Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 10 juni 2014, nr. MINBUZA-2014.304011, tot vaststelling van beleidsregels voor het verstrekken van subsidie in het kader van onderdeel 1 van het Dutch Good Growth Fund
Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op artikel 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening in het kader van onderdeel 1 van het Dutch Good Growth Fund door de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, met het oog op het financieren van activiteiten van ondernemingen met het oog op ontwikkelingsrelevante investeringen en handelstransacties in lage- en middeninkomenslanden respectievelijk met partijen in lage- en middeninkomenslanden, gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.
Artikel 2
Voor subsidieverlening in het kader van het Dutch Good Growth Fund geldt een subsidieplafond van:
- a. € 230 miljoen voor onderdeel 1a;
- b. € 50 miljoen voor onderdeel 1b, voor de periode vanaf 10 mei 2023 tot en met 31 december 2023.
Indien na toepassing van het eerste lid, onder b, een deel van het subsidieplafond resteert, wordt dit toegevoegd aan het subsidieplafond, genoemd in het eerste lid, onder a.
Bij de berekening van de bedragen die beschikbaar zijn voor subsidieverstrekking ten laste van de in het eerste lid, onder a en b, genoemde subsidieplafonds, worden verstrekte middelen die op grond van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvangers aan de Minister zijn terugbetaald, toegerekend aan het plafond genoemd in het eerste lid, onder a.
Artikel 3
Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2014.
Bijlage
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Hoofdstuk 2. Doelstelling, doelgroep, juridische verankering en staatssteunkader
2.1. Doelstelling DGGF
Het DGGF staat centraal in de agenda voor hulp, handel en investeringen, waarin via handel en investeringen van ondernemingen lokale impact wordt gerealiseerd. Drie doelstellingen die daarbij gelden: het uitbannen van extreme armoede, duurzame en inclusieve groei overal ter wereld en succes voor ondernemingen in Nederland. Om ervoor te zorgen dat iedereen kan profiteren van handel en investeringen is het noodzakelijk om obstakels die ontwikkeling hinderen weg te nemen en kansen te creëren voor kwetsbare groepen in lage- en middeninkomenslanden om volwaardig te participeren in economie en samenleving.
Duurzame en inclusieve groei begint bij verbetering van het ondernemingsklimaat. De randvoorwaarden moeten voor het bedrijfsleven op orde zijn om volwaardig te functioneren. Een goed ondernemingsklimaat is niet alleen van groot belang voor private partijen in lage- en middeninkomenslanden, maar ook voor de bedrijven die in deze landen actief willen zijn. Hoe beter een private sector is ontwikkeld, des te beter mensen in lage- en middeninkomenslanden in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en des te aantrekkelijker het wordt om er zaken te doen. Een beter ondernemingsklimaat bevordert inclusieve en duurzame economische groei en maakt het mogelijk om handelsrelaties met landen op te bouwen.
Het Dutch Good Growth Fund (DGGF) geeft invulling aan de nieuwe agenda door middel van het aanbieden van financieringen voor investeringen in en export naar lage- en middeninkomenslanden. Het is additioneel aan de diensten van financiers, die nu vaak terughoudend zijn met het verstrekken van financiering vanwege de – gepercipieerde – risico’s in dergelijke landen.
De activiteiten die uit het DGGF gefinancierd worden moeten bijdragen aan:
Het gebrek aan financieringsmogelijkheden vormt een rem op de groei van ondernemingen en dat terwijl ondernemingen van cruciaal belang zijn voor het scheppen van werkgelegenheid.
Het DGGF zal via drie onderdelen tot uitvoering worden gebracht, te weten via:
Deze beleidsregels hebben uitsluitend betrekking op bovengenoemd onderdeel 1.
2.1.1. Dggf onderdeel 1
De doelstelling van DGGF onderdeel 1 is het intensiveren van ontwikkelingsrelevante investeringen in en handel met lage- en middeninkomenslanden. Voor dit onderdeel dient dit bereikt te worden via het commercieel financieren van activiteiten van ondernemingen die ontwikkelingsrelevante investeringen willen doen in lage- en middeninkomenslanden.
Hierbij gaat er extra aandacht uit naar ondernemers die actief zijn in fragiele staten en jonge en vrouwelijke ondernemers uit DGGF landen. Zij leveren vaak een relatief grote bijdrage aan ontwikkeling, maar hebben vaak meer moeite om aan kapitaal te komen.
