Besluit van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 24 april 2014, nr. IENM/BSK-2014/122942, houdende beleidsregels en enige andere bepalingen met betrekking tot de afgifte van verklaringen als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag (Beleidsregels baggerspecieverklaring Wet belastingen op milieugrondslag)

Type Beleidsregel
Publication 2014-06-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 22, eerste lid, onderdeel a, e, f en g, en 29, tweede en derde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag, en op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regels wordt verstaan onder:

Artikel 2

Als baggerspecie wordt niet aangemerkt baggerspecie die voor meer dan 50% (gewichtsprocenten) is vermengd met ander materiaal, al dan niet met een korrelgrootte van meer dan 2 millimeter.

Artikel 3

Als baggerspecie wordt niet aangemerkt baggerspecie die voor ten hoogste 50% (gewichtsprocenten) is vermengd met ander materiaal, al dan niet met een korrelgrootte van meer dan 2 millimeter, indien de desbetreffende partij niet als baggerspecie is ingedeeld overeenkomstig hetgeen daaromtrent is aangegeven door Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+, via www.rwsleefomgeving.nl/organisatie/bodemplus.

§ 2. De aanvraag van een verklaring

Artikel 4
1.

Voor het indienen van een aanvraag wordt het formulier met toelichting gebruikt, dat is vastgesteld door Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+, en dat verkrijgbaar is via www.rwsleefomgeving.nl/organisatie/bodemplus.

2.

Bij de aanvraag worden de gegevens verstrekt waarvan een overzicht is vastgesteld door Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+, en dat verkrijgbaar is via www.rwsleefomgeving.nl/organisatie/bodemplus.

Artikel 5
1.

Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+, kan op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken.

2.

De termijn voor het aanvullen van de aanvraag, bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bedraagt twee weken, voor zover geen andere termijn is bepaald.

Artikel 6

Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+, kan een partij waarop een aanvraag betrekking heeft onderzoeken om de juistheid en volledigheid van de bij de aanvraag verstrekte gegevens te controleren.

§ 3. De beslistermijn

Artikel 7

Het besluit inzake het afgeven van een baggerspecieverklaring wordt genomen binnen vier weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

§ 4. Het wijzigen en intrekken van een verklaring

Artikel 8
1.

Een baggerspecieverklaring kan op aanvraag van de houder in elk geval worden gewijzigd:

2.

Indien de omvang van de partij waarop de baggerspecieverklaring betrekking heeft, de in de baggerspecieverklaring vermelde hoeveelheid met ten hoogste 10% (gewichtsprocenten) overschrijdt, hoeft geen wijziging van de baggerspecieverklaring te worden aangevraagd indien de baggerspecie afkomstig is van de locatie die in de baggerspecieverklaring is aangegeven of een aangrenzende locatie in de onmiddellijke nabijheid daarvan en de exploitant van de stortplaats op de baggerspecieverklaring een aantekening heeft gemaakt van de werkelijk gestorte hoeveelheid baggerspecie.

3.

Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing indien de omvang of de samenstelling van de partij waarop de baggerspecieverklaring betrekking heeft, zodanig is gewijzigd dat een onderzoek als in dat artikel bedoeld noodzakelijk is.

Artikel 9

Een baggerspecieverklaring kan worden ingetrokken indien:

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 10

Deze regels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Artikel 11

Deze regels worden aangehaald als: Beleidsregels baggerspecieverklaring Wet belastingen op milieugrondslag.

Deze regels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.