← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 14 oktober 2013, nr. IENM/BSK-2013/176947, houdende regels in verband met de uitvoering en de handhaving van verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PbEU L 79) en diverse uitvoeringsverordeningen omtrent luchtvaartveiligheid (Regeling uitvoering en handhaving luchtvaartveiligheid)

Geldende tekst a fecha 2020-12-31

Gelet op artikel 1.5 van de Wet luchtvaart;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. (definities)

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Uitvoering

Artikel 2.1. (aanvraag attest cabinebemanning)
1.

Een aanvraag voor een attest voor cabinebemanning als bedoeld in onderdelen CC.GEN.015 en ARA.CC.100 van verordening (EU) nr. 1178/2011 wordt ingediend bij een organisatie die toestemming van de bevoegde autoriteit heeft gekregen voor de afgifte van die attesten.

2.

Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, worden door de desbetreffende organisatie gestelde voorschriften inzake de aanvraag in acht genomen.

Artikel 2.2. (codering attest cabinebemanning)

De code voor de individuele referentie, onderdeel van het referentienummer van een attest voor cabinebemanning, bedoeld in vermelding 2 bij Aanhangsel II van BIJLAGE VI DEEL-ARA van verordening (EU) nr. 1178/2011, wordt als volgt samengesteld:

§ 3. Handhaving

§ 3. Handhaving

Artikel 4.1. (inwerkingtreding)

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 4.2. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering en handhaving luchtvaartveiligheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.1. (aanwijzing overtredingen)
1.

Voorschriften als bedoeld in artikel 1.6 van de Wet luchtvaart zijn:

2.

Overtreding van de voorschriften, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als een overtreding.

Artikel 3.2. (aanwijzing misdrijven)
1.

Voorschriften als bedoeld in artikel 1.6 van de Wet luchtvaart zijn artikel 29, eerste lid, juncto bijlage V, onderdeel 6.1, onder c, voor zover dit het bewijs van luchtwaardigheid betreft, van de basisverordening, juncto bijlage I, paragraaf M.A.201, onderdeel a, onder 3, voor zover het vluchtuitvoering betreft, van verordening (EU) nr. 1321/2014 en de paragrafen UAS.OPEN.060, tweede lid, onder a, en UAS.SPEC.060, eerste lid, onder a, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947.

2.

Overtreding van de voorschriften, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als een misdrijf.

§ 4. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2.3. (aanvraag AOC)

Een aanvraag voor een certificaat als bedoeld in ORO.GEN.115 van verordening (EU) nr. 965/2012 wordt ingediend bij de bevoegde autoriteit door middel van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier waarvan exemplaren bij de bevoegde autoriteit te verkrijgen zijn.

§ 4. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1.1.a

Deze regeling berust op de artikelen 1.5 en 1.6 van de Wet luchtvaart.

§ 2. Uitvoering

§ 3. Handhaving

§ 4. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.