← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 10 februari 2014, nr. WJZ/13177759, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2014 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014)

Geldende tekst a fecha 2014-02-13

Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 2, tweede, derde en vierde lid, 3, 7, 8, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, zesde lid, 15, tweede, derde en vierde lid, 25, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, vijfde lid, 32, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 42, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 47, vijfde lid, 48, tweede, derde en vijfde lid, 56, eerste en derde lid, 59, tweede lid, 61, eerste lid, en 62, vierde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Algemene bepalingen

Artikel 2
1.

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte op grond van de artikelen 3, eerste lid, 5, eerste lid, 7, eerste lid, 9, eerste lid, 11, eerste lid, 13, eerste lid, 15, eerste lid, 17, eerste lid, 37, eerste lid, 39, eerste lid, 41, eerste lid, 43, eerste lid, 60, eerste lid, 62, eerste lid, 64, eerste lid, 66, eerste lid, 68, eerste lid, 70, eerste lid, 72, eerste lid, 74, eerste lid, 76, eerste lid, 78, eerste lid en 80, eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 1 april 2014, 09:00 uur, tot 18 december 2014, 17:00 uur, bedraagt € 3.500.000.000,00.

2.

De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3.

Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

4.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien op het moment van indienen van de aanvraag geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

5.

Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,00 wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager.

§ 3. Hernieuwbare elektriciteit

§ 3.1. Waterkracht

Artikel 3
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

4.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, van het besluit.

Artikel 4
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2. Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 5
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, gebruik makende van thermische drukhydrolyse, waarbij ten minste het deel van de productie-installatie, dat bedoeld is voor thermische drukhydrolyse nieuw is.

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 6
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3. Wind op land

Artikel 7
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone:

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

Artikel 8
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4. Wind in meer

Artikel 9
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone en waarvan de fundering in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat.

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

Artikel 10
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.5. Wind op zee

Artikel 11
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

Artikel 12
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, binnen 5 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.6. Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 13
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie met een totaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A.

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 14
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.7. Osmose

Artikel 15
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 16
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.8. Vrije stromingsenergie

Artikel 17
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter.

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 18
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 17, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 17, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.9. Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basiselektriciteitsprijs voor productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 19

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit:

1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Maximaal aantal vollasturen Basiselektriciteitsprijs artikel 12, eerste lid, van het besluit
artikel 3, eerste lid, onderdeel a Waterkracht nieuw 5.700 uren per jaar € 0,040 per kWh
artikel 3, eerste lid, onderdeel b Waterkracht renovatie 4.300 uren per jaar € 0,040 per kWh
artikel 5, eerste lid Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties thermische drukhydrolyse 8.000 uren per jaar € 0,040 per kWh
artikel 7, eerste lid, onderdeel a Wind op land < 6,0 MW 1.960 uren per jaar € 0,045 per kWh
artikel 7, eerste lid, onderdeel b Wind op land ≥ 6,0 MW 2.320 uren per jaar € 0,045 per kWh
artikel 9, eerste lid Wind in meer 2.560 uren per jaar € 0,045 per kWh
artikel 11, eerste lid Wind op zee 3.000 uren per jaar € 0,045877 per kWh
artikel 13, eerste lid Fotovoltaïsche zonnepanelen 1.000 uren per jaar € 0,044 per kWh
artikel 15, eerste lid Osmose 8.000 uren per jaar € 0,040 per kWh
artikel 17, eerste lid Vrije stromingsenergie 2.800 uren per jaar € 0,040 per kWh
Artikel 20

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 18 december 2014, 17:00 uur voor de productie van hernieuwbare elektriciteit vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.

