Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn van 14 maart 2014, kenmerk 328583-117560-VGP, houdende vaststelling van de Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen die in contact komen met levensmiddelen (Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3, eerste lid, onderdeel a, 4, eerste lid, en 6a, tweede lid, van het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder het besluit: het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen.

Artikel 2

Als materialen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van het besluit worden aangewezen:

Artikel 3

Een materiaal, genoemd in artikel 2, is vervaardigd uit de voor dat materiaal in de bij deze regeling behorende bijlage aangegeven stoffen, welke voldoen aan de daarin voor die stoffen gestelde regels.

Artikel 4

Bij de vervaardiging van verpakkingen en gebruiksartikelen mogen grond- en hulpstoffen voor zover ter zake van de aanwending daarvan in de bij deze regeling behorende bijlage regels zijn gesteld, niet op een andere wijze dan in die bijlage is aangegeven worden aangewend.

Artikel 5

Verpakkingen en gebruiksartikelen, vervaardigd uit materiaal als bedoeld in artikel 2, mogen aan eet- en drinkwaren geen grotere hoeveelheden stoffen afgeven dan voor die stoffen is aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage.

Artikel 6

Ten aanzien van verpakkingen en gebruiksartikelen, bestaande uit materialen als bedoeld in artikel 2, gelden de onderzoekingsmethoden zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.

Artikel 7

De Regeling Verpakkingen- en gebruiksartikelen (Warenwet) wordt ingetrokken.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2014.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen.

Bijlage. bij Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen

Deel A

Deel A

Hoofdstuk 0. – Regels die van toepassing zijn op alle verpakkingen en gebruiksartikelen

In Verordening (EG) nr. 1935/20041Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PbEG 2004, L 338). zijn algemene eisen gesteld waaraan alle verpakkingsmaterialen en gebruiksartikelen die in contact zijn of komen met levensmiddelen moeten voldoen.

In Verordening (EG) nr. 1935/20041Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PbEG 2004, L 338). zijn algemene eisen gesteld waaraan alle verpakkingsmaterialen en gebruiksartikelen die in contact zijn of komen met levensmiddelen moeten voldoen.

Verordening (EG) nr. 2023/20062Verordening (EG) nr. 2023/2006 van de Commissie van 22 december 2006 betreffende goede fabricagemethoden voor materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (PbEG 2006, L 384). is een verordening die van toepassing is op alle verpakkingsmaterialen en gebruiksartikelen en stelt eisen aan het vervaardigen van die producten.

In Verordening (EU) nr. 10/20113Verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie van 14 januari 2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (PbEU 2011, L 12). zijn de eisen vastgelegd voor kunststof verpakkingen en gebruiksartikelen. In deze verordening is een lijst met toegestane stoffen voor het maken van de verpakking opgenomen. Echter de lijst met stoffen voor polymerisatiehulpstoffen is niet volledig. Daarom bevat hoofdstuk I van bijlage deel A van deze regeling een aanvullende lijst met stoffen die op nationaal niveau zijn toegelaten, resulterend in een complete lijst van toegestane stoffen voor het vervaardigen van kunststofmaterialen en artikelen.

De Commissie heeft daarnaast diverse verordeningen vastgesteld die gerelateerd zijn aan een bepaald product, zoals:

Materialen en voorwerpen dienen te voldoen aan de verordeningen die van toepassing zijn op het specifieke materiaal of voorwerp. Naast de verordeningen zijn er diverse richtlijnen gepubliceerd door de Raad of Commissie. Deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in de betreffende hoofdstukken van bijlage deel A.

0.2. Reikwijdte van het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen

0.2. Reikwijdte van het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen

In afwijking van paragraaf 0.2 (b) mogen de volgende stoffen worden gebruikt of aanwezig zijn mits het eindproduct voldoet aan artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1935/2004, en de totale migratielimiet of de specifieke migratielimiet niet wordt overschreden.

0.4. Vereisten voor stoffen

0.4. Vereisten voor stoffen

Stoffen die bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen worden gebruikt, moeten van geschikte technische kwaliteit en zuiverheid zijn, en mogen niet in grotere hoeveelheden worden gebruikt dan voor de vervaardiging van het eindproduct strikt noodzakelijk is, gelet op het beoogde en te verwachten gebruik van de materialen en voorwerpen. De fabrikant moet de samenstelling van de stof kennen en deze op verzoek aan de bevoegde autoriteiten meedelen.

