Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 april 2014, nr. 540459 inzake de toelating tot het hoger onderwijs
Gelet op de artikelen artikel 7.25, eerste, tweede, derde en vierde lid, 7,26 eerste en tweede lid, 7.26a eerste lid, 7.28, 7.31a, eerste lid, 7.31b, tweede lid, 7. 57a, vierde lid, 7.57b, vijfde lid, 7.57c, vierde lid, 7.57c, vierde lid, 7.57e, vijfde lid7.57f, tweede lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
- aanvullende eisen: eisen als bedoeld in artikel 7.26, eerste lid, en 7.26a, eerste lid, van de wet;
- accreditatieorgaan: Nederlands-Vlaamse accreditatieorganisatie, bedoeld in artikel 5.a.2 van de wet;
- bewijs van toelating: op naam gesteld document, afgegeven door de instelling, dat aantoont dat een kandidaat de selectie heeft doorlopen en geplaatst is binnen de door het instellingsbestuur vastgestelde onderwijscapaciteit.
- bijzondere nadere vooropleidingseisen opleiding tot leraar basisonderwijs: eisen als bedoeld in artikel 7.25a van de wet;
- diploma:
-
- diploma als bedoeld in artikel 7.24, eerste en tweede lid, van de wet, dan wel een daarmee overeenkomend diploma, behaald in Bonaire, Saba, Sint Eustatius, Curaçao, Sint Maarten, Aruba of Suriname danwel het diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school, bedoeld in het Statuut van de Europese school (Tractatenblad 1957, nr. 246), voor zover dat baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat;
-
- diploma van een niet in artikel 7.24 van de wet bedoelde vooropleiding of een niet in artikel 7.28, eerste lid, van de wet bedoelde opleiding dat op grond van een voor Nederland in werking getreden internationale overeenkomst toegangsrecht tot het Nederlandse hoger onderwijs met zich meebrengt;
-
- gewaarmerkte verklaring van het bestuur van een instelling, inhoudende dat de kandidaat met toepassing van de artikelen 7.25, derde lid of vijfde lid, 28, lid 1a, tweede lid, of7.29, eerste, derde of vierde lid, van de wet, onverminderd artikel 7.28, vierde lid, van de wet, tot de opleiding van zijn keuze kan worden toegelaten;
- domein: opleidingsdomein als bedoeld inartikel 6.4.1, eerste lid, van de WEB;
- fixusopleiding: opleiding waarvoor op grond van de artikelen 7.53 of 56 van de wet een beperkt aantal studenten kan worden ingeschreven;
- getuigschrift: getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, van de wet;
- hogeschool: hogeschool als bedoeld in onderdelen c en g van de bijlage bij de wet;
- instelling: instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste en tweede lid, van de wet of een rechtspersoon voor hoger onderwijs;
- instellingsbestuur: instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, eerste gedachtestreep van de wet;
- kandidaat: degene die zich voor de propedeutische fase van een bepaalde opleiding wil aanmelden of laten inschrijven;
- lerarenopleiding op het gebied van kunst: lerarenopleiding als bedoeld in artikel 7.26a, van de wet;
- minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs en onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Economische Zaken;
- nadere vooropleidingseisen vo-ho: eisen als bedoeld in artikel 7.25, eerste en tweede lid, van de wet;
- nadere vooropleidingseisen mbo-hbo: eisen als bedoeld in artikel 7.25, derde lid van de wet;
- opleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a en tweede lid, onderdeel a, van de wet; opleiding op het gebied van de kunst: opleiding als bedoeld in 7.26a van de wet;
- plaats: plaats als opgenomen in de mededeling bedoeld in artikel 7.53, zesde lid van de wet;
- profiel: profiel als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de WVO of artikel 38, tweede lid, van de WVO BES;
- rankingnummer: uniek nummer dat door de instelling toegekend wordt aan een kandidaat die de selectie heeft doorlopen, waaruit blijkt hoe hij ten opzichte van de andere deelnemers aan de selectie is beoordeeld;
- rechtspersoon voor hoger onderwijs: rechtspersoon als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel aa, van de wet;
- selectie: selectieprocedure als bedoeld in artikel 7.53 van de wet;
- studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daarop volgende jaar;
- Studielink: gemeenschappelijke aanmeld- en inschrijfapplicatie van de hogescholen en de universiteiten;
- universiteit:
-
- universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage bij de wet,
-
- Open Universiteit, bedoeld in onderdeel h van de bijlage bij de wet, of
-
- levensbeschouwelijke universiteit als bedoeld in onderdeel i, van de bijlage bij de wet;
- vooropleidingseisen: eisen als bedoeld inartikel 7.24 van de wet;
- WVO BES: Wet op het voortgezet onderwijs BES.
Artikel 1.2. Identificatie opleidingen
Voor de toepassing van deze regeling gelden door instellingen verzorgde opleidingen met dezelfde naam als dezelfde opleidingen, met uitzondering van artikel 3.2, tweede lid.
Artikel 1.3. Data
De data in deze regeling vallen steeds in het studiejaar dat voorafgaat aan het studiejaar waarvoor de aspirant-student zich wil aanmelden of wil inschrijven, tenzij anders is bepaald en met dien verstande dat de data tussen 31 augustus en 1 oktober telkens vallen in het studiejaar.
