Besluit van 28 november 2013, houdende regels ter uitvoering van de Wet basisregistratie personen (Besluit basisregistratie personen)
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 oktober 2013, nr. 2013-0000602327;
Gelet op richtlijn nr. 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PbEG L 281) en de artikelen 1.6, 1.10, eerste lid, 1.14, tweede en derde lid, 2.6, 2.7, tweede en vierde lid, 2.31, 2.33, 2.34, derde lid, 2.37, 2.43, vijfde lid, 2.49, derde en vierde lid, 2.65, 2.67, tweede lid, 2.69, tweede lid j° 2.7, tweede en vierde lid, 2.70, tweede lid, 2.77, 2.78, derde lid, 2.79, tweede en derde lid, 3.1, tweede lid, 3.2, zevende lid, 3.3, eerste lid, 3.3, derde lid j° 3.2. zevende lid, 3.5, vierde lid, 3.6, tweede lid, 3.6, derde lid j° 3.5, vierde lid, 3.11, tweede lid, 3.12, 3.13, 3.14, tweede lid, 3.22, vierde lid, 4.3, vijfde lid, 4.4, tweede lid, 4.5, derde en vierde lid j° 4.4, tweede lid, 4.6 j° 4.4, tweede lid, 4.8, eerste lid, 4.12, 4.15, derde lid en 4.16, derde lid, van de Wet basisregistratie personen;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 november 2013, nr. W04.13.0369/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 25 november 2013, nr. 2013-0000697925;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
§ 1. Algemeen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- een autorisatiebesluit: een besluit als bedoeld in artikel 3.2 of artikel 3.3 van de wet;
- de systeembeschrijving: de beschrijving, bedoeld in artikel 4;
- de wet: de Wet basisregistratie personen.
§ 2. Verplicht gebruik
Artikel 2
Authentieke gegevens als bedoeld in artikel 1.6 van de wet zijn de gegevens over ingezetenen die als zodanig zijn aangeduid in de tabel die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd en, met uitzondering van de gegevens over de burgerlijke staat van ingezetenen, als actuele gegevens zijn opgenomen.
§ 3. Inrichting, werking en beveiliging
Artikel 3
Onze Minister stelt een systeembeschrijving vast.
De systeembeschrijving kan een onderdeel bevatten dat is toegesneden op gemeenten die gebruikmaken van een oude gemeentelijke voorziening als bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, van de wet, en een onderdeel dat is toegesneden op gemeenten die gebruikmaken van een nieuwe gemeentelijke voorziening als bedoeld in dat lid.
Voor het onderdeel dat is toegesneden op gemeenten die gebruikmaken van een oude voorziening kan verwezen worden naar de systeembeschrijving zoals deze laatstelijk werd gehanteerd onder de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de uitwisseling van berichten met een overheidsorgaan waaraan of een derde aan wie systematisch gegevens worden verstrekt, met dien verstande dat het betreft de in artikel 4.16 van de wet bedoelde oude en nieuwe berichtuitwisseling.
Artikel 4
De systeembeschrijving geeft een beschrijving van de aspecten die zijn aangeduid in de tabel die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Artikel 5
Een college van burgemeester en wethouders, Onze Minister, een aangewezen bestuursorgaan, een overheidsorgaan en een derde dragen er zorg voor dat zij uitvoering geven aan de wet op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving. De uitvoering voor zover die op hen betrekking heeft, is aangeduid in de tabel die als bijlage 3 bij dit besluit is gevoegd.
Artikel 6
Het college van burgemeester en wethouders treft ten aanzien van de gemeentelijke voorziening passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van de in de basisregistratie opgenomen gegevens tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van deze gegevens.
Onze Minister treft ten aanzien van de centrale voorzieningen passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van de in de basisregistratie opgenomen gegevens tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van deze gegevens.
De in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen omvatten ten minste:
- a. maatregelen gericht op personen die werkzaam zijn voor de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisregistratie;
- b. maatregelen gericht op de toegang tot gebouwen en ruimten waar in de basisregistratie opgenomen gegevens aanwezig zijn;
- c. maatregelen gericht op een deugdelijke werking en beveiliging van de apparatuur en programmatuur;
- d. maatregelen voor het geval de geheimhouding of integriteit van in de basisregistratie opgenomen gegevens is geschaad;
- e. maatregelen bij calamiteiten.
