Besluit van 5 juni 2014, houdende regels met betrekking tot houders van dieren (Besluit houders van dieren)

Type AMvB
Publication 2026-07-07
State In force
Source BWB
artikelen 472
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een F-bedrijf, indien aanvoer plaatsvindt vanaf uitsluitend een en hetzelfde B-bedrijf.

2.

Het is toegestaan om varkens af te voeren van een F-bedrijf naar:

  • a. het B-bedrijf waarvan die dieren oorspronkelijk afkomstig waren; of
  • b. een D-bedrijf, waarbij voor zover het F-bedrijf onderdeel is van een cluster van F-bedrijven als bedoeld in artikel 2.27e, per periode van:
  • 1°. zes weken afvoer is toegestaan naar ten hoogste zes D-bedrijven, en
  • 2°. zestien weken afvoer is toegestaan naar ten hoogste twaalf D-bedrijven.
Artikel 2.27n. Vervoer RE-bedrijven

Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een RE-bedrijf, indien daarmee op het bedrijf niet meer dan vier varkens en hun eventuele biggen worden gehouden.

Artikel 2.27o. Wissel vaste afnemer of leverancier
1.

Een houder van varkens als bedoeld in artikel 2.27h, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, of derde lid, onderdelen b of c, of artikel 2.27i, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, of tweede lid, die uitsluitend van hetzelfde bedrijf dieren ontvangt of aan hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijven dieren levert, registreert dat bij Onze Minister via een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.

2.

Een houder als bedoeld in het eerste lid kan éénmaal per twaalf maanden wisselen van leverancier of afnemer van varkens, nadat de houder daarvan melding heeft gedaan bij Onze Minister via een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.

3.

De wisseling, bedoeld in het tweede lid, kan voor een A-bedrijf of B-bedrijf zowel voor gelten en zeugen plaatsvinden als voor beren.

Artikel 2.27p. Toestemming voor vervoer
1.

Een houder van varkens voert geen varkens van zijn bedrijf af onderscheidenlijk op zijn bedrijf aan zonder voorafgaande toestemming van Onze Minister.

2.

Het vervoer, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats binnen zeven dagen nadat toestemming is verkregen.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag en de documentatie van de toestemming, bedoeld in het eerste lid.

§ 4.3.2. Monitoringsvoorschriften

Artikel 2.27q. Monitoring varkens
1.

Een houder van varkens als bedoeld in artikel 2.27b, eerste lid, onderdelen a tot en met e, en tweede lid, laat die dieren onderzoeken op de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

  • a. de aard en de frequentie van het onderzoek;
  • b. het aanleveren en bewaren van gegevens;
  • c. het ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten;
  • d. de gevallen waarin het eerste lid niet van toepassing is.

§ 5. Houden van runderen voor productie

§ 5.1. Begripsbepalingen

§ 5.2. Welzijnsvoorschriften voor productie gehouden kalveren

§ 5.3. Gezondheidsvoorschriften

Artikel 2.46a. Monitoring brucellose
1.

Een houder van een rund, dat na een dracht van meer dan 100 dagen een of meer vruchten ter wereld heeft gebracht, laat bij dat dier binnen een week nadat die vrucht of vruchten ter wereld zijn gebracht een bloedmonster nemen en laat die monsters onderzoeken op de aanwezigheid van antilichamen tegen brucellose, indien die vrucht of vruchten spontaan meer dan 21 dagen eerder dan de gemiddelde draagtijd van het desbetreffende runderras ter wereld zijn gebracht.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:

  • a. de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid; en
  • b. administratie van de bemonstering.

§ 6. Houden van pluimvee voor productie

§ 6.1. Welzijnsvoorschriften

§ 5.3. Gezondheidsvoorschriften

§ 6.1.2. Houden van vleeskuikens voor productie

§ 6.1.2a. Houden van ouderdieren van vleeskuikens voor productie

§ 6.1.3. Houden van legkippen voor productie

§ 6.1.4. Houden van vleeskalkoenen voor productie

§ 6.2. Gezondheidsvoorschriften

Artikel 2.76ia. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • verordening (EG) nr. 2160/2003: Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEU 2003, L 325).
Artikel 2.76ib. Monitoring aviaire influenza
1.

