Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2014–2015
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs besluit, gelet op de Wet budgettering wachtgelden en instelling Participatiefonds (Stb. 1995, 155), het Besluit Participatiefonds (Stb. 1996, 384) en de statuten van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs, het volgende reglement voor het Primair Onderwijs vast te stellen
Paragraaf 1.1. Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2. Premie
Paragraaf 2.1. verplichting tot betaling van premie
Artikel 2:1. Doel van de premie
De werkgever is verplicht, op de wijze zoals bepaald in de bestuursvoorschriften, een door het Participatiefonds te bepalen bijdrage te voldoen in verband met de kosten voor werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet.
Paragraaf 2.2. Restitutie van premie aan regionale transfercentra (onder voorbehoud van goedkeuring van het sectorplan door SZW)
Artikel 2:2. Premierestitutie bij subsidie samenwerkende werkgevers
Werkgevers die een subsidie ontvangen als bedoeld in de subsidieregeling X, kunnen een verzoek indienen bij het Participatiefonds om eenmalig als samenwerkende werkgevers een restitutie van de premie van het Participatiefonds te ontvangen.
De in het eerste lid bedoelde restitutie bedraagt € 100.000,– en wordt bij toekenning uitgekeerd aan de penvoerder van het regionaal transfercentrum als bedoeld in artikel xx van de subsidieregeling X.
De penvoerder van de werkgevers die voor een in voorgaande leden bedoelde premierestitutie in aanmerking willen komen, doet daartoe een verzoek door het inzenden van een bij het Participatiefonds verkrijgbaar formulier.
De werkgever overlegt daarbij de bijlagen die worden genoemd op formulier uit het voorgaande lid.
Het Participatiefonds keert de premierestitutie uit aan de penvoerder van het regionaal transfercentrum indien aan alle van de hieronder staande voorwaarden is voldaan:
- a. Het verzoek voldoet aan de vormvereisten genoemd in het derde en vierde lid, en
- b. Het Participatiefonds heeft aan het regionaal transfercentrum de subsidie toegekend als bedoeld in artikel yy van de subsidieregeling X, en
- c. Het regionaal transfercentrum heeft een door het Vervangingsfonds bekostigde vervangingspool als bedoeld in artikel 18 van het Reglement Vervangingsfonds voor het Primair Onderwijs in het leven geroepen.
Hoofdstuk 3. Vergoedingsverzoeken
Paragraaf 3.1. Vergoedingsverzoeken
Artikel 3:1. Vergoedingsverzoek
De werkgever:
- a. die een dienstverband van een werknemer beëindigt of een tijdelijk dienstverband niet voortzet; en
- b. die wenst dat de uitkeringskosten die op grond van artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC voor rekening van de werkgever komen, ten laste van het Participatiefonds worden gebracht, dient bij het Participatiefonds een vergoedingsverzoek in.
Artikel 3:2. Wijze van indiening vergoedingsverzoek
De werkgever maakt bij de indiening van het vergoedingsverzoek gebruik van de module ‘vergoedingsverzoeken’ op de website www.participatiefonds.nl.
Artikel 3:3. Vereisten vergoedingsverzoek
De werkgever legt bij de indiening van het vergoedingsverzoek de gegevens en de documenten over die het Participatiefonds middels de module ‘vergoedingsverzoeken’ opvraagt.
De werkgever die niet of niet volledig aan het bepaalde in het eerste lid kan voldoen deelt dit aan het Participatiefonds mee onder opgaaf van een deugdelijke motivering door toezending van ter zake overtuigende documenten
Artikel 3:4. Onvolledig vergoedingsverzoek
Als het Participatiefonds vaststelt, dat de gegevens en documenten die de werkgever bij het vergoedingsverzoek indient, onvoldoende zijn voor de beoordeling van het vergoedingsverzoek, stelt het Participatiefonds de werkgever in de gelegenheid het vergoedingsverzoek aan te vullen.
De werkgever vult het vergoedingsverzoek aan binnen 8 weken.
De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het Participatiefonds de werkgever in de gelegenheid stelt het vergoedingsverzoek aan te vullen.
Als de werkgever het vergoedingsverzoek niet aanvult, neemt het Participatiefonds een besluit op grond van de tot dan door de werkgever in het kader van het vergoedingsverzoek verschafte gegevens en documenten.
Artikel 3:5. Grond voor toewijzing vergoedingsverzoek
Het Participatiefonds wijst een vergoedingsverzoek uitsluitend toe als de werkgever voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in de bepalingen van dit reglement, behoudens het bepaalde in artikel 3:6.
Artikel 3:6. Gronden voor afwijzing vergoedingsverzoek
Het Participatiefonds wijst een vergoedingsverzoek in ieder geval af als:
- a. de werkgever het dienstverband beëindigt of het tijdelijk dienstverband niet voortzet op grond van een andere beëindigingsgrond dan genoemd in dit reglement;
- b. de werkgever zich, in strijd met artikel 60 in samenhang gelezen met artikel 62 van de WPO of in strijd met artikel 63 in samenhang gelezen met artikel 65 van de WEC, niet heeft onderworpen aan een uitspraak van de Commissie van Beroep;
- c. sprake is van een dienstverband in het kader van vervanging als bedoeld in paragraaf 1, onder 35, waaraan een regulier dienstverband is voorafgegaan en de werkgever niet heeft voldaan aan het verzoek van het Participatiefonds om binnen acht weken alsnog een vergoedingsverzoek te doen in het kader van de beëindiging van het reguliere dienstverband;
- d. het vergoedingsverzoek van de werkgever onredelijk is.
