Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 maart 2014, nr. 2014-0000018380, tot het opnieuw vaststellen van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers teneinde deze uit te breiden met Asbestose (Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014)
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies, en 34a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. asbest: stoffen die een of meer van de volgende vezelachtige silicaten bevatten:
- a. actinoliet (Cas-nummer 77536-66-4);
- b. amosiet (Cas-nummer 12172-73-5);
- c. anthofylliet (Cas-nummer 77536-67-5);
- d. chrysotiel (Cas-nummer 12001-29-5);
- e. tremoliet (Cas-nummer 77536-68-6);
- f. crocidoliet (Cas-nummer 12001-28-4);
- –. asbestose: een aandoening die is gekenmerkt door verbindweefseling (longfibrose) van de long als gevolg van asbestblootstelling;
- –. huisgenoot: de persoon met wie de werknemer een duurzaam hoofdverblijf heeft gehad in dezelfde woning ten tijde van de blootstelling aan asbest;
- –. Instituut Asbestslachtoffers: Stichting Instituut Asbestslachtoffers te ‘s-Gravenhage;
- –. lasten:
- a. voorschot;
- b. vergoedingen die door de SVB aan het Instituut Asbestslachtoffers worden verstrekt voor de advisering ten behoeve van deze regeling;
- –. maligne mesothelioom: door blootstelling aan asbest veroorzaakte tumor van het longvlies, het buikvlies of het hartvlies als bedoeld in het protocol diagnostiek maligne mesothelioom;
- –. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- –. nabestaanden:
- a. de langstlevende van de echtgenoten;
- b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon, de minderjarige kinderen, tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
- c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen, degenen met wie hij in gezinsverband leefde;
- d. bij ontstentenis van de onder a, b en c bedoelde personen, erfgenamen als bedoeld in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, mits een verklaring van erfrecht wordt overgelegd;
- –. productaansprakelijke: de producent, bedoeld in artikel 187, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, wiens gebrekkig product oorzaak is van de asbestose of het maligne mesothelioom bij de werknemer;
- –. protocol diagnostiek asbestose: protocol diagnostiek asbestose, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
- –. protocol diagnostiek maligne mesothelioom: protocol diagnostiek maligne mesothelioom, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling;
- –. SVB: Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI;
- –. voorschot: een uitkering als voorschot op de eventuele vordering op de werkgever op wie de immateriële schade kan worden verhaald;
- –. werkgever: de natuurlijke of rechtspersoon voor wie de werknemer arbeid in Nederland verricht of het verricht krachtens een Nederlandse publiekrechtelijke aanstelling of krachtens een arbeidsovereenkomst waarop Nederlands recht van toepassing is of was;
- –. werknemer: degene die voor een natuurlijke of rechtspersoon arbeid in Nederland verricht of heeft verricht krachtens een Nederlandse publiekrechtelijke aanstelling of krachtens een arbeidsovereenkomst waarop Nederlands recht van toepassing is of was;
- –. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
In deze regeling wordt met de echtgenoot gelijkgesteld de geregistreerde partner en de persoon die op grond van artikel 1, derde lid, onder a, en vierde tot en met zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet en de daarop berustende bepalingen mede als zodanig wordt aangemerkt.
In deze regeling wordt niet als echtgenoot aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
Artikel 2. Arbeid op vaartuig
Arbeid die wordt verricht aan boord van schepen en luchtvaartuigen die in Nederland hun thuishaven hebben, wordt ten opzichte van de bemanning aangemerkt als in Nederland verrichte arbeid.