Een houder van pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429 laat die dieren onderzoeken op de aanwezigheid van aviaire influenza.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

  • a. de momenten en de wijze waarop het onderzoek plaatsvindt;
  • b. de dieren waarbij het onderzoek plaatsvindt;
  • c. de administratie van de bemonstering.
3.

Een houder verplaatst de dieren, bedoeld in het eerste lid, slechts naar een andere in Nederland gelegen inrichting indien die dieren zijn onderzocht overeenkomstig de krachtens het tweede lid gestelde regels en de uitslag van het onderzoek bekend is.

4.

Het derde lid is niet van toepassing op dieren die binnen acht dagen na het uitkomen worden verplaatst, indien kan worden aangetoond dat de dieren afkomstig zijn van ouderdieren die zijn onderzocht overeenkomstig de krachtens het tweede lid gestelde regels en de uitslag van het onderzoek bekend is.

Artikel 2.76ic. Monitoring salmonella-serotypen en mycoplasma spp
1.

In aanvulling op artikel 97, eerste lid, aanhef, onderdeel a, aanhef en onder ii, van verordening (EU) nr. 2016/429 en de krachtens artikel 97, tweede lid, onderdeel b, van die verordening vastgestelde gedelegeerde verordening met voorschriften over de ziektebewaking ten aanzien van salmonella-serotypen die relevant zijn voor de diergezondheid en mycoplasma spp. stelt Onze Minister nadere regels over:

  • a. de degene die monsters neemt;
  • b. het aanleveren van gegevens;
  • c. de administratie van uitslag van het onderzoek.
2.

De in het eerste lid bedoelde voorschriften van de gedelegeerde verordening en de krachtens het eerste lid gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op houders van per ziekte bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten of categorieën van pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) 2016/429 die geen dieren verplaatsen naar een andere lidstaat, met dien verstande dat bij ministeriële regeling van de genoemde verordening afwijkende regels worden gesteld over de frequentie van de monstername en het onderzoek naar mycoplasma spp,

Artikel 2.76id. Vaccinatie Newcastle disease
1.

Een exploitant als bedoeld in artikel 4, onderdeel 24, van verordening (EU) nr. 2016/429 van een inrichting waar bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten of categorieën van pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van die verordening of van in gevangenschap levende vogels als bedoeld in artikel 4, onderdeel 10, van die verordening worden gehouden, zorgt ervoor dat die dieren gevaccineerd zijn tegen Newcastle disease.

2.

Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld over:

  • a. de momenten waarop de vaccinatie plaatsvindt;
  • b. administratie van de vaccinatie;
  • c. onderzoek naar de aanwezigheid van antilichamen en naar aanleiding daarvan te treffen maatregelen.
3.

Een houder verplaatst de dieren, bedoeld in het eerste lid, slechts indien ten aanzien van die dieren is voldaan aan de verplichting tot vaccinatie tegen Newcastle disease.

4.

Het derde lid is niet van toepassing op dieren die binnen acht dagen na het uitkomen worden verplaatst, indien kan worden aangetoond dat de dieren afkomstig zijn van ouderdieren die zijn gevaccineerd overeenkomstig de krachtens het eerste en tweede lid gestelde regels.

Artikel 2.76ie. Monitoring zoönotische Salmonella
1.

Ter uitvoering van verordening (EG) nr. 2160/2003 worden bij ministeriële regeling regels gesteld over monitoring op zoönotische Salmonella bij dieren van bij die regeling aan te wijzen diercategorieën die vallen onder pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429.

2.

In aanvulling op de krachtens verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde EU-verordeningen kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over de monitoring op zoönotische Salmonella bij dieren van bij die regeling aan te wijzen andere dan de in het eerste lid genoemde diercategorieën die vallen onder pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429.

3.

