Regeling van de Minister van Economische Zaken van 10 februari 2014, nr. WJZ/13177759, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2014 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014)

Type Ministeriële regeling
Publication 2014-10-01
State In force
Source BWB
artikelen 165
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vierde lid onderdeel d, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 67
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 66, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 66, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.

§ 5.5. Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 68
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 t/m 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008 in een ketel.

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

4.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 69
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 68, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 68, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.6. Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 70
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008:

  • a. met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 10% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of
  • b. met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.
2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

5.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 71
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 70, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 70, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.7. Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 72
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt gebruikt aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert door middel van:

  • a. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting;
  • b. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest of door middel van vergisting op een landbouwbedrijf van uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met G1 onder categorie 1 van Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, of
  • c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa.
2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

4.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel d, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

5.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden, indien subsidie is verstrekt op grond van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid van het besluit.

6.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden, indien subsidie is verstrekt op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van het besluit.

Artikel 73
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 72, eerste lid, wordt voor een periode van 5 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte, opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 72, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.

§ 5.8. Zonthermie

Artikel 74
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren voorzien van een transparante isolerende laag, met een totale apertuuroppervlakte van 100 m2 of meer.

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 75
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 74, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 74, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.9. Verlengde levensduur biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 76
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties subsidie van meer dan € 0,00 is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde artikelen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

  • a. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;
  • b. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of
  • c. met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 50 MW en voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.
2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

5.

Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, of artikel 72 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

6.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 48, tweede en vijfde lid, 56 eerste lid, en, indien subsidie is verstrekt op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, of artikel 72 van deze regeling, als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, van het besluit.

Artikel 77
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 76, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 76, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 5.10. Verlengde levensduur biomassa warmte

Artikel 78
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties subsidie van meer dan € 0,00 is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde artikelen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

  • a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of
  • b. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.
2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3.

Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, of artikel 72 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

4.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 48, tweede lid, 56, eerste lid, en, indien subsidie is verstrekt op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, of artikel 72 van deze regeling, als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, van het besluit.

Artikel 79
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 78, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 78, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.11. Biomassavergisting hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

Artikel 80
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door:

  • a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
  • b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
  • c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;
  • d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of
  • e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is.
2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, vijfde lid, 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

Artikel 81
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 80, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.12. Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basisenergie- en elektriciteitsprijzen

Artikel 82

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte:

  • a. het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, en
1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Maximaal aantal vollasturen Basisenergie- of elektriciteitsprijs artikel 45, eerste lid, of artikel 12, eerste lid, van het besluit
artikel 60, eerste lid, onderdeel a Ketel vaste biomassa warmte ≥ 0,5 MW en < 5 MW 4.000 uren per jaar € 6,8 per GJ
artikel 60, eerste lid, onderdeel b Ketel vaste biomassa warmte ≥ 5 MW 7.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 62, eerste lid, onderdeel a Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte 6.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 62, eerste lid, onderdeel b Geothermie warmte ≥ 3.300 meter diepte 7.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 64, eerste lid Geothermie gecombineerde opwekking 4.158 uren per jaar € 5,3 per GJ
artikel 66, eerste lid Bestaande afvalverbranding uitbreiding warmte 3.920 uren per jaar € 7,0 per GJ
artikel 68, eerste lid Ketel vloeibare biomassa warmte 7.000 uren per jaar € 6,8 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel a Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW 7.500 uren per jaar € 5,1 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel b Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW 4.241 uren per jaar € 6,0 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte 7.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdeel b Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte 4.000 uren per jaar € 0,0 per GJ
artikel 74, eerste lid Zonthermie 700 uren per jaar € 13,0 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting gecombineerde opwekking 5.855 uren per jaar € 8,5 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking 5.855 uren per jaar € 8,5 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel c Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking ≤ 50 MW 4.429 uren per jaar € 6,5 per GJ
artikel 78, eerste lid onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting warmte 7.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 78, eerste lid onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte 7.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel a Allesvergisting warmte 7.000 uren per jaar € 6,8 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel b Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte 7.000 uren per jaar € 6,8 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel c Allesvergisting gecombineerde opwekking 5.739 uren per jaar € 8,3 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel d Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking 5.732 uren per jaar € 8,3 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel e Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest elektriciteit 8.000 uren per jaar € 0,040 per kWh
Artikel 83
1.