- e. het beëindigen van een dienstverband of het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband in de risicosfeer van de werkgever valt.
Als het Participatiefonds de beschikking als bedoeld in het eerste lid neemt, deelt het de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mee, dat de uitkeringskosten als bedoeld in artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC, niet ten laste van het Participatiefonds komen.
Artikel 3:7. Beslistermijn
Het Participatiefonds geeft binnen 8 weken nadat het vergoedingsverzoek is ontvangen een beschikking over het vergoedingsverzoek.
Als een beschikking niet binnen 8 weken nadat het vergoedingsverzoek is ontvangen kan worden gegeven, deelt het Participatiefonds aan de werkgever mee, dat de beschikking uiterlijk binnen 16 weken nadat het vergoedingsverzoek is ontvangen tegemoet kan worden gezien.
De beslistermijn wordt van rechtswege opgeschort met ingang van de dag waarop het Participatiefonds de werkgever op grond van artikel 3:4 uitnodigt het vergoedingsverzoek aan te vullen, tot de dag waarop het vergoedingsverzoek is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
Paragraaf 3.2. Uitkeringskosten
Artikel 3:8. Uitnodiging tot verstrekken inlichtingen
Als uitkeringskosten als bedoeld in artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC zijn ontstaan, waarvan het Participatiefonds niet kan vaststellen dat het Participatiefonds ermee heeft ingestemd dat de uitkeringskosten ten laste van het Participatiefonds komen, nodigt het Participatiefonds de werkgever uit inlichtingen te verstrekken.
Artikel 3:9. Indieningstermijn inlichtingen
De werkgever verstrekt de inlichtingen, zoals bedoeld in artikel 3:8, binnen 8 weken.
De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de uitnodiging is verzonden.
De inlichtingen zijn tijdig verstrekt indien deze vóór het einde van de termijn zijn ontvangen.
Artikel 3:10. Te late indiening inlichtingen
Als de werkgever niet tijdig de gevraagde inlichtingen verstrekt, besluit het Participatiefonds dat de uitkeringskosten als bedoeld in artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC, niet ten laste van het Participatiefonds komen.
Als het Participatiefonds de beschikking als bedoeld in het eerste lid neemt, deelt het de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mee, dat de uitkeringskosten als bedoeld in artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC, niet ten laste van het Participatiefonds komen.
Artikel 3:11. Verschoonbare termijnoverschrijding
Het Participatiefonds werpt de werkgever overschrijding van de termijn als bedoeld in artikel 3:9 niet tegen als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de werkgever in verzuim is geweest.
Artikel 3:12. Wijze van verstrekken van inlichtingen
De werkgever maakt bij het verstrekken van de inlichtingen als bedoeld in artikel 3:8 gebruik van de module ‘uitkeringen’ op de website www.participatiefonds.nl
Artikel 3:13. Werkgever heeft reeds vergoedingsverzoek gedaan
De werkgever die wenst, dat de uitkeringskosten die op grond van artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC voor rekening van de werkgever komen, ten laste van het Participatiefonds worden gebracht, en die daarvoor reeds een vergoedingsverzoek heeft ingediend, verstrekt de inlichtingen die het Participatiefonds verzoekt.
De artikelen 3:4 tot en met 3:7 zijn van toepassing.
Artikel 3:14. Werkgever wenst dat de uitkeringskosten ten laste van Participatiefonds komen
De werkgever die wenst, dat de uitkeringskosten die op grond van artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC voor rekening van de werkgever komen, ten laste van het Participatiefonds worden gebracht, dient alsnog een vergoedingsverzoek in.
De artikelen 3:3 tot en met 3:7 zijn van toepassing.
Artikel 3:15. Werkgever wenst niet dat de uitkeringskosten ten laste van Participatiefonds komen
De werkgever die niet wenst dat de uitkeringskosten als bedoeld in artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC, ten laste van het Participatiefonds komen, deelt dit aan het Participatiefonds mee.
Het Participatiefonds geeft binnen 8 weken nadat de werkgever de mededeling doet een beschikking, inhoudende dat de uitkeringskosten als bedoeld in artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC, niet ten laste van het Participatiefonds komen.
Als het Participatiefonds de beschikking als bedoeld in het tweede lid neemt, deelt het de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mee, dat de uitkeringskosten als bedoeld in artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC, niet ten laste van het Participatiefonds komen.
Artikel 3:16. Gemoedsbezwaarden
De werkgever aan wie de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond van artikel 184, derde lid, van de WPO ontheffing heeft verleend, deelt aan het Participatiefonds mee dat hij gemoedsbezwaarde is.
Het Participatiefonds deelt het de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mee, dat de uitkeringskosten als bedoeld in artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC, niet ten laste van het Participatiefonds komen.
Artikel 3:17. Zelfstandig wachtgeldbeleid
De werkgever die zelfstandig wachtgeld-beleid als bedoeld in artikel 2 van het Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs 1998-1999 voert, deelt aan het Participatiefonds mee dat hij zelfstandig wachtgeldbeleid voert.
Het Participatiefonds deelt het de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mee, dat de uitkeringskosten als bedoeld in artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC, niet ten laste van het Participatiefonds komen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.