De regels, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen betrekking hebben op:

  • a. de momenten en de wijze waarop monsters worden genomen;
  • b. degene die de monsters neemt;
  • c. het onderzoek van monsters;
  • d. administratie en rapportage van de onderzoeksresultaten.
Artikel 2.76if. Aanvoer pluimvee op Salmonella enteritidis-positief bedrijf
1.

Het is verboden om dieren van bij ministeriële regeling aan te wijzen diercategorieën die vallen onder «pluimvee» als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429 aan te voeren op een bedrijf waar de aanwezigheid van Salmonella enteritidis is vastgesteld.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien die dieren zijn gevaccineerd tegen Salmonella enteritidis.

Artikel 2.76ig. Tankmelkonderzoek
1.

Een houder die meer dan 50 schapen of geiten houdt ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk laat maandelijks, of zo veel vaker als Onze Minister verzoekt, een monster onderzoeken van melk, die wordt bewaard in een melkkoeltank en die geen behandeling heeft ondergaan, op de aanwezigheid van Coxiella burnettii.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.76ih. Mestvoorschriften
1.

Het is een houder die meer dan 50 schapen of geiten houdt ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk verboden om mest van schapen of geiten uit te rijden of af te voeren, tenzij de mest:

  • a. direct na verwijdering uit de stal 30 dagen luchtdoorlatend afgedekt is opgeslagen, of
  • b. rechtstreeks en afgedekt naar een erkende composteerinrichting of erkend composteerbedrijf wordt vervoerd.
2.

Een houder als bedoeld in het eerste lid administreert:

  • a. de datum waarop mest uit een stal is verwijderd;
  • b. de begin- en einddatum van de composteringsperiode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
  • c. de datum waarop mest op het bedrijf is uitgereden;
  • d. de hoeveelheid mest, uitgedrukt in kubieke meters, die is verwijderd, opgeslagen of uitgereden.
3.

Een houder bewaart de gegevens, bedoeld in het tweede lid, twee jaar.

§ 8. Houden van konijnen voor productie

§ 9. Houden van nertsen voor productie

§ 10. Houden van overige dieren voor productie

Hoofdstuk 3. Houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden

§ 1. Algemeen

Artikel 3.3a. Overeenkomstige toepassing artikel 10, tweede lid, verordening (EU) nr. 2016/429

Artikel 10 , tweede lid, verordening (EU) nr. 2016/429 is van overeenkomstige toepassing op degene die zich niet-beroepsmatig met dieren bezighoudt.

§ 1. Algemeen

§ 3. Niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren

Artikel 3.24. Niet-commerciële verkeer van honden, katten en fretten
1.

Onze Minister wijst een punt van binnenkomst voor reizigers aan als bedoeld in artikel 3, onderdeel k, van verordening (EU) nr. 576/2013.

2.

Onze Minister kan een ander punt van binnenkomst voor het verkeer van geregistreerde militaire, speur- of reddingshonden aanwijzen als bedoeld in artikel 10, derde lid, van verordening (EU) nr. 576/2013.

3.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het andere personen dan dierenartsen is toegestaan transponders als bedoeld in verordening (EU) nr. 576/2013 te implanteren. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de minimumkwalificaties van die andere personen.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen in aanvulling op verordening (EU) nr. 576/2013 regels worden gesteld over het niet-commerciële verkeer van honden, katten en fretten met betrekking tot:

  • a. de uitgifte, het verstrekken of het voorhanden hebben van blanco identificatiedocumenten als bedoeld in die verordening;
  • b. een verplichting tot vermelding van aanvullende gegevens op of in het identificatiedocument;
  • c. de termijn waarin een gemachtigde dierenarts als bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van verordening (EU) nr. 576/2013 de gegevens, bedoeld in artikel 22, derde lid, van die verordening, en onderdeel b, bewaart;
  • d. de voorwaarden waaronder het verkeer van geregistreerde militaire, speur- of reddingshonden als bedoeld in artikel 10, derde lid, van verordening (EU) nr. 576/2013 plaatsvindt.

Hoofdstuk 4. Houden van dieren voor vertoning

§ 1. Houden van dieren in dierentuinen

§ 5. Houdverbod gezelschapsdieren met voor hen schadelijke kenmerken

§ 3. Houden van evenhoevigen voor vertoning

Artikel 4.15. Tentoonstellen en keuren evenhoevigen
1.

