Wet van 10 juli 2013, houdende regels over de aanleg, het beheer, het gebruik en de veiligheid van lokale spoorwegen (Wet lokaal spoor)

Type Wet
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de regels inzake de aanleg, het beheer, het gebruik en de veiligheid van lokale spoorwegen te moderniseren en de verantwoordelijkheid van de decentrale overheden voor de lokale spoorweginfrastructuur vast te leggen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Lokale spoorwegen worden bij koninklijk besluit aangewezen.

2.

Een spoorweg kan als lokale spoorweg worden aangewezen, indien de spoorweg:

3.

Indien een lokale spoorweg niet meer voldoet aan het tweede lid, wordt de aanwijzing als lokale spoorweg ingetrokken.

4.

Een besluit tot aanwijzing dan wel intrekking van een aanwijzing als lokale spoorweg wordt bekendgemaakt in het Staatsblad.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de elementen aangewezen die tot de lokale spoorweginfrastructuur behoren.

Artikel 3
1.

Deze wet is van toepassing op lokale spoorwegen.

2.

Indien de interoperabiliteitsrichtlijn, de spoorveiligheidsrichtlijn of richtlijn 2012/34/EU vanwege het toepassingsgebied van de desbetreffende richtlijn geheel of gedeeltelijk van toepassing is op een lokale spoorweg, worden, voor zover dit voor een goede toepassing van deze richtlijn nodig is, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld. Deze regels kunnen in ieder geval strekken tot:

3.

Een lokale spoorweg is uitgesloten van de reikwijdte van een richtlijn genoemd in het tweede lid, indien de desbetreffende richtlijn deze mogelijkheid biedt, tenzij bij of krachtens algemene maatregel van bestuur anders is bepaald.

4.

Tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, zijn bestuurders op een lokale spoorweg vrijgesteld van de uitvoeringsmaatregelen bij richtlijn 2007/59/EG.

Hoofdstuk 2. Zorg voor de veiligheid op en nabij de lokale spoorwegen

Hoofdstuk 3. Beheer van lokale spoorwegen

Hoofdstuk 4. Verkeer

Hoofdstuk 5. Vervoer over de lokale spoorwegen

Hoofdstuk 6. Eisen aan het personeel

Hoofdstuk 7. Toezicht en handhaving

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Hoofdstuk 9. Wijziging andere wetten

Hoofdstuk 10. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 4
1.

Gedeputeerde staten dragen zorg voor de aanleg en het beheer van de lokale spoorweginfrastructuur in het gebied van de provincie voor zover die infrastructuur niet is gelegen in het krachtens artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 aangewezen gebied.

2.

Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de aanleg en het beheer van de lokale spoorweginfrastructuur, voor zover die gelegen is in het krachtens artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 aangewezen gebied.

3.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen hun bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 9, tweede lid, 10, derde lid, 11, 17, derde lid, 18, 20, vierde lid, 21, tweede, derde en vierde lid, 22, tweede lid, 24, eerste lid, 32, tweede en vijfde lid, 33, derde lid, 34, eerste en zesde lid, en 35, tweede lid, overdragen aan het college van burgemeester en wethouders van een van de in het gebied van die provincie of in het krachtens artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 aangewezen gebied liggende gemeenten.

4.

Het dagelijks bestuur kan zijn bevoegdheid, bedoeld in artikel 12, overdragen aan het college van burgemeester en wethouders van een van de in het krachtens artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 aangewezen gebied liggende gemeenten.

Artikel 5
1.

De lokale spoorweginfrastructuur wordt zodanig aangelegd dat de lokale spoorweginfrastructuur:

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels omtrent dit artikel worden gesteld.

Artikel 6
1.

Onverminderd artikel 5, eerste lid, wordt nieuwe ondergrondse lokale spoorweginfrastructuur zodanig aangelegd dat:

werkzaamheden naar behoren uit te voeren.

2.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur laten in het geval dat overwogen wordt een tunnel aan te leggen die onderdeel uitmaakt van een lokale spoorweg en langer is dan 250 meter een risicoanalyse uitvoeren ten aanzien van het ontwerp van de tunnel.

3.

De aanleg van een tunnel als bedoeld in het tweede lid vindt uitsluitend plaats indien uit de risicoanalyse blijkt dat het risico lager is dan de bij ministeriële regeling vastgelegde risiconorm.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de methode voor het uitvoeren van een risicoanalyse en de aspecten die in ieder geval bij de risicoanalyse worden betrokken.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9
1.

Het is verboden om lokale spoorweginfrastructuur in dienst te stellen zonder dat daarvoor een vergunning voor indienststelling is verleend door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur.

2.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur verlenen de vergunning, bedoeld in het eerste lid, indien de lokale spoorweginfrastructuur voldoet aan de artikelen 5 en 6, eerste lid.

3.

Bij de aanvraag van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt een schriftelijke verklaring van de toezichthouder overlegd waarin is beschreven in hoeverre de lokale spoorweginfrastructuur voldoet aan de artikelen 5 en 6, eerste lid.

4.

Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de lokale spoorweg.

5.

De beheerder levert ten behoeve van de verklaring, bedoeld in het derde lid, aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur en aan de toezichthouder een informatiedossier aan waarin de technische specificaties van de lokale spoorweginfrastructuur worden beschreven en gedocumenteerd en waaruit blijkt dat de lokale spoorweginfrastructuur voldoet aan de artikelen 5 en 6, eerste lid.

6.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de schriftelijke verklaring, bedoeld in het derde lid en het informatiedossier, bedoeld in het vijfde lid.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.