1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Begin periode Basisbedrag artikel 11, eerste lid, van het besluit
artikel 3, eerste lid, onderdeel b Waterkracht renovatie 1 april 2014, 09:00 uur € 0,066 per kWh
artikel 5, eerste lid Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties thermische drukhydrolyse 1 september 2014, 17:00 uur € 0,096 per kWh
artikel 7, eerste lid, onderdeel a Wind op land < 6,0 MW 16 juni 2014, 17:00 uur € 0,1125 per kWh
artikel 7, eerste lid, onderdeel b Wind op land ≥ 6,0 MW 1 september 2014, 17:00 uur € 0,1213 per kWh
artikel 9, eerste lid Wind in meer 29 september 2014, 17:00 uur € 0,1538 per kWh
artikel 13, eerste lid Fotovoltaïsche zonnepanelen 3 november 2014, 17:00 uur € 0,147 per kWh

§ 3.10. Vrije categorie

§ 3.10.1. Vrije categorie fase 1

Artikel 21

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 1 april 2014, 9:00 uur, tot 12 mei 2014, 17:00 uur.

Artikel 22

In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen:

Artikel 23
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, onderdelen a, b, f, g en h bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21: € 0,070 per kWh.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, onderdelen c, d en e bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21: € 0,0875 per kWh.

§ 3.10.2. Vrije categorie fase 2

Artikel 24

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 12 mei 2014, 17:00 uur, tot 16 juni 2014, 17:00 uur.

Artikel 25

In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen:

Artikel 26
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 24, onderdelen a, b, f, g en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 24: € 0,080 per kWh.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 24, onderdelen c, d en e, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 24: € 0,1000 per kWh.

§ 3.10.3. Vrije categorie fase 3

Artikel 27

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 16 juni 2014, 17:00 uur, tot 1 september 2014, 17:00 uur.

Artikel 28

In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 27: 2.520 uren per jaar.

Artikel 29
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 27, onderdelen a, b, f, g en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 27: € 0,090 per kWh.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 27, onderdelen c, d en e, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 27: € 0,1125 per kWh.

§ 3.10.4. Vrije categorie fase 4

Artikel 30

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 1 september 2014, 17:00 uur, tot 29 september 2014, 17:00 uur.

Artikel 31
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 30, onderdelen a, d, e, en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 30: € 0,110 per kWh.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 30, onderdelen b en c, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 30: € 0,1375 per kWh.

§ 3.10.5. Vrije categorie fase 5

Artikel 32

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 29 september 2014, 17:00 uur, tot 3 november 2014, 17:00 uur.

Artikel 33
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 32, onderdelen a, c, d en e, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 32: € 0,130 per kWh.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 32: € 0,1625 per kWh.

§ 3.10.6. Vrije categorie fase 6

Artikel 34

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 3 november 2014, 17:00 uur, tot 18 december 2014, 17:00 uur.

Artikel 35
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 34, onderdelen a, c en d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 34: € 0,150 per kWh.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 34, onderdeel b, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 34: € 0,1875 per kWh.

§ 3.11. Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 36

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2014 vastgesteld op:

1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Correctiebedrag art. 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit Correctiebedrag art. 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit
artikel 3, eerste lid Waterkracht € 0,052 per kWh € 0 per kWh
artikel 5, eerste lid Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties € 0,052 per kWh € 0 per kWh
artikel 7, eerste lid Wind op land € 0,058 per kWh € 0 per kWh
artikel 9, eerste lid Wind in meer € 0,058 per kWh € 0 per kWh
artikel 11, eerste lid Wind op zee € 0,059443 per kWh € 0 per kWh
artikel 13, eerste lid Fotovoltaïsche zonnepanelen € 0,054 per kWh € 0 per kWh
artikel 15, eerste lid Osmose € 0,052 per kWh € 0 per kWh
artikel 17, eerste lid Vrije stromingsenergie € 0,052 per kWh € 0 per kWh

§ 4. Hernieuwbaar gas

§ 4.1. Biomassavergisting

Artikel 37
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

Artikel 38
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 37, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 37, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4.2. Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 39
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is.

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 40
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 39, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 39, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4.3. Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 41
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties subsidie van meer dan € 0,00 is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde artikelen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

3.

Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, of artikel 72 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

4.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 32, tweede en vierde lid, 56, eerste lid, en, indien subsidie is verstrekt op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, of artikel 72 van deze regeling, als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, van het besluit.

Artikel 42
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 41, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. De periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 41, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 4.4. Biomassavergassing

Artikel 43
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008, door middel van vergassing.

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

4.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 32, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 44
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 43, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4.5. Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basisenergieprijs voor productie van hernieuwbaar gas

Artikel 45

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbaar gas:

1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Maximaal aantal vollasturen Basisgasprijs artikel 29, eerste lid, van het besluit
artikel 37, eerste lid Biomassavergisting 8.000 uren per jaar € 0,177 per Nm3
Artikel 39, eerste lid Afvalwater- of rioolwaterzuiverings- installaties 8.000 uren per jaar € 0,177 per Nm3
artikel 41, eerste lid Verlengde levensduur bestaande installaties 8.000 uren per jaar € 0,177 per Nm3
artikel 43, eerste lid Biomassavergassing 7.500 uren per jaar € 0,177 per Nm3
Artikel 46

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 18 december 2014, 17:00 uur, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.

1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Begin periode Basisbedrag artikel 28, eerste lid, van het besluit
artikel 37, eerste lid, onderdeel a Allesvergisting 16 juni 2014, 17:00 € 0,601 per Nm3
artikel 37, eerste lid, onderdeel b Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest 1 september 2014, 17:00 € 0,750 per Nm3
Artikel 39, eerste lid Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties 1 april 2014, 09:00 uur € 0,333 per Nm3
Artikel 41, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting 16 juni 2014, 17:00 € 0,619 per Nm3
Artikel 41, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en co-vergisting van dierlijke mest 1 september 2014, 17:00 € 0,710 per Nm3

§ 4.6. Vrije categorie

§ 4.6.1. Vrije categorie fase 1

Artikel 47

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

Artikel 48

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 47 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 47, € 0,4828 per Nm3.

§ 4.6.2. Vrije categorie fase 2

Artikel 49

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

Artikel 50

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 49 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 49, € 0,5517 per Nm3.

§ 4.6.3. Vrije categorie fase 3

Artikel 51

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

Artikel 52

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 51 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 51, € 0,6207 per Nm3.

§ 4.6.4. Vrije categorie fase 4

Artikel 53

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

Artikel 54

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 53 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 53, € 0,7586 per Nm3.

§ 4.6.5. Vrije categorie fase 5

Artikel 55

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

Artikel 56

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 55 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 55 € 0,8966 per Nm3.

§ 4.6.6. Vrije categorie fase 6

Artikel 57

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

Artikel 58

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 57, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 57, € 1,0345 per Nm3.

§ 4.7. Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbaar gas

Artikel 59

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2014 vastgesteld op:

1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Correctiebedrag art. 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit Correctiebedrag art. 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit
artikel 37, eerste lid Biomassavergisting € 0,262 per Nm3 € 0 per Nm3
artikel 39, eerste lid Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties € 0,262 per Nm3 € 0 per Nm3
artikel 41, eerste lid Verlengde levensduur bestaande installaties € 0,262 per Nm3 € 0 per Nm3
artikel 43, eerste lid Biomassavergassing € 0,262 per Nm3 € 0 per Nm3

§ 5. Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

§ 5.1. Ketel vaste of vloeibare biomassa warmte

Artikel 60
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 in een ketel:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

5.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 61
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 60, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 60, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.2. Geothermie warmte

Artikel 62
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door:

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 63
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 62, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.3. Geothermie gecombineerde opwekking

Artikel 64
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie, bestaande uit één of meerdere doubletten, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter, waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 5% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 65
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 64, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 64, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.4. Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte

Artikel 66
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt gebruikt aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van een productie-installatie die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend of in hoofdzaak produceert door middel van:

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vierde lid onderdeel d, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 67
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 66, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 66, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.

§ 5.5. Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 68
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 t/m 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008 in een ketel.

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

4.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 69
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 68, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 68, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.6. Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 70
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

5.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 71
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 70, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 70, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.7. Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 72
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt gebruikt aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert door middel van:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

4.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel d, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

5.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden, indien subsidie is verstrekt op grond van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid van het besluit.

6.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden, indien subsidie is verstrekt op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van het besluit.

Artikel 73
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 72, eerste lid, wordt voor een periode van 5 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte, opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 72, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.

§ 5.8. Zonthermie

Artikel 74
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren voorzien van een transparante isolerende laag, met een totale apertuuroppervlakte van 100 m2 of meer.

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

Artikel 75
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 74, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 74, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.9. Verlengde levensduur biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 76
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties subsidie van meer dan € 0,00 is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde artikelen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

5.

Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, of artikel 72 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

6.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 48, tweede en vijfde lid, 56 eerste lid, en, indien subsidie is verstrekt op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, of artikel 72 van deze regeling, als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, van het besluit.

Artikel 77
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 76, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 76, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 5.10. Verlengde levensduur biomassa warmte

Artikel 78
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties subsidie van meer dan € 0,00 is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van voorgenoemde artikelen ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3.

Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, of artikel 72 van deze regeling, eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

4.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 48, tweede lid, 56, eerste lid, en, indien subsidie is verstrekt op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, of artikel 72 van deze regeling, als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, van het besluit.

Artikel 79
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 78, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt, de periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 78, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.11. Biomassavergisting hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

Artikel 80
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door:

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, vijfde lid, 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

Artikel 81
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 80, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5.12. Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basisenergie- en elektriciteitsprijzen

Artikel 82

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte:

1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Maximaal aantal vollasturen Basisenergie- of elektriciteitsprijs artikel 45, eerste lid, of artikel 12, eerste lid, van het besluit
artikel 60, eerste lid, onderdeel a Ketel vaste biomassa warmte ≥ 0,5 MW en < 5 MW 4.000 uren per jaar € 6,8 per GJ
artikel 60, eerste lid, onderdeel b Ketel vaste biomassa warmte ≥ 5 MW 7.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 62, eerste lid, onderdeel a Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte 6.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 62, eerste lid, onderdeel b Geothermie warmte ≥ 3.300 meter diepte 7.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 64, eerste lid Geothermie gecombineerde opwekking 4.158 uren per jaar € 5,3 per GJ
artikel 66, eerste lid Bestaande afvalverbranding uitbreiding warmte 3.920 uren per jaar € 7,0 per GJ
artikel 68, eerste lid Ketel vloeibare biomassa warmte 7.000 uren per jaar € 6,8 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel a Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW 7.500 uren per jaar € 5,1 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel b Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW 4.241 uren per jaar € 6,0 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte 7.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdeel b Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte 4.000 uren per jaar € 0,0 per GJ
artikel 74, eerste lid Zonthermie 700 uren per jaar € 13,0 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting gecombineerde opwekking 5.855 uren per jaar € 8,5 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking 5.855 uren per jaar € 8,5 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel c Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking ≤ 50 MW 4.429 uren per jaar € 6,5 per GJ
artikel 78, eerste lid onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting warmte 7.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 78, eerste lid onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte 7.000 uren per jaar € 3,9 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel a Allesvergisting warmte 7.000 uren per jaar € 6,8 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel b Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte 7.000 uren per jaar € 6,8 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel c Allesvergisting gecombineerde opwekking 5.739 uren per jaar € 8,3 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel d Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking 5.732 uren per jaar € 8,3 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel e Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest elektriciteit 8.000 uren per jaar € 0,040 per kWh
Artikel 83
1.

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 18 december 2014, 17:00 uur, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.

