Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 10 juni 2014, nr. MINBUZA-2014.304011, tot vaststelling van beleidsregels voor het verstrekken van subsidie in het kader van onderdeel 1 van het Dutch Good Growth Fund

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-08-03
State In force
Source BWB
artikelen 4
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening in het kader van onderdeel 1 van het Dutch Good Growth Fund door de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, met het oog op het financieren van activiteiten van ondernemingen met het oog op ontwikkelingsrelevante investeringen en handelstransacties in lage- en middeninkomenslanden respectievelijk met partijen in lage- en middeninkomenslanden, gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

1.

Voor subsidieverlening in het kader van het Dutch Good Growth Fund geldt een subsidieplafond van:

2.

Indien na toepassing van het eerste lid, onder b, een deel van het subsidieplafond resteert, wordt dit toegevoegd aan het subsidieplafond, genoemd in het eerste lid, onder a.

3.

Bij de berekening van de bedragen die beschikbaar zijn voor subsidieverstrekking ten laste van de in het eerste lid, onder a en b, genoemde subsidieplafonds, worden verstrekte middelen die op grond van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvangers aan de Minister zijn terugbetaald, toegerekend aan het plafond genoemd in het eerste lid, onder a.

Artikel 3

Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2014.

Bijlage

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Doelstelling, doelgroep, juridische verankering en staatssteunkader

2.1. Doelstelling DGGF

Het DGGF staat centraal in de agenda voor hulp, handel en investeringen, waarin via handel en investeringen van ondernemingen lokale impact wordt gerealiseerd. Drie doelstellingen die daarbij gelden: het uitbannen van extreme armoede, duurzame en inclusieve groei overal ter wereld en succes voor ondernemingen in Nederland. Om ervoor te zorgen dat iedereen kan profiteren van handel en investeringen is het noodzakelijk om obstakels die ontwikkeling hinderen weg te nemen en kansen te creëren voor kwetsbare groepen in lage- en middeninkomenslanden om volwaardig te participeren in economie en samenleving.

Duurzame en inclusieve groei begint bij verbetering van het ondernemingsklimaat. De randvoorwaarden moeten voor het bedrijfsleven op orde zijn om volwaardig te functioneren. Een goed ondernemingsklimaat is niet alleen van groot belang voor private partijen in lage- en middeninkomenslanden, maar ook voor de bedrijven die in deze landen actief willen zijn. Hoe beter een private sector is ontwikkeld, des te beter mensen in lage- en middeninkomenslanden in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en des te aantrekkelijker het wordt om er zaken te doen. Een beter ondernemingsklimaat bevordert inclusieve en duurzame economische groei en maakt het mogelijk om handelsrelaties met landen op te bouwen.

Het Dutch Good Growth Fund (DGGF) geeft invulling aan de nieuwe agenda door middel van het aanbieden van financieringen voor investeringen in en export naar lage- en middeninkomenslanden. Het is additioneel aan de diensten van financiers, die nu vaak terughoudend zijn met het verstrekken van financiering vanwege de – gepercipieerde – risico’s in dergelijke landen.

De activiteiten die uit het DGGF gefinancierd worden moeten bijdragen aan:

Het gebrek aan financieringsmogelijkheden vormt een rem op de groei van ondernemingen en dat terwijl ondernemingen van cruciaal belang zijn voor het scheppen van werkgelegenheid.

Het DGGF zal via drie onderdelen tot uitvoering worden gebracht, te weten via:

Deze beleidsregels hebben uitsluitend betrekking op bovengenoemd onderdeel 1.

2.1.1. Dggf onderdeel 1

De doelstelling van DGGF onderdeel 1 is het intensiveren van ontwikkelingsrelevante investeringen in en handel met lage- en middeninkomenslanden. Voor dit onderdeel dient dit bereikt te worden via het commercieel financieren van activiteiten van ondernemingen die ontwikkelingsrelevante investeringen willen doen in lage- en middeninkomenslanden.

Hierbij gaat er extra aandacht uit naar ondernemers die actief zijn in fragiele staten en jonge en vrouwelijke ondernemers uit DGGF landen. Zij leveren vaak een relatief grote bijdrage aan ontwikkeling, maar hebben vaak meer moeite om aan kapitaal te komen.

