Besluit van 11 december 2013, houdende regels voor de opleiding van registerloodsen, noordzeeloodsen en VTS-operators en de bij die functies behorende bevoegdheden en verplichtingen (Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren)
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 14 november 2013, nr. IenM/BSK-2013/254642, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op Richtlijn 79/115/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1978 inzake het loodsen van schepen door Noordzee-loodsen op de Noordzee en het Kanaal (Pb EEG L 33/32), richtlijn nr. 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (PbEU L 131) en de artikelen 2, derde lid, 5, eerste lid, 9, tweede lid, 24, eerste lid, onderdeel e, en 47, eerste lid, van de Loodsenwet, artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet, de artikelen 19, eerste lid, onderdeel a, van de Wet zeevarenden en artikel XVIII van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 november 2013, no. W14.13.0406/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 7 december 2013, ienm/bsk-2013/286492, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Definities
In dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:
- –. beloodsingsgebied: beloodsingsgebied als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid;
- –. bevoegd gezag: gezag als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, tenzij bij ministeriële regeling voor een bij die regeling aangeduid gebied een ander bevoegd gezag is aangewezen;
- –. bevoegde autoriteit: de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 van het Loodsplichtbesluit 2021;
- –. bevoegd tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen: bevoegdheid tot het aan de scheepvaart geven van verkeersinformatie dan wel tot het geven van verkeersaanwijzingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Scheepvaarverkeerswet;
- –. certificaat noordzeeloods: verklaring dat een persoon voldoet aan de eisen met betrekking tot vakbekwaamheid en geschiktheid krachtens artikel 5, eerste lid, van de Loodsenwet;
- –. certificeringsinstelling: instelling die beschikt over een bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie of een daaraan gelijkwaardig instituut in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, kenbaar heeft gemaakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde instelling competent is voor het certificeren van opleidingen;
- –. directeur Kustwacht: directeur Kustwacht als bedoeld in artikel 3 van het Besluit instelling Kustwacht;
- –. examenprogramma: examenprogramma als bedoeld in artikel 1.3;
- –. examenreglement: examenreglement als bedoeld in artikel 1.4;
- –. geneeskundige verklaring voor de zeevaart: geneeskundige verklaring voor de zeevaart als bedoeld in artikel 1.2;
- –. groot vaarbewijs: groot vaarbewijs als bedoeld in artikel 14 van het Binnenvaartbesluit, of een document dat daarvoor op grond van artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet en artikel 17, tweede, derde en vierde lid, van het Binnenvaartbesluit in de plaats treedt;
- –. klein vaarbewijs: klein vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van het Binnenvaartbesluit, of een document dat daarvoor op grond van artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet en artikel 17, tweede, derde en vierde lid, van het Binnenvaartbesluit in de plaats treedt;
- –. loodsdiensten: dienst van een loods als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Loodsenwet;
- –. loodsen op afstand: functie-uitoefening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Loodsenwet;
- –. Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- –. noordzeeloods: persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, van de Loodsenwet;
- –. opleiding tot noordzeeloods: opleiding tot noordzeeloods als bedoeld in artikel 3.3;
- –. opleiding tot VTS-operator: opleiding tot VTS-operator als bedoeld in artikel 5.3;
- –. registerloods: persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Loodsenwet;
- –. scheepsramp: voorval of ongeval, overkomen aan een schip ten gevolge waarvan schade van betekenis aan dat schip of de zaken aan boord daarvan of letsel aan een of meer van de opvarenden, of schade aan een ander schip of de zaken aan boord daarvan, danwel letsel aan een of meer van de opvarenden daarvan of schade aan het mariene milieu is veroorzaakt;
- –. vaarbekwaamheidsbewijs politie: vaarbekwaamheidsbewijs voor het zijn van schipper van een klein politievaartuig op rivieren, kanalen en meren, of voor het zijn van schipper van een klein politievaartuig op alle binnenwateren, afgegeven door de politie, dan wel tussen 1 april 1994 en 1 januari 2013 afgegeven door het Korps landelijke politiediensten of voor 1 april 1994 afgegeven door het Korps Rijkspolitie;
- –. verkeersbegeleidend systeem: systeem, ingesteld teneinde de veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer en de bescherming van het mariene milieu te bevorderen en dat een of meer centrales of posten omvat;
- –. verordening: verordening als bedoeld in de Loodsenwet;
- –. VTS-operator: persoon als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a.
Artikel 1.2. Geneeskundige verklaring voor de zeevaart
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen wordt onder geneeskundige verklaring voor de zeevaart verstaan: een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Wet bemanning zeeschepen.
In verband met het verkrijgen van de in het eerste lid bedoelde geneeskundige verklaring zijn de artikelen 31 tot en met 34 van de Wet bemanning zeeschepen en de daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1.3. Examenprogramma
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder examenprogramma: een beschrijving van de inhoudsgebieden waarop een examen betrekking heeft.
Bij de vaststelling van een examenprogramma wordt rekening gehouden met ter zake geldende internationale richtlijnen en gewoonten en met de specifieke beroepsvaardigheden die, ter bevordering van een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer, worden gevorderd om de functie of het beroep waarvoor betrokkene wordt opgeleid en geëxamineerd, naar behoren te kunnen vervullen.
