Regeling van de Ministers van Financiën, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Infrastructuur en Milieu van 5 december 2013 houdende de vaststelling van regels ter uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden (Regeling schatkistbankieren decentrale overheden)

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-10-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2, vierde lid, en artikel 2b, tweede en derde lid, van de Wet financiering decentrale overheden;

Besluiten:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet financiering decentrale overheden (verplicht schatkistbankieren) in werking treedt.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. De tussenrekening
1.

Het openbaar lichaam heeft op eigen naam een tussenrekening bij een of meer banken.

2.

Het openbaar lichaam verstrekt aan de staat een machtiging voor de tussenrekening waarmee de staat de zero-balancing kan uitvoeren. Hiertoe ondertekent het openbaar lichaam de bankmachtiging zoals die door de staat ten behoeve van de betreffende bank is opgesteld.

3.

De tussenrekening kent een door het openbaar lichaam, in overleg met de staat, vast te stellen intradaglimiet.

4.

De tussenrekening mag door het openbaar lichaam alleen voor het doel van zero-balancing worden gebruikt. De minister van Financiën kan een openbaar lichaam toestaan om de tussenrekening ook voor andere doelen dan zero-balancing te gebruiken.

5.

Transacties ten laste en ten gunste van de tussenrekening worden door openbare lichamen bij voorkeur niet later dan 15.30 uur verricht.

6.

Alle kosten verbonden aan de tussenrekening die banken in rekening brengen bij het openbaar lichaam komen voor rekening van het openbaar lichaam.

Artikel 3. De rekening-courant
1.

De staat opent op naam van het openbaar lichaam een rekening-courant, waarop het openbaar lichaam de krachtens artikel 2 van de wet bedoelde middelen aanhoudt.

2.

De staat is verantwoordelijk voor de verwerking van de mutaties op de rekening-courant.

3.

Een debetstand in rekening-courant is niet toegestaan.

4.

Het Ministerie van Financiën mag een debetstand op de rekeningcourant van een openbaar lichaam, nadat een rappel aan het openbaar lichaam is gestuurd om de debetstand op te heffen, verrekenen met een positief saldo op een depositorekening van datzelfde openbaar lichaam als bedoeld in artikel 4 van deze regeling.

Artikel 4. Deposito
1.

Een openbaar lichaam kan aan de rekening-courant een depositorekening koppelen.

2.

De looptijd van een deposito is minimaal gelijk aan 2 dagen en maximaal gelijk aan 30 jaar.

3.

Het vervroegd laten vrijvallen van een deposito is uitsluitend mogelijk indien de middelen, of een deel daarvan, benodigd zijn voor het uitoefenen van de publieke taak bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet. Het vervroegd laten vrijvallen gebeurt tegen de actuele marktwaarde.

Artikel 5. De modelovereenkomst
1.

De modelovereenkomst, bedoeld in artikel 2b, tweede lid, van de wet, is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.

2.

De staat gebruikt de informatie waarover zij uit hoofde van de rekening-courantovereenkomst beschikt uitsluitend ten behoeve van de uitvoering van de rekening-courantovereenkomst en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

Artikel 6. Rente
1.

Over de in rekening-courant aangehouden middelen wordt de daggeldrente vergoed.

2.

Over een deposito wordt rente vergoed afhankelijk van de looptijd van het deposito. De rente is gebaseerd op de rente waartegen de Staat zichzelf financiert op de (inter)nationale geld- en kapitaalmarkt via de uitgifte van Dutch Treasury Certificates en Dutch State Loans.

3.

Indien de rente, bedoeld in het eerste en tweede lid, negatief is, wordt de betreffende rente gelijk gesteld aan nul.

4.

Over een debetstand in de rekening-courant wordt een rente in rekening gebracht die gelijk is aan de daggeldrente, vermeerderd met een boete van 100 basispunten. Indien de daggeldrente negatief is, wordt de rente gelijk gesteld aan 100 basispunten.