Investeringen in lage- en middeninkomenslanden vinden op dit moment onvoldoende plaats omdat ondernemingen vanuit Nederland moeite hebben met het vinden van financiering. Private financiers zijn huiverig om financiering te verstrekken, omdat zij relatief onbekend zijn met de lokale markt en risico’s vaker hoger percipiëren dan zij daadwerkelijk zijn, vooral in landen waar zij geen eigen vestigingen hebben. Hierdoor is het lastig en kostbaar om het potentiële rendement op een investering goed in te schatten. Door een gebrek aan zekerheden willen of kunnen private partijen deze transacties daarom niet financieren. Lokale financiers bieden evenmin uitkomst. Dit verhindert investeringen die een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van lage- en middeninkomenslanden en lopen ondernemers kansen mis.

DGGF onderdeel 1a biedt daarom (deels via financiers) financieringsmogelijkheden aan ondernemingen met een goed investeringsplan waarbij niet alleen gekeken wordt naar de financiële prestaties, maar ook naar of het bedrijf en de investering voldoet aan de eisen van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en ontwikkelingsrelevantie.

Daarnaast heeft het kabinet in het licht van de oorlog in Oekraïne extra financiële middelen vrijgemaakt voor het Oekraïense bedrijfsleven. Hiervoor kan € 50 miljoen binnen het DGGF onderdeel 1b worden gebruikt voor financieringen aan Oekraïense ondernemingen die voldoen aan de criteria zoals gesteld in deze beleidsregels.

2.2. Juridische verankering

Financiering in het kader van DGGF onderdeel 1 wordt verstrekt in de vorm van een subsidiebeschikking, al dan niet in samenhang met een uitvoeringsovereenkomst.

2.3. Juridische verankering

De totstandkoming van de subsidiebeschikking wordt beheerst door het publiekrecht, de inhoud van de uitvoeringsovereenkomst door het privaatrecht.

In het geval van een uitvoeringsovereenkomst wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen een in de beschikking bepaalde termijn de beoogde overeenkomst tot stand komt.

Randvoorwaarde is dat de financiering binnen de bedding van de Europese staatssteunregels blijft.

2.4. Staatssteunkader

Algemeen wordt aangenomen dat er onder meer geen sprake is van staatssteun in bovengenoemde zin als de minister bij de verlening van subsidie toepassing geeft aan het ‘principe van de investeerder in een markteconomie’ (MEOP) of wanneer de verlening van subsidie binnen de grenzen en voorwaarden van de De-minimisverordening blijft.

Wanneer een steunmaatregel of subsidieverlening binnen de grenzen van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) blijft is er sprake van geoorloofde staatssteun. Voor DGGF onderdeel 1a steun zal het gaan om risicofinancieringssteun voor MKB- ondernemingen of om starterssteun voor MKB-ondernemingen zoals opgenomen in artikel 21 en 22 van de AGVV.

Hoofdstuk 3. Financieringsmogelijkheden

3.1. Algemeen

Financiering op grond van deze beleidsregels bedraagt niet meer dan € 15 miljoen per aanvraag.

Er zijn geen financieringsmogelijkheden voor steenkolenprojecten en voor projecten van exploratie en ontwikkeling van nieuwe voorraden olie en gas in het buitenland.

Invest International Public Programmes B.V. zal beoordelen of de investering gezond is en dus of zij deze op verantwoorde wijze kan steunen. Afhankelijk van het risicoprofiel van de investering (op basis van het risico op de onderneming, het land en de activiteiten) en afhankelijk van de bereidheid van andere financiers om (gedeeltelijk) mee te investeren wordt een financiering, garantie of een combinatie van financieringen en/of garanties verstrekt. Per instrument zal uiteindelijk een zelfstandige risicoafweging plaatsvinden, waarbij indien mogelijk Invest International Public Programmes B.V. een coördinerende rol zal spelen met betrekking tot de benodigde informatievoorziening.

3.2. Leningen aan een MKB onderneming

Voor onderdeel 1a (zie paragraaf 2.1) bedraagt financiering op grond van deze beleidsregels niet meer dan € 15 miljoen per aanvraag. Voor onder onderdeel 1b (zie paragraaf 2.1) bedraagt de maximale financiering € 30 miljoen per aanvraag.

Er zijn geen financieringsmogelijkheden voor steenkolenprojecten en voor projecten van exploratie en ontwikkeling van nieuwe voorraden olie en gas in het buitenland.

De minister kan op aanvraag van een financier, zijnde een participatiemaatschappij, (investeringsfonds) een lening verstrekken voor het verkrijgen van participaties in MKB ondernemingen voor het doen van ontwikkelingsrelevante investeringen in een DGGF land.

