Statuten Stichting Nederlands Letterenfonds

Type ZBO-regeling
Publication 2014-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze statuten wordt verstaan onder:

Naam en zetel

Artikel 2
1.

De naam van de stichting is: Stichting Nederlands Letterenfonds.

2.

De stichting heeft haar zetel in de gemeente Amsterdam.

Doel en vermogen

Artikel 3
1.

De stichting heeft tot doel:

2.

De stichting tracht deze doelen te bereiken onder meer door:

3.

De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

4.

Het vermogen van de stichting dient ter verwezenlijking van het doel van de stichting.

5.

De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:

Organen van de stichting

Artikel 4

De stichting kent de volgende organen:

Directie: samenstelling, benoeming en ontslag

Artikel 5
1.

De directie bestaat uit een door de raad van toezicht vast te stellen aantal van ten minste één en ten hoogste twee natuurlijke personen. Een niet voltallige directie behoudt zijn bevoegdheden. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

2.

Een directielid wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de minister.

3.

De raad van toezicht stelt een profielschets op voor leden van de directie, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de directeur.

4.

Leden van de directie worden door de minister benoemd op voordacht van de raad van toezicht van de stichting. De voordracht vindt plaats met inachtneming van de profielschets bedoeld in lid 3.

5.

Indien de minister zich niet kan vinden in de door de raad van toezicht voorgedragen kandidaat, stelt hij de raad van toezicht in de gelegenheid binnen twee maanden een nieuwe kandidaat voor te dragen.

6.

Een directielid wordt benoemd voor ten hoogste vijf jaar. Hij is éénmaal onmiddellijk herbenoembaar.

7.

Schorsing en ontslag van een directielid vindt slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek. Schorsing en ontslag als bedoeld in de eerste zin van dit artikellid vinden niet plaats dan na voorafgaande consultatie van de raad van toezicht.

8.

Het lidmaatschap van een lid van de directie eindigt:

9.

De raad van toezicht stelt de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van de directeur vast.

Directie: taak en bevoegdheden

Artikel 6
1.

De directie is belast met het besturen van de stichting en met het beheer van en de beschikking over het vermogen van de stichting binnen de grenzen van haar doel en onverminderd het bepaalde in artikel 17, en binnen de grenzen van een door de raad van toezicht goed te keuren directiereglement.

2.

De directie is, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, of tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, alsmede tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen.

3.

De directie kan zich bij besluitvorming over aanvragen van een subsidie laten adviseren door een of meerdere adviseurs of adviescolleges. Leden van adviescolleges worden benoemd op basis van een profielschets en ontslagen door de directie.

4.

Directieleden doen opgave van hun nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Een directeur dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee het directielid – direct dan wel indirect – persoonlijk is betrokken.

5.

Directieleden kunnen geen subsidie ontvangen uit de middelen van het fonds.

6.

Directieleden kunnen – behoudens ontheffing door de raad van toezicht – geen directielid of bestuurslid zijn van of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting met uitzondering van die functies die zij qualitate qua bekleden.

7.

De directie doet een voorstel aan de raad van toezicht omtrent de besluitvorming en de werkwijze van de directie waarin begrepen de informatievoorziening aan de raad van toezicht. Deze regels worden schriftelijk vastgelegd in een directiereglement en vastgesteld door de raad van toezicht. Doet de directie geen voorstel voor een directiereglement, dan is de raad van toezicht bevoegd het directiereglement zelfstandig vast te stellen.

8.

Besluiten van de directie kunnen te allen tijde schriftelijk worden genomen.

9.

De directie stelt de volgende plannen op en herziet deze zo nodig;

10.

De plannen behoeven de goedkeuring van de raad van toezicht.

Directie: vertegenwoordiging; tegenstrijdig belang

Artikel 7
1.

De directie vertegenwoordigt de stichting.

2.

In geval er twee directieleden zijn, komt de vertegenwoordigingsbevoegdheid ook aan ieder directielid individueel toe.

3.

De directie kan functionarissen met algemene of beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheid aanstellen. Ieder van hen vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de begrenzing aan zijn bevoegdheid gesteld. De titulatuur van deze functionarissen wordt door de directie bepaald.

4.

Bij ontstentenis van alle directieleden en functionarissen als bedoeld in het vorige artikellid vertegenwoordigt de raad van toezicht de stichting.

5.

In alle gevallen waarin de stichting een tegenstrijdig belang heeft met een of meerdere directieleden, blijft het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel onverkort van kracht. Een besluit van de directie tot het verrichten van een rechtshandeling die een tegenstrijdig belang met één of meer directieleden in privé betreft, is onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht, maar het ontbreken van zodanige goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de directie of het directielid niet aan.

Verlenen van subsidie

Artikel 8

De directie beslist over het verlenen van subsidie of andere vormen van ondersteuning met inachtneming van een of meerdere reglementen met daarin de besluitvorming, de werkwijze, de procedures, de criteria voor het verstrekken van subsidies of andere vormen van ondersteuning en de verplichtingen die aan de ontvanger worden opgelegd als bedoeld in artikel 15.

Goedkeuring besluiten van de directie

Artikel 9
1.

Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, zijn aan de goedkeuring van de raad van toezicht onderworpen de besluiten van de directie omtrent:

2.

De raad van toezicht kan bepalen dat een in het eerste lid bedoeld besluit, evenwel met uitzondering van het vervreemden, verkrijgen of bezwaren van registergoederen, niet aan zijn goedkeuring is onderworpen, indien het daarmee gemoeide belang een door de raad van toezicht te bepalen en schriftelijk aan de directie op te geven waarde niet te boven gaat. Evenmin is een besluit aan de goedkeuring onderworpen wanneer dit voortvloeit uit een van de goedgekeurde plannen genoemd in artikel 6.9.

3.

De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan die in het eerste lid zijn genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Deze besluiten dienen duidelijk omschreven te worden en schriftelijk aan de directie te worden meegedeeld.

4.

Het ontbreken van goedkeuring van de raad van toezicht voor een besluit als bedoeld in dit artikel, evenwel met uitzondering ten aanzien van het vervreemden, verkrijgen of bezwaren van registergoederen, tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de directie niet aan.

Raad van toezicht

Artikel 10
1.

De stichting heeft een raad van toezicht bestaande uit minimaal vijf en maximaal zeven leden, waarvan de kosten ten laste komen van de stichting.

2.

Leden van de raad van toezicht worden benoemd, geschorst of ontslagen door de minister.

3.

De raad van toezicht stelt een profielschets op voor de leden van de raad van toezicht, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de leden.

4.

Leden van de raad van toezicht worden door de minister benoemd op voordacht van de raad van toezicht van de stichting. De voordracht vindt plaats met inachtneming van de profielschets bedoeld in het derde lid.

5.

Indien de minister zich niet kan vinden in de door de raad van toezicht voorgedragen kandidaat, stelt hij de raad van toezicht in de gelegenheid binnen twee maanden een nieuwe kandidaat voor te dragen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.