Investeringen in lage- en middeninkomenslanden vinden op dit moment onvoldoende plaats omdat ondernemingen vanuit Nederland moeite hebben met het vinden van financiering. Private financiers zijn huiverig om financiering te verstrekken, omdat zij relatief onbekend zijn met de lokale markt en risico’s vaker hoger percipiëren dan zij daadwerkelijk zijn, vooral in landen waar zij geen eigen vestigingen hebben. Hierdoor is het lastig en kostbaar om het potentiële rendement op een investering goed in te schatten. Door een gebrek aan zekerheden willen of kunnen private partijen deze transacties daarom niet financieren. Lokale financiers bieden evenmin uitkomst. Dit verhindert investeringen die een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van lage- en middeninkomenslanden en lopen ondernemers kansen mis.
DGGF onderdeel 1a biedt daarom (deels via financiers) financieringsmogelijkheden aan ondernemingen met een goed investeringsplan waarbij niet alleen gekeken wordt naar de financiële prestaties, maar ook naar of het bedrijf en de investering voldoet aan de eisen van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en ontwikkelingsrelevantie.
Daarnaast heeft het kabinet in het licht van de oorlog in Oekraïne extra financiële middelen vrijgemaakt voor het Oekraïense bedrijfsleven. Hiervoor kan € 50 miljoen binnen het DGGF onderdeel 1b worden gebruikt voor financieringen aan Oekraïense ondernemingen die voldoen aan de criteria zoals gesteld in deze beleidsregels.
2.2. Juridische verankering
Financiering in het kader van DGGF onderdeel 1 wordt verstrekt in de vorm van een subsidiebeschikking, al dan niet in samenhang met een uitvoeringsovereenkomst.
2.3. Juridische verankering
De totstandkoming van de subsidiebeschikking wordt beheerst door het publiekrecht, de inhoud van de uitvoeringsovereenkomst door het privaatrecht.
In het geval van een uitvoeringsovereenkomst wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen een in de beschikking bepaalde termijn de beoogde overeenkomst tot stand komt.
Randvoorwaarde is dat de financiering binnen de bedding van de Europese staatssteunregels blijft.
2.4. Staatssteunkader
Algemeen wordt aangenomen dat er onder meer geen sprake is van staatssteun in bovengenoemde zin als de minister bij de verlening van subsidie toepassing geeft aan het ‘principe van de investeerder in een markteconomie’ (MEOP) of wanneer de verlening van subsidie binnen de grenzen en voorwaarden van de De-minimisverordening blijft.
Wanneer een steunmaatregel of subsidieverlening binnen de grenzen van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) blijft is er sprake van geoorloofde staatssteun. Voor DGGF onderdeel 1a steun zal het gaan om risicofinancieringssteun voor MKB- ondernemingen of om starterssteun voor MKB-ondernemingen zoals opgenomen in artikel 21 en 22 van de AGVV.
Hoofdstuk 3. Financieringsmogelijkheden
3.1. Algemeen
Financiering op grond van deze beleidsregels bedraagt niet meer dan € 15 miljoen per aanvraag.
Er zijn geen financieringsmogelijkheden voor steenkolenprojecten en voor projecten van exploratie en ontwikkeling van nieuwe voorraden olie en gas in het buitenland.
Invest International Public Programmes B.V. zal beoordelen of de investering gezond is en dus of zij deze op verantwoorde wijze kan steunen. Afhankelijk van het risicoprofiel van de investering (op basis van het risico op de onderneming, het land en de activiteiten) en afhankelijk van de bereidheid van andere financiers om (gedeeltelijk) mee te investeren wordt een financiering, garantie of een combinatie van financieringen en/of garanties verstrekt. Per instrument zal uiteindelijk een zelfstandige risicoafweging plaatsvinden, waarbij indien mogelijk Invest International Public Programmes B.V. een coördinerende rol zal spelen met betrekking tot de benodigde informatievoorziening.
3.2. Leningen aan een MKB onderneming
Voor onderdeel 1a (zie paragraaf 2.1) bedraagt financiering op grond van deze beleidsregels niet meer dan € 15 miljoen per aanvraag. Voor onder onderdeel 1b (zie paragraaf 2.1) bedraagt de maximale financiering € 30 miljoen per aanvraag.
Er zijn geen financieringsmogelijkheden voor steenkolenprojecten en voor projecten van exploratie en ontwikkeling van nieuwe voorraden olie en gas in het buitenland.
De minister kan op aanvraag van een financier, zijnde een participatiemaatschappij, (investeringsfonds) een lening verstrekken voor het verkrijgen van participaties in MKB ondernemingen voor het doen van ontwikkelingsrelevante investeringen in een DGGF land.