Het is verboden om evenhoevigen bijeen te brengen op een tentoonstelling, keuring of ander evenement.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een tentoonstelling of keuring met runderen, schapen of geiten.

3.

Een organisator van een tentoonstelling of keuring met runderen, schapen of geiten doet daarvan ten minste 30 dagen voorafgaand aan de dag waarop die tentoonstelling of keuring plaatsvindt melding bij Onze Minister.

4.

Een houder van runderen, schapen of geiten die worden tentoongesteld of gekeurd laat die dieren in de vijf dagen voorafgaand aan de tentoonstelling of keuring klinisch onderzoeken door een dierenarts.

5.

In afwijking van het vierde lid kan het klinische onderzoek van geiten of schapen plaatsvinden op de inrichting waar de tentoonstelling of keuring wordt gehouden.

6.

Een houder en een dierenarts als bedoeld in het vierde lid leggen de resultaten van het onderzoek vast met behulp van een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.

7.

Een organisator als bedoeld in het derde lid laat slechts dieren toe tot de tentoonstelling of keuring, indien uit het onderzoek, bedoeld in het vierde of vijfde lid, blijkt dat de dieren niet besmet zijn met een dierziekte of zoönose of drager zijn van een ziekteverwekker of ziekteverschijnselen vertonen.

8.

Runderen, schapen of geiten worden na afloop van een tentoonstelling of keuring zo spoedig mogelijk vervoerd naar:

  • a. de inrichting van herkomst; of
  • b. een slachthuis.
Artikel 4.16. Nadere regels tentoonstellen en keuren van runderen, schapen of geiten

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:

  • b. het vervoermiddel waarmee runderen, schapen of geiten worden aangevoerd naar of afgevoerd van een tentoonstelling of keuring;
  • c. reiniging en ontsmetting met betrekking tot de aanvoer en afvoer van dieren en het betreden van een tentoonstelling of keuring;
  • d. administratie van aangevoerde en afgevoerde dieren en de gebruikte vervoermiddelen.
Artikel 4.17. Houden en bijeenbrengen schapen en geiten
1.

Het is verboden schapen of geiten die niet zijn gevaccineerd overeenkomstig artikel 1.46 te houden op een inrichting die is opengesteld voor het publiek met het oogmerk om direct contact tussen bezoekers en dieren te faciliteren, tenzij die schapen of geiten:

  • a. in hun eerste levensjaar worden geslacht en geen dieren dekken, onderscheidenlijk gedekt of geïnsemineerd worden; of
  • b. jonger zijn dan drie maanden.
2.

Het is verboden schapen of geiten die niet zijn gevaccineerd overeenkomstig artikel 1.46 bijeen te brengen op een tentoonstelling, keuring of ander evenement.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op lammeren, jonger dan drie maanden, die samen met het moederdier bijeen worden gebracht.

§ 1. Houden van dieren in dierentuinen

Artikel 4.18. Evenementen met vogels
1.

Het is verboden om pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429 of in gevangenschap levende vogels als bedoeld in artikel 4, onderdeel 10, van die verordening bijeen te brengen op een tentoonstelling, keuring of ander evenement waar enkel uit Nederland afkomstige dieren aanwezig zijn.

2.

In afwijking van het eerste lid is het toegestaan om:

  • a. in gevangenschap levende vogels bijeen te brengen voor een keuring of tentoonstelling;
  • b. postduiven bijeen te brengen voor een wedvlucht.
3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over keuringen, tentoonstellingen en wedvluchten als bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot:

  • a. vaccinatie tegen besmettelijke dierziekten;
  • b. onderzoek naar de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten;
  • c. melding van het bijeenbrengen bij Onze Minister;
  • d. bij te houden en over te leggen gegevens.

Hoofdstuk 5. Doden van dieren voor de productie van dierlijke producten

§ 1. Algemeen

§ 2. Houden van dieren ten behoeve van circussen en andere optredens

§ 1. Algemeen

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage I. als bedoeld in artikel 1.20 van het Besluit houders van dieren

Soorten papegaaiachtigen en de minimum leeftijd die per soort moet worden aangehouden bij het scheiden van kuiken en ouderdier.

Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Scheidingsleeftijd in dagen
Alexanderparkiet Psittacula alexandri 70
Amazoneparkiet Nannopsittaca dachilleae 52
Andespapegaai Hapalopsittaca amazonina 70
Andesparkiet Bolborhynchus orbygnesius 56
Araparkiet Rhynchopsitta pachyrhyncha 77
Australische Koningsparkiet Alisterus scapularis 60
Aymaraparkiet Psilopsiagon aymara 57
Barrabandparkiet Polytelis swainsonii 52
Barrabands Papegaai Pyrilia barrabandi 54
Berglori Oreopsittacus arfaki 59
Bergvlagstaartpapegaai Prioniturus montanus 71
Biakregenbooglori Trichoglossus rosenbergii 83
Biakspechtpapegaai Micropsitta geelvinkiana 60
Bismarckvleermuisparkiet Loriculus tener 46
Blauwbaardamazone Amazona festiva 89
Blauwe Muspapegaai Forpus coelestis 46
Blauw-gele Ara Ara ararauna 139
Blauwgestreepte Lori Eos reticulata 95
Blauwgrijze Ara Anodorhynchus glaucus 146
Blauwhalspapegaai Geoffroyus simplex 75
Blauwkaplori Vini australis 75
Blauwkapvlagstaartpapegaai Prioniturus discurus 73
Blauwkeelara Ara glaucogularis 140
Blauwkeelparkiet Pyrrhura cruentata 72
Blauwkopara Primolius couloni 103
Blauwkoparatinga Thectocercus acuticaudatus 74
Blauwkroontje Loriculus galgulus 46
Blauwnekpapegaai Tanygnathus lucionensis 86
Blauwoogkaketoe Cacatua ophthalmica 102
Blauwoorlori Eos semilarvata 91
Blauwrugpapegaai Psittinus cyanurus 58
Blauwvleugelparkiet Neophema chrysostoma 45
Blauwvoorhoofdamazone Amazona aestiva 89
Blauwwangamazone Amazona dufresniana 88
Bleekkoprosella Platycercus adscitus 53
Bloesemkopparkiet Psittacula roseata 69
Blyths Parkiet Psittacula caniceps 71
Bonte Boertje Poicephalus senegalus 79
Bonte Parkiet Pyrrhura picta 68
Borstelkoppapegaai Psittrichas fulgidus 123
Bourkes Parkiet Neopsephotus bourkii 42
Brehms Tijgerparkiet Psittacella brehmii 70
Bronsvleugelmargrietje Pionus chalcopterus 78
Bruijns Spechtpapegaai Micropsitta bruijnii 60
Bruin Margrietje Pionus fuscus 80
Bruinborstparkiet Pyrrhura calliptera 71
Bruine Raafkaketoe Calyptorhynchus lathami 171
Bruinkoppapegaai Poicephalus cryptoxanthus 80
Bruinkoptijgerparkiet Psittacella picta 65
Bruinnekpapegaai Poicephalus fuscicollis 82
Bruinoorparkiet Pyrrhura frontalis 69
Bruinrugpapegaai Touit melanonotus 58
Bruinschouderpapegaai Touit stictopterus 57
Buffons Ara Ara ambiguus 133
Burulori Charmosyna toxopei 66
Buruvlagstaartpapegaai Prioniturus mada 72
Cactusparkiet Eupsittula cactorum 60
Caicapapegaai Pyrilia caica 58
Camiguinvleermuisparkiet Loriculus camiguinensis 52
Cassins Vlagstaartpapegaai Prioniturus flavicans 72
Ceylonese Vleermuisparkiet Loriculus beryllinus 47
Chiririparkiet Brotogeris chiriri 72
Citroenparkiet Psilopsiagon aurifrons 60
Congopapegaai Poicephalus gulielmi 81
Costaricaanse Papegaai Touit costaricensis 57
Cuba-amazone Amazona leucocephala 88
Cubaanse Aratinga Psittacara euops 59
