Besluit van 23 mei 2014 tot het vaststellen van regels over de aanleg, het beheer, het gebruik en de veiligheid van lokale spoorwegen (Besluit lokaal spoor)

Type AMvB
Publication 2022-11-09
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 9 december 2013, nr. IenM/BSK-2013/268587, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Veiligheid en Justitie;

Gelet op de artikelen 2, vijfde lid, 14, eerste lid, 24, vierde lid, 25, eerste lid, 31, eerste lid, 36, derde lid, 42, achtste lid, en 48, tiende lid, van de Wet lokaal spoor, artikel 163, tiende lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 110 van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 5:12, tweede lid van de Arbeidstijdenwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 24 januari 2014, nr. W14.13.044g/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 20 mei 2014, nr. IenM/BSK-2014/92895, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Veiligheid en Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de hoofdstukken 2 tot en met 10 van de Wet lokaal spoor in werking treden.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

Elementen die tot lokale spoorweginfrastructuur behoren zijn de bij de lokale spoorweg behorende:

Hoofdstuk 2. Toegankelijkheid

Artikel 3
2.

Het eerste lid geldt niet voor gebouwen of werken als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet die direct grenzen aan of zich bevinden op een weg als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994, tenzij zij op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit reeds voldoen aan de artikelen 5, 6 of 9 van het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer.

3.

De artikelen 4, eerste lid, en 10 van het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer zijn van overeenkomstige toepassing op een spoorvoertuig bestemd voor openbaar vervoer op de lokale spoorweg.

4.

Van het eerste en tweede lid kan tijdelijk worden afgeweken bij onvoorziene omstandigheden waarin een ander maatschappelijk belang voor gaat boven het belang van toegankelijk openbaar vervoer, en de beschikbare toegankelijkheid van dat vervoer als gevolg van die omstandigheden redelijkerwijs niet in stand kan blijven.

5.

Spoorvoertuigen en gebouwen of werken als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in gebruik zijn, zijn met ingang van 1 januari 2020 aangepast.

6.

Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden over:

Hoofdstuk 3. Verkeersmaatregelen, -regels en -tekens

Artikel 4

De verkeersleiding, bedoeld in artikel 24 van de wet, heeft als taak:

Artikel 5
1.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur plaatsen, de beheerder en de vervoerder gehoord, seinen ten behoeve van het spoorverkeer over de lokale spoorweg indien dit noodzakelijk is om de verkeersveiligheid op de lokale spoorweg te borgen.

2.

In elk geval wordt het spoorverkeer geregeld door seinen:

3.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur hoeven geen seinen te plaatsen, indien de verkeersveiligheid op de lokale spoorweg geborgd wordt door middel van een systeem van volledige automatische besturing van de spoorvoertuigen die op deze spoorweg rijden.

4.

Van het eerste en tweede lid kan worden afgeweken door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur, indien de verkeersveiligheid op de lokale spoorweg geborgd wordt door middel van een systeem van automatische spoorvoertuigbeïnvloeding die de plaatsing van seinen overbodig maakt.

5.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien tramlichten zijn geplaatst op grond van artikel 1, onderdeel 60, van de Regeling verkeerslichten, of op grond van het daarvoor in de plaatskomende voorschrift inhoudende dat tramlichten worden toegepast bij drie- of tweekleurige verkeerslichten indien:

Artikel 6
1.

Onverminderd de artikelen 22 en 23 van de wet stellen gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur per baanvak de toegestane maximumsnelheid vast:

2.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur maken de maximumsnelheid, bedoeld in het eerste lid, bekend aan in ieder geval de betrokken vervoerders, beheerders, verkeersleiding, toezichthouder van de lokale spoorweg en wegbeheerders.

Artikel 7

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur stellen, na het horen van de beheerder en de vervoerder, de voorrangsregels vast die gelden tussen spoorvoertuigen op lokale spoorwegen.

Artikel 8
1.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur bepalen:

2.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur horen, alvorens zij de bevoegdheden ingevolge het eerste lid uitoefenen, de beheerder, de vaarwegbeheerder en vertegenwoordigers uit de scheepvaart.

3.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen bepalen hoe lang voordat een voertuig een beweegbare brug als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, moet passeren, met het sluiten van de brug kan of moet worden aangevangen.

4.

Indien in een vaarweg ter plaatse van een beweegbare brug de scheepvaart is gestremd, kan in afwijking van hetgeen in of krachtens de vorige leden is bepaald, de beweegbare brug gesloten blijven.

Artikel 9
1.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur dragen er zorg voor, dat bij de beweegbare bruggen tekens worden getoond overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 6.25 en 6.26, vierde en vijfde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement, met dien verstande dat het teken, bedoeld in artikel 6.26, onderdeel f, van het Binnenvaartpolitiereglement, alleen wordt gebruikt indien gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur dat bepalen of goedkeuren.

2.

In het geval van gestoorde lichttekens dragen gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur er zorg voor dat een bord als bedoeld in artikel 6.26, zesde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement wordt getoond.

3.

Artikel 6.26 van het Binnenvaartreglement is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur stellen, na advies van de beheerder en de wegbeheerder, vast bij welke spoorwegovergangen gelegen in voor het openbaar verkeer openstaande wegen, aan beide zijden van de spoorwegovergang aan de rechterzijde van de weg een Andreaskruis volgens model J12 of J13 van bijlage 1, van het RVV 1990 wordt geplaatst.

Hoofdstuk 4. Personeel

Artikel 11

Als veiligheidsfunctie als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet wordt aangewezen de functie van een beheerder of een vervoerder voor zover die belast is met de verkeersleiding.

Hoofdstuk 4a. Specifieke regels met betrekking tot de Hoekse lijn

Artikel 12
1.

De jaarlijkse kosten voor het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de wet bepaalde dat de toezichthouder uit eigen beweging verricht, bestaan uit een bij ministeriële regeling vastgesteld basistarief, vermeerderd met de kosten die worden berekend op basis van het product van de lengte van de lokale spoorweg in kilometers en het bij ministeriële regeling vastgestelde tarief per kilometer.

2.

De kosten voor het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de wet bepaalde dat op verzoek van gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur door de toezichthouder wordt verricht, worden op basis van een bij ministeriële regeling vastgesteld tarief berekend.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

§ 1. Aanpassing en intrekking van andere besluiten

Artikel 13

Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit.

Artikel 14

Wijzigt het Besluit alcoholonderzoeken.

Artikel 15

Wijzigt het Besluit ex artikel 110 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 16

Het Metroreglement wordt ingetrokken.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.