Hoofdstuk 2. Het recht op en de hoogte van een voorschot in geval van maligne mesothelioom
Artikel 3. Voorwaarden recht op een voorschot
De werknemer die op het moment van de aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het protocol diagnostiek maligne mesothelioom de ziekte maligne mesothelioom is vastgesteld heeft recht op een voorschot, indien:
- a. hij aannemelijk heeft gemaakt dat het maligne mesothelioom is veroorzaakt door blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als werknemer;
- b. hij geen betaling in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van die arbeid en het daardoor veroorzaakte maligne mesothelioom van de werkgever of de productaansprakelijke heeft ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan € 27.030 ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet;
- c. hij zich verplicht tot medewerking aan bemiddeling door het Instituut Asbestslachtoffers tussen hem en de werkgever om de schade vergoed te krijgen en, met inachtneming van onder d, tot medewerking om de schade zo nodig langs gerechtelijke weg vergoed te krijgen;
- d. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om zo nodig de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen tot een bedrag zoals is overeengekomen in het convenant tot oprichting van het Instituut Asbestslachtoffers;
- e. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om de immateriële schadevergoeding namens hem van de werkgever te innen, teneinde dit te verrekenen met het verleende voorschot;
- f. hij, na ontvangst van de schadevergoeding van de werkgever of de productaansprakelijke, het voorschot voor het geheel of, wanneer de schadevergoeding lager is dan het verleende voorschot, het voorschot voor dat deel aan de SVB terugbetaalt, indien geen gebruik wordt gemaakt van de volmacht, bedoeld in onder d; en
- g. hij aan de SVB onverwijld mededeling doet van ontvangst van de schadevergoeding, bedoeld in onder f.
Artikel 4. Recht op voorschot nabestaanden
De nabestaanden hebben in plaats van de werknemer recht op het voorschot indien de werknemer is overleden:
- a. nadat hij de aanvraag heeft ingediend, doch voordat op de aanvraag is beslist, en de werknemer recht op het voorschot zou hebben gehad; of
- b. voordat hij de aanvraag heeft ingediend, doch nadat hij bij het Instituut Asbestslachtoffers een verzoek tot bemiddeling heeft ingediend, en de werknemer recht op het voorschot zou hebben gehad.
Artikel 5. Beperking recht op voorschot
Indien de werknemer in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid buiten Nederland en het daardoor veroorzaakte maligne mesothelioom een betaling van de werkgever of de productaansprakelijke heeft ontvangen, bestaat het recht op een voorschot in afwijking van artikel 3 uitsluitend voor zover die betaling lager is dan € 27.030 ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet.
Geen recht op een voorschot bestaat indien de werknemer of diens nabestaanden reeds een:
- a. voorschot op grond van deze regeling of een betaling als bedoeld in de artikelen 3, onder b, en 10, onder b, van € 27.030 of hoger van de werkgever of de productaansprakelijke hebben ontvangen;
- b. voorschot of eenmalige uitkering op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers hebben ontvangen;
- c. tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose hebben ontvangen; of
- d. tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten hebben ontvangen.
Artikel 6. Hoogte voorschot
Het voorschot strekt tot tegemoetkoming in immateriële schade en bedraagt € 27.030.
Indien de werkgever of de productaansprakelijke in verband met de blootstelling aan asbest van de werknemer tijdens het verrichten van arbeid en het daardoor veroorzaakte maligne mesothelioom een bedrag heeft betaald dat lager is dan € 27.030 of indien de werknemer een betaling heeft ontvangen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt de hoogte van het voorschot vastgesteld op het verschil tussen het ontvangen bedrag en € 27.030.
Voor de toepassing van het tweede lid, wordt als maatstaf genomen de hoogte van de betaling nadat daarop de verschuldigde belasting op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 en premies voor de volksverzekeringen op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen in mindering zijn gebracht.
Artikel 7. Toepassingsgebied
Deze regeling is, met inachtneming van de artikelen 8 en 9, van overeenkomstige toepassing op huisgenoten.