5.

Bij de berekening van rente wordt, indien de overeengekomen rentevastperiode maximaal gelijk is aan een jaar, de periode waarop de rente betrekking heeft op het juiste aantal dagen gesteld en het jaar op 360 dagen gesteld (‘actual/360’).

Indien de overeengekomen rentevastperiode minimaal gelijk is aan een jaar en een dag worden zowel het jaar als de periode waarop de rente betrekking heeft op het juiste aantal dagen gesteld, resulterend in de formule ‘actual/actual’.

Artikel 7. Uitgezonderde middelen
1.

Uitgezonderd van de verplichting om in de schatkist van het Rijk te worden aangehouden, zijn:

2.

Het drempelbedrag, genoemd in het eerste lid, onder a, wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van het openbaar lichaam. Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner dan of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

Artikel 8. Garantie

De Minister van Financiën kan een garantie toestaan ten aanzien van de liquide middelen die een openbaar lichaam in de schatkist van het Rijk aanhoudt, indien het openbaar lichaam daartoe een verzoek bij de Minister van Financiën heeft ingediend en de liquide middelen, die het in de schatkist van het Rijk aanhoudt, toereikend zijn.

Artikel 9. Uitzonderingen
1.

De minister van Financiën kan een openbaar lichaam op diens verzoek uitzonderen van de verplichting, bedoeld in artikel 2, indien sprake is van een van de volgende omstandigheden:

2.

Een lijst van de openbare lichamen die zijn uitgezonderd op grond van het eerste lid wordt gepubliceerd op de website van het Agentschap. Een openbaar lichaam dat is uitgezonderd op grond van het eerste lid stelt het Agentschap zo spoedig mogelijk op de hoogte van wijzigingen in de omstandigheden op grond waarvan de uitzondering is verleend.

Artikel 10. Overgangsbepalingen

Vervallen

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat de wet tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden in verband met het rentedragend aanhouden van liquide middelen in ’s Rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren) in werking treedt.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling schatkistbankieren decentrale overheden.

Bijlage. behorend bij artikel 5 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden

De modelovereenkomst

Rekening-courant overeenkomst

TUSSEN

<>

EN

DE STAAT DER NEDERLANDEN

De partijen:

overwegende dat:

komen het volgende overeen:

Artikel 1. Definities

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

Artikel 2. Zero-balancing

Artikel 3. Rekening-courantkredietlimiet

Artikel 4. Rente rekening-courant

Artikel 5. Deposito’s

Artikel 6. Informatievoorziening en geheimhouding

Artikel 7. Toepasselijk recht; geschillen

Artikel 8. Inwerkingtreding

De verplichtingen in deze overeenkomst gaan in op de tweede werkdag na ontvangst van de overeenkomst door het openbaar lichaam, maar niet eerder dan de dag waarop de regeling in werking is getreden.

Aldus opgemaakt,

te Den Haag op <>

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

namens deze:

<< naam agent >>

De agent

Bijlage. Tariefstructuur rekening-courant en deposito’s

Voorwaarde: Creditsaldo: geen minimum saldo Debetsaldo: niet van toepassing
Renteniveau: Zoals bepaald in de regeling
Renteconventie: Dagtelling op basis van actual/360 Betaalbaarstelling respectievelijk inning van rente op de eerste kalenderdag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarop de rente betrekking heeft
Kosten: Geen
Voorwaarde: Voor het plaatsen van een deposito moet er voldoende saldo staan op de rekening-courant.
--- ---
Looptijden: 2 dagen t/m 30 jaar
Renteniveaus: Zoals bepaald in de regeling
Renteconventie: <= 1 jaar: dagtelling op basis van actual/360 > 1 jaar: dagtelling op basis van actual/actual
Vervroegde opname: Tegen marktwaarde, zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, van de regeling.
Kosten: Geen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.