Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 17 oktober 2013, nr. 13174565 tot verlening van de concessie voor postdienstverlening voor Caribisch Nederland

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 5, eerste lid, en 14, derde lid, van de Wet post BES;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beschikking wordt verstaan onder:

Artikel 2. Concessieverlening
1.

Aan Flamingo Communications N.V., te Bonaire, wordt met ingang van 1 januari 2014 voor een periode van tien jaar de concessie voor postdiensten verleend, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet.

2.

Aan de concessieverlening worden de voorwaarden verbonden die in deze beschikking zijn vermeld.

3.

De concessie wordt met ingang van 1 januari 2024 verlengd met een periode van drie jaar.

Artikel 3. Naamvoering

De concessiehouder treedt bij het verrichten van de universele postdiensten op onder de naam Flamingo Express Dutch Caribbean.

Artikel 4. Uitvoering door dochtermaatschappij

Indien de concessiehouder universele postdiensten laat verrichten door een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, is hij verantwoordelijk voor de naleving door deze rechtspersoon van de in deze beschikking gestelde voorwaarden.

Artikel 5. Wettelijke verplichtingen

De concessiehouder voldoet aan de verplichtingen die voor hem gelden op grond van wet- en regelgeving, waaronder de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet post BES.

Artikel 6. Frequentie en overkomstduur
1.

De concessiehouder haalt ten minste drie dagen per week poststukken op uit de voor het publiek bestemde brievenbussen en voert ten minste drie dagen per week overal in Caribisch Nederland een aflevering uit, behoudens voor zover:

2.

De universele postdiensten worden zodanig ingericht dat, daargelaten een situatie van overmacht van de concessiehouder, het vervoer van brieven die overeenkomstig de daartoe gestelde voorwaarden aan hem worden aangeboden voor standaard postvervoer binnen Caribisch Nederland per kalenderjaar voor het hierna vermelde percentage plaatsvindt binnen de hierna genoemde termijn:

Postvervoer Prestatie gedurende de periode van de concessie Streefnorm gedurende de periode van de concessie
Eilandelijk (binnen het eilandgebied) 80% D + 2E 95% D + 4E
Intereilandelijk (vervoer tussen de eilanden) 80% D + 15E

waarbij met ‘D’ wordt bedoeld: de dag en het tijdstip waarop volgens de op grond van artikel 14, onderdeel b, bekendgemaakte publieksinformatie poststukken uit de voor het publiek bestemde brievenbussen worden opgehaald, en

waarbij met ‘E’ wordt bedoeld: een dag uitgezonderd een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag.

3.

In geval van overmacht als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de minister aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering van de universele postdiensten.

4.

De concessiehouder draagt zorg voor transparante en duidelijke voorlichting aan klanten over de overkomstduur en het belang van tijdige aanlevering van poststukken in geval van intereilandelijke postvervoer.

Artikel 7. Voor het publiek bestemde brievenbussen

De concessiehouder draagt er voor zorg dat er op elk van de eilanden voldoende voor het publiek bestemde brievenbussen zijn.

Artikel 8. Postbussen

De concessiehouder stelt op elk van de eilanden voldoende postbussen ter beschikking.

Artikel 9. Dienstverleningspunten

De concessiehouder heeft op elk van de eilanden ten minste één dienstverleningspunt voor het aanbieden van poststukken en voor het verrichten van de andere met de universele postdiensten samenhangende handelingen.

Artikel 10. Onbestelbare poststukken
1.

De concessiehouder spant zich in om poststukken bij de geadresseerde af te leveren in gevallen waarin het poststuk onjuist of onvolledig is geadresseerd of waarin de geadresseerde niet beschikt over een brievenbus of postbus.

2.

De concessiehouder zendt onbestelbare zendingen zo spoedig mogelijk terug naar de afzender.

Artikel 11. Bijkomende diensten

Bij de uitvoering van de universele postdiensten levert de concessiehouder in elk geval de volgende bijkomende diensten:

Artikel 12. Postzegels
1.

Nog niet gestempelde postzegels en nog niet ontwaarde postale waarden worden alleen verkocht door de concessiehouder of door anderen met schriftelijke toestemming van de concessiehouder.

2.

De concessiehouder geeft postzegels en postzegelafdrukken uit met een aanduiding waaruit blijkt dat de uitgegeven zegels en afdrukken bestemd zijn voor gebruik in Caribisch Nederland.

3.

Indien de concessiehouder voornemens is nieuwe postzegels of postzegelafdrukken met een afbeelding van de Koning uit te geven, dient de concessiehouder tijdig een verzoek om goedkeuring door de Koning in bij de minister.

Artikel 13. Voorwaarden
1.

De concessiehouder biedt de universele postdiensten aan eenieder aan tegen voorwaarden die non-discriminatoir en transparant zijn.

2.

