Verordening op de Raad voor Geschillen

Type Pbo
Publication 2014-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het bestuur van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants maakt, gelet op artikel 23, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep, onderstaande verordening bekend, welke door de ledenvergadering op 16 december 2013 is vastgesteld.

Gelet op artikel 5, eerste lid in samenhang met artikel 19 eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep;

Stelt de volgende verordening vast:

De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

Er is een Raad voor Geschillen, hierna te noemen: de Raad.

Artikel 2
1.

De Raad bestaat uit de volgende leden:

2.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast.

3.

De Raad wordt bijgestaan door een secretaris en een plaatsvervangend secretaris. Voor benoeming tot secretaris of plaatsvervangende secretaris komt in aanmerking degene:

4.

De leden, de secretaris en de plaatsvervangend secretaris worden benoemd door het bestuur.

5.

De zittingsduur van de leden bedraagt maximaal vier jaar. Herbenoeming is eenmalig mogelijk.

Artikel 3
1.

Een lid van de Raad is onpartijdig en onafhankelijk.

2.

Het lidmaatschap van de Raad is onverenigbaar met:

Artikel 4
1.

Het lidmaatschap van de Raad eindigt:

2.

Het lid van de Raad, dat ingevolge sub b of c van het eerste lid aftreedt, kan op verzoek van de voorzitter zijn functie behouden met betrekking tot die zaken aan welke behandeling hij heeft deelgenomen, doch die op het tijdstip van zijn aftreden nog niet zijn afgedaan.

Paragraaf 2. Bindend advies

Artikel 5
1.

Een ieder kan een burgerrechtelijk geschil ter zake van de beroepsuitoefening van een lid van de NBA aan de Raad voorleggen.

2.

De eis wordt ingesteld door middel van een gemotiveerd verzoekschrift. De secretaris bevestigt de ontvangst aan de partijen bij het geschil en stelt de verweerder in de gelegenheid schriftelijk en gemotiveerd op het verzoekschrift te antwoorden.

3.

Een tegenvordering wordt uiterlijk ingesteld bij het verweerschrift. De eiser wordt in de gelegenheid gesteld schriftelijk op de tegenvordering te antwoorden.

4.

De uitspraken van de Raad hebben kracht van bindend advies.

5.

Leden van de NBA zijn gehouden zich aan de uitspraak van de Raad te onderwerpen.

6.

Indien verweerder lid is van de NBA kan hij het geschil, met voorbijgaan van de Raad, aanhangig maken bij de volgens de wet bevoegde rechter. Verweerder maakt in dat geval het geschil uiterlijk twee weken na ontvangst van de ontvangstbevestiging, bedoeld in het tweede lid, aanhangig en stelt de Raad daarvan, gelijktijdig, bij aangetekende brief in kennis.

7.

Op verzoek kan uitstel worden verleend van de in het vorige lid genoemde termijn.

Artikel 6
1.

Het is aan de leden, de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van de Raad verboden:

2.

Indien een lid, de secretaris of de plaatsvervangend secretaris het verbod overtreedt, kan hij op verzoek van één of meer leden of van één of beide partijen worden uitgesloten van deelneming aan de behandeling van het geschil.

3.

Over een verzoek tot uitsluiting als bedoeld in het vorige lid, beslist de voorzitter. Betreft het verzoek tot uitsluiting de voorzitter, dan beslist de plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 7
1.

De Raad kan nadere inlichtingen, gegevens of bescheiden van partijen verlangen en gunt daartoe een redelijke termijn.

2.

Indien het verzoekschrift of het verweerschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het geschil noodzakelijk is, draagt de indiener zorg voor een vertaling.

Artikel 8
1.

De eiser is een depot verschuldigd ten behoeve van de vergoeding van de kosten van de procedure. Indien partijen gezamenlijk het geschil aan de Raad hebben voorgelegd zijn beide partijen een depot verschuldigd.

2.

De hoogte van het depot wordt per geschil door de voorzitter vastgesteld.

3.

De voorzitter van de Raad kan aanvulling van het depot van partijen verlangen. Over het gestorte depot wordt geen rente vergoed.

4.

De Raad kan, onverminderd het eerste lid, een afzonderlijk depot verlangen van een van de partijen indien het geschil betrekking heeft op de hoogte van een declaratie. Het depot wordt vastgesteld ter hoogte van het deel van het declaratiebedrag dat in geschil is exclusief rente en kosten.

5.

In afwijking van artikel 5, vierde lid, wordt het geschil door arbitrage beslecht indien het depot, bedoeld in het vorige lid, niet binnen een maand wordt gestort.

Artikel 9
1.

De Raad neemt een geschil slechts in behandeling indien:

2.

De Raad neemt een geschil niet in behandeling indien het geschil zich niet leent voor behandeling door de Raad.

3.

De voorzitter beslist op voordracht van de secretaris omtrent het in behandeling nemen van een geschil.

4.

De Raad beslist naar de regelen des rechts, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst.

Artikel 10
1.

De secretaris stelt partijen in kennis van het in behandeling nemen van het geschil, met opgave van de leden van de Raad.

2.

