Besluit van 10 september 2013, houdende regels ter uitvoering van de Warmtewet (Warmtebesluit)
Op de voordracht van onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 31 januari 2011, nr. WJZ / 11014240;
Gelet op de artikelen 5, vijfde lid, 6, tweede lid, 10, tweede lid, 12a, derde lid, en 20 van de Warmtewet;
De Afdeling Advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 april 2011, nr. W 15.11.0025/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 5 september 2013, nr. WJZ / 13132674;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- –. aanvrager: degene die een vergunning voor de levering van warmte aanvraagt;
- –. vergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet;
- –. warmte koude systemen: systemen als bedoeld in artikel 1a, tweede lid;
- –. wet: de Warmtewet.
De in dit besluit en de daarop berustende bepalingen bedoelde tarieven en bedragen zijn inclusief BTW.
§ 2. Tariefregulering
Artikel 2
De maximumprijs voor de levering van warmte bestaat uit een gebruiksafhankelijk en gebruiksonafhankelijk deel en wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
Pmaxw = VKw + Pw * Ww
waarbij:
Pmaxw = de maximumprijs voor de levering van warmte in het jaar t;
VKw = de vaste kosten in het jaar t, uitgedrukt in euro;
Pw = de variabele kosten in het jaar t, uitgedrukt in euro per gigajoule;
Ww = het jaarverbruik van de warmteverbruiker, uitgedrukt in gigajoule.
Artikel 3
Voor warmte met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel a, wordt het gebruiksonafhankelijk deel van de maximumprijs vastgesteld met inachtneming van de formule:
VKw = VKg + ΔGK
en
ΔGK = GKg – GKw
waarbij:
VKw = de vaste kosten in het jaar t;
VKg = de gemiddelde jaarlijkse vaste kosten van het transport, de levering en de aansluiting van gas, bestaande uit:
- a. het gewogen gemiddelde van de vaste tarieven voor gaslevering van de overeenkomsten tussen leverancier en verbruiker voor het standaardproduct voor een jaar met vaste prijs op basis van het G1 tarief van de tien grootste Nederlandse gasleveranciers, voor het jaar t;
- b. het gewogen gemiddelde van de transportonafhankelijke verbruikerstarieven voor afnemers met G6 aansluitingen van de netbeheerders van de gastransportnetten niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t;
- c. het gewogen gemiddelde van de transportafhankelijke verbruikerstarieven voor de G6 aansluitingen van de netbeheerders van gastransportnetten niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t, en
- d. het gewogen gemiddelde van de periodieke aansluittarieven voor de G6 aansluitingen van de netbeheerders van gastransportnetten, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t;
ΔGK = het verschil in gebruikskosten, bestaande uit het verschil tussen de gebruikskosten bij het gebruik van gas als energiebron en de gebruikskosten bij het gebruik van warmte als energiebron;
GKg = de gebruikskosten bij gas, bestaande uit:
- a. de gemiddelde jaarlijkse kapitaal- en operationele kosten van een cv-ketel, waarbij voor de operationele kosten wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten van de aangeboden onderhoudscontracten voor een cv-ketel, en
- b. de meetkosten op basis van het gewogen gemiddelde van de meettarieven voor G6 aansluitingen van de gasmeter van de netbeheerders van de gastransportnetten, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t;
GKw = de gebruikskosten bij warmte, bestaande uit:
- a. de gemiddelde jaarlijkse kapitaal- en operationele kosten van een afleverset, en
- b. de meetkosten op basis van het gewogen gemiddelde van de meettarieven voor G6 aansluitingen van de gasmeter van de netbeheerders van de gastransportnetten, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, voor het jaar t;
Voor warmte met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel b en d, bedraagt het gebruiksonafhankelijk deel maximaal de helft van het gebruiksonafhankelijk deel dat is vastgesteld met behulp van de formule, bedoeld in het eerste lid.
Voor warmte met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel c, wordt het gebruiksonafhankelijk deel:
- a. voor aansluitingen voor levering van warmte met een vermogen tot en met 3 kilowatt vastgesteld met inachtneming van de formule: VKw = BTw
- b. voor aansluitingen voor levering van warmte met een vermogen vanaf 3 kilowatt vastgesteld met inachtneming van de formule: VKw = BTw + Ow>3kW* (AVw – 3 kW) waarbij: VKw = de vaste kosten voor levering van warmte in het jaar t; BTw = basistarief voor aansluitingen voor levering van warmte met een vermogen tot en met 3 kilowatt; O >3 kW = opslag per kilowatt extra vermogen van de aansluiting voor aansluitingen voor levering van warmte met een vermogen van meer dan 3 kilowatt, en AVw = aansluitvermogen van een aansluiting voor levering van warmte volgens de leveringsovereenkomst.
