Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 13 december 2013, nummer 463556, houdende wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (honderddrieëntwintigste wijziging)
Gelet op de artikelen 6a, 24a, vierde lid, onder a, 37, 59a en 107, tweede lid, onder b en zevende lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, de artikelen 1.16, vierde lid, 1.22, onder a, 3.6c, eerste lid, 3.48, vierde lid, 3.71a, derde lid, 3.99a, vijfde lid, 3.102b, zesde lid, 3.108, 3.109, 3.118b, achtste lid, 4.53, tweede lid, onderdeel c, 6.1c, vierde lid, 6.4, tweede lid en 8.1, van het Vreemdelingenbesluit 2000 alsmede artikel II, tweede lid, van het besluit van 17 december 2013 tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 (stroomlijning toelatingsprocedures) (Stb. 2013, 580);
Besluit:
Artikel I
Wijzigt het Voorschrift Vreemdelingen 2000.
Artikel II
De artikelen 3.6a, 3.115, eerste lid, onder e, en 6.1e, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 zijn niet van toepassing op een eerste aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, die is ingediend voor 1 april 2014.
Artikel 3.118b van het Vreemdelingenbesluit 2000 is niet van toepassing indien de vreemdeling voor 1 januari 2014 te kennen heeft gegeven dat hij een volgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 wil indienen.
Artikel III
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014, met uitzondering van:
- a. artikel I, onderdelen A, E, H, P en S, die in werking treden met ingang van 6 januari 2014, en
- b. artikel II, eerste lid, dat in werking treedt op een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip, waarbij kan worden bepaald dat artikel II, eerste lid, terugwerkt tot een bij die regeling te bepalen tijdstip.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.