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 18 december 2014, 17:00 uur, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.

1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Begin periode Basisbedrag artikel 44 van het besluit
artikel 60, eerste lid, onderdeel a Ketel vaste biomassa warmte ≥ 0,5 MW en < 5 MW 1 april 2014, 09:00 uur € 14,2 per GJ
artikel 60, eerste lid, onderdeel b Ketel vaste biomassa warmte ≥ 5 MW 1 april 2014, 09:00 uur € 11,8 per GJ
artikel 66, eerste lid Bestaande afvalverbranding uitbreiding warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 11,4 per GJ
artikel 68, eerste lid Ketel vloeibare biomassa warmte 12 mei 2014, 17:00 € 19,8 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel a Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW 16 juni 2014, 17:00 € 22,7 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel b Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW 3 november 2014, 17:00 € 40,9 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 6,4 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdeel b Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 8,2 per GJ
artikel 74, eerste lid Zonthermie ≥ 100 m2 3 november 2014, 17:00 € 38,2 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting gecombineerde opwekking 16 juni 2014, 17:00 € 24,1 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking 1 september 2014, 17:00 € 28,2 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel c Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking ≤ 50 MW 1 april 2014, 09:00 uur € 18,1 per GJ
artikel 78, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 16,0 per GJ
artikel 78, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 18,8 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel a Allesvergisting warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 14,7 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel b Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte 12 mei 2014, 17:00 uur € 20,6 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel c Allesvergisting gecombineerde opwekking 1 september 2014, 17:00 € 26,3 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel d Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking 29 september 2014, 17:00 € 31,4 per GJ
2.

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 18 december 2014, 17:00 uur, voor de hoeveelheid geproduceerde GJ hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte genoemd in de vierde kolom, vastgesteld op het in de vijfde kolom genoemde bedrag.

1 2 3 4. 5
Artikel regeling Omschrijving categorie Begin periode Hoeveelheid geproduceerde GJ Basisbedrag artikel 44 van het besluit
artikel 62, eerste lid, onderdeel a Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte 1 april 2014, 09:00 uur ≤ 432000 GJ per doublet, per jaar € 11,9 per GJ
artikel 62, eerste lid, onderdeel a Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte 1 april 2014, 09:00 uur > 432000 GJ per doublet, per jaar € 0,0 per GJ
artikel 62, eerste lid, onderdeel b Geothermie warmte ≥ 3.300 meter diepte 1 april 2014, 09:00 uur ≤ 352800 GJ per doublet, per jaar € 14,4 per GJ
artikel 62, eerste lid, onderdeel b Geothermie warmte ≥ 3.300 meter diepte 1 april 2014, 09:00 uur > 352800 GJ per doublet, per jaar € 0,0 per GJ
artikel 64, eerste lid Geothermie gecombineerde opwekking 1 september 2014 17:00 ≤ 178129 GJ per doublet, per jaar € 25,8 per GJ
artikel 64, eerste lid Geothermie gecombineerde opwekking 1 september 2014 17:00 > 178129 GJ per doublet, per jaar € 0,0 per GJ

§ 5.13. Vrije categorie

§ 5.13.1. Vrije categorie fase 1

Artikel 84

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 1 april 2014, 9:00 uur, tot 12 mei 2014, 17:00 uur.

Artikel 85
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 84, onderdelen a tot en met f bedraagt in de periode, genoemd in artikel 84: € 19,444 per GJ.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 84, onderdeel g bedraagt in de periode, genoemd in artikel 84: € 0,070 per kWh.

§ 5.13.2. Vrije categorie fase 2

Artikel 86

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

  • f. artikel 80, eerste lid, onderdeel e

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 12 mei 2014, 17:00 uur, tot 16 juni 2014, 17:00 uur.

Artikel 87
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 86, onderdelen a tot en met e bedraagt in de periode, genoemd in artikel 86: € 22,222 per GJ.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 86, onderdeel f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 86: € 0,080 per kWh.