0.4.2. Specifieke eisen voor stoffen

Stoffen die bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen worden gebruikt, zijn onderworpen aan de volgende beperkingen en specificaties:

0.5. Vereisten voor verpakkingen en gebruiksartikelen

Migratie-eisen zijn gerelateerd aan het eindproduct. Indien het eindproduct is samengesteld uit meerdere materialen, inclusief kunststoffen, dan dient het eindproduct te voldoen aan elk van de specificaties en restricties die voor de afzonderlijke materialen zijn vastgelegd in de betreffende hoofdstukken.

0.5.1. Specifieke migratie-eisen

0.5.1. Specifieke migratie-eisen

0.5.2. Totale migratie-eisen13De totale migratie-eis omvat de som van alle niet vluchtige stoffen die aan levensmiddelsimulanten worden afgegeven.

0.5.3. Eisen ten aanzien van het restgehalte

0.5.4. Eisen ten aanzien van het restgehalte per oppervlak

0.6. Uitdrukking van de resultaten van migratietesten

0.7. Voorschriften voor het beoordelen van de overeenstemming met de migratielimieten

Voor de in paragraaf 0.3, onderdelen a), e) en f) bedoelde stoffen die niet in de lijsten met stoffen in bijlage deel A, hoofdstukken I t/m XII zijn opgenomen, wordt de overeenstemming met artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EG) nr. 1935/2004 beoordeeld aan de hand van internationaal erkende wetenschappelijke beginselen voor risicobeoordeling.

Voor de in paragraaf 0.3, onderdelen a), e) en f) bedoelde stoffen die niet in de lijsten met stoffen in bijlage deel A, hoofdstukken I t/m XII zijn opgenomen, wordt de overeenstemming met artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EG) nr. 1935/2004 beoordeeld aan de hand van internationaal erkende wetenschappelijke beginselen voor risicobeoordeling.

0.9. Verklaring van overeenstemming

0.9. Verklaring van overeenstemming

Definities met betrekking tot kunststoffen zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 10/2011. Definities opgenomen in de kunststofverordening kunnen ook van toepassing zijn op niet kunststofmaterialen. In deze paragraaf zijn algemeen toepasbare definities opgenomen voor niet-kunststofmaterialen. Specifieke definities zijn opgenomen in de hoofdstukken van de verschillende materialen in bijlage deel A.

0.11. Gebruikte afkortingen

0.11. Gebruikte afkortingen

Bijlage 1

De in paragraaf 0.9 bedoelde schriftelijke verklaring bevat de volgende gegevens:

Hoofdstuk I. – Kunststoffen

Hoofdstuk I. – Kunststoffen

Kunststoffen in contact met of bedoeld om in contact te komen met levensmiddelen zijn onderworpen aan de eisen vastgelegd in Verordening (EU) nr. 10/2011. In de lijsten met toegelaten stoffen in Verordening (EU) nr. 10/2011 zijn bepaalde groepen met stoffen nog niet opgenomen. Dit betreft met name stoffen die noodzakelijk zijn om een polymeerhars te maken. Zonder een uitputtende lijst te geven, kunnen dit zijn:

Kunststoffen in contact met of bedoeld om in contact te komen met levensmiddelen zijn onderworpen aan de eisen vastgelegd in Verordening (EU) nr. 10/2011. In de lijsten met toegelaten stoffen in Verordening (EU) nr. 10/2011 zijn bepaalde groepen met stoffen nog niet opgenomen. Dit betreft met name stoffen die noodzakelijk zijn om een polymeerhars te maken. Zonder een uitputtende lijst te geven, kunnen dit zijn:

Genoemde stoffen zijn nodig om het polymeerhars te produceren en het zijn fysische, chemische en technische eigenschappen te geven. Daarnaast zijn stoffen nodig om het juiste medium te creëren waarin/waaronder de polymerisatie kan plaatsvinden. Dit betreft stoffen zoals b.v.:

Bovengenoemde groepen met stoffen worden samengevat als ‘polymerisatiehulpstoffen’.

Sommige stoffen van genoemde groepen zijn in de Verordening (EU) nr. 10/2011 opgenomen, maar de lijst van stoffen is (nog) incompleet. Autorisatie van aanvullende stoffen is de verantwoordelijkheid van de nationale overheid.

2. Lijst met aanvullende stoffen

2. Lijst met aanvullende stoffen

NA Niet aantoonbaar met een methode met een detectiegrens van 0,05 mg/kg.

NA Niet aantoonbaar met een methode met een detectiegrens van 0,05 mg/kg.

(1) De som van de migratie van alle stoffen gemarkeerd met (1) mag niet aantoonbaar zijn met een methode met een detectiegrens van 0,05 mg/kg.

