallen aanspraken op peil 2006.
Schematisch weergegeven:
A1. Bereken de opbouw OP vanaf 2006 in de oude regeling
Toelichting
De opbouw vanaf 2006 wordt vastgesteld aan de hand van de opbouwparameters en de toekomstige opbouwtijd (tot leeftijd 60 jaar), waarbij rekening wordt gehouden met de deeltijdfactor 2006 en het pensioengevend inkomen 2006.
Voor de opbouwparameters uit de middelloonregeling 2006 dienen daarbij de volgende percentages te worden gehanteerd:
A2. Bereken de opbouw OP vanaf 2006 in de nieuwe regeling
Toelichting
De opbouw vanaf 2006 wordt vastgesteld aan de hand van de opbouwparameters en de toekomstige opbouwtijd (tot leeftijd 60 jaar), waarbij rekening wordt gehouden met de deeltijdfactor 2006 en het pensioengevend inkomen 2006.
De opbouwparameters uit de nieuwe regeling 2006 zijn 2,05% (opbouwpercentage) en € 9.600 (franchise).
A3. Bereken het verschil in opbouw OP
Toelichting
A4. Bereken het verschil in opbouw PP
Toelichting
In het extra OP is tevens PP meeverzekerd. Dit PP wordt uitgedrukt in OP door het uit te ruilen. Voor elke euro PP ontvangt de deelnemer 0,168 euro OP (6% van het OP).
A5. Bereken het extra OP uit Inkoop
Toelichting
De Inkoop betreft het verschil tussen de fiscaal maximaal toegestane opbouw over alle diensttijd tot 1-1-2006 en de werkelijk opgebouwde OP/PP aanspraak. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in eindloontijd (alle tijd t/m 2003) en middelloontijd (2004, 2005). De parameters voor de fiscaal maximaal toegestane opbouw zijn:
Bereken het extra OP uit de maximale fiscale inkoop
A6. Bereken inzet PPP Politie
Toelichting
PPP Politie vult vanaf 1-1-2006 het PP in de collectieve regeling aan tot 70%. De opbouw van PP bedraagt dan jaarlijks 70% van de jaarlijkse OP opbouw. Vervolgens wordt het PPP Politie uitgedrukt in OP door het uit te ruilen. Voor elke euro PP ontvangt de deelnemer 0,168 euro OP (6% van het OP).
A7. Bereken inzet prepensioenaanspraken
Toelichting
De aanspraken FP zijn opgebouwd in de periode 1-4-1997 t/m 31-12-2005 (opbouw FPU) resp. 1-1-2001 t/m 31-12-2005 (opbouw Afup).
De geregistreerde aanspraken hebben in de pensioenadministratie alle een spilleeftijd van 62 jaar. Ze worden omgerekend naar het niveau dat hoort bij een startleeftijd van 60 jaar (actuariële factor 0,576).
A8. Bereken inzet van het totaal van OP/PP voor financiering vroegpensioen
Toelichting
Het totale OP/PP dat ingezet wordt ter financiering van de uitkering tussen 60 en 65 jaar is de som van alle eerder berekende aanspraken OP
Schematisch weergegeven:
Stap 3. Berekening aandeel van de levensloopregeling en berekening iTBF percentage
Algemene procesbeschrijving
De tweede fase van de berekening betreft het aandeel van de levensloopregeling. Sociale Partners hebben afgesproken dat voor de berekening van de opbrengst van de bijdragen aangenomen wordt dat een rendement van 4% wordt behaald en dat de inleg rendeert tot leeftijd 60 jaar.
De levensloopinleg is samengesteld uit drie componenten:
B1. Bereken het aantal meetellende jaren in levensloop ‘Algemeen’
Toelichting
De Algemene regeling is in totaal afgestemd op maximaal 66,5% middelloon vanaf 61 jaar, bij 35 kalenderjaren. Bij de invoering van de Afup regeling per 1-1-2001 zijn Afup garantiejaren vastgesteld (deze tellen mee voor de spaarperiode van 35 kalenderjaren). Tussen 1-1-2001 en 1-1-2006 zijn ook 5 kalenderjaren verstreken, ervan uitgaande dat de politieambtenaar in dienst was op 1-1-2001 en tot 1-1-2006 in dienst is gebleven.