§ 5.13.3. Vrije categorie fase 3

Artikel 88

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

  • f. artikel 80, eerste lid, onderdeel e

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 16 juni 2014, 17:00 uur, tot 1 september 2014, 17:00 uur.

Artikel 89
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 88, onderdelen a tot en met e bedraagt in de periode, genoemd in artikel 88: € 25,000 per GJ.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 88, onderdeel f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 88: € 0,090 per kWh.

§ 5.13.4. Vrije categorie fase 4

Artikel 90

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

  • d. artikel 80, eerste lid, onderdeel e

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 1 september 2014, 17:00 uur, tot 29 september 2014, 17:00 uur.

Artikel 91
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 90, onderdeel a tot en met c bedraagt in de periode, genoemd in artikel 90: € 30,556 per GJ.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 90, onderdeel d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 90: € 0,110 per kWh.

§ 5.13.5. Vrije categorie fase 5

Artikel 92

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 29 september 2014, 17:00 uur, tot 3 november 2014, 17:00 uur.

Artikel 93
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 92, onderdeel a en b bedraagt in de periode, genoemd in artikel 92: € 36,111 per GJ.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 92, onderdeel c, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 92: € 0,130 per kWh.

§ 5.13.6. Vrije categorie fase 6

Artikel 94

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, onderdeel e

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 3 november 2014, 17:00 uur, tot 18 december 2014, 17:00 uur.

Artikel 95

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 94 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 94: € 0,150 per kWh.

§ 5.14. Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of gecombineerde opwekking

Artikel 96

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2014 vastgesteld op:

1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Correctiebedrag artikel 47, eerste lid, onderdeel a of artikel 14, eerste lid, onderdeel a van het besluit Correctiebedrag artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c of artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c van het besluit
artikel 60, eerste lid, onderdeel a Ketel vaste biomassa warmte ≥ 0,5 MW en < 5 MW € 9,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 60, eerste lid, onderdeel b Ketel vaste biomassa warmte ≥ 5 MW € 5,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 62, eerste lid Geothermie warmte € 5,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 64, eerste lid Geothermie gecombineerde opwekking € 7,4 per GJ € 0 per GJ
artikel 66, eerste lid Bestaande afvalverbranding uitbreiding warmte € 10,4 per GJ € 0 per GJ
artikel 68, eerste lid Ketel vloeibare biomassa warmte € 9,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel a Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW € 7,2 per GJ € 0 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel b Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW € 8,3 per GJ € 0 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte € 5,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdeel b Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte € 0 per GJ € 0 per GJ
artikel 74, eerste lid Zonthermie € 15,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdelen a en b Verlengde levensduur allesvergisting en vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking € 11,3 per GJ € 0 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel c Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking € 8,9 per GJ € 0 per GJ
artikel 78, eerste lid Verlengde levensduur biomassavergisting warmte € 5,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdelen a en b Biomassavergisting hernieuwbare warmte € 9,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdelen c en d Biomassavergisting gecombineerde opwekking € 11,0 per GJ € 0 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel e Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest hernieuwbare elektriciteit € 0,052 per kWh € 0 per kWh

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 97

Voor producenten van hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit, die een aanvraag voor subsidie hebben ingediend op grond van artikel 41, 76 of 78 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, waarop nog niet door de minister is beslist, zijn de artikelen 41, derde en vierde lid, 76, vijfde en zesde lid en 78, derde en vierde lid, van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 98

Wijzigt de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012.

Artikel 99

Wijzigt de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013.

Artikel 100

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 101

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014.

Bijlage 1. behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014

en

overwegen:

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel 1. Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Artikel 2. Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen acht weken nadat de Beschikking in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Artikel 3. Vrijval van de garantie

Artikel 4. Boetes

Artikel 5. Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

Artikel 6. Domiciliekeuze en berichtgevingen

Artikel 7. Rechtskeuze

Artikel 8. Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te .....

Ondernemer

te 's-Gravenhage op .....

De Minister van Economische Zaken

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

....., gevestigd te ....., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

VERKLAART ALS VOLGT

Getekend te

op

De Bank

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)