(2) Aantonen van overeenstemming met de beperking middels het bepalen van het gehalte per oppervlak. Gehalte wordt uitgedrukt in mg/6 dm2 eindproduct (als NCO). QMA(T) mg/kg is de som van alle stoffen gemarkeerd met (2) en de isocyanaten opgenomen in Verordening (EU) nr. 10/2011, bijlage I, tabel 2, groep 17.

(3) De som van de migratie van alle stoffen gemarkeerd met (3) mag niet aantoonbaar zijn met een methode met een detectiegrens van 0,05 mg/kg. De som van de migratie van volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding en bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding als omschreven in verordening (EU) 609/2013 mag niet hoger zijn dan 0,01 mg/kg voedsel zoals geconsumeerd.

(4) Dit is een afbraakproduct en geen toegelaten uitgangsstof.

Hoofdstuk II. – Papier en karton

Hoofdstuk II. – Papier en karton

1. Papier en karton voor algemeen gebruik20Zie paragraaf 2 voor papier en karton bestemd voor gebruik als kookverpakking en voor contact met drinkwaren bij temperaturen boven 80 °C.

(8) De som van de migratie van alle stoffen gemarkeerd met (8) mag niet aantoonbaar zijn met een methode met een detectiegrens van 0,05 mg/kg.

Hoofdstuk II. – Papier en karton

Hoofdstuk II. – Papier en karton

1. Papier en karton voor algemeen gebruik20Zie paragraaf 2 voor papier en karton bestemd voor gebruik als kookverpakking en voor contact met drinkwaren bij temperaturen boven 80 °C.

1.1. Omschrijving

In het kader van deze regeling wordt onder papier en karton verstaan alle cellulose gebaseerde vezelmaterialen die vanuit een suspensie gevormd zijn tot een samenhangend vel of baan, al dan niet met toevoeging van vul- en/of hulpstoffen, en daarvan vervaardigde verpakkingen en gebruiksartikelen.

1.2. .eisen gesteld aan de vervaardiging

1.3. Eisen gesteld aan het eindproduct:

2. Papier en karton bestemd voor warm gebruik (gebruik als kookverpakking en voor de filtering van drinkwaren bij temperaturen hoger dan 80 °C)

2.1. Omschrijving

2.2. Eisen gesteld aan de vervaardiging

2.2. Eisen gesteld aan de vervaardiging

2.3. Eisen gesteld aan het eindproduct

1Met NA (niet aantoonbaar) wordt – voor praktische toepassing – bedoeld een waarde van ten hoogste 0,05.

1Met NA (niet aantoonbaar) wordt – voor praktische toepassing – bedoeld een waarde van ten hoogste 0,05.

2Voor praktische toepassing wordt aangenomen, dat men voor een kind vijf wegwerpspenen per dag gebruikt. De specifieke migratielimiet per speen is derhalve een vijfde deel van de in de tabel vermelde waarde. Voor meermalig te gebruiken spenen en fopspenen is het in bijlage deel B, hoofdstuk I, onderdeel 4.2.1, onder 5, en onderdeel 4.2.2, onder 1, bepaalde ten aanzien van onderzoek van voorwerpen die bestemd zijn om meerdere malen met levensmiddelen in contact te komen van overeenkomstige toepassing.

3. Indeling van rubberproducten in categorieën

4. Eisen gesteld aan de vervaardiging van het eindproduct

Hoofdstuk IV. – Metalen

2 Voor praktische toepassing wordt aangenomen dat men voor een kind vijf wegwerpspenen per dag gebruikt. De specifieke migratielimiet per speen is derhalve een vijfde deel van de in de tabel vermelde waarde. Voor meermalig te gebruiken spenen en fopspenen is het in bijlage deel B, hoofdstuk I, onderdeel 4.2.1, onder 5, en onderdeel 4.2.2, onder 1, bepaalde ten aanzien van onderzoek van voorwerpen die bestemd zijn om meerdere malen met levensmiddelen in contact te komen van overeenkomstige toepassing.

2. Verpakkingsmaterialen

2. Verpakkingsmaterialen

5 SML voor de som van zinkdibutyldithiocarbamaat, zinkdiethyldithiocarbamaat, zinkdimethyldithiocarbamaat, zinkethylfenyldithiocarbamaat en zinkpentamethyleendithiocarbamaat.