Desmarests Vijgpapegaai Psittaculirostris desmarestii 69
Devilles Parkiet Pyrrhura devillei 70
Diadeemlori Eos histrio 92
Dikbekpapegaai Tanygnathus megalorynchos 90
Dubbeloogvijgpapegaai Cyclopsitta diophthalma 58
Ducorps’ Kaketoe Cacatua ducorpsii 97
Duyvenbodes Lori Chalcopsitta duivenbodei 83
Dwergara Ara severus 132
Dwerglori Glossopsitta pusilla 66
Dwergvleermuisparkiet Loriculus pusillus 46
Ecuadoraratinga Psittacara erythrogenys 59
Edelpapegaai Eclectus roratus 116
Edwards’ Vijgpapegaai Psittaculirostris edwardsii 68
El-Oroparkiet Pyrrhura orcesi 70
Filippijnse Kaketoe Cacatua haematuropygia 97
Filippijnse Vleermuisparkiet Loriculus philippensis 46
Finsch’ Amazone Amazona finschi 89
Finsch’ Aratinga Psittacara finschi 59
Finsch’ Parkiet Psittacula finschii 69
Finsch’ Spechtpapegaai Micropsitta finschii 60
Fischers Agapornis Agapornis fischeri 54
Floresregenbooglori Trichoglossus weberi 74
Floresvleermuisparkiet Loriculus flosculus 52
Forstens Regenbooglori Trichoglossus forsteni 80
Fuertes’ Andespapegaai Hapalopsittaca fuertesi 72
Gebrilde Muspapegaai Forpus conspicillatus 46
Geelbuikamazone Alipiopsitta xanthops 80
Geelbuikrosella Platycercus caledonicus 53
Geelgroene Lori Trichoglossus flavoviridis 76
Geelkapspechtpapegaai Micropsitta keiensis 60
Geelkopamazone Amazona oratrix 91
Geelkoplori Trichoglossus euteles 76
Geelmaskerpapegaai Poicephalus flavifrons 74
Geelnekamazone Amazona auropalliata 91
Geelnekara Primolius auricollis 99
Geeloograafkaketoe Calyptorhynchus funereus 173
Geeloorparkiet Ognorhynchus icterotis 77
Geelschouderparkiet Psephotus chrysopterygius 47
Geelsnavelamazone Amazona collaria 88
Geelsnavellori Lorius chlorocercus 81
Geelteugelamazone Amazona xantholora 83
Geelvleugelamazone Amazona barbadensis 89
Geelvleugelara Ara macao 140
Geelvoorhoofdamazone Amazona ochrocephala 89
Geelvoorhoofdkarakiri Cyanoramphus auriceps 48
Geelwangamazone Amazona autumnalis 85
Geelwangmuspapegaai Forpus xanthops 47
Gekraagde Lori Phigys solitarius 77
Gierpapegaai Pyrilia vulturina 58
Goffins Kaketoe Cacatua goffiniana 98
Goudkaparatinga Aratinga auricapillus 66
Goudparkiet Guaruba guarouba 78
Goudpluimparkiet Leptosittaca branickii 72
Goudrugvlagstaartpapegaai Prioniturus platurus 75
Goudstaartpapegaai Touit surdus 58
Goudvoorhoofdparkiet Eupsittula aurea 61
Grasparkiet Melopsittacus undulatus 43
Grijsborstparkiet Pyrrhura griseipectus 67
Grijskopagapornis Agapornis canus 54
Grijskopmargrietje Pionus seniloides 78
Grijskopparkiet Psittacula himalayana 67
Grijze Roodstaartpapegaai Psittacus erithacus 103
Groene Aratinga Psittacara holochlorus 60
Groene Karakiri Cyanoramphus unicolor 49
Groene Muspapegaai Forpus passerinus 46
Groene Vlagstaartpapegaai Prioniturus luconensis 72
Groene Vleermuisparkiet Loriculus exilis 47
Groenvleugelara Ara chloropterus 139
Groenvleugelkoningsparkiet Alisterus chloropