Besluit van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 12 mei 2014, nr. IENM/BSK-2014/94206, houdende vaststelling van beleidsregels inzake vergunningen voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer (Beleidsregel vergunningen voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer)

Type Beleidsregel
Publication 2020-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 16 en 16b van de Luchtvaartwet en artikel 3 van het Besluit ongeregeld luchtvervoer;

Besluit:

§ 1. Vergunningen voor geregeld luchtvervoer

Artikel 1

Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in de artikelen 16 en 16b voor het uitvoeren van geregeld luchtvervoer zijn de in deze paragraaf opgenomen beleidsregels van toepassing.

Artikel 2

De aanvraag voor een vergunning voor het uitvoeren van geregeld luchtvervoer door een in Nederland gevestigde EU-luchtvaartmaatschappij voldoet aan de volgende luchtrechtelijke vereisten:

Artikel 3
1.

Het is alleen aan duurzaam in Nederland gevestigde EU-luchtvaartmaatschappijen toegestaan om geregeld luchtvervoer vanuit Nederland uit te voeren op grond van de Nederlandse rechten onder een bilaterale of multilaterale luchtvaartovereenkomst.

2.

Een in Nederland gevestigde EU-luchtvaartmaatschappij is duurzaam in Nederland gevestigd indien:

Artikel 4
1.

De vergunningaanvraag, bedoeld in artikel 2 wordt beoordeeld aan de hand van:

2.

Bij de beoordeling van het effect van uit te voeren vervoer op het netwerk van luchtverbindingen van, naar en via Nederland worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken:

Artikel 5
1.

De vergunningaanvraag, bedoeld in artikel 2 wordt getoetst aan een bij de marktvraag aansluitend frequentiebeleid dat met het oog op gezonde concurrentieverhoudingen wordt gevoerd. In het kader van dat frequentiebeleid wordt capaciteit uitgedrukt in het aantal frequenties, ongeacht het type toestel.

2.

Indien sprake is van codeshare:

§ 2. Vergunningen voor ongeregeld luchtvervoer

Artikel 6
1.

Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van het Besluit ongeregeld luchtvervoer voor het uitvoeren van ongeregeld luchtvervoer zijn de in deze paragraaf opgenomen beleidsregels van toepassing.

2.

Artikel 2, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 7
1.

De vergunning, bedoeld in artikel 6, wordt verleend aan een niet in Nederland gevestigde EU-luchtvaartmaatschappij, indien Nederland met het land van afkomst van de desbetreffende luchtvaartmaatschappij een reciprociteitsverklaring heeft afgesloten.

2.

Indien geen sprake is van een reciprociteitsverklaring wordt te allen tijde de luchtvaartpolitieke relatie met het desbetreffende land van afkomst betrokken bij de beoordeling van de vergunningaanvraag.

3.

De vergunning wordt per seizoen aangevraagd en wordt uiterlijk anderhalf jaar voor de aanvang van het vervoer ingediend en afgehandeld.

4.

De Minister van Infrastructuur en Milieu betracht terughoudendheid bij het verlenen van een vergunning voor ongeregeld luchtvervoer indien hierdoor onevenredige schade zou worden toegebracht aan het geregelde vervoer en de netwerkkwaliteit.

5.

Bij de toekenning van een vergunning wordt, behoudens politieke restricties, zo min mogelijk in de markt geïntervenieerd.

6.

De artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing.

7.

In afwijking van het zesde lid wordt een aanvraag van een in Nederland gevestigde EU- luchtvaartmaatschappij voor het uitvoeren van ongeregeld luchtvervoer naar derde landen geheel ten behoeve van vracht toegestaan.

Artikel 8
1.

De artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 6 door een niet in de EU gevestigde luchtvaartmaatschappij.

2.

Te allen tijde wordt de luchtvaartpolitieke relatie met het land van afkomst van de desbetreffende luchtvaartmaatschappij betrokken bij de beoordeling van de vergunningaanvraag; reciprociteit is daarbij een belangrijk uitgangspunt.

3.

Artikel 2, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op het uitvoeren van zevende vrijheidsvervoer naar, via of vanuit Nederland.

Artikel 9
1.

Bij een gelijktijdige aanvraag voor een geregelde en een ongeregelde dienst waarbij een keuze gemaakt moet worden tussen deze diensten, geniet de geregelde dienst de voorkeur.

2.

Ongeregeld luchtvervoer dat geheel of gedeeltelijk op basis van losse tickets wordt aangeboden, mag worden uitgevoerd, tenzij het gelet op geregeld vervoer dat op de desbetreffende bestemming wordt uitgevoerd niet wenselijk is het ongeregeld vervoer toe te staan.

3.

Indien de markttoegang vrij is en er geen onderscheid bestaat tussen geregeld en ongeregeld luchtvervoer, worden geen beperkingen opgelegd aan het ongeregeld luchtvervoer op basis van losse tickets.

4.

Onverminderd het bepaalde in deze beleidsregel is het combineren van geregeld en ongeregeld luchtvervoer door een in Nederland gevestigde EU-luchtvaartmaatschappij in beginsel toegestaan, mits meer dan de helft van de capaciteit op een dergelijke combinatievlucht als geregelde dienst wordt aangeboden.

5.

Het uitvoeren van vijfde vrijheidsvervoer is niet toegestaan bij combinaties van geregeld en ongeregeld luchtvervoer, tenzij sprake is van vervoer waarbij op de eerste bestemming die de vlucht aandoet een gedeelte van de passagiers uitstapt, dan wel passagiers aan boord worden genomen die eerder op de desbetreffende bestemming zijn afgezet en terugkeren naar hun oorspronkelijke luchthaven van vertrek.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel vergunningen voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 9a

Vervallen

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.