3.3. Leningen aan een financier ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie (Fund in Fund)
Aangezien bij de toepassing van deze beleidsregels het ‘principe van de investeerder in een markteconomie’ richtsnoer is, zal de minister – exceptionele gevallen daargelaten – kunnen en moeten verlangen dat de beoogde transactie mede wordt gefinancierd door een of meer co-financiers in een mate die recht doet aan voornoemd uitgangspunt.
In geval van een marktconforme lening waarbij het niet mogelijk is om door middel van benchmarking een marktconforme vergoeding vast te stellen, wordt het percentage vastgesteld volgens de Mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en verdisconteringspercentages worden vastgesteld7Pb. 2008, C 14/6.. De vast te stellen vergoeding kan naast een vaste vergoeding eveneens een variabele component bevatten.
De minister kan op aanvraag van een onderneming subsidie verstrekken in de vorm van een garantie ter dekking van eventuele verliezen op een verstrekte financiering (leningen en/of aandelenkapitaal) op grond van een tussen de onderneming en financier gesloten of te sluiten financieringsovereenkomst, welke overeenkomst is aangegaan voor het doel van ontwikkelingsrelevante investeringen in een DGGF land. Met financier wordt in dit verband bedoeld: de financier, ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie of de financier, zijnde een bank die gevestigd is in een DGGF-land.
De minister kan op aanvraag van een financier, zijnde een participatiemaatschappij, (investeringsfonds) een lening verstrekken voor het verkrijgen van participaties in MKB ondernemingen voor het doen van ontwikkelingsrelevante investeringen in een DGGF land.
3.5. Leningen of garanties onder de-minimis voorwaarden
Indien een garantie of lening aan een onderneming of een lening aan een financier niet onder marktconforme voorwaarden of onder de voorwaarden van de Algemene groepsvrijstellingsverordening kan worden verstrekt, kunnen de voorwaarden van de De-minimis verordening toegepast worden. Dit kan door de lening- en garantievoorwaarden of de rente/premiekorting als uitgangspunt te nemen.
De minister kan op aanvraag van een onderneming subsidie verstrekken in de vorm van een garantie ter dekking van eventuele verliezen op een verstrekte financiering (leningen en/of aandelenkapitaal) op grond van een tussen de onderneming en financier gesloten of te sluiten financieringsovereenkomst, welke overeenkomst is aangegaan voor het doel van ontwikkelingsrelevante investeringen in een DGGF land. Met financier wordt in dit verband bedoeld: de financier, ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie of de financier, zijnde een bank die gevestigd is in een DGGF-land.
Door middel van deze mogelijkheid kan er vanuit DGGF borg gestaan worden voor een percentage voor de financiering die een financier verstrekt. De minister neemt een deel van de risico's over waardoor de financier eerder geneigd zal zijn financiering te verschaffen.
3.5. Leningen of garanties onder de-minimis voorwaarden
Indien een garantie of lening aan een onderneming of een lening aan een financier niet onder marktconforme voorwaarden of onder de voorwaarden van de Algemene groepsvrijstellingsverordening kan worden verstrekt, kunnen de voorwaarden van de De-minimis verordening toegepast worden. Dit kan door de lening- en garantievoorwaarden of de rente/premiekorting als uitgangspunt te nemen.
Voor een lening geldt dan dat voor de lening zekerheden zijn gesteld van ten minste 50% van de lening en het een lening betreft van ofwel maximaal € 1.500.000 met een looptijd van maximaal vijf jaar ofwel maximaal € 750.000 (artikel 4, derde lid, onderdeel b, van de De-minimisverordening).
Voor een garantie geldt dan dat de garantie niet meer dan 80% van de onderliggende lening bedraagt en ofwel het garantiebedrag maximaal € 2.250.000 bedraagt en de garantie een looptijd van maximaal vijf jaar heeft, ofwel het garantiebedrag maximaal € 1.125.000 en de garantie een looptijd van maximaal tien jaar heeft (artikel 4, zesde lid, onderdeel b, van de De-minimisverordening).
4.1. Commerciële haalbaarheid
Er zal geen financiering worden verstrekt op basis van de De-minimisverordeningen voor landbouw en visserij.
Naast bovenstaande algemene criteria zullen in ieder geval de volgende instrument specifieke criteria gelden:
In het kader van deze beleidsregels vindt de beoordeling van aanvragen voor financiering en de besluitvorming over de inhoud van de daarop betrekking hebbende financieringsovereenkomst plaats aan de hand van een aantal criteria. Dit zijn onverminderd het bepaalde in het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken de hierna opgenomen criteria.
4.1. Commerciële haalbaarheid
Leningen en garantieverstrekkingen die ten laste komen van DGGF moeten commercieel haalbaar zijn, er moet dus sprake zijn van een goed uitgewerkte business case. De financiering wordt verstrekt als ondernemingsfinanciering en niet als projectfinanciering. Er zal in ieder geval aan de volgende voorwaarden moeten worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor een DGGF lening en/of garantie:
Naast bovenstaande algemene criteria zullen in ieder geval de volgende instrument specifieke criteria gelden:
Ontwikkelingsrelevantie wordt gezien als de positieve bijdrage aan minimaal één van de volgende aspecten, waarbij geldt dat de score op ten minste een van deze aspecten positief moet zijn en de score op de overige aspecten ten minste neutraal:
Er zal geen financiering worden verstrekt op basis van de de mimimis-verordeningen voor landbouw8Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, Pb. 2013, L 352/9. en visserij9Verordening (EU) Nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij en aquacultuursector (Pb. 2014 L190/45)..
4.1.3. Garantie aan een onderneming
In het kader van de OESO richtlijnen wordt vereist dat bedrijven hun ketenverantwoordelijkheid serieus nemen. Hiertoe zullen zij, waar nodig ondersteund door RVO.nl, een risicoanalyse volgens de OESO-richtlijnen uitvoeren met betrekking tot de belangrijkste toeleveringsketens van de te financieren activiteit. Het betreft een analyse van de ketens van de meest elementaire grondstoffen en halffabricaten benodigd voor de fabricage van het eindproduct.
4.1. Commerciële haalbaarheid
In het kader van de OESO richtlijnen wordt vereist dat bedrijven hun ketenverantwoordelijkheid serieus nemen. Hiertoe zullen zij, waar nodig ondersteund door Invest International Public Programmes B.V., een risicoanalyse volgens de OESO-richtlijnen uitvoeren met betrekking tot de belangrijkste toeleveringsketens van de te financieren activiteit. Het betreft een analyse van de ketens van de meest elementaire grondstoffen en halffabricaten benodigd voor de fabricage van het eindproduct.
De te verstrekken financieringen zijn additioneel aan de markt en concurreren niet met bestaande financiers (geen ‘crowding-out’ effecten). Er kan dus alleen worden aangevraagd voor financiering als de commerciële markt niet bereid is (volledig) in de financiering te voorzien.
4.4. Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO)
4.1. Commerciële haalbaarheid
4.1.3. Lening aan een financier zijnde een investeringsfonds ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie met het oog op het verwerven van participaties door deze financier (Fund-in Fund financiering)
Hoofdstuk 5. Procedure
5.1. Uitvoerder
Hoofdstuk 5. Procedure
De mate waarin de wederpartij van Invest International Public Programmes B.V. zelf in staat moet zijn om de vereiste due diligence onderzoeken en de monitoring en rapportages met betrekking tot de voor de ontwikkelingsdoelstellingen en de IMVO relevante aspecten uit te voeren, hangt mede af van de betrokkenheid van meerdere partijen en de wijze waarop de financiering wordt vormgegeven: indien een lening wordt verstrekt aan een financier met het oog op de financiering van een derde partij, kunnen due diligence en monitoring worden uitgevoerd door de Invest International Public Programmes B.V. indien deze als cofinancier optreedt van dezelfde onderneming. Indien Invest International Public Programmes B.V. niet als cofinancier optreedt, kan de financier due diligence, monitoring en rapportages voor zijn rekening moeten nemen. Case by case zal beoordeeld worden welke partij hiermee zal worden belast.
Hoofdstuk 5. Procedure
Aan de financiering zal de bijzondere meldingsplicht, bedoeld in de Wet bestuurlijke boete meldingsplichten subsidies, worden verbonden: De ontvanger van de financiering dient er zorg voor te dragen dat de projectpartners en de eerste wezenlijke toeleverancier geen gebruik maken van kinderarbeid en/of dwangarbeid, noch voor het project waar de aanvraag betrekking op heeft, noch voor andere activiteiten. De ontvanger dient eventuele feiten of omstandigheden die wijzen op kinder- of dwangarbeid bij deze bedrijven onverwijld te melden bij Invest International Public Programmes B.V.
Hoofdstuk 5. Procedure
Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie moet de penvoerder aantonen dat hij en zijn partners zich inspannen om ernstige (seksuele) misdragingen en andere ernstige vormen van grensoverschrijdend gedrag jegens medewerkers en derden bij de uitvoering van de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft te voorkomen, in voorkomend geval zo spoedig mogelijk te doen beëindigen en om de gevolgen daarvan te mitigeren.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.