De concessiehouder hanteert bij het verrichten van universele postdiensten en met inachtneming van deze beschikking algemene voorwaarden waarin de onderscheiden postvervoerdiensten zijn omschreven en waarin waarborgen voor een goede verlening van de universele postdiensten voor een ieder kenbaar zijn opgenomen.

Artikel 14. Publieksinformatie

De concessiehouder maakt algemeen bekend:

Artikel 15. Klachten
1.

De concessiehouder beschikt over een voorziening voor de beantwoording van vragen en voor de behandeling van klachten.

2.

De concessiehouder registreert klachten en voorziet in een procedure voor de behandeling van klachten van afzenders en ontvangers over de door hem uitgevoerde universele postdiensten.

3.

De in het eerste lid bedoelde voorziening en de in het tweede lid bedoelde procedure worden beschreven in de algemene voorwaarden, bedoeld in artikel 13, tweede lid.

Artikel 16. Briefgeheim
1.

De concessiehouder zorgt ervoor dat bij de uitvoering van de universele postdiensten het grondwettelijk briefgeheim niet wordt geschonden.

2.

Opening van gesloten poststukken als bedoeld in artikel 10 van de wet geschiedt door een daartoe door de concessiehouder uitdrukkelijk aangewezen personeelslid.

Artikel 17. Tarieven
1.

De concessiehouder hanteert voor de universele postdiensten ten hoogste de in de bijlage vermelde bedragen en past deze tarieven non-discriminatoir toe.

2.

De maximumtarieven kunnen met goedkeuring van de ACM jaarlijks per 1 januari, maar niet voor 1 januari 2015, worden verhoogd om rekening te houden met de inflatie in een bepaalde periode.

3.

De in het tweede lid bedoelde verhoging wordt bepaald met behulp van een percentage dat overeen komt met de gecumuleerde ontwikkeling van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde consumentenprijsindex voor Caribisch Nederland in de periode

4.

De concessiehouder doet uiterlijk 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor de verhoging van het maximumtarief wordt voorzien, een schriftelijk verzoek aan de ACM om goedkeuring van de in het tweede lid bedoelde verhoging aan de ACM.

5.

Indien sprake is van een wijziging van omstandigheden die redelijkerwijs niet kon worden voorzien ten tijde van de concessieverlening en als gevolg waarvan het niet langer mogelijk is om de universele postdiensten kostendekkend uit te voeren, kunnen maximumtarieven met goedkeuring van de minister, gehoord de ACM, zodanig worden verhoogd dat de universele postdiensten kostendekkend kunnen worden uitgevoerd. De minister kan in dat geval aanvullende voorwaarden stellen.

Artikel 18. Boekhoudkundige verplichtingen

De concessiehouder houdt een zodanige administratie bij dat:

Artikel 19. Internationale verplichtingen
1.

De concessiehouder verleent de minister desgevraagd medewerking op beleidsvoorbereidend en technisch gebied, in het bijzonder ter zake van internationale verplichtingen.

2.

De concessiehouder draagt zorg voor de verrekening van de kosten van het internationale verkeer van en naar Caribisch Nederland met buitenlandse postbedrijven.

Artikel 20. Informatieverschaffing
1.

De concessiehouder informeert de minister tijdig over nieuwe ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat de concessiehouder niet langer de universele postdiensten kostendekkend kan uitvoeren met de bestaande tarieven of dat de concessiehouder niet langer een goede uitvoering van universele postdiensten kan waarborgen.

2.

De concessiehouder verstrekt aan de ACM jaarlijks uiterlijk op 31 mei gegevens over het voorafgaande kalenderjaar over:

3.

De minister kan aanwijzingen geven over de wijze waarop de voor de in artikel 6, tweede lid, bedoelde postdiensten gerealiseerde gemiddelde overkomstduur wordt vastgesteld.

4.

De in het tweede lid bedoelde rapportage gaat vergezeld van een goedkeurende accountantsverklaring over de juistheid en volledigheid betreffende de op grond van het tweede lid verstrekte informatie en betreffende de naleving van artikel 18.

Artikel 21. Toezichtskosten

De concessiehouder is voor de looptijd van de concessie voor elk kalenderjaar een vergoeding verschuldigd voor de in artikel 14 van de wet bedoelde kosten.

Artikel 22. Verlenging en wijziging
1.

De minister kan na overleg met de concessiehouder de geldigheidsduur van de concessie met een periode van ten hoogste drie jaar verlengen voor zover nodig om de continuïteit van de postdienstverlening te waarborgen.

2.

De minister kan na overleg met de concessiehouder de aan de concessie verbonden voorwaarden wijzigen indien een wijziging van de voor de postdienstverlening relevante omstandigheden hiertoe noopt. Een dergelijke wijziging treedt eerst zes maanden na de vaststelling van de wijziging in werking tenzij:

Artikel 23. Intrekking

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.