Onze Minister kan regels stellen omtrent de bewaring van geschriften en andere bescheiden, ongeacht hun vorm, die de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisregistratie gebruikt of heeft gebruikt in verband met de verwerking van gegevens in de basisregistratie.
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
§ 4. Kosten in verband met de uitvoering van de wet
Artikel 10
In deze paragraaf, artikel 51 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. de betrokkene: de betrokkene, bedoeld in artikel 1.14, eerste lid, van de wet;
- b. de bijdrage: de bijdrage van de betrokkene in de kosten in verband met de uitvoering van de wet, bedoeld in artikel 1.14, eerste lid, van de wet;
- c. een bericht: een logische eenheid van gegevens die wordt verzonden of verstrekt:
- 1°. via het stelsel van berichtuitwisseling, bedoeld in artikel 1.9, vierde lid, van de wet;
- 2°. met behulp van alternatieve media, of
- 3°. op schriftelijke wijze;
- d. een jaar: een kalenderjaar.
Artikel 11
Berichten tussen een gemeente en de centrale voorziening komen ten laste van de gemeente, waarbij een bericht dat door een gemeente via de centrale voorziening wordt verzonden aan een andere gemeente, ten laste komt van de gemeente die het bericht verzendt.
Berichten aan of van een overheidsorgaan, anders dan organen van een gemeente, waaraan of een derde aan wie op grond van artikel 3.2, 3.3 of 3.13 van de wet gegevens worden verstrekt, komen ten laste van dat overheidsorgaan of die derde.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
- a. berichten aan of van de centrale voorziening in verband met de bijhouding van gegevens;
- b. berichten in verband met de verstrekking van gegevens door een college van burgemeester en wethouders;
- c. synchronisatieberichten;
- d. berichten in verband met artikel 2.34 van de wet;
- e. berichten als bedoeld in de artikelen 2.37d, eerste lid, en 2.37e, eerste lid, van de wet.
Het tweede lid is niet van toepassing op berichten in verband met:
- b. steekproeven;
- c. synchronisatie;
- d. wijziging in de gemeentelijke indeling; en
- e. conversie bij de invoering van een wijziging in de systeembeschrijving.
Artikel 12
Categorieën van kosten als bedoeld in artikel 1.14, tweede lid, van de wet, zijn de kosten in verband met:
- a. het beheer en het gebruik van de centrale voorzieningen;
- b. de verzending en ontvangst van berichten, waaronder begrepen de kosten in verband met het stelsel van berichtuitwisseling.
De bijdrage van een betrokkene in de in het eerste lid bedoelde kosten wordt vastgesteld op basis van het aantal berichten dat ten laste van de betrokkene komt.
Artikel 13
Onze Minister stelt elk jaar de abonnementsstructuur vast die hij in het volgende jaar zal hanteren. De abonnementsstructuur bestaat uit verschillende abonnementsklassen met daarbij behorende bandbreedten van aantallen berichten en het daarbij behorende tarief in euro’s.
Onze Minister bepaalt de abonnementsstructuur, gelet op:
- a. de voor het volgende jaar te verwachten kosten als bedoeld in artikel 12, verminderd met het saldo over het vorige jaar;
- b. het voor het volgende jaar te verwachten aantal berichten dat ten laste van de betrokkenen komt.
Het saldo over het vorige jaar wordt gevonden door de in artikel 14, eerste tot en met derde lid, bedoelde bijdragen over dat jaar te verminderen met de kosten, bedoeld in artikel 12, in dat jaar.
Onze Minister deelt de abonnementsstructuur in september van elk jaar mede aan de betrokkenen.
Artikel 14
De bijdrage van een betrokkene, bedoeld in artikel 12, tweede lid, bestaat uit een jaarlijkse betaling. Hiertoe brengt Onze Minister het abonnementstarief voor het lopende jaar in rekening dat behoort bij de abonnementsklasse waarin de betrokkene valt, gelet op het aantal berichten dat in het voorafgaande jaar ten laste van hem kwam.
Indien het aantal berichten over het lopende jaar dat ten laste van de betrokkene komt, in een hogere abonnementsklasse valt dan de in het eerste lid bedoelde klasse, brengt Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, het abonnementstarief voor het lopende jaar in rekening dat behoort bij die hogere klasse.
Onze Minister stelt het jaarlijks in rekening te brengen bedrag voor een betrokkene op nul vast, voor zover een voorziening is getroffen in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken die in de plaats treedt van de bijdrage van de betrokkene.
Artikel 15
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.