Aan een verbruiker met een centrale aansluiting voor levering van warmte met een vermogen van meer dan 100 kilowatt als bedoeld in artikel 1 van de wet wordt een opslag opgelegd voor iedere kilowatt vermogen boven de 100 kilowatt.
De opslag wordt vastgesteld door de Autoriteit Consument en Markt met in achtneming van de volgende formule:
waarbij:
VKw ≤100 kW = de vaste kosten van een aansluiting voor levering van warmte met een vermogen tot en met 100 kilowatt berekend met in achtneming van de formule, bedoeld in het eerste lid, en
VKw 1000 kW = de vaste kosten van een aansluiting voor levering van warmte met een vermogen van 1000 kilowatt berekend met in achtneming van de formule, bedoeld in het eerste lid.
Voor warmte met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel b en d, bedraagt de opslag maximaal de helft van de opslag die is vastgesteld met behulp van de formule, bedoeld in het vijfde lid.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan de elementen, genoemd in het eerste, derde of vijfde lid.
Artikel 4
Het gebruiksafhankelijk deel van de maximumprijs voor:
- a. de levering van warmte tot maximaal 31 gigajoule per jaar met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdelen a, b en d, wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
- b. de levering van warmte vanaf 31 gigajoule per jaar met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdelen a, b en d, wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
- c. de levering van warmte met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel c, wordt vastgesteld met inachtneming van de formule: Pw = 0 waarbij: Pw = de variabele kosten in het jaar t, uitgedrukt in euro per gigajoule; Pg 1 = de gemiddelde gebruiksafhankelijke gasprijs uitgedrukt in euro per m3 op basis van het gewogen gemiddelde van het gebruiksafhankelijke deel van de gasprijs van de overeenkomsten tussen de leverancier en verbruiker voor het standaardproduct voor een jaar met vaste prijs op basis van het G1 tarief van de tien grootste Nederlandse gasleveranciers, dat door de gasleveranciers wordt aangeboden in de maanden september, oktober en november in het jaar t-1, vermeerderd met het laagste van de volgende bedragen: waarbij voor de jaarlijkse inflatiecorrectie gebruik wordt gemaakt van de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en waarbij deze jaarlijkse inflatiecorrectie wordt toegepast vanaf 2025; Pg 2 = de gemiddelde gebruiksafhankelijke gasprijs uitgedrukt in euro per m3 op basis van het gewogen gemiddelde van het gebruiksafhankelijke deel van de gasprijs van de overeenkomsten tussen de leverancier en verbruiker voor het standaardproduct voor een jaar met vaste prijs op basis van het G1 tarief van de tien grootste Nederlandse gasleveranciers, dat door de gasleveranciers wordt aangeboden in de maanden september, oktober en november in het jaar t-1, vermeerderd met het laagste van de volgende bedragen: waarbij voor de jaarlijkse inflatiecorrectie gebruik wordt gemaakt van de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en waarbij deze jaarlijkse inflatiecorrectie wordt toegepast vanaf 2025; η = het brandstofrendement van de warmteproductie, en CVg = de bovenwaarde van de verbrandingswaarde van aardgas.
- 1°. een bedrag van € 0,58301 dat ieder achtereenvolgend jaar voor inflatie wordt gecorrigeerd;
- 2°. de energiebelasting op aardgas per m3 gas in het jaar t bij een verbruik tot 1.000 m3,
- 1°. een bedrag van € 0,58301 dat ieder achtereenvolgend jaar voor inflatie wordt gecorrigeerd;
- 2°. de energiebelasting op aardgas per m3 gas in het jaar t bij een verbruik van 1.000 m3 tot 170.000 m3,
Het brandstofrendement van de warmteproductie wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
waarbij:
η = het brandstofrendement van warmteproductie;
VR = warmtevraag voor ruimteverwarming als percentage van de totale warmtevraag;
ηruimte = gemiddeld opwekrendement voor ruimteverwarming;
VT = warmtevraag voor warm tapwater als percentage van de totale warmtevraag, en
ηtap = gemiddeld opwekrendement voor warm tapwater.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan de elementen, genoemd in het eerste of tweede lid.