3.3. Leningen aan een financier ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie (Fund in Fund)

Aangezien bij de toepassing van deze beleidsregels het ‘principe van de investeerder in een markteconomie’ richtsnoer is, zal de minister – exceptionele gevallen daargelaten – kunnen en moeten verlangen dat de beoogde transactie mede wordt gefinancierd door een of meer co-financiers in een mate die recht doet aan voornoemd uitgangspunt.

In geval van een marktconforme lening waarbij het niet mogelijk is om door middel van benchmarking een marktconforme vergoeding vast te stellen, wordt het percentage vastgesteld volgens de Mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en verdisconteringspercentages worden vastgesteld7Pb. 2008, C 14/6.. De vast te stellen vergoeding kan naast een vaste vergoeding eveneens een variabele component bevatten.

De minister kan op aanvraag van een onderneming subsidie verstrekken in de vorm van een garantie ter dekking van eventuele verliezen op een verstrekte financiering (leningen en/of aandelenkapitaal) op grond van een tussen de onderneming en financier gesloten of te sluiten financieringsovereenkomst, welke overeenkomst is aangegaan voor het doel van ontwikkelingsrelevante investeringen in een DGGF land. Met financier wordt in dit verband bedoeld: de financier, ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie of de financier, zijnde een bank die gevestigd is in een DGGF-land.

De minister kan op aanvraag van een financier, zijnde een participatiemaatschappij, (investeringsfonds) een lening verstrekken voor het verkrijgen van participaties in MKB ondernemingen voor het doen van ontwikkelingsrelevante investeringen in een DGGF land.

3.5. Leningen of garanties onder de-minimis voorwaarden

Indien een garantie of lening aan een onderneming of een lening aan een financier niet onder marktconforme voorwaarden of onder de voorwaarden van de Algemene groepsvrijstellingsverordening kan worden verstrekt, kunnen de voorwaarden van de De-minimis verordening toegepast worden. Dit kan door de lening- en garantievoorwaarden of de rente/premiekorting als uitgangspunt te nemen.

De minister kan op aanvraag van een onderneming subsidie verstrekken in de vorm van een garantie ter dekking van eventuele verliezen op een verstrekte financiering (leningen en/of aandelenkapitaal) op grond van een tussen de onderneming en financier gesloten of te sluiten financieringsovereenkomst, welke overeenkomst is aangegaan voor het doel van ontwikkelingsrelevante investeringen in een DGGF land. Met financier wordt in dit verband bedoeld: de financier, ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie of de financier, zijnde een bank die gevestigd is in een DGGF-land.

Door middel van deze mogelijkheid kan er vanuit DGGF borg gestaan worden voor een percentage voor de financiering die een financier verstrekt. De minister neemt een deel van de risico's over waardoor de financier eerder geneigd zal zijn financiering te verschaffen.

3.5. Leningen of garanties onder de-minimis voorwaarden

Indien een garantie of lening aan een onderneming of een lening aan een financier niet onder marktconforme voorwaarden of onder de voorwaarden van de Algemene groepsvrijstellingsverordening kan worden verstrekt, kunnen de voorwaarden van de De-minimis verordening toegepast worden. Dit kan door de lening- en garantievoorwaarden of de rente/premiekorting als uitgangspunt te nemen.

Voor een lening geldt dan dat voor de lening zekerheden zijn gesteld van ten minste 50% van de lening en het een lening betreft van ofwel maximaal € 1.500.000 met een looptijd van maximaal vijf jaar ofwel maximaal € 750.000 (artikel 4, derde lid, onderdeel b, van de De-minimisverordening).

Voor een garantie geldt dan dat de garantie niet meer dan 80% van de onderliggende lening bedraagt en ofwel het garantiebedrag maximaal € 2.250.000 bedraagt en de garantie een looptijd van maximaal vijf jaar heeft, ofwel het garantiebedrag maximaal € 1.125.000 en de garantie een looptijd van maximaal tien jaar heeft (artikel 4, zesde lid, onderdeel b, van de De-minimisverordening).

4.1. Commerciële haalbaarheid

Er zal geen financiering worden verstrekt op basis van de De-minimisverordeningen voor landbouw en visserij.

Naast bovenstaande algemene criteria zullen in ieder geval de volgende instrument specifieke criteria gelden:

In het kader van deze beleidsregels vindt de beoordeling van aanvragen voor financiering en de besluitvorming over de inhoud van de daarop betrekking hebbende financieringsovereenkomst plaats aan de hand van een aantal criteria. Dit zijn onverminderd het bepaalde in het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken de hierna opgenomen criteria.

