← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 5 juni 2014, nr. WJZ/14070246, houdende regels inzake de verhandeling van wijn en olijfolie (Regeling wijn en olijfolie)

Geldende tekst a fecha 2019-12-07

Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad van 10 juni 1991 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwprodukten (Pb EG 1991, L 149);

Verordening (EG) nr. 555/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, wat betreft de steunprogramma’s, de handel met derde landen, het productiepotentieel en de controles in de wijnsector (PbEU 2008, L 170);

Verordening (EG) nr. 436/2009 van de Commissie van 26 mei 2009 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad met betrekking tot het wijnbouwkadaster, de verplichte opgaven en de samenstelling van gegevens voor het volgen van de markt, de begeleidende documenten voor het vervoer van producten en de bij te houden registers in de wijnsector (PbEU 2009, L 128);

Verordening (EG) nr. 606/2009 van de Commissie van 10 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad, wat betreft de wijncategorieën, oenologische procédés en de daarvoor geldende beperkingen (PbEU 2009, L 193);

Verordening (EG) nr. 607/2009 van de Commissie van 14 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten (PbEU 2009, L 193);

Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (Pb EU 2013, L 347);

Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347); en

artikel 19, eerste lid, van de Landbouwwet;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen over wijn en olijfolie

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Wijnbouwproducten worden slechts bereid, getransporteerd en in de handel gebracht overeenkomstig het bij of krachtens de communautaire verordeningen bepaalde.

2.

Gearomatiseerde dranken worden slechts in de handel gebracht overeenkomstig het bij of krachtens verordening (EU) nr. 251/2014 bepaalde.

3.

Olijfolie wordt slechts in de handel gebracht overeenkomstig het bij of krachtens de basisverordening bepaalde.

Artikel 3

De minister is bevoegd de besluiten te nemen en de handelingen te verrichten waartoe het bij of krachtens hoofdstuk I en hoofdstuk II, afdeling 2, van titel II van deel II van de basisverordening of artikel 90 van verordening (EU) nr. 1306/2013 bepaalde, voor zover het wijn of olijfolie betreft, of het bij of krachtens verordening (EU) nr. 251/2014 bepaalde een tot de overheid behorend orgaan de opdracht geeft of de keuze laat.

Hoofdstuk 2. Specifieke bepalingen over wijn

§ 2. Het vervoer

Artikel 4
1.

Indien in Nederland het vervoer van wijnbouwproducten begint, wordt het begeleidend document, bedoeld in artikel 10 van gedelegeerde verordening (EU) 2018/273, alsmede de kopieën daarvan, door de wijnhandelaar opgemaakt en afgegeven.

2.

Het referentienummer, bedoeld in bijlage V, onderdeel A, bij gedelegeerde verordening (EU) 2018/273 wordt aangevraagd bij de minister.

§ 3. De bereiding

Artikel 5
1.

De hoeveelheid alcohol in draf en wijnmoer na persing is ten minste 5 procent.

2.

Verrijken en ontzuren mag in verschillende fasen worden uitgevoerd.

3.

In afwijking van het zesde lid van onderdeel B van bijlage VIII, deel I, van de basisverordening is de bovengrens van het totale alcoholvolumegehalte bij verrijking:

§ 4. Administratieve verplichtingen

Artikel 6

Het minimumpercentage alcoholvolume in bijproducten is 5% van het alcoholvolume in de geproduceerde wijn.

Artikel 7
1.

Indien de weersomstandigheden uitzonderlijk ongunstig zijn geweest, kan de minister op verzoek voor het betreffende oogstjaar besluiten:

2.

Het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde verzoek tot toestemming wordt bij de minister ingediend met een door de minister ter beschikking gesteld middel.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

De wijnhandelaar of de wijnproducent:

Artikel 10
1.

Het maximumpercentage voor verlies als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 is:

2.

De wijnhandelaar of de wijnproducent doet van een overschrijding van de in het eerste lid genoemde percentages of van de toleranties, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2018/274, binnen 7 werkdagen na constatering een melding bij de minister.

Artikel 11

Producenten van wijn dienen jaarlijks uiterlijk op 15 januari bij de minister de opgave in, met een door de minister ter beschikking gesteld middel, van de wijn die ze hebben geproduceerd van de oogst van het lopende wijnoogstjaar, overeenkomstig artikel 31, derde lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2018/273.

§ 5. Etikettering

Artikel 12

Bij de etikettering en presentatie van wijnbouwproducten mag, in afwijking van artikel 119, eerste lid, onderdeel a, van de basisverordening, de term ‘wijn’ worden gebruikt indien:

Artikel 13
1.

De codenummers, bedoeld in artikel 46, vijfde lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/33 worden op aanvraag vastgesteld door de minister. Slechts die codenummers worden gebruikt die zijn vastgesteld door de minister.

2.

Aanvragen voor codenummers als bedoeld in het eerste lid worden ingediend bij de minister.

Artikel 14

In geval van directe export van wijn naar derde landen mogen op het etiket aanduidingen worden aangebracht die afwijken van de etiketteringsvoorschriften, mits die aanduidingen zijn vereist in de wetgeving van het land van bestemming.

§ 6. Cépagewijnen

Artikel 15
1.

Aanvragen voor certificering als bedoeld in artikel 120, tweede lid, onderdeel a, van de basisverordening worden ingediend bij de minister met een door de minister ter beschikking gesteld middel.

2.

Na certificering mag op het etiket worden vermeld: ‘cépagewijn’ aangevuld met het druivenras, oogstjaar en ‘Nederland’.

3.