De Raad houdt zitting met de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter en twee of vier leden, hierna te noemen de Kamer.

Artikel 11
1.

Op verzoek van partijen, kan de voorzitter of elk van de leden die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van de Kamer schade zou kunnen lijden.

2.

Het verzoek geschiedt schriftelijk en is gemotiveerd. Tijdens de zitting kan het ook mondeling geschieden.

3.

Een herhaald verzoek om wraking van hetzelfde lid wordt niet in behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.

4.

Geschiedt het verzoek ter zitting, dan wordt de zitting geschorst.

5.

Het verzoek om wraking wordt zo spoedig mogelijk behandeld door een kamer waarin het lid wiens wraking is verzocht, geen zitting heeft.

Artikel 12
1.

Op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 11, eerste lid, kan elk van de leden die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.

2.

Het verzoek geschiedt schriftelijk en is gemotiveerd. Tijdens de terechtzitting kan het ook mondeling geschieden.

3.

Geschiedt het verzoek ter terechtzitting, dan wordt de terechtzitting geschorst.

4.

Het verzoek om verschoning wordt zo spoedig mogelijk behandeld door een kamer waarin het lid dat om verschoning heeft verzocht, geen zitting heeft.

Artikel 13
1.

De betrokken partijen kunnen – tenzij de Kamer beveelt, dat zij in persoon verschijnen – zich ter zitting doen vertegenwoordigen door een daartoe gemachtigde. Partijen kunnen zich door een raadsman doen bijstaan.

2.

De Kamer kan bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan, weigeren. Bij zodanige weigering houdt de Raad de zaak tot een volgende zitting aan.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van advocaten.

4.

De Kamer zal van schriftelijke stukken of van mondelinge verklaringen alleen gebruik maken voor zover zij partijen in de gelegenheid heeft gesteld van die stukken kennis te nemen en het afleggen van de mondelinge verklaringen bij te wonen.

5.

De zakelijke inhoud van de mededelingen van partijen en van door derden afgelegde mondelinge verklaringen wordt door de secretaris op schrift gesteld. Aan een ter zitting niet verschenen partij wordt het proces-verbaal van de zitting toegezonden.

Artikel 14
1.

De Raad kan partijen, getuigen en overige belanghebbenden oproepen. De oproeping geschiedt per aangetekende verzending.

2.

Leden van de NBA die als getuige zijn opgeroepen, zijn verplicht voor de Kamer te verschijnen en op de hun gestelde vragen te antwoorden.

3.

Leden van de NBA die als getuige optreden kunnen de Kamer verzoeken van de verplichting tot antwoorden te worden verschoond. Dit verzoek dient met redenen te zijn omkleed. Het verzoek om verschoning wordt zo spoedig mogelijk behandeld.

4.

Het bestuur van de NBA wordt in kennis gesteld indien een lid dat als getuige is opgeroepen:

Artikel 15

Indien een partij niet voldoet aan de verplichting te verschijnen, inlichtingen te geven, stukken over te leggen of weigert antwoord te geven op vragen van de Kamer, kan de Kamer daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen.

Artikel 16
1.

Het geschil kan slechts worden ingetrokken met toestemming van de wederpartij.

2.

De intrekking van het geschil wordt schriftelijk door de secretaris aan partijen bevestigd.

Artikel 17

Alle beslissingen van de Kamer worden genomen met gewone meerderheid van stemmen.

Artikel 18
1.

Indien naar het oordeel van de voorzitter het geringe belang van het geschil onmiddellijke schriftelijke afdoening rechtvaardigt, kan de Raad, indien partijen daarmee instemmen, de zaak zonder zitting afdoen.

2.

Indien de zaak zonder zitting wordt afgedaan geeft de Raad aan de eiser gelegenheid voor repliek te concluderen. Hierna kan de verweerder voor dupliek concluderen.

Artikel 19

De Kamer is bevoegd op verzoek een voorlopige voorziening te treffen, die hem nodig of nuttig voorkomt.

Artikel 20
1.

Indien de Kamer van oordeel is dat het geschil in staat van wijzen is, dan stelt hij zijn uitspraak vast.

2.

De uitspraak van de Raad wordt op schrift gesteld en ondertekend door zijn voorzitter en secretaris. De uitspraak moet gedagtekend en met redenen omkleed zijn en de samenstelling van de Kamer vermelden.

3.

Van de uitspraak wordt een afschrift, aangetekend en ondertekend door de secretaris van de Raad, aan partijen toegezonden.

Artikel 21
1.

De Kamer bepaalt door welke partij de kosten van de procedure worden gedragen. Ook kan hij besluiten om de kosten voor rekening van beide partijen te laten.

2.

Bij het vaststellen van de hoogte van de kosten stelt de Kamer vast in hoeverre zij kunnen worden voldaan uit het depot, bedoeld in artikel 8.

Artikel 22
1.

Vorderingen en verplichtingen die voortkomen uit de uitspraak van de Raad en rusten op een lid van de NBA dat de opdracht namens een accountantsorganisatie heeft uitgevoerd, worden overgenomen door de accountantsorganisatie of haar rechtsopvolger indien de accountantsorganisatie de opdrachtnemer bij die opdracht is.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.