Besluit van 1 maart 2014 houdende voorschriften ter uitvoering van de Remigratiewet en tot wijziging van enige andere algemene maatregelen van bestuur (Remigratiebesluit)

Type AMvB
Publication 2023-01-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 augustus 2013, nr. 2013-0000117426 en van 2 november 2012, nr. KO/B/2012/16341;

Gelet op de artikelen 6aa, zesde lid, 6b, zevende lid, 7, eerste lid, en 8, tweede lid, van de Remigratiewet, 14a, tiende lid, van de Toeslagenwet, 27a, tiende lid, van de Werkloosheidswet, 48, tiende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 21, tiende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 29a, tiende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 2:69, tiende lid, en 3:40, tiende lid, van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, 91, tiende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 45a, tiende lid, van de Ziektewet, 17a, negende lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, 39, negende lid, van de Algemene nabestaandenwet, 17c, tiende lid, van de Algemene Ouderdomswet, 20a, negende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 20a, negende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, 18a, negende lid, en 47g, negen de lid, van de Wet werk en bijstand, 14, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en 1.50, tweede lid, en 2.6, tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 9 oktober 2013, no.W12.13.0302/III en van 13 december 2012, No. W12.12.0452/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 februari 2014, nr. 2013-000018730;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Hoofdstuk II. Hoogte van de remigratievoorzieningen

Hoofdstuk II. Hoogte van de remigratievoorzieningen

Hoofdstuk IV. Tijdstip waarop het recht op voorzieningen ingaat en vervalt

Hoofdstuk V. Terugkeerregeling

Hoofdstuk VI. Wijziging en intrekking besluiten

Artikel 12. Wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000

Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.

Artikel 13. Wijziging van het Boetebesluit socialezekerheidswetten

Wijzigt het Boetebesluit socialezekerheidswetten.

Artikel 14. Wijziging van hetMaatregelenbesluit socialezekerheidswetten

Wijzigt het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten.

Artikel 15. Wijziging van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

Wijzigt het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.

Artikel 16

Vervallen

Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1
1.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

Onder partner wordt in de artikelen 2, derde lid, 6, 7, vijfde, zesde en zevende lid, 8, eerste tot en met derde lid, en 10, tweede lid, mede verstaan de bij vertrek van de remigrant uit Nederland in het bestemmingsland verblijvende echtgenoot of geregistreerde partner.

3.

Onder kind wordt in de artikelen 2, derde lid, 8, derde lid, 9, eerste en tweede lid, en 10, tweede lid, mede verstaan het bij vertrek van de remigrant uit Nederland in het bestemmingsland verblijvende minderjarige eigen kind, stiefkind of pleegkind.

Artikel 2
1.

Het bruto bedrag van de remigratie-uitkering wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

2.

Het bruto bedrag van de remigratie-uitkering kan per bestemmingsland verschillend worden vastgesteld.

3.

Het bruto bedrag van de remigratie-uitkering is verschillend al naar gelang er sprake is van een alleenstaande remigrant, een remigrant met partner, dan wel van een alleenstaande remigrant met een kind.

4.

Het bruto bedrag van de remigratie-uitkering kan verschillend zijn:

5.

De hoogte van het bruto bedrag van de remigratie-uitkering wordt bepaald naar de toestand op de datum van vertrek uit Nederland, een en ander onverminderd de artikelen 7, en 10.

Artikel 3
1.

De bruto bedragen van de remigratie-uitkering, bedoeld in artikel 2, worden jaarlijks gewijzigd aan de hand van de helft van het percentage waarmee in het voorafgaande kalenderjaar de bijstandsnormen met toepassing van artikel 38, eerste en tweede lid, van de Participatiewet zijn gewijzigd. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

2.

De bruto bedragen van de remigratie-uitkering, bedoeld in artikel 2, kunnen door Onze Minister worden gewijzigd indien de noodzakelijke kosten van bestaan in het bestemmingsland dusdanig wijzigen dat daartoe aanleiding bestaat.

Artikel 4
1.

De remigratie-uitkering wordt per maand uitbetaald.

2.

Indien de netto remigratie-uitkering minder dan € 25 bedraagt, kan de som van de remigratie-uitkeringen eenmaal per jaar worden uitbetaald.

Artikel 5
1.

Het bruto bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

2.

De artikelen 2, tweede tot en met vijfde lid, en 3, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het bedrag, bedoeld in het eerste lid.

3.

Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt per maand uitbetaald.

Hoofdstuk III. Samenloop van de remigratie-uitkering met andere uitkeringen

Artikel 6
1.

Op het bruto bedrag van de remigratie-uitkering wordt in mindering gebracht het bruto bedrag van de uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet en de Toeslagenwet, waarop de remigrant of zijn partner over de maand waarover de remigratie-uitkering verstrekt wordt, aanspraak heeft.

2.

In het bruto bedrag van een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet wordt niet begrepen de tegemoetkoming op grond van artikel 29a van die wet.

3.

Op de remigratie-uitkering wordt niet in mindering gebracht het bruto bedrag van de tegemoetkoming op grond van artikel 33a van de Algemene Ouderdomswet, waarop de remigrant of zijn partner over de maand waarover de remigratie-uitkering wordt verstrekt aanspraak heeft.

Hoofdstuk IV. Tijdstip waarop het recht op voorzieningen ingaat en vervalt

Artikel 7
1.

Het recht op de remigratievoorzieningen gaat in op de eerste dag na die van vertrek van de remigrant naar het bestemmingsland.

2.

Het recht op de remigratievoorzieningen, bedoeld in het eerste lid, gaat in ieder geval niet eerder in dan op de eerste dag van de maand na die waarop het besluit op de aanvraag is genomen.

3.

De Sociale verzekeringsbank kan het tweede lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van de remigrant, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.

Indien de remigrant een aanvraag tot remigratievoorzieningen indient nadat hij uit Nederland is vertrokken, gaat het recht op de remigratievoorzieningen, bedoeld in de artikelen 4, derde lid, en 11, eerste lid, van de wet, in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag daarvoor is ingediend.

5.

Het recht op de remigratievoorzieningen van de remigrant en zijn partner, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet, gaat in op de eerste dag van de maand waarin zij zijn opgehouden met elkaar een gezamenlijke huishouding te voeren of, indien zij zijn gehuwd of geregistreerd partners zijn, duurzaam gescheiden zijn gaan leven.

6.

Het recht op de remigratievoorzieningen van de remigrant of zijn partner, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, gaat in op de eerste dag van de tweede maand, volgende op de maand waarin de remigrant of zijn partner is overleden.

7.

Het recht op de remigratievoorzieningen van de minderjarige kinderen, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet, gaat in op de eerste dag van de tweede maand, volgende op de maand waarin de remigrant en zijn partner niet meer in leven zijn.

Artikel 8
1.

Het recht op de remigratievoorzieningen, bedoeld in de artikelen 4 en 11, eerste lid, van de wet, vervalt met ingang van de eerste dag van de tweede maand, volgende op de maand van overlijden van de remigrant of zijn partner.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.