4.1. Commerciële haalbaarheid

Leningen en garantieverstrekkingen die ten laste komen van DGGF moeten commercieel haalbaar zijn, er moet dus sprake zijn van een goed uitgewerkte business case. De financiering wordt verstrekt als ondernemingsfinanciering en niet als projectfinanciering. Er zal in ieder geval aan de volgende voorwaarden moeten worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor een DGGF lening en/of garantie:

Naast bovenstaande algemene criteria zullen in ieder geval de volgende instrument specifieke criteria gelden:

Ontwikkelingsrelevantie wordt gezien als de positieve bijdrage aan minimaal één van de volgende aspecten, waarbij geldt dat de score op ten minste een van deze aspecten positief moet zijn en de score op de overige aspecten ten minste neutraal:

Er zal geen financiering worden verstrekt op basis van de de mimimis-verordeningen voor landbouw8Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, Pb. 2013, L 352/9. en visserij9Verordening (EU) Nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij en aquacultuursector (Pb. 2014 L190/45)..

4.1.3. Garantie aan een onderneming

In het kader van de OESO richtlijnen wordt vereist dat bedrijven hun ketenverantwoordelijkheid serieus nemen. Hiertoe zullen zij, waar nodig ondersteund door RVO.nl, een risicoanalyse volgens de OESO-richtlijnen uitvoeren met betrekking tot de belangrijkste toeleveringsketens van de te financieren activiteit. Het betreft een analyse van de ketens van de meest elementaire grondstoffen en halffabricaten benodigd voor de fabricage van het eindproduct.

4.1. Commerciële haalbaarheid

In het kader van de OESO richtlijnen wordt vereist dat bedrijven hun ketenverantwoordelijkheid serieus nemen. Hiertoe zullen zij, waar nodig ondersteund door Invest International Public Programmes B.V., een risicoanalyse volgens de OESO-richtlijnen uitvoeren met betrekking tot de belangrijkste toeleveringsketens van de te financieren activiteit. Het betreft een analyse van de ketens van de meest elementaire grondstoffen en halffabricaten benodigd voor de fabricage van het eindproduct.

De te verstrekken financieringen zijn additioneel aan de markt en concurreren niet met bestaande financiers (geen ‘crowding-out’ effecten). Er kan dus alleen worden aangevraagd voor financiering als de commerciële markt niet bereid is (volledig) in de financiering te voorzien.

4.4. Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO)

4.1. Commerciële haalbaarheid

4.1.3. Lening aan een financier zijnde een investeringsfonds ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie met het oog op het verwerven van participaties door deze financier (Fund-in Fund financiering)

Hoofdstuk 5. Procedure

5.1. Uitvoerder

Hoofdstuk 5. Procedure

De mate waarin de wederpartij van Invest International Public Programmes B.V. zelf in staat moet zijn om de vereiste due diligence onderzoeken en de monitoring en rapportages met betrekking tot de voor de ontwikkelingsdoelstellingen en de IMVO relevante aspecten uit te voeren, hangt mede af van de betrokkenheid van meerdere partijen en de wijze waarop de financiering wordt vormgegeven: indien een lening wordt verstrekt aan een financier met het oog op de financiering van een derde partij, kunnen due diligence en monitoring worden uitgevoerd door de Invest International Public Programmes B.V. indien deze als cofinancier optreedt van dezelfde onderneming. Indien Invest International Public Programmes B.V. niet als cofinancier optreedt, kan de financier due diligence, monitoring en rapportages voor zijn rekening moeten nemen. Case by case zal beoordeeld worden welke partij hiermee zal worden belast.

Hoofdstuk 5. Procedure

Aan de financiering zal de bijzondere meldingsplicht, bedoeld in de Wet bestuurlijke boete meldingsplichten subsidies, worden verbonden: De ontvanger van de financiering dient er zorg voor te dragen dat de projectpartners en de eerste wezenlijke toeleverancier geen gebruik maken van kinderarbeid en/of dwangarbeid, noch voor het project waar de aanvraag betrekking op heeft, noch voor andere activiteiten. De ontvanger dient eventuele feiten of omstandigheden die wijzen op kinder- of dwangarbeid bij deze bedrijven onverwijld te melden bij Invest International Public Programmes B.V.

