Omzetbelasting, fondswerving en kantines
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 20 december 2012, nr. BLKB 2012/1982M. Actualisering is onder meer nodig in verband met de ophoging van de grens voor fondswervende diensten voor sportverenigingen naar € 50.000 in artikel 11, eerste lid, onderdeel v, van de Wet op de omzetbelasting 1968, en de afschaffing van de kantineregeling voor sportverenigingen (Artikel XI, onderdeel H, van de Fiscale verzamelwet 2013, nr. 33 637 en de memorie van toelichting bij deze wet). Verder zijn enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Zie ook onderdeel 1.2.
1. Inleiding
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 7 december 2021, nr. 2021-23532, (Stcrt. 48149). Bij deze wijziging is verduidelijkt dat de kantineregeling van onderdeel 4.1 niet toepasbaar is voor organisaties die voor hun primaire activiteiten zijn vrijgesteld op basis van de kleineondernemersregeling (artikel 25 van de wet).
Artikel 11, eerste lid, onderdeel v, van de Wet op de omzetbelasting 1968 regelt een vrijstelling voor fondswervende activiteiten door organisaties die voor hun primaire activiteiten zijn vrijgesteld van de heffing van btw. Hiermee wordt voorkomen dat deze organisaties voor hun fondswervende prestaties wel in de heffing van btw worden betrokken. Om ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen te voorkomen is de vrijstelling beperkt tot bepaalde maxima aan ontvangsten.
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
Dit besluit bevat de volgende (beleidsmatige) wijzigingen ten opzichte van het besluit van 20 december 2012, nr. BLKB 2012/1982M:
1.2. Wijzigingen
Dit besluit bevat de volgende (beleidsmatige) wijzigingen ten opzichte van het besluit van 20 december 2012, nr. BLKB 2012/1982M:
Bepaalde organisaties1Het gaat om organisaties bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel c, d, e, f, o onder 1° of t, van de wet. waarvan de primaire activiteiten zijn vrijgesteld van de heffing van btw zijn op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel v, van de wet ook voor fondswerving vrijgesteld. Onder fondswerving wordt verstaan: het verrichten van leveringen en diensten van bijkomstige aard, voor zover die leveringen en diensten voortvloeien uit activiteiten ter verkrijging van financiële steun. Voor de toepassing van de vrijstellingsbepaling gelden de volgende grensbedragen:
2.1. Fondswerving
De vrijstellingsbepaling is gebaseerd op artikel 132, eerste lid, onderdeel o, van de btw-richtlijn.
De fondswerving door organisaties kan bestaan uit het verrichten van leveringen en het verlenen van diensten. Over de uitleg van het begrip fondswervende diensten blijkt in de praktijk onduidelijkheid te bestaan. Om dit begrip te verduidelijken volgt hier een aantal voorbeelden van fondswervende diensten:
2.1.1. Kantineactiviteiten
Het uitlenen/detacheren van personeel kan niet als een fondswervende dienst worden aangemerkt.
Het HvJ3HvJ 10 maart 2011, nrs. C-497/09, C-499/09, C-501/09 en C-502/09 (Manfred Bog en anderen). heeft bepaald dat de verstrekking van vers bereide spijzen of etenswaren voor onmiddellijke consumptie een levering van goederen vormt als blijkt dat de diensten waarmee de levering van de etenswaren gepaard gaat niet overheersen.
Het HvJ3HvJ 10 maart 2011, nrs. C-497/09, C-499/09, C-501/09 en C-502/09 (Manfred Bog en anderen). heeft bepaald dat de verstrekking van vers bereide spijzen of etenswaren voor onmiddellijke consumptie een levering van goederen vormt als blijkt dat de diensten waarmee de levering van de etenswaren gepaard gaat niet overheersen.
Dit heeft tot gevolg dat leveringen van spijzen en dranken in/vanuit kantines aangemerkt worden als fondswervende leveringen. In kantines is immers in het algemeen geen sprake van een bijzonder dienstbetoon zoals dat bij restaurants wel het geval is.
