Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 maart 2014, nr. 2014-0000018380, tot het opnieuw vaststellen van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers teneinde deze uit te breiden met Asbestose (Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies, en 34a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

In deze regeling wordt met de echtgenoot gelijkgesteld de geregistreerde partner en de persoon die op grond van artikel 1, derde lid, onder a, en vierde tot en met zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet en de daarop berustende bepalingen mede als zodanig wordt aangemerkt.

3.

In deze regeling wordt niet als echtgenoot aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

Artikel 2. Arbeid op vaartuig

Arbeid die wordt verricht aan boord van schepen en luchtvaartuigen die in Nederland hun thuishaven hebben, wordt ten opzichte van de bemanning aangemerkt als in Nederland verrichte arbeid.

Hoofdstuk 2. Het recht op en de hoogte van een voorschot in geval van maligne mesothelioom

Artikel 3. Voorwaarden recht op een voorschot

De werknemer die op het moment van de aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het protocol diagnostiek maligne mesothelioom de ziekte maligne mesothelioom is vastgesteld heeft recht op een voorschot, indien:

Artikel 4. Recht op voorschot nabestaanden

De nabestaanden hebben in plaats van de werknemer recht op het voorschot indien de werknemer is overleden:

Artikel 5. Beperking recht op voorschot
1.

Indien de werknemer in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid buiten Nederland en het daardoor veroorzaakte maligne mesothelioom een betaling van de werkgever of de productaansprakelijke heeft ontvangen, bestaat het recht op een voorschot in afwijking van artikel 3 uitsluitend voor zover die betaling lager is dan € 27.030 ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet.

2.

Geen recht op een voorschot bestaat indien de werknemer of diens nabestaanden reeds een:

Artikel 6. Hoogte voorschot
1.

Het voorschot strekt tot tegemoetkoming in immateriële schade en bedraagt € 27.030.

2.

Indien de werkgever of de productaansprakelijke in verband met de blootstelling aan asbest van de werknemer tijdens het verrichten van arbeid en het daardoor veroorzaakte maligne mesothelioom een bedrag heeft betaald dat lager is dan € 27.030 of indien de werknemer een betaling heeft ontvangen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt de hoogte van het voorschot vastgesteld op het verschil tussen het ontvangen bedrag en € 27.030.

3.

Voor de toepassing van het tweede lid, wordt als maatstaf genomen de hoogte van de betaling nadat daarop de verschuldigde belasting op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 en premies voor de volksverzekeringen op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen in mindering zijn gebracht.

Artikel 7. Toepassingsgebied

Deze regeling is, met inachtneming van de artikelen 8 en 9, van overeenkomstige toepassing op huisgenoten.

Artikel 8. Het recht van huisgenoten op het voorschot

In afwijking van artikel 3, onder a, heeft de huisgenoot die op het moment van aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het protocol diagnostiek maligne mesothelioom de ziekte maligne mesothelioom is vastgesteld, recht op een voorschot als bedoeld in artikel 3 indien hij aannemelijk heeft gemaakt dat:

Artikel 9. Beperkingen recht van huisgenoten op het voorschot

Voor de huisgenoot bestaat geen recht op een voorschot indien aan de huisgenoot of diens nabestaanden reeds een voorschot op grond van deze regeling of een betaling als bedoeld in de artikelen 3, onder b, en 10, onder b, van € 27.030 of hoger door de werkgever of de productaansprakelijke is betaald.

Hoofdstuk 3. Het recht op en de hoogte van een voorschot in geval van asbestose

Artikel 10. Voorwaarden recht op een voorschot

De werknemer die op het moment van de aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het protocol diagnostiek asbestose de ziekte asbestose is vastgesteld en waarbij sprake is van een longfunctiebeperking als bedoeld in klasse 2, 3 en 4 van het protocol diagnostiek asbestose heeft recht op een voorschot, indien:

Artikel 11. Recht op voorschot nabestaanden

De nabestaanden hebben in plaats van de werknemer recht op het voorschot indien de werknemer is overleden:

Artikel 12. Beperking recht op voorschot
1.

Indien de werknemer in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid buiten Nederland en het daardoor veroorzaakte asbestose een betaling van de werkgever of de productaansprakelijke heeft ontvangen, bestaat het recht op een voorschot in afwijking van artikel 10 uitsluitend voor zover die betaling lager is dan € 27.030 ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet.

2.

Geen recht op een voorschot bestaat indien de werknemer of diens nabestaanden reeds een:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.