Hoofdstuk 5. Procedure

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie moet de penvoerder aantonen dat hij en zijn partners zich inspannen om ernstige (seksuele) misdragingen en andere ernstige vormen van grensoverschrijdend gedrag jegens medewerkers en derden bij de uitvoering van de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft te voorkomen, in voorkomend geval zo spoedig mogelijk te doen beëindigen en om de gevolgen daarvan te mitigeren.

Invest International Public Programmes B.V., een dochter van Invest International B.V., voert deze beleidsregels uit namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Daartoe is een passend mandaat, volmacht en machtiging verstrekt.

Invest International Public Programmes B.V. bepaalt of de aanvraag zelfstandig of in combinatie met andere financiers verder wordt behandeld. Invest International Public Programmes B.V. heeft het mandaat om op basis van eigen beoordeling zowel indirect als direct financiële overeenkomsten aan te gaan met een onderneming.

Afhankelijk van het gewenste instrument kan de onderneming of de financier een aanvraag indienen bij Invest International Public Programmes B.V. Invest International Public Programmes B.V. behandelt de aanvragen in volgorde van binnenkomst. Invest International Public Programmes B.V. zal een aanvraagformulier beschikbaar stellen waarbij de toe te voegen bijlagen op zijn vermeld. De aanvraag kan in de Nederlandse of Engelse taal worden ingediend en dient te voldoen aan het bepaalde in artikel 25 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie moet de penvoerder aantonen dat hij en zijn partners zich inspannen om ernstige (seksuele) misdragingen en andere ernstige vormen van grensoverschrijdend gedrag jegens medewerkers en derden bij de uitvoering van de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft te voorkomen, in voorkomend geval zo spoedig mogelijk te doen beëindigen en om de gevolgen daarvan te mitigeren.

De minister kan een aanvraag voorts afwijzen indien een van de criteria, vermeld in artikel 8 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken daaraan in de weg staat, bijvoorbeeld indien toekenning tot een onevenwichtige spreiding zou leiden

Invest International Public Programmes B.V. bepaalt of de aanvraag zelfstandig of in combinatie met andere financiers verder wordt behandeld. Invest International Public Programmes B.V. heeft het mandaat om op basis van eigen beoordeling zowel indirect als direct financiële overeenkomsten aan te gaan met een onderneming.

Onder andere van belang bij de beoordeling zal zijn dat de financiering in evenredige verhouding staat tot aard, omvang en beoogde resultaten van de activiteiten,

5.5. Transparantie

5.4. Afwijzingsgronden

Aanvragen worden allereerst getoetst aan ontvankelijkheidsvereisten als bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht14http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/Hoofdstuk4/Titel41/Afdeling411. De aanvragen die op grond van deze ontvankelijkheidstoets in behandeling worden genomen, worden vervolgens beoordeeld in het licht van de criteria van deze beleidsregels. De minister wijst een aanvraag in ieder geval af indien niet wordt voldaan aan één of meer van deze criteria.

5.6. Klachtprocedure

Onverminderd de ingevolge de Algemene wet bestuursrecht openstaande mogelijkheden van bezwaar en beroep beschikt Invest International Public Programmes B.V. over een klachtenprocedure, die waarborgen biedt voor een behoorlijke, zorgvuldige, vlotte en onafhankelijke afhandeling van klachten over de wijze waarop Invest International Public Programmes B.V. zich gedraagt in het kader van het beheer van het fonds.

Vanuit het oogpunt van transparantie wordt 30 dagen voor afgifte van een financiering de niet-bedrijfsgevoelige informatie openbaar gemaakt. De datum van publicatie geldt als de eerste dag van de 30 dagen termijn.

5.1. Uitvoerder

De Minister heeft de uitvoering van deze beleidsregels opgedragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en heeft RVO daartoe een passend mandaat en volmacht verstrekt. RVO is onderdeel van het ministerie van Economische Zaken en werkt bij de toepassing van deze beleidsregels onder verantwoordelijkheid van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Onverminderd de ingevolge de Algemene wet bestuursrecht openstaande mogelijkheden van bezwaar en beroep beschikt Invest International Public Programmes B.V. over een klachtenprocedure, die waarborgen biedt voor een behoorlijke, zorgvuldige, vlotte en onafhankelijke afhandeling van klachten over de wijze waarop Invest International Public Programmes B.V. zich gedraagt in het kader van het beheer van het fonds.

5.7. Monitoring en evaluatie

Ten behoeve van het monitoren en evalueren van de werking van de beleidsregels en de bereikte resultaten en doelstellingen zal Invest International Public Programmes B.V. de daartoe benodigde gegevens bij de betrokken aanvragers op kunnen vragen. Een daartoe strekkende verplichting zal aan de beschikking of de uitvoeringsovereenkomst verbonden kunnen worden.

