← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 1 april 2014, houdende regels aangaande het verlaten van de justitiële jeugdinrichting bij wijze van verlof of scholings- en trainingsprogramma (Regeling verlof en STP jeugdigen)

Geldende tekst a fecha 2014-04-01

Gelet op de artikelen 8, achtste lid, 12, tweede lid, en 40 van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene en begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Verlofaanvragen en aanvragen voor de deelname aan een scholings- en trainingsprogramma worden door de directeur van de inrichting schriftelijk ingediend bij de minister.

Hoofdstuk 2. Incidenteel en planmatig verlof

Artikel 3

De aanvraag voor incidenteel verlof bevat in ieder geval:

Artikel 4

De aanvraag voor planmatig verlof bevat in ieder geval het perspectiefplan met

Artikel 5
1.

In de aanvraag voor het begeleid verlof wordt aangegeven welke personeelsleden of medewerker(s) de jeugdige begeleiden.

2.

Het verlofplan vermeldt de verlofdoelen, de frequentie en de duur van het begeleid verlof.

3.

Het begeleid verlof duurt maximaal een dag zonder overnachting.

Artikel 6
1.

Eendaags onbegeleid verlof kan worden aangevraagd indien de jeugdige minimaal vijf keer met begeleid verlof is geweest, tenzij;

2.

Artikel 5, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7
1.

Bij meerdaags onbegeleid verlof verblijft de jeugdige één of meerdere dagen met overnachting buiten de inrichting. Artikel 5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

Bij een eerste aanvraag voor een machtiging voor meerdaags onbegeleid verlof kan de directeur verzoeken om maximaal twee overnachtingen per twee weken.

3.

Bij iedere volgende aanvraag voor een machtiging voor meerdaags onbegeleid verlof kan om een hogere frequentie van zowel het dagverlof als van de overnachtingen worden verzocht.

Artikel 8
1.

Voor iedere nieuwe verlofstatus, de verlenging ervan of bij een structurele wijziging van het verlofplan vraagt de directeur een nieuwe machtiging aan.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de directeur één machtiging planmatig verlof aanvragen voor een jeugdige met een strafrestant van maximaal vijf maanden.

3.

Elk planmatig verlof wordt afgesloten met een evaluatie. De evaluatie wordt besproken met de jeugdige.

Artikel 9
1.

Wanneer bij planmatig verlof de toepassing van elektronisch toezicht wordt overwogen, vraagt de directeur daarover advies van de reclassering of de jeugdreclassering.

2.

De directeur vermeldt in het verlofplan het doel, de invulling van het toezicht door de reclassering of de jeugdreclassering en de duur van het elektronisch toezicht.

3.

In de machtiging planmatig verlof wordt het doel, de invulling van het toezicht door de reclassering of de jeugdreclassering en de duur van het elektronisch toezicht vastgelegd.

Artikel 10
1.

De minister beslist onverwijld op aanvragen voor incidenteel verlof. Indien spoed vereist is, stelt de directeur van de inrichting de minister hiervan van tevoren op de hoogte.

2.

Op een aanvraag voor planmatig verlof beslist de minister in beginsel binnen vier weken.

3.

Een aanvraag kan voor advies worden voorgelegd aan het multidisciplinair overleg. In dat geval beslist de minister binnen een redelijke termijn.

4.

De minister neemt bij de beslissing een machtiging af te geven het advies van het multidisciplinair overleg in aanmerking.

Artikel 11
1.

De geldigheid van een machtiging incidenteel verlof is gelijk aan het doel dan wel de gebeurtenis bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van het reglement.

2.

Een machtiging voor planmatig verlof is maximaal zes maanden geldig.

3.

De directeur dient ten minste een maand voor afloop van een machtiging planmatig verlof een nieuwe aanvraag in voor verlenging van de machtiging dan wel voor een opvolgende verlofstatus. De aanvraag bevat een evaluatie van het voorgaande planmatig verlof.

4.

Bij een overplaatsing naar een andere inrichting blijft de machtiging zes weken geldig. De directeur van de ontvangende inrichting kan beslissen het verlofplan over te nemen dan wel aan te passen. In beide gevallen vraagt de directeur binnen twee weken een nieuwe machtiging aan.

Artikel 12
1.

De minister kan voor de duur van maximaal vier weken een machtiging planmatig verlof afgeven, indien een nieuwe machtiging niet aansluitend aan de bestaande machtiging kan worden afgegeven, in afwachting van een advies van het multidisciplinair overleg bedoeld in artikel 10, derde lid.

2.

Deze machtiging wordt overeenkomstig de bestaande machtiging afgegeven.

3.

De minister kan bij het verlenen van de in het vorige lid bedoelde machtiging aanvullende voorwaarden stellen.

Artikel 13
1.

Een verlofmachtiging eindigt indien:

2.

De minister kan een verlofmachtiging intrekken indien:

Artikel 14

Indien een verlofmachtiging is afgegeven en de directeur gebruikt maakt van zijn bevoegdheden op grond van de artikelen 36 of 39 van het reglement, wordt de duur van de machtiging door het tijdelijk niet toestaan van het verlof, niet opgeschort. De directeur maakt melding van het tijdelijk niet toestaan van het verlof in de verlofevaluatie.

Hoofdstuk 3. Scholings- en trainingsprogramma

Artikel 15

Deelname aan een scholings- en trainingsprogramma vindt plaats in aansluiting op planmatig verlof.

Artikel 16
1.

De aanvraag voor een scholings- en trainingsprogramma bevat:

2.

Artikel 10, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17
1.

Wanneer bij een scholings- en trainingsprogramma elektronisch toezicht wordt overwogen, vraagt de directeur het advies van de reclassering of jeugdreclassering.

2.

De directeur vermeldt in het scholings- en trainingsprogrammaplan het doel, de invulling van het toezicht door de reclassering of jeugdreclassering en de duur van het elektronisch toezicht.

3.

In de machtiging scholings- en trainingsprogramma wordt het doel, de invulling van het toezicht door de reclassering of jeugdreclassering en de duur van het elektronisch toezicht vastgelegd.

Artikel 18
1.

Een tijdelijke terugplaatsing bedoeld in artikel 12, derde lid, onderdeel c, van het reglement duurt maximaal twee weken. Indien een terugplaatsing van langere duur nodig is, overlegt de directeur met de minister of de terugplaatsing eenmalig met twee weken kan worden verlengd.

2.

De directeur informeert de ouders, voogd, stiefouders of pleegouders over de tijdelijke terugplaatsing.

3.

De directeur kan in overleg met de minister tijdens de tijdelijke terugplaatsing aan de jeugdige toestaan de inrichting tijdelijk te verlaten, indien dit noodzakelijk is voor de herstart van het scholings- en trainingsprogramma.

4.

De directeur stelt de minister in kennis van een herstart van een scholings- en trainingsprogramma.

Artikel 19
1.

Een machtiging scholings- en trainingsprogramma geldt:

2.

In het geval de pij-maatregel tijdens een scholings- en trainingsprogramma wordt verlengd, kan de minister de machtiging verlengen tot aan het einde van de pij-maatregel.

3.

Artikel 11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 20

Deze regeling is van toepassing op alle verlofaanvragen en aanvragen voor scholings- en trainingsprogramma’s die vier weken na de inwerkingtreding van deze regeling worden ingediend.

Artikel 21

Deze regeling treedt in werking op 1 april 2014.

Artikel 22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verlof en STP jeugdigen.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.