1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Begin periode Basisbedrag artikel 44 van het besluit
artikel 60, eerste lid, onderdeel a Ketel vaste biomassa warmte ≥ 0,5 MW en < 5 MW 1 april 2014, 09:00 uur € 14,2 per GJ
artikel 60, eerste lid, onderdeel b Ketel vaste biomassa warmte ≥ 5 MW 1 april 2014, 09:00 uur € 11,8 per GJ
artikel 66, eerste lid Bestaande afvalverbranding uitbreiding warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 11,4 per GJ
artikel 68, eerste lid Ketel vloeibare biomassa warmte 12 mei 2014, 17:00 € 19,8 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel a Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW 16 juni 2014, 17:00 € 22,7 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel b Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW 3 november 2014, 17:00 € 40,9 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 6,4 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdeel b Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 8,2 per GJ
artikel 74, eerste lid Zonthermie ≥ 100 m2 3 november 2014, 17:00 € 38,2 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting gecombineerde opwekking 16 juni 2014, 17:00 € 24,1 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking 1 september 2014, 17:00 € 28,2 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel c Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking ≤ 50 MW 1 april 2014, 09:00 uur € 18,1 per GJ
artikel 78, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 16,0 per GJ
artikel 78, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 18,8 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel a Allesvergisting warmte 1 april 2014, 09:00 uur € 14,7 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel b Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte 12 mei 2014, 17:00 uur € 20,6 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel c Allesvergisting gecombineerde opwekking 1 september 2014, 17:00 € 26,3 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel d Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking 29 september 2014, 17:00 € 31,4 per GJ
2.

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 18 december 2014, 17:00 uur, voor de hoeveelheid geproduceerde GJ hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte genoemd in de vierde kolom, vastgesteld op het in de vijfde kolom genoemde bedrag.

1 2 3 4. 5
Artikel regeling Omschrijving categorie Begin periode Hoeveelheid geproduceerde GJ Basisbedrag artikel 44 van het besluit
artikel 62, eerste lid, onderdeel a Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte 1 april 2014, 09:00 uur ≤ 432000 GJ per doublet, per jaar € 11,9 per GJ
artikel 62, eerste lid, onderdeel a Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte 1 april 2014, 09:00 uur > 432000 GJ per doublet, per jaar € 0,0 per GJ
artikel 62, eerste lid, onderdeel b Geothermie warmte ≥ 3.300 meter diepte 1 april 2014, 09:00 uur ≤ 352800 GJ per doublet, per jaar € 14,4 per GJ
artikel 62, eerste lid, onderdeel b Geothermie warmte ≥ 3.300 meter diepte 1 april 2014, 09:00 uur > 352800 GJ per doublet, per jaar € 0,0 per GJ
artikel 64, eerste lid Geothermie gecombineerde opwekking 1 september 2014 17:00 ≤ 178129 GJ per doublet, per jaar € 25,8 per GJ
artikel 64, eerste lid Geothermie gecombineerde opwekking 1 september 2014 17:00 > 178129 GJ per doublet, per jaar € 0,0 per GJ

§ 5.13. Vrije categorie

§ 5.13.1. Vrije categorie fase 1

Artikel 84

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 1 april 2014, 9:00 uur, tot 12 mei 2014, 17:00 uur.

Artikel 85
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 84, onderdelen a tot en met f bedraagt in de periode, genoemd in artikel 84: € 19,444 per GJ.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 84, onderdeel g bedraagt in de periode, genoemd in artikel 84: € 0,070 per kWh.

§ 5.13.2. Vrije categorie fase 2

Artikel 86

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 12 mei 2014, 17:00 uur, tot 16 juni 2014, 17:00 uur.

Artikel 87
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 86, onderdelen a tot en met e bedraagt in de periode, genoemd in artikel 86: € 22,222 per GJ.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 86, onderdeel f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 86: € 0,080 per kWh.

§ 5.13.3. Vrije categorie fase 3

Artikel 88

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 16 juni 2014, 17:00 uur, tot 1 september 2014, 17:00 uur.

Artikel 89
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 88, onderdelen a tot en met e bedraagt in de periode, genoemd in artikel 88: € 25,000 per GJ.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 88, onderdeel f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 88: € 0,090 per kWh.