Angola

5.5. Transparantie

Bangladesh

Benin

5.6. Klachtprocedure

Bolivia

5.5. Transparantie

Burundi (F)

Annex 1. Landenlijst

Colombia

Congo, Democratische Republiek (F)

Djibouti

Egypte

Eritrea (F)

Ethiopië

Filipijnen

Gambia (F)

Georgië

Ghana

Guatemala

Guinee

Haïti (F)

India

Indonesië

Ivoorkust (F)

Jemen (F)

Jordanië

Kaapverdië

Kenia

Kosovo (F)

Laos

Libanon (F)

Liberia (F)

Libië (F)

Madagaskar (F)

Malawi

Mali (F)

Marokko

Moldavië

Mongolië

Mozambique

Myanmar (F)

Nepal

Nicaragua

Niger

Nigeria

Pakistan

Palestijnse Gebieden (F)

Peru

Rwanda

Sao Tomé

Senegal

Sierra Leone (F)

Somalië (F)

Sri Lanka

Suriname

Tanzania

Togo (F)

Tsjaad (F)

Tunesië

Uganda

Vietnam

Zambia

Zimbabwe (F)

Zuid-Afrika

Zuid-Sudan (F)

Rwanda

Sao Tomé

Senegal

Sierra Leone (F)

Somalië (F)

Sri Lanka

Suriname

Tanzania

Togo (F)

Tsjaad (F)

Annex 2. Artikel 21 van de Algemene groepsvrijstellingverordening

Dit besluit wordt met de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

4.1.2. Lening aan een financier zijnde een investeringsfonds ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie met het oog op het verwerven van participaties door deze financier (Fund-in Fund financiering)

De te verstrekken financieringen zijn additioneel aan de markt en concurreren niet met bestaande financiers (geen ‘crowding-out’ effecten). Er kan dus alleen worden aangevraagd voor financiering als de commerciële markt niet bereid is (volledig) in de financiering te voorzien.

Ontwikkelingsrelevantie wordt gezien als de positieve bijdrage aan minimaal één van de volgende aspecten, waarbij geldt dat de score op ten minste een van deze aspecten positief moet zijn en de score op de overige aspecten ten minste neutraal:

Hoofdstuk 4. Hoofdstuk Criteria

Op basis van de risicoanalyse zal voor projecten met een hoog risico een plan moeten worden opgesteld om eventuele negatieve effecten te voorkomen dan wel te mitigeren. Afgesproken IMVO maatregelen zijn onderdeel van de financieringsovereenkomst. De aanvrager zal de in dit plan voorgestelde maatregelen uitvoeren en hierover communiceren.

In het kader van de OESO richtlijnen wordt vereist dat bedrijven hun ketenverantwoordelijkheid serieus nemen. Hiertoe zullen zij, waar nodig ondersteund door Invest International Public Programmes B.V., een risicoanalyse volgens de OESO-richtlijnen uitvoeren met betrekking tot de belangrijkste toeleveringsketens van de te financieren activiteit. Het betreft een analyse van de ketens van de meest elementaire grondstoffen en halffabricaten benodigd voor de fabricage van het eindproduct.

Voor de MVO-beoordeling wordt de aangeleverde informatie beoordeeld aan de in het desbetreffende DGGF-land geldende wet- en regelgeving. De hierbij gehanteerde internationale richtlijnen zijn de IFC Performance Standards12http://www.ifc.org/performancestandards.13In aanvulling hierop kunnen ook richtlijnen van multilaterale ontwikkelingsbanken, de Europese Unie of internationaal erkende sectorspecifieke standaarden worden gebruikt.

5.1. Uitvoerder

5.2. Aanvraag

5.1. Uitvoerder

5.2. Aanvraag

4.4. Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO)

En uit oogpunt van een evenwichtige portefeuilleopbouw en risicobeheersing zal bij de toepassing van deze beleidsregels worden gestreefd naar een evenwichtige spreiding over aanvragers, type debiteuren, landen, sectoren en type financieringen.

Vanuit het oogpunt van transparantie wordt 30 dagen voor afgifte van een financiering de niet-bedrijfsgevoelige informatie openbaar gemaakt. De datum van publicatie geldt als de eerste dag van de 30 dagen termijn.