Tot de hiervoor bedoelde fondswervende leveringen worden alleen die kantineactiviteiten gerekend die als normale nevenactiviteit van de betreffende organisatie worden beschouwd. Van een normale nevenactiviteit is sprake als de kantineactiviteiten worden verricht in samenhang met de primaire activiteiten van de betreffende organisatie. Niet hieronder valt daarom het verstrekken van spijzen en dranken ter gelegenheid van evenementen die in de persoonlijke sfeer van derden of individuele leden liggen, zoals bruiloften, feesten en jubilea4Zie ook artikel 7a uitvoeringsbeschikking (vanaf 1 januari 2014).. Voor kantineactiviteiten bestaat voor bepaalde instellingen overigens ook een bijzondere regeling (zie onderdeel 4 van dit besluit).
2.1.2. Forfaitair percentage kantine sportverenigingen
Een voorbeeld van een dergelijke activiteit is het verhuren van een sportaccommodatie door een voetbalvereniging aan een school voor het houden van een sportdag. De kantineverstrekkingen tijdens dat toernooi worden aangemerkt als normale nevenactiviteit.
Het komt voor dat sportverenigingen waarvan de primaire activiteiten zijn vrijgesteld, voor de exploitatie van de kantine in de heffing van btw worden betrokken omdat het grensbedrag van artikel 11, lid 1, onderdeel v, van de wet wordt overschreden. Met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
Het komt voor dat sportverenigingen waarvan de primaire activiteiten zijn vrijgesteld, voor de exploitatie van de kantine in de heffing van btw worden betrokken omdat het grensbedrag van artikel 11, lid 1, onderdeel v, van de wet wordt overschreden. Met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarde goed dat sportverenigingen waarvan de primaire activiteiten zijn vrijgesteld, over hun kantineontvangsten btw voldoen naar een forfaitair percentage als het grensbedrag van artikel 11, lid 1, onderdeel v, van de wet wordt overschreden. Dit percentage bedraagt met ingang van 1 januari 2019: 132Van 1 januari 2013 tot 1 januari 2019 bedroeg het percentage 11,5.
2.2. Ledenbladen
Deze goedkeuring heeft tot gevolg dat de totale kantineontvangsten dan de grondslag vormen van de heffing (13/100). Dat wil zeggen niet alleen de opbrengst voor het verstrekken van spijzen en dranken, maar ook de opbrengst uit de exploitatie van speelautomaten en dergelijke.
2.2. Ledenbladen
Het verstrekken van bladen ter informatie van de leden of aangeslotenen over de eigen activiteiten van een organisatie zoals bedoeld in de vrijstellingsbepaling wordt niet aangemerkt als fondswerving. Als het verstrekken van de informatie een bijkomstige activiteit is in de totaliteit van de aan de leden verleende diensten gaat de verstrekking van het clubblad op in de primaire vrijgestelde activiteit van de vereniging.
De grensbedragen voor leveringen en diensten gelden onafhankelijk van elkaar. Dit betekent dat als één van de grensbedragen wordt overschreden, slechts de ontvangsten in de categorie waarin de overschrijding plaatsvindt, in de heffing van btw worden betrokken. Met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
De grensbedragen voor leveringen en diensten gelden onafhankelijk van elkaar. Dit betekent dat als één van de grensbedragen wordt overschreden, slechts de ontvangsten in de categorie waarin de overschrijding plaatsvindt, in de heffing van btw worden betrokken. Met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat een organisatie die één of beide grenzen overschrijdt, in dat jaar in zoverre buiten de heffing van btw blijft.
Voor toepassing van deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
2.4. Wederverkoop van lotto, toto en loten Grote Clubactie
Als een grensbedrag gedurende een boekjaar wordt gewijzigd, moet het grensbedrag voor dat boekjaar worden berekend op basis van beide in het boekjaar geldende bedragen naar tijdsgelang.
Met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
Met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
3. Bijzondere evenementen/acties voor een ‘goed doel’
Voor toepassing van deze goedkeuring geldt de voorwaarde dat voor de wederverkoop van lotto, toto en loten voor de Grote Clubactie, geen aanspraak wordt gemaakt op aftrek van voorbelasting.