Artikel 8. Het recht van huisgenoten op het voorschot
In afwijking van artikel 3, onder a, heeft de huisgenoot die op het moment van aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het protocol diagnostiek maligne mesothelioom de ziekte maligne mesothelioom is vastgesteld, recht op een voorschot als bedoeld in artikel 3 indien hij aannemelijk heeft gemaakt dat:
- a. er sprake is van een duurzaam hoofdverblijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid;
- b. de werknemer, bedoeld in artikel 1, eerste lid, is blootgesteld aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als werknemer, en
- c. hij als gevolg hiervan de ziekte maligne mesothelioom heeft opgelopen.
Artikel 9. Beperkingen recht van huisgenoten op het voorschot
Voor de huisgenoot bestaat geen recht op een voorschot indien aan de huisgenoot of diens nabestaanden reeds een voorschot op grond van deze regeling of een betaling als bedoeld in de artikelen 3, onder b, en 10, onder b, van € 27.030 of hoger door de werkgever of de productaansprakelijke is betaald.
Hoofdstuk 3. Het recht op en de hoogte van een voorschot in geval van asbestose
Artikel 10. Voorwaarden recht op een voorschot
De werknemer die op het moment van de aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het protocol diagnostiek asbestose de ziekte asbestose is vastgesteld en waarbij sprake is van een longfunctiebeperking als bedoeld in klasse 2, 3 en 4 van het protocol diagnostiek asbestose heeft recht op een voorschot, indien:
- a. hij aannemelijk heeft gemaakt dat de asbestose is veroorzaakt door blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als werknemer;
- b. hij geen betaling in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van die arbeid en het daardoor veroorzaakte asbestose van de werkgever of de productaansprakelijke heeft ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan € 27.030 ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet;
- c. hij zich verplicht tot medewerking aan bemiddeling door het Instituut Asbestslachtoffers tussen hem en de werkgever om de schade vergoed te krijgen en, met inachtneming van onder d, tot medewerking om de schade zo nodig langs gerechtelijke weg vergoed te krijgen;
- d. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om zo nodig de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen tot een bedrag zoals is overeengekomen in het convenant tot oprichting van het Instituut Asbestslachtoffers;
- e. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om de immateriële schadevergoeding namens hem van de werkgever te innen, teneinde dit te verrekenen met het verleende voorschot;
- f. hij, na ontvangst van de schadevergoeding van de werkgever of de productaansprakelijke, het voorschot voor het geheel of, wanneer de schadevergoeding lager is dan het verleende voorschot, het voorschot voor dat deel aan de SVB terugbetaalt, indien geen gebruik wordt gemaakt van de volmacht, bedoeld in onder d, en
- g. hij aan de SVB onverwijld mededeling doet van ontvangst van de schadevergoeding, bedoeld in onder f.
Artikel 11. Recht op voorschot nabestaanden
De nabestaanden hebben in plaats van de werknemer recht op het voorschot indien de werknemer is overleden:
- a. nadat hij de aanvraag heeft ingediend, doch voordat op de aanvraag is beslist, en de werknemer recht op het voorschot zou hebben gehad; of
- b. voordat hij de aanvraag heeft ingediend, doch nadat hij bij het Instituut Asbestslachtoffers een verzoek tot bemiddeling heeft ingediend, en de werknemer recht op het voorschot zou hebben gehad.
Artikel 12. Beperking recht op voorschot
Indien de werknemer in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid buiten Nederland en het daardoor veroorzaakte asbestose een betaling van de werkgever of de productaansprakelijke heeft ontvangen, bestaat het recht op een voorschot in afwijking van artikel 10 uitsluitend voor zover die betaling lager is dan € 27.030 ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet.
Geen recht op een voorschot bestaat indien de werknemer of diens nabestaanden reeds een:
- a. voorschot op grond van deze regeling of een betaling als bedoeld in de artikelen 3, onder b, en 10, onder b, van € 27.030 of hoger van de werkgever of de productaansprakelijke hebben ontvangen;
- b. voorschot of eenmalige uitkering op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers hebben ontvangen;
- c. tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose hebben ontvangen; of
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.