De minister kan een aanvraag voorts afwijzen indien een van de criteria, vermeld in artikel 8 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken daaraan in de weg staat, bijvoorbeeld indien toekenning tot een onevenwichtige spreiding zou leiden

5.7. Monitoring en evaluatie

5.2. Aanvraag

Afghanistan (F)

5.3. Besluitvorming

Armenië

5.4. Afwijzingsgronden

Bhutan

Cambodja

5.6. Klachtprocedure

5.7. Monitoring en evaluatie

Annex 1. Landenlijst

Tunesië

Uganda

Vietnam

Zambia

Zimbabwe (F)

Annex 2. Artikel 21 van de Algemene groepsvrijstellingverordening

Dit besluit wordt met de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

Zuid-Afrika

Zuid-Sudan (F)

Annex 2. Artikel 21 van de Algemene groepsvrijstellingverordening

Dit besluit wordt met de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

3.5. Leningen of garanties onder de-minimis voorwaarden

Een investeringsfonds kan op deze wijze maximaal 50% van zijn investeringen financieren met de lening. Terugbetaling vindt plaats voor zover de participaties inkomsten opleveren, waarbij de terugbetaling niet plaatsvindt in een verhouding naar rato van het ingebrachte kapitaal maar in een verhouding die voldoende gunstig is voor het investeringsfonds. Dit levert een hefboomwerking op voor het rendement van de private kapitaalverschaffers van het investeringsfonds en stimuleert private kapitaalverschaffers (meer) te gaan investeren in ontwikkelingsrelevante expansie van MKB ondernemingen in DGGF landen.

3.5. Leningen of garanties onder de-minimis voorwaarden

Op basis van het verschil tussen de marktconforme rente/premie en de gewenste rente/premie wordt de de-minimissteun bepaald (artikel 4, tweede lid, van de De-minimisverordening). Dit wordt berekend aan de hand van de Mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en verdisconteringspercentages worden vastgesteld (PB C 14 van 19 januari 2008, p. 6) danwel de Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van garanties (PB C 155 van 20 juni 2008, p. 10).

Hoofdstuk 4. Hoofdstuk Criteria

Naast bovenstaande algemene criteria zullen in ieder geval de volgende instrument specifieke criteria gelden:

4.1.3. Garantie aan een onderneming

4.2. Ontwikkelingsrelevantie

4.1.1. Lening aan een onderneming

4.2. Ontwikkelingsrelevantie

4.3. Additionaliteit

De MVO-beoordeling is een integraal onderdeel van de financieringsaanvraag. Aanvragers dienen te voldoen aan de OESO11OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen, versie 2011. Zie voor Nederlandse versie: http://www.oesorichtlijnen.nl/oeso-richtlijnen/de-richtlijnen-t-kort richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Deze richtlijnen maken duidelijk wat de Nederlandse overheid van het gedrag van ondernemingen verwacht. Ze bieden een handvat voor gedragscodes van ondernemingen om met verschillende aspecten van maatschappelijk verantwoord ondernemen om te gaan. De richtlijnen gaan onder andere in op milieukwesties, mensenrechten en arbeidsomstandigheden, maar bijvoorbeeld ook op corruptie, mededinging, ketenverantwoordelijkheid, belastingen en informatieverstrekking.

Op basis van de risicoanalyse zal voor projecten met een hoog risico een plan moeten worden opgesteld om eventuele negatieve effecten te voorkomen dan wel te mitigeren. Afgesproken IMVO maatregelen zijn onderdeel van de financieringsovereenkomst. De aanvrager zal de in dit plan voorgestelde maatregelen uitvoeren en hierover communiceren.

Aanvragers dienen een goede reputatie te hebben op het gebied van IMVO. Dit blijkt uit een vastgelegd IMVO-beleid voor de eigen onderneming. Het IMVO-beleid moet gebaseerd zijn op de uitgangspunten van OESO, en eventueel gecertificeerd volgens ISO 26.000. Het plan geeft aan hoe het IMVO-beleid in de praktijk wordt gebracht en wie daarvoor verantwoordelijk is.

Afhankelijk van het gewenste instrument kan de onderneming of de financier een aanvraag indienen bij Invest International Public Programmes B.V. Invest International Public Programmes B.V. behandelt de aanvragen in volgorde van binnenkomst. Invest International Public Programmes B.V. zal een aanvraagformulier beschikbaar stellen waarbij de toe te voegen bijlagen op zijn vermeld. De aanvraag kan in de Nederlandse of Engelse taal worden ingediend en dient te voldoen aan het bepaalde in artikel 25 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

5.3. Besluitvorming

De volgende informatie wordt op de website van Invest International Public Programmes B.V. geplaatst:

5.6. Klachtprocedure

Burkina Faso

Dit besluit wordt met de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

Financiering in het kader van DGGF onderdeel 1 wordt verstrekt in de vorm van een subsidiebeschikking, al dan niet in samenhang met een uitvoeringsovereenkomst.