Artikel 1.4. Examenreglement
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen bevat een examenreglement in ieder geval bepalingen over:
- a. de te onderscheiden onderdelen van het examen, de wijze waarop deze onderdelen worden afgenomen en beoordeeld en de rol van derden daarbij;
- b. voor zover van toepassing, een procedure voor het verlenen van ontheffing van onderdelen van het examen;
- c. een regeling met betrekking tot herexamen;
- d. een regeling in verband met de behandeling van klachten over het examen, het afnemen van het examen en de toegekende beoordeling;
- e. bepalingen omtrent het verschuldigde examengeld.
Onverminderd het eerste lid, bevat een examenreglement voldoende waarborgen dat de vereiste kennis en bekwaamheden van betrokkene naar behoren worden onderzocht.
Hoofdstuk 2. Registerloodsen
Paragraaf 1. De opleiding voor het beroep van registerloods
Artikel 2.1. Voorwaarden voor deelname aan de opleiding tot registerloods
Voor deelname aan de opleiding en de examens voor registerloods kan in aanmerking komen een persoon die:
- a. ten minste in het bezit is van een door de algemene raad te bepalen relevante graad van Bachelor of beschikt over kennis, inzicht en vaardigheden op het niveau van een relevante graad Bachelor;
- b. in het bezit is van een relevant vaarbevoegdheidsbewijs;
- c. in het bezit is van een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart; en
- d. beschikt over zodanige karaktereigenschappen dat hij naar verwachting geschikt zal zijn voor het uitoefenen van het beroep van registerloods.
Artikel 2.2. Inhoud van de opleiding tot registerloods
De opleiding tot registerloods omvat zowel praktisch als theoretisch onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in ten minste de volgende aspecten van de beroepsuitoefening: navigeren, manoeuvreren en communiceren in het algemeen en in het bijzonder met betrekking tot de regio waar betrokkene na zijn examens als registerloods loodsdiensten zal gaan verrichten.
Artikel 2.3. Accreditatie van de opleiding tot registerloods
Onverminderd artikel 2.2, draagt de algemene raad er zorg voor dat voor de opleiding tot registerloods een accreditatie HBO-master als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, is verleend.
De algemene raad meldt onverwijld aan de Minister indien de opleiding niet overeenkomstig het eerste lid is geaccrediteerd.
Indien de opleiding niet overeenkomstig het eerste lid is geaccrediteerd, verleent de Minister de algemene raad hiervan ontheffing. Aan deze ontheffing worden in elk geval voorschriften verbonden met betrekking tot anderen die betrokken worden bij de vaststelling van het voor de opleiding en examen benodigde examenprogramma en examenreglement en voorschriften die ertoe leiden dat de kwaliteit en de continuïteit van de opleiding tot registerloods gewaarborgd blijven.
Paragraaf 2. Verplichtingen en bevoegdheden van de registerloods
Artikel 2.4. Geneeskundige verklaringen
Een registerloods bezit een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart.
Onverminderd het eerste lid, kunnen bij verordening regels worden gesteld in verband met het bezit van een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor het verrichten van loodsdiensten.
Een registerloods doet een afschrift van de in het eerste en indien van toepassing, tweede lid bedoelde geneeskundige verklaringen aan de algemene raad toekomen.
De registerloods die niet in het bezit is van een of, indien van toepassing beide geldige verklaringen als bedoeld in het eerste en tweede lid, meldt dit onverwijld aan de algemene raad.
Artikel 2.5. Voorschriften voor registerloodsen
Bij verordening worden regels gesteld met betrekking tot:
- a. de door registerloodsen bij de uitoefening van hun taak te gebruiken navigatie- en communicatiemiddelen,
- b. de wijze van loodswissel,
- c. de wijze van beëindiging van de loodsreis, en
- d. overige onderwerpen van operationele aard.
Een registerloods mag zijn diensten als loods weigeren indien tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het te loodsen schip naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar opleveren voor de veiligheid van het schip, de opvarenden of de omgeving.
In de situatie, bedoeld in het tweede lid, doet de registerloods hiervan onverwijld melding aan de bevoegde autoriteit of aan een opsporingsambtenaar en pleegt hij overleg met de kapitein en zo mogelijk met de bevoegde autoriteit over de te nemen actie. Indien het schip, ondanks de weigering van de registerloods, toch vertrekt of de reis voortzet, oefent de registerloods zijn functie zo goed mogelijk uit.
Artikel 2.6. Voorschriften tijdens de functie-uitoefening
Tijdens de uitoefening van zijn functie:
- a. beschikt een registerloods over een geldige verklaring als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de Loodsenwet, waaruit zijn bevoegdheid blijkt, en biedt hij deze desgevraagd ter inzage aan de kapitein of verkeersdeelnemer aan;
- b. doet een registerloods, onverwijld aan de bevoegde autoriteit of aan een opsporingsambtenaar melding van:
- 1°. tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het schip waarvoor hij loodsdiensten verricht, die de veiligheid van het schip, de opvarenden of de omgeving naar zijn oordeel kunnen schaden;
- 2°. overtredingen door andere verkeersdeelnemers van de wettelijke voorschriften gegeven ter bescherming van de belangen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet;
- 3°. een scheepsramp;
- 4°. bijzonderheden met betrekking tot een scheepvaartweg of verkeerstekens en overige navigatiehulpmiddelen;
- 5°. het verlies van ankers, trossen of kettingen dan wel van lading die hinder kan veroorzaken alsmede de positie daarvan;
- c. geeft de registerloods een voor het schip, ten behoeve waarvan hij zijn functie uitoefent, bestemde verkeersaanwijzing die hem bereikt, onverwijld door aan degene die belast is met het gezag over het schip of aan de verkeersdeelnemer;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.