Voor de verificatie door de NVWA van een aanvraag voor certificering van cépagewijn wordt een door de minister vast te stellen vergoeding van kosten in rekening gebracht.

§ 7. Bescherming van oorsprongsbenaming of geografische aanduiding

Artikel 16

Een aanvraag tot opname in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, een verzoek tot wijziging of een verzoek tot annulering wordt ingediend bij de minister.

Artikel 17
1.

De nationale aanvragen tot registratie, de verzoeken tot wijziging en de verzoeken tot annulering worden door de minister bekendgemaakt in de Staatscourant.

2.

Door de Europese Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte voorgenomen registraties, voorgenomen wijzigingen van een productdossier of voorgenomen annuleringen van registraties worden door de minister bekendgemaakt in de Staatscourant.

3.

Door de Europese Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte ingeschreven registraties, ingeschreven wijzigingen van een productdossier of geannuleerde registraties worden door de minister bekendgemaakt in de Staatscourant.

Artikel 18
1.

Iedere belanghebbende kan binnen twee maanden na de datum van bekendmaking in de Staatscourant door de minister van de aanvragen en verzoeken, bedoeld in artikel 17, eerste lid, daartegen bedenkingen kenbaar maken door middel van toezending van een gemotiveerde verklaring aan de minister.

2.

Iedere belanghebbende kan binnen vier weken na de datum van bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van het enig document afkomstig uit een andere lidstaat dan van belanghebbende, zijn bedenkingen tegen de bescherming daarvan kenbaar maken door middel van toezending van een gemotiveerde verklaring aan de minister.

3.

De minister betrekt de in het tweede lid bedoelde bedenkingen in zijn besluit om al dan niet bezwaar als bedoeld in artikel 98 van de basisverordening tegen de registratie aan te tekenen bij de Europese Commissie.

Artikel 19

Vervallen

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Artikel 20

De laboratoria Meron BCL en NVWA Laboratorium voeder- en voedselveiligheid zijn de bevoegde laboratoria als bedoeld in artikel 146 van de basisverordening.

Artikel 21

De codenummers, bedoeld in artikel 46, vijfde lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/33, die voor 1 juli 2014 zijn vastgesteld door het Hoofdproductschap Akkerbouw behouden hun geldigheid.

Artikel 22

Archiefbescheiden van het Hoofdproductschap Akkerbouw betreffende zaken die op basis van deze regeling worden behartigd door de minister, worden overgedragen aan de minister, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Artikel 23

De Regeling olijfolie wordt ingetrokken.

Artikel 24

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2014.

Artikel 25

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling wijn en olijfolie.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 8. Proefaanplant

Artikel 19a
1.

Een producent van voor wijnbereiding bestemde druiven van een ras dat behoort tot een soort die niet is opgenomen op de lijst van toegelaten rassen van de Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding (International Organisation of Vine and Wine – OIV), kan in het kader van wetenschappelijk onderzoek en experimenten de minister om een vergunning voor een proefaanplant van dit druivenras verzoeken.

2.

Het verzoek om proefaanplant omvat:

3.

Een proefaanplant betreft maximaal 1 hectare en minstens 300 stokken.

Artikel 19b
1.

De minister verleent de vergunning voor 10 jaar met de mogelijkheid van verlenging voor dezelfde duur.

2.

De vergunning wordt ingetrokken na het rooien van de aanplant. De vergunninghouder meldt het tijdstip van rooien aan de minister.

3.

De vergunning vervalt van rechtswege op het moment dat het druivenras op de lijst van toegelaten rassen van de Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding (International Organisation of Vine and Wine – OIV) is opgenomen.

4.

Elk jaar vóór 1 maart rapporteert de vergunninghouder over de oogstgegevens bij de minister met een door de minister ter beschikking gesteld middel.

Hoofdstuk 3. Overige bepalingen

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3a
1.

Wijnproducenten registreren zich bij de minister.

2.

Een verzoek tot registratie, wijziging of uitschrijving wordt bij de minister ingediend met een door de minister ter beschikking gesteld middel.

Hoofdstuk 2. Specifieke bepalingen over wijn

§ 2. Het vervoer

§ 3. De bereiding

§ 4. Administratieve verplichtingen

§ 5. Etikettering

§ 6. Cépagewijnen

§ 7. Bescherming van oorsprongsbenaming of geografische aanduiding

§ 8. Proefaanplant

§ 9. Oenologisch experiment

Artikel 19c
1.

De minister kan voor drie jaar toestemming verlenen voor het uitvoeren van een grootschalig experiment voor de toepassing van een oenologische behandeling of een oenologisch procedé als bedoeld in artikel 4 van gedelegeerde verordening (EU) 2019/934.

2.

Voor het verlenen van toestemming wordt aan de volgende voorwaarden voldaan:

3.

Het verzoek om toestemming omvat:

4.

In de toestemming kunnen voorschriften worden opgenomen over de aard en wijze van gebruik van de wijn, de hoeveelheid wijn, de rapportageverplichtingen, de etikettering en de bestemming.

5.

De minister kan toestemming verlenen voor het in de handel brengen van de wijn die is verkregen door de experimentele toepassing van de oenologische behandeling of het oenologisch procedé, indien de analyse van deze wijn door een erkend laboratorium aantoont dat deze wijn geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid.

6.

In geval van ernstige twijfel over de correcte naleving of constatering van niet-naleving van de in het vierde lid bedoelde voorschriften wordt de toestemming onmiddellijk ingetrokken.

7.

Aan de minister kan verlenging van de toestemming, bedoeld in het eerste lid, worden verzocht voor ten hoogste drie jaren.

Hoofdstuk 3. Overige bepalingen

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 4. Administratieve verplichtingen