De resterende spaarperiode bedraagt dan 35 – 5 – garantiejaren Afup Algemeen.
Deze resterende spaarperiode wordt afgezet tegen het aantal jaren dat er in werkelijkheid nog zal verstrijken tussen 1-1-2006 en bereiken van de 60-jarige leeftijd. De bijdrageduur van ALB is het minimum van de resterende spaarperiode en de tijd tot 60 jaar.
Het individuele streefniveau wordt vastgesteld op basis van het totale aantal Jaren Algemeen:
Een eventuele overschrijding van het aantal algemene jaren (bijvoorbeeld doordat iemand in 2001 meer dan 30 garantiejaren Algemeen heeft gekregen), wordt afgevangen door maximering van het streefniveau in stap B3.
B2. Bereken het aantal meetellende jaren in levensloop ‘Specifiek’
Toelichting
Voor de spaarperiode TBF wordt een vergelijkbare berekening gemaakt als voor de spaarperiode ALB in stap B1. De Specifieke regeling is in combinatie met de algemene regeling afgestemd op maximaal 76% middelloon vanaf leeftijd 60 jaar. Voor de specifieke regeling geldt een spaarperiode van 25 kalenderjaren. Tussen 1-1-2001 en 1-1-2006 zijn hiervan reeds 5 kalenderjaren verstreken, ervan uitgaande dat de politieambtenaar in dienst was op 1-1-2001 en tot 1-1-2006 in dienst is gebleven. Tevens zijn er, in 2001, garantiejaren AFUP specifiek toegekend die meetellen in de spaarperiode.
De resterende spaarperiode bedraagt dan 25 – 5 – garantiejaren Afup Specifiek
Deze resterende spaarperiode wordt afgezet tegen het aantal jaren dat er in werkelijkheid nog zal verstrijken tussen 1-1-2006 en bereiken van de 60-jarige leeftijd. De bijdrageduur van TBF is het minimum van de resterende spaarperiode en de tijd tot 60 jaar.
Het individuele streefniveau wordt vastgesteld op basis van het totale aantal Jaren Specifiek:
Een eventuele overschrijding van het aantal specifieke jaren (bijvoorbeeld doordat iemand in 2001 meer dan 20 garantiejaren Specifiek heeft gekregen), wordt afgevangen door maximering van het streefniveau in stap B4.
B3. Bereken het feitelijke streefniveau Algemeen
Toelichting
Het feitelijk te behalen streefniveau is een afspiegeling van de gemiddelde deeltijdfactor over de periode zoals hiervoor onder B1 bepaald.
B4. Bereken het feitelijke streefniveau Specifiek
Toelichting
Het feitelijk te behalen streefniveau is een afspiegeling van de gemiddelde deeltijdfactor over de periode zoals hiervoor onder B2 bepaald.
B5. Bereken de opbrengst ALB
Toelichting
De inleg in ALB vindt gedurende de in stap B1 vastgestelde bijdrageduur plaats5In werkelijkheid vindt de bijdrage plaats tot aan het moment van pensioneren. Sociale Partners hebben in 2006 afgesproken dat ten behoeve van de opbrengt van ALB resp. TBF rekening wordt gehouden met de genoemde bijdrageduur ALB respectievelijk bijdrageduur TBF.. Daarna rendeert het saldo tot leeftijd 60 jaar. De bijdrage vindt plaats op basis van het salaris 2006 en de deeltijdfactor van 2006. Op basis van een inleg van 0,7% per jaar en 4% rendement kan het eindniveau berekend worden. Dit eindniveau wordt uitgedrukt in een percentage van het pensioengevend inkomen.
B6. Bereken de opbrengst TBF
Toelichting
De inleg in TBF vindt gedurende de in stap B2 vastgestelde bijdrageduur plaats2. Daarna rendeert het saldo tot leeftijd 60 jaar. De bijdrage vindt plaats op basis van het salaris 2006 en de deeltijdfactor van 2006. Op basis van een inleg van 1,6% per jaar en 4% rendement kan het eindniveau berekend worden. Dit eindniveau wordt uitgedrukt in een percentage van het pensioengevend inkomen.
B7. Bereken en stel iTBF percentage vast
Toelichting
Deze regeling met de daarbij behorende bijlage zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.