2.3. Staatssteunkader

Randvoorwaarde voor DGGF-subsidieverlening is dat de financiering binnen de kaders van de Europese staatssteunregels blijft. De vanuit het DGGF te verlenen subsidies mogen immers geen toekenning van onrechtmatige staatssteun in de zin van (artikel 107 van) het EU-Werkingsverdrag met zich meebrengen. In het geval van DGGF onderdeel 1a subsidieverlening zal Invest International conform de kaders in de Machtigingswet en namens de minister de controle op naleving en correcte toepassing van de toepasselijke staatssteunkaders bewaken.

Hoofdstuk 3. Financieringsmogelijkheden

3.1. Algemeen

Voor DGGF onderdeel 1b steun zal het gaan om risicofinanciering of starterssteun aan Oekraïense MKB-bedrijven. Omdat het bij dergelijke steun aan ondernemingen in derde landen (niet zijnde ondernemingen (actief op) de EU-interne markt) niet gaat om staatssteun in de zin van artikel 107 van het EU-Werkingsverdrag, valt onderdeel 1b van het DGGF niet onder het bereik van de Europese staatssteunregelgeving.

Steun voor met de uitvoer verband houdende activiteiten (‘exportsteun’) zal niet worden verleend onder DGGF onderdeel 1. En ook ziet onderdeel 1 van het DGGF niet op landbouw of visserij steun in de zin van de Landbouw vrijstellingsverordening (LVV) of Visserij vrijstellingsverordening (VVV), dan wel op Landbouw of Visserij de-minimissteun.

3.1. Algemeen

Financiering in het kader van DGGF onderdeel 1 kan in verschillende vormen worden verstrekt. Het kan daarbij gaan om leningen en garanties, zowel afzonderlijk als in combinatie. De beleidsregels bieden ten behoeve van de onderneming de volgende mogelijkheden om financiering beter toegankelijk te maken:

3.3. Leningen aan een financier ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie (Fund in Fund)

De minister kan op aanvraag van een onderneming een subsidie in de vorm van lening verstrekken ten behoeve van de financiering van ontwikkelingsrelevante investeringen in een DGGF land.

3.4. Garanties aan een onderneming

Hoofdstuk 4. Hoofdstuk Criteria

Op basis van het verschil tussen de marktconforme rente/premie en de gewenste rente/premie wordt de de-minimissteun bepaald (artikel 4, derde lid, onder c en artikel 4, zesde lid, onder c van de De-minimisverordening). Dit wordt berekend aan de hand van de Mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en verdisconteringspercentages worden vastgesteld (PB C 14 van 19 januari 2008, p. 6) dan wel de Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van garanties (PB C 155 van 20 juni 2008, p. 10).

4.1.1. Lening aan een onderneming

4.1.1. Lening aan een onderneming

Het DGGF zal geen activiteiten financieren die op de FMO uitsluitingslijst, te vinden op http://www.fmo.nl/exclusion-list, worden genoemd. Tevens zal van aanvragers worden geëist dat zij geen gebruik maken van kunstmatige constructies om hun winsten of te betalen bronheffingen te verlagen in DGGF landen. ‘Onder kunstmatige constructies’ vallen alle (juridisch legale) constructies, die enkel gericht zijn op het geheel of gedeeltelijk ontlopen van belastingen in DGGF landen dan wel het kunstmatig verlagen van de belastingaanslag in die landen.

5.4. Afwijzingsgronden

5.5. Transparantie

Dit besluit wordt met de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

3.2. Leningen aan een onderneming

3.2. Leningen aan een onderneming

3.4. Garanties aan een onderneming

5.3. Besluitvorming

Dit besluit wordt met de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

Uitgangspunt voor beide onderdelen is dat uitsluitend activiteiten gefinancierd worden waar een goede business case aan ten grondslag ligt en die rendabel zijn.

2.2. Juridische verankering

2.3. Staatssteunkader

Hoofdstuk 3. Financieringsmogelijkheden

3.3. Leningen aan een financier ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie (Fund in Fund)

3.4. Garanties aan een onderneming

5.5. Transparantie

Dit besluit wordt met de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)