Artikel 5
Als categorieën aansluitingen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de wet worden vastgesteld:
- a. individuele aansluitingen met een lengte van maximaal 25 meter;
- b. individuele aansluitingen met een lengte van meer dan 25 meter;
- c. centrale aansluitingen met een lengte van maximaal 25 meter en een doorlaatwaarde van:
- 1°. maximaal 100 kilowatt;
- 2°. meer dan 100 kilowatt tot en met 1.250 kilowatt;
- 3°. meer dan 1250 kilowatt;
- d. centrale aansluitingen met een lengte van meer dan 25 meter en een doorlaatwaarde van:
- 1°. maximaal 100 kilowatt;
- 2°. meer dan 100 kilowatt tot en met 1.250 kilowatt;
- 3°. meer dan 1250 kilowatt;
- e. individuele aansluitingen die tijdelijk zijn afgesloten voor een periode van maximaal twee jaar van een warmtenet of inpandig warmtenet en opnieuw aangesloten worden;
- f. centrale aansluitingen die tijdelijk zijn afgesloten voor een periode van maximaal twee jaar van een warmtenet of inpandig warmtenet en opnieuw aangesloten worden.
De berekening van de hoogte van het bedrag voor aansluitingen:
- a. als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c en d, wordt vastgesteld op basis van:
- 1°. de gemiddelde werkelijke kosten van leveranciers voor de desbetreffende categorie aansluitingen, of
- 2°. door de Autoriteit Consument en Markt verkregen marktgegevens over de kosten van de desbetreffende categorie aansluitingen;
- b. als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is gebaseerd op het maximum bedrag voor een aansluiting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en een vast bedrag per meter vanaf een lengte van de aansluiting van 25 meter;
- c. als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is gebaseerd op het maximum bedrag voor een aansluiting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en een vast bedrag per meter vanaf een lengte van de aansluiting van 25 meter;
- d. als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is gelijk aan het bedrag dat in rekening gebracht wordt voor het tijdelijk afsluiten van een individuele aansluiting, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel a;
- e. als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, is gelijk aan het bedrag dat in rekening gebracht wordt voor het tijdelijk afsluiten van een centrale aansluiting, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel c.
§ 3. Boekhouding en jaarrekening
Artikel 6
De afzonderlijke boekhouding, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de wet, bevat in ieder geval:
- a. een balans,
- b. een winst- en verliesrekening, en
- c. een toelichting op de gebruikte regels voor de afschrijving.
De vergunninghouder geeft in zijn boekhouding aan:
- a. welke tarieven, volumes en omzetten bij een verbruiker in rekening zijn gebracht, waarbij de vergunninghouder, voor zover relevant voor het betreffende tarief, in ieder geval onderscheid maakt naar:
- 1°. de verschillende categorieën en functionaliteiten van afleversets, bedoeld in artikel 5b, eerste en tweede lid;
- 2°. de verschillende typen warmtemeters;
- 3°. de verschillende typen warmtekostenverdelers;
- 4°. de verschillende kostenverdeelsystematieken;
- 5°. het tijdelijk en definitief afsluiten van verbruikers in de situaties, bedoeld in artikel 5a, eerste lid;
- 6°. de verschillende categorieën aansluitingen van verbruikers, bedoeld in artikel 5, eerste lid;
- 7°. de verschillende tarieven voor de levering van warmte, en
- 8°. de verschillende tarieven voor het gebruik van warmte koude systemen;
- b. welke kosten zijn gemaakt ten behoeve van de levering van warmte, waarbij in ieder geval een onderscheid als bedoeld in onderdeel a wordt gemaakt;
- c. over hoeveel verbruikers het tarief dat in rekening is gebracht voor het in gebruik nemen van een collectieve afleverset is omgeslagen op grond van artikel 5b, vierde lid, en
- d. welke methoden en criteria zijn gehanteerd bij het opstellen van de boekhouding.
Artikel 7
Het bestuursverslag, bedoeld in artikel 12a, tweede lid, van de wet, bevat in ieder geval:
- a. het aantal aansluitingen op de warmtenetten van de vergunninghouder,
- b. het aantal geleverde gigajoules,
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.