4. Eisen gesteld aan het eindproduct

4. Eisen gesteld aan het eindproduct

5. Eisen gesteld aan het eindproduct

Hoofdstuk IV. – Metalen

5. Eisen gesteld aan het eindproduct

Hoofdstuk IV. – Metalen

1. Omschrijving

2. Verpakkingsmaterialen

3. Gebruiksartikelen

Hoofdstuk V. – Glas en glaskeramiek

In het kader van deze regeling worden onder emails verstaan de door smelten of fritten verkregen glasachtige massa’s van een anorganische, in hoofdzaak oxidische samenstelling, die in een of meer lagen op voorwerpen van metaal worden aangebracht en door verhitting gefixeerd.

Hoofdstuk V. – Glas en glaskeramiek

De bij de vervaardiging van emails toegepaste grond- en hulpstoffen moeten van een goede technische kwaliteit zijn. De hulpstoffen mogen niet in een grotere hoeveelheid worden gebruikt dan voor de vervaardiging van het eindproduct strikt noodzakelijk is.

2. Typen

3. Eisen gesteld aan de vervaardiging

4. Eisen gesteld aan het eindproduct

Onder de werking van dit hoofdstuk vallen de door enigerlei bewerking met elkaar verbonden natuurlijke en synthetische textielvezels.

1. Keramische materialen

2. Emails

2.1. Omschrijving

2.2. Eisen gesteld aan de vervaardiging

2.2. Eisen gesteld aan de vervaardiging

De bij de vervaardiging van emails toegepaste grond- en hulpstoffen moeten van een goede technische kwaliteit zijn. De hulpstoffen mogen niet in een grotere hoeveelheid worden gebruikt dan voor de vervaardiging van het eindproduct strikt noodzakelijk is.

2.3. Eisen gesteld aan het eindproduct

Hoofdstuk VII. – Textielproducten

1. Omschrijving

3. Eisen gesteld aan het eindproduct

In het kader van deze regeling wordt onder een deklaag verstaan een laag aangebracht op een reeds bestaand substraat, met uitzondering van folie van geregenereerde cellulose:

3. Eisen gesteld aan het eindproduct

Voor de vervaardiging van deklagen mogen uitsluitend worden gebruikt:

In het kader van deze regeling vallen de uit hout of kurk of op basis van hout of kurk vervaardigde verpakkingen en gebruiksartikelen.

1. Omschrijving

In het kader van deze regeling vallen de uit hout of kurk of op basis van hout of kurk vervaardigde verpakkingen en gebruiksartikelen.

2. Eisen gesteld aan de vervaardiging

Hieronder worden in deze verstaan dispersies in water van paraffinen en wassen vermeld in Hoofdstuk II paragraaf 1.2.2 i. voor de vervaardiging waarvan uitsluitend de hieronder vermelde stoffen mogen worden gebruikt:

Hoofdstuk X. – Deklagen

In het kader van deze regeling wordt onder een deklaag verstaan een laag aangebracht op een reeds bestaand substraat, met uitzondering van folie van geregenereerde cellulose:

In het kader van deze regeling wordt onder een deklaag verstaan een laag aangebracht op een reeds bestaand substraat, met uitzondering van folie van geregenereerde cellulose:

Geen andere stoffen dan de hierboven genoemde, de daaruit gevormde materialen, alsmede eventuele ontledingsproducten daarvan, mogen in het eindproduct aanwezig zijn.

3. Dispersies van macromoleculaire stoffen in water

Geen andere stoffen dan de hierboven genoemde, de daaruit gevormde materialen, alsmede eventuele ontledingsproducten daarvan, mogen in het eindproduct aanwezig zijn.

3. Dispersies van macromoleculaire stoffen in water

Hieronder worden in deze verstaan dispersies van macromoleculaire stoffen in water voor de vervaardiging waarvan uitsluitend de hieronder vermelde stoffen mogen worden gebruikt:

4. Dispersies van paraffinen en wassen in water

Hieronder worden in deze verstaan dispersies in water van paraffinen en wassen vermeld in Hoofdstuk II paragraaf 1.2.2 i. voor de vervaardiging waarvan uitsluitend de hieronder vermelde stoffen mogen worden gebruikt:

polyvinylchloride, volgens Hoofdstuk I;

9. Overige oplosmiddelvrije materialen

polyvinylchloride, volgens Hoofdstuk I;

6. Oplossingen in water

Hieronder worden in deze verstaan oplossingen in water van macromoleculaire stoffen voor de vervaardiging waarvan uitsluitend gebruik mag worden gemaakt van de hieronder vermelde stoffen:

7. Oplossingen in organische oplosmiddelen

7. Oplossingen in organische oplosmiddelen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.