Hoofdstuk 2. Nadere vooropleidingseisen
§ 1. Nadere vooropleidingseisen vo-ho
Artikel 2.1. Nadere vooropleidingseisen per opleiding
Voor opleidingen aan universiteiten kan het instellingsbestuur bepalen dat slechts aspirant-studenten worden ingeschreven die voldoen aan de nadere vooropleidingseisen die zijn opgenomen in bijlage A.
Voor opleidingen aan hogescholen kan het instellingsbestuur bepalen dat slechts aspirant-studenten worden ingeschreven die voldoen aan de nadere vooropleidingseisen die zijn opgenomen in bijlage B.
Als de naam van een opleiding wordt gewijzigd, blijven de nadere vooropleidingseisen gelden zoals die golden voor het tijdstip van de naamswijziging.
Bij samenvoeging van bestaande opleidingen blijven voor de samengevoegde opleidingen de nadere vooropleidingseisen gelden, totdat voor de samengevoegde opleidingen nieuwe nadere vooropleidingseisen zijn vastgesteld.
§ 1. Nadere vooropleidingseisen vo-ho
Artikel 2.2. Aanwijzing opleidingen inzake toelating deficiënte studenten in het wetenschappelijk onderwijs
Vervallen
Artikel 2.3. Wijziging naam opleiding
Als de naam van een opleiding wordt gewijzigd, blijft de toelatingsmogelijkheid voor die opleiding gelden.
§ 3. Nadere vooropleidingseisen mbo-hbo
Artikel 2.4. Nadere vooropleidingseisen mbo
Vervallen
Hoofdstuk 3. Aanvullende eisen voor opleidingen, opleidingen op het gebied van de kunst en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst
Artikel 3.1. Aanvullende eisen in verband met de uitoefening van een beroep of beroepen
De opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden, die verband houden met de uitoefening van een beroep of de beroepen waarop zij voorbereiden, zijn opgenomen in bijlage D.
De minister neemt, al dan niet op een aanvraag, een opleiding op in de in het eerste lid bedoelde bijlage, als:
- a. objectieve gronden in verband met de toekomstige beroepsuitoefening het stellen van de aanvullende eisen voor toelating tot deze opleiding rechtvaardigen,
- b. de aanvullende eisen geen betrekking hebben op een bepaald vakgebied of discipline, en
- c. het stellen van de aanvullende eisen geen afbreuk doet aan de toegankelijkheid van het betreffende hoger onderwijs.
De gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, worden in bijlage D bij de betreffende opleiding vermeld.
Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid kan worden ingediend door het instellingsbestuur of, indien het een opleiding betreft die door meerdere instellingen wordt verzorgd, de betreffende instellingsbesturen gezamenlijk. In de aanvraag wordt gemotiveerd aangevoerd waarom wordt voldaan aan de in het tweede lid opgesomde voorwaarden.
Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 1 mei van het kalenderjaar voorafgaand aan het studiejaar waarvoor de aanvullende eisen voor het eerst zullen gelden.
Het instellingsbestuur maakt tijdig de criteria bekend, die op basis van de gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel a zijn vastgesteld, alsmede de procedure voor selectie van de aspirant-studenten.
Artikel 3.2. Aanvullende eisen in verband met de organisatie en inrichting van het onderwijs
De opleidingen waarvoor aanvullende eisen gelden, die verband houden met de organisatie en inrichting van het onderwijs zijn opgenomen in bijlage E.
De minister neemt op een aanvraag van het betreffende instellingsbestuur, of de betreffende instellingsbesturen gezamenlijk als het betreft alle opleidingen met dezelfde naam, een opleiding op in bijlage E, indien met de aanvraag is aangetoond, dat:
- a. de opleiding zich onderscheidt door een specifiek onderwijsconcept,
- b. objectieve gronden het stellen van aanvullende eisen voor toelating tot de opleiding noodzakelijk maken in verband met het tot zijn recht komen van het onderwijsconcept,
- c. de aanvullende eisen geen betrekking hebben op een bepaald vakgebied of discipline, en
- d. het stellen van de aanvullende eisen geen afbreuk doet aan de toegankelijkheid van het betreffende hoger onderwijs.
De gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden in bijlage E bij de opleiding vermeld.
Bij de aanvraag legt het instellingsbestuur een door de NVAO opgesteld advies met betrekking tot de in het tweede lid, onderdeel a tot en met c genoemde voorwaarden over.
Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 1 mei van het kalenderjaar voorafgaand aan het studiejaar waarvoor de aanvullende eisen voor het eerst zullen gelden.
Het instellingsbestuur maakt tijdig de criteria bekend die op basis van de gronden bedoeld in het tweede lid, onderdeel b zijn vastgesteld, alsmede de procedure voor selectie van de kandidaten.
Artikel 3.3. Verwijdering van de bijlage en informatieplicht
Het instellingsbestuur stelt de minister op de hoogte van een wijziging in de omstandigheden, die aanleiding kan zijn voor toepassing van de bevoegdheid genoemd in het eerste lid.
Hoofdstuk 3. Aanvullende eisen voor opleidingen, opleidingen op het gebied van de kunst en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst
§ 1. Algemene bepalingen aanmelding
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.