Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3 december 2013, nr. 2013-0000731182, DCB/CZW/S&B, houdende regels ter uitvoering van de Wet basisregistratie personen en het Besluit basisregistratie personen (Regeling basisregistratie personen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op richtlijn nr. 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PbEG L 281), de artikelen 1.12, derde en vierde lid, 1.15, derde lid, 2.21, vijfde lid, 2.40, derde lid, en 4.7, tweede lid, van de Wet basisregistratie personen en de artikelen 3, eerste lid, 6, vierde lid, 9, tweede lid, 15, tweede en zevende lid, 16, derde lid, 17, derde lid, 20, 23, tweede lid, 32, tweede lid, 38, 47, tweede, vierde en zesde lid, 48, tweede lid, 49 en 52 van het Besluit basisregistratie personen;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie personen in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. De systeembeschrijving

Artikel 2

De systeembeschrijving wordt gevormd door de niet als toelichting gemarkeerde delen van het Logisch Ontwerp BRP, versie 2026.Q2, bedoeld in artikel 3.

Artikel 3

Het Logisch Ontwerp BRP, versie 2026.Q2, is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

§ 3. De bewaring van geschriften en andere bescheiden

Artikel 4
1.

De te bewaren geschriften en andere bescheiden, ongeacht hun vorm, die de verwerkingsverantwoordelijke heeft gebruikt in verband met de verwerking van gegevens in de basisregistratie, zijn vermeld in de lijst die als bijlage 6 bij deze regeling is gevoegd.

2.

De in het eerste lid bedoelde geschriften en andere bescheiden worden met het oog op het gebruik daarvan bij de uitvoering van de Wet BRP bewaard gedurende de in de lijst vermelde termijnen.

§ 4. De bewerker

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

§ 5. Het onderzoek

Artikel 7

Een overheidsorgaan of een derde als bedoeld in artikel 1.12, eerste onderscheidenlijk vierde lid, van de Wet BRP, stelt de door de minister hiertoe aangewezen personen in staat gegevens te verzamelen ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.12, eerste lid, van de Wet BRP.

§ 6. Kosten in verband met de uitvoering van de Wet BRP

Artikel 8
1.

Voor de toepassing van artikel 15 van het Besluit BRP worden als afstemmingsbericht aangemerkt:

2.

In afwijking van het eerste lid worden niet als afstemmingsbericht aangemerkt de berichten die door het overheidsorgaan of de derde over het stelsel van berichtuitwisseling worden verzonden en ontvangen, voor zover deze berichten het aantal afstemmingsberichten, bedoeld in artikel 15, achtste lid, van het Besluit BRP, te boven gaan.

Artikel 9

Het tarief, bedoeld in artikel 15, zevende lid, van het Besluit BRP, bedraagt per overheidsorgaan of derde:

Artikel 10
1.

De bijdrage die op grond van artikel 16 van het Besluit BRP ten hoogste in rekening kan worden gebracht, bedraagt € 166.

2.

De bijdrage die op grond van artikel 17 van het Besluit BRP ten hoogste in rekening kan worden gebracht, bedraagt € 7,50.

Artikel 11
1.

Onverminderd de kosten waaraan door de betrokkene al wordt bijgedragen op grond van artikel 14 van het Besluit BRP, worden de kosten op basis waarvan een bijdrage kan worden vastgesteld op grond van artikel 18 van het Besluit BRP bepaald door het aantal uren dat wordt gewerkt aan de verstrekking, vermenigvuldigd met een uurtarief van € 98.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 19 van het Besluit BRP, worden de kosten op basis waarvan een bijdrage wordt vastgesteld op grond van artikel 19 van het Besluit BRP bepaald door het aantal uren dat wordt gewerkt aan de verstrekking, vermenigvuldigd met een uurtarief van € 98.

3.

Bij verstrekking met behulp van alternatieve media wordt de bijdrage, bedoeld in het eerste en tweede lid, vermeerderd met € 166.

§ 7. Het overleg

Artikel 12
1.

De representatieve vertegenwoordigingen van de gemeenten, van de aangewezen bestuursorganen als bedoeld in artikel 2.65 van de Wet BRP en van de overheidsorganen waaraan en derden aan wie op grond van artikel 3.2, 3.3 of 3.13 van de Wet BRP gegevens uit de basisregistratie worden verstrekt, bedoeld in artikel 1.15, eerste lid, van de Wet BRP, bestaan gezamenlijk uit ten hoogste twaalf personen.

2.

Het overleg wordt ten minste vier keer per jaar gevoerd.

3.

Op verzoek van de minister of een van de vertegenwoordigers kan ook tussentijds overleg plaatsvinden.

Artikel 13
1.

Het overleg wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter die, na overleg met de vertegenwoordigers, wordt benoemd door de minister.

2.

De minister draagt zorg voor het ambtelijk secretariaat van het overleg.

Hoofdstuk 2. De bijhouding van de basisregistratie

Artikel 14

De in de tabel in bijlage 1 bij de artikelen 23, tweede lid, en 32, tweede lid, van het Besluit BRP bedoelde gegevens in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling zijn nader bepaald in bijlage 7 bij deze regeling.

Artikel 15

De administratieve gegevens, bedoeld in de artikelen 23, tweede lid,32, tweede lid, en 36a, tweede lid, van het Besluit BRP, zijn nader bepaald in bijlage 8 bij deze regeling.

Artikel 16

Het model van het verhuisbericht, bedoeld in artikel 2.21, vijfde lid, van de Wet BRP, is opgenomen in bijlage 9 bij deze regeling.

Artikel 17

Als instellingen voor gezondheidszorg als bedoeld in artikel 2.40, derde lid, onderdeel a, van de Wet BRP, worden aangewezen: de instellingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen, voor zover het gaat om instellingen voor behandeling van gedragswetenschappelijke aard in verband met een psychiatrische aandoening en instellingen voor verpleging.

Artikel 18

Als instellingen op het gebied van de kinderbescherming als bedoeld in artikel 2.40, derde lid, onderdeel b, van de Wet BRP, worden aangewezen: de justitiële jeugdinrichtingen, bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, en gesloten accommodaties als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

Artikel 19

Als penitentiaire instellingen als bedoeld in artikel 2.40, derde lid, onderdeel c, van de Wet BRP, worden aangewezen: de inrichtingen die door de Minister van Justitie en Veiligheid zijn bestemd voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsbeneming, niet zijnde inrichtingen als bedoeld in artikel 18.

Hoofdstuk 2a. Ondersteuning bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de basisregistratie op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven alsmede naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de basisregistratie

Artikel 20
1.

Het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 38 van het Besluit BRP, is opgenomen in bijlage 10 bij deze regeling.

2.

Het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 38 van het Besluit BRP, voor autorisatiebesluiten op grond van artikel 2.4 en 2.5 van het Besluit experiment dataminimalisatie basisregistratie personen, is opgenomen in bijlage 11 bij deze regeling.

Hoofdstuk 4. Toezicht, overgangs- en slotbepalingen

§ 1. Toezicht

Artikel 21
1.

De gegevens in het uittreksel, bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, van de Wet BRP, dat door het college van burgemeester en wethouders aan de Autoriteit persoonsgegevens wordt gezonden, zijn geaggregeerd zodanig:

2.

De gegevens in het uittreksel, bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, van de Wet BRP, dat door de minister aan de Autoriteit persoonsgegevens wordt gezonden, zijn geaggregeerd zodanig:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.