Het komt voor dat uit ideële overwegingen bijzondere evenementen worden georganiseerd. De opbrengst van die evenementen wordt aangewend voor een ’goed doel‘ zoals kankerbestrijding of hulp aan aidspatiënten. De organiserende ondernemers zullen voor deze evenementen in de regel op de normale wijze btw verschuldigd zijn5Zie voor een situatie waarin geen sprake was van ondernemerschap HR 14 mei 2004, nr. 39 324.. Dit is het geval als de ondernemer op eigen naam prestaties tegen vergoeding verricht, zoals bijvoorbeeld een galadiner waarbij ook optredens door artiesten en een veiling van goederen plaatsvinden. Kenmerkend voor deze bijzondere ‘goed doel’ evenementen is dat de afnemers voor de aangeboden prestaties een substantieel hogere prijs betalen dan voor vergelijkbare goederen of diensten, die buiten de context van het bijzondere evenement worden aangeboden. Vaak wordt een veelvoud betaald van de prijs van een vergelijkbare prestatie. Met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
Het komt voor dat uit ideële overwegingen bijzondere evenementen worden georganiseerd. De opbrengst van die evenementen wordt aangewend voor een ’goed doel‘ zoals kankerbestrijding of hulp aan aidspatiënten. De organiserende ondernemers zullen voor deze evenementen in de regel op de normale wijze btw verschuldigd zijn5Zie voor een situatie waarin geen sprake was van ondernemerschap HR 14 mei 2004, nr. 39 324.. Dit is het geval als de ondernemer op eigen naam prestaties tegen vergoeding verricht, zoals bijvoorbeeld een galadiner waarbij ook optredens door artiesten en een veiling van goederen plaatsvinden. Kenmerkend voor deze bijzondere ‘goed doel’ evenementen is dat de afnemers voor de aangeboden prestaties een substantieel hogere prijs betalen dan voor vergelijkbare goederen of diensten, die buiten de context van het bijzondere evenement worden aangeboden. Vaak wordt een veelvoud betaald van de prijs van een vergelijkbare prestatie. Met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat het in de opbrengst van bijzondere evenementen voor de levering van goederen en het verrichten van diensten te onderkennen giftelement buiten de heffing van btw blijft.
Voorwaarden
Voor toepassing van deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
4. Kantineregeling
Alleen het giftelement dat de afnemer van de prestatie als onderdeel van de vergoeding betaalt, blijft buiten de heffing.
4. Kantineregeling
De hierna bij onderdeel 4.1 bedoelde organisaties waarvan de primaire activiteiten niet zijn belast, exploiteren als aanvulling op hun primaire activiteiten vaak een kantine. Uit praktische overwegingen heb ik aanleiding gevonden goed te keuren dat onder voorwaarden deze organisaties ook voor hun kantineactiviteiten buiten de heffing van btw blijven. De regeling houdt in dat de normale kantineactiviteiten van btw zijn vrijgesteld als de kantineontvangsten beneden een bepaald bedrag blijven en aan de overige voorwaarden is voldaan. De kantineregeling staat los van de regeling voor fondswervende activiteiten als omschreven in onderdeel 2 van dit besluit. Dat betekent dat bij toepassing van de kantineregeling de kantineontvangsten buiten beschouwing blijven bij de beoordeling of sprake is van overschrijding van de in onderdeel 2 genoemde grensbedragen. De invulling van deze grensbedragen kan dan worden gebruikt voor andere fondswervende activiteiten. Voldoet een organisatie niet aan de hierna gestelde voorwaarden dan kunnen de kantineactiviteiten uiteraard nog zijn vrijgesteld op grond van de wettelijke vrijstelling genoemd in onderdeel 2 van dit besluit. De kantineregeling en de wettelijke vrijstellingsbepaling kunnen echter niet tegelijkertijd worden toegepast op de kantineactiviteiten.
De hierna bij onderdeel 4.1 bedoelde organisaties waarvan de primaire activiteiten niet zijn belast, exploiteren als aanvulling op hun primaire activiteiten vaak een kantine. Uit praktische overwegingen heb ik aanleiding gevonden goed te keuren dat onder voorwaarden deze organisaties ook voor hun kantineactiviteiten buiten de heffing van btw blijven. De regeling houdt in dat de normale kantineactiviteiten van btw zijn vrijgesteld als de kantineontvangsten beneden een bepaald bedrag blijven en aan de overige voorwaarden is voldaan. De kantineregeling staat los van de regeling voor fondswervende activiteiten als omschreven in onderdeel 2 van dit besluit. Dat betekent dat bij toepassing van de kantineregeling de kantineontvangsten buiten beschouwing blijven bij de beoordeling of sprake is van overschrijding van de in onderdeel 2 genoemde grensbedragen. De invulling van deze grensbedragen kan dan worden gebruikt voor andere fondswervende activiteiten. Voldoet een organisatie niet aan de hierna gestelde voorwaarden dan kunnen de kantineactiviteiten uiteraard nog zijn vrijgesteld op grond van de wettelijke vrijstelling genoemd in onderdeel 2 van dit besluit. De kantineregeling en de wettelijke vrijstellingsbepaling kunnen echter niet tegelijkertijd worden toegepast op de kantineactiviteiten.
