Wet van 11 september 2013 inzake regels voor subsidiëring van landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (2013))
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de taken van de Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling en de Stichting Leerplanontwikkeling wettelijk te verankeren en om de middelen voor onderwijsonderzoek doelmatiger en effectiever te organiseren en dat het in verband hiermee wenselijk is een nieuwe Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- kennisveld: instellingen waaraan beroepsonderwijs of een opleiding educatie als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt verzorgd of geëxamineerd, instellingen en academische ziekenhuizen als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek,
- Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 2. Taken Stichting SLO
Stichting leerplanontwikkeling heeft tot taak:
- a. het ontwikkelen en onderhouden van landelijke leerplankaders,
- b. het ondersteunen en adviseren van Onze Minister met betrekking tot leerplanontwikkeling,
- c. het uitvoeren van onderzoek ter ondersteuning van de taken, genoemd in dit artikel, of
- d. het uitvoeren van aanvullende activiteiten, niet zijnde activiteiten gericht op het nascholen van leraren, die samenhangen met de taken, genoemd in dit artikel.
Onze Minister kan Stichting leerplanontwikkeling subsidie verstrekken voor de taken, genoemd in dit artikel.
Artikel 3. Taken Stichting Cito
Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling heeft tot taak:
- a. het ontwikkelen en aanbieden van een doorstroomtoets als bedoeld in artikel 45b, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 48c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra. De doorstroomtoets is geschikt voor alle leerlingen met uitzondering van de leerlingen bedoeld in artikel 45c, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 48d, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra,
- b. adviseren aan het College voor toetsen en examens over de onderwijskundige en psychometrische kwaliteit van een toets of reeks van toetsen als bedoeld in artikel 45b, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 51a, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES, en doorstroomtoetsen als bedoeld in artikel 45b, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 51b, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES, op basis van het door het College voor toetsen en examens vastgestelde beoordelingskader, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel g, van de Wet College voor toetsen en examens, voor de erkenning en jaarlijkse toelating, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de Wet College voor toetsen en examens,
- c. het ontwikkelen van de centrale examens, bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs BES,
- d. het uitvoeren van onderzoek ter ondersteuning van de taken, genoemd in dit artikel, of
- e. het uitvoeren van aanvullende activiteiten die samenhangen met de taken, genoemd in dit artikel.
Onze Minister kan Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling subsidie verstrekken voor de taken, genoemd in het eerste lid.
Onze Minister kan Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling subsidie verstrekken voor het ontwikkelen van de toetsen, bedoeld in artikel 48c, eerste en tweede lid, van de Wet op de expertisecentra.
Artikel 4. Subsidieverlening per boekjaar
Subsidies voor de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c, artikel 3a en artikel 3b, worden per boekjaar verstrekt.
Artikel 5. Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito
Onze Minister maakt eenmaal per twee jaar voor 1 april een Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito bekend op het terrein van leerplanontwikkeling en de doelen van toetsen en examens. De Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito heeft betrekking op de twee kalenderjaren die volgen op het jaar waarin de brief bekend wordt gemaakt.
Artikel 6. Weigeringsgronden
Onverminderd de mogelijkheden tot weigering van subsidieverlening voor de taken, genoemd in artikel 2 en artikel 3, en de taken, genoemd in artikel 3a en artikel 3b, ingevolge de Algemene wet bestuursrecht kan een subsidieverlening worden geweigerd indien Onze Minister van oordeel is dat:
- a. de aanvraag niet past binnen de Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito of de Kaderbrief SLOA internationalisering, of
- b. mag worden verwacht dat de met subsidiëring beoogde doelstellingen niet worden bereikt.
Artikel 7. Nadere regels
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover,
- b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald,
- c. de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt,
- d. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend,
- e. de verplichtingen van de instellingen,
- f. de vaststelling van de subsidie,
- g. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of subsidievaststelling,
- h. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten,
- i. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht, of
- j. andere criteria voor de verstrekking van subsidie.
Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, wordt voor zover nodig onderscheid gemaakt tussen subsidie voor:
- a. de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c, artikel 3a en 3b, en
- b. de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en artikel 3, eerste lid, onderdeel d.
Artikel 8. Subsidieplafond
Onze Minister stelt jaarlijks het bedrag vast dat ten hoogste beschikbaar is voor de verlening van subsidies ten behoeve van de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c. Hij bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld.
Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en artikel 3, eerste lid, onderdeel d. Hij kan daarbij bepalen hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld.
Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in artikel 3a en, indien hieraan toepassing is gegeven, artikel 3b. Onze Minister kan daarbij bepalen hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld.
Artikel 9. Openbaarheid
De voor de taken, genoemd in de artikelen 2 tot en met 3b, gebruikte gegevens en de resultaten van die taken worden door de instellingen openbaar gemaakt, tenzij bijzondere omstandigheden zich hiertegen verzetten. Bij ministeriële regeling en bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat openbaarmaking geheel of gedeeltelijk achterwege blijft.
Artikel 10. Intellectueel eigendom
Tenzij anders overeengekomen werkt de instelling mee aan het overdragen van intellectuele eigendomsrechten ten behoeve van Onze Minister ter zake van de taken, genoemd in de artikelen 2 tot en met 3b, en doet voor zover de Auteurswet dit toestaat, tevens afstand van persoonlijkheidsrechten als bedoeld in de Auteurswet die haar of haar personeel toebehoren.
Voor zover de taken, genoemd in de artikelen 2 tot en met 3b, tot stand komen met gebruikmaking van reeds bestaande, niet aan de instelling toekomende intellectuele eigendomsrechten, draagt de instelling zorg voor het verlenen van adequate gebruiksrechten aan Onze Minister.
Artikel 11. Toezicht
Met het toezicht op de naleving van de aan de instelling opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aan te wijzen personen.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 12. Evaluatie
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet wettelijke taken internationalisering onderwijs aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 12a. Wijziging van en samenloop met het wetsvoorstel centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs
Wijzigt het wetsvoorstel centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs (Kst. 33157).
Wijzigt de Wet College voor examens.
Artikel 13. Overgangsbepalingen
Na de inwerkingtreding van deze wet berust de Regeling OCW-subsidies mede op artikel 7 van deze wet.
De Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten wordt ingetrokken.
Artikel 14. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 15. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3a. Taken Stichting Nuffic
Stichting Nuffic is het nationaal informatiecentrum, bedoeld in artikel IX.2, eerste lid, van het Verdrag inzake de erkenning van kwalificaties betreffende hoger onderwijs in de Europese regio (Trb. 2002,137), is belast met de taken, bedoeld in artikel IX.2, tweede lid, van dit verdrag en is daarmee lid van het Europese Netwerk van nationale informatiecentra voor academische mobiliteit en erkenning, bedoeld in artikel X.3 van dit verdrag.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.