§ 5.13.4. Vrije categorie fase 4

Artikel 90

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 1 september 2014, 17:00 uur, tot 29 september 2014, 17:00 uur.

Artikel 91
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 90, onderdeel a tot en met c bedraagt in de periode, genoemd in artikel 90: € 30,556 per GJ.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 90, onderdeel d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 90: € 0,110 per kWh.

§ 5.13.5. Vrije categorie fase 5

Artikel 92

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 29 september 2014, 17:00 uur, tot 3 november 2014, 17:00 uur.

Artikel 93
1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 92, onderdeel a en b bedraagt in de periode, genoemd in artikel 92: € 36,111 per GJ.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 92, onderdeel c, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 92: € 0,130 per kWh.

§ 5.13.6. Vrije categorie fase 6

Artikel 94

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, onderdeel e

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 3 november 2014, 17:00 uur, tot 18 december 2014, 17:00 uur.

Artikel 95

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 94 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 94: € 0,150 per kWh.

§ 5.14. Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of gecombineerde opwekking

Artikel 96

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2014 vastgesteld op:

1 2 3 4
Artikel regeling Omschrijving categorie Correctiebedrag artikel 47, eerste lid, onderdeel a of artikel 14, eerste lid, onderdeel a van het besluit Correctiebedrag artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c of artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c van het besluit
artikel 60, eerste lid, onderdeel a Ketel vaste biomassa warmte ≥ 0,5 MW en < 5 MW € 9,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 60, eerste lid, onderdeel b Ketel vaste biomassa warmte ≥ 5 MW € 5,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 62, eerste lid Geothermie warmte € 5,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 64, eerste lid Geothermie gecombineerde opwekking € 7,4 per GJ € 0 per GJ
artikel 66, eerste lid Bestaande afvalverbranding uitbreiding warmte € 10,4 per GJ € 0 per GJ
artikel 68, eerste lid Ketel vloeibare biomassa warmte € 9,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel a Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW € 7,2 per GJ € 0 per GJ
artikel 70, eerste lid, onderdeel b Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW € 8,3 per GJ € 0 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte € 5,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 72, eerste lid, onderdeel b Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte € 0 per GJ € 0 per GJ
artikel 74, eerste lid Zonthermie € 15,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdelen a en b Verlengde levensduur allesvergisting en vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking € 11,3 per GJ € 0 per GJ
artikel 76, eerste lid, onderdeel c Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking € 8,9 per GJ € 0 per GJ
artikel 78, eerste lid Verlengde levensduur biomassavergisting warmte € 5,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdelen a en b Biomassavergisting hernieuwbare warmte € 9,8 per GJ € 0 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdelen c en d Biomassavergisting gecombineerde opwekking € 11,0 per GJ € 0 per GJ
artikel 80, eerste lid, onderdeel e Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest hernieuwbare elektriciteit € 0,052 per kWh € 0 per kWh

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 97

Voor producenten van hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit, die een aanvraag voor subsidie hebben ingediend op grond van artikel 41, 76 of 78 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, waarop nog niet door de minister is beslist, zijn de artikelen 41, derde en vierde lid, 76, vijfde en zesde lid en 78, derde en vierde lid, van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 98

Wijzigt de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012.

Artikel 99

Wijzigt de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013.

Artikel 100

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 101

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014.

Bijlage 1. behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014

en

overwegen:

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel 1. Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Artikel 2. Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen acht weken nadat de Beschikking in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Artikel 3. Vrijval van de garantie

Artikel 4. Boetes

Artikel 5. Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

Artikel 6. Domiciliekeuze en berichtgevingen

Artikel 7. Rechtskeuze

Artikel 8. Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te .....

Ondernemer

te 's-Gravenhage op .....

De Minister van Economische Zaken

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

....., gevestigd te ....., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

VERKLAART ALS VOLGT

Getekend te

op

De Bank

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.