Met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
Met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de hierna vermelde organisaties ook voor hun kantineactiviteiten buiten de heffing van btw blijven als hun primaire activiteiten niet zijn belast:
Voor toepassing van deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
4.2. Overschrijding van het grensbedrag
Het komt voor dat de organisatie haar normale nevenactiviteiten incidenteel op een andere locatie verricht (bijvoorbeeld in een gehuurde zaal). De daarmee verkregen ontvangsten voor de verstrekking van spijzen en dranken, worden voor de toepassing van het grensbedrag samengenomen met de kantineontvangsten vanuit de eigen kantine.
Wanneer een organisatie op verschillende plaatsen een accommodatie met een kantine heeft, kan het grensbedrag per accommodatie worden toegepast (bijvoorbeeld een stichting die in verschillende delen van een stad wijkcentra beheert).
Deze goedkeuring is niet van toepassing als de bovengenoemde organisaties voor hun primaire activiteiten zijn vrijgesteld op basis van de kleineondernemersregeling (artikel 25 van de wet).1Dit geldt ook als de organisaties gebruik maken van de goedkeuring om zich niet te melden voor toepassing van de kleineondernemersregeling (besluit van 10 juni 2021, nr. 2021-12740, Stcrt nr. 2021-30899).,2De exploitatie van zonnepanelen wordt niet geacht een primaire activiteit van de genoemde organisaties te zijn.
4.2. Overschrijding van het grensbedrag
Wanneer de kantineontvangsten van een organisatie in een bepaald jaar het grensbedrag overschrijden, moeten de ontvangsten in de heffing van btw worden betrokken. Op grond van artikel 63 AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
4.3. Toepassing van de wettelijke bepalingen
Voor toepassing van deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
4.3. Toepassing van de wettelijke bepalingen
Als een organisatie voor haar kantineactiviteiten in de heffing van btw wil worden betrokken, staat het de organisatie vrij de wettelijke bepalingen toe te passen. Als een organisatie ervoor kiest de kantineregeling niet toe te passen, betekent dit niet zonder meer dat voor de kantineontvangsten steeds btw is verschuldigd. Zoals in onderdeel 2 is aangegeven, zijn kantineontvangsten in de regel aan te merken als fondswervende activiteiten in de zin van de vrijstellingsbepaling en is pas btw verschuldigd als de opbrengsten de daarin genoemde grensbedragen voor leveringen en/of diensten overschrijden. Wanneer een organisatie ervoor kiest de kantineregeling niet toe te passen, brengt doel en strekking van de kantineregeling met zich mee dat op deze regeling naderhand geen beroep meer kan worden gedaan.
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 14 december 2018, nr. 2018-25921, Stcrt 68658. Bij deze wijziging is in onderdeel 2.1.2 het zogenoemde kantineforfait voor sportverenigingen verhoogd van 11,5% naar 13% met ingang van 1 januari 2019. Verder is (om praktische redenen) voorwaarde d. uit onderdeel 3. geschrapt.
1. Inleiding
Artikel 11, eerste lid, onderdeel v, van de Wet op de omzetbelasting 1968 regelt een vrijstelling voor fondswervende activiteiten door organisaties die voor hun primaire activiteiten zijn vrijgesteld van de heffing van btw. Hiermee wordt voorkomen dat deze organisaties voor hun fondswervende prestaties wel in de heffing van btw worden betrokken. Om ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen te voorkomen is de vrijstelling beperkt tot bepaalde maxima aan ontvangsten.
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
Dit besluit bevat de volgende (beleidsmatige) wijzigingen ten opzichte van het besluit van 20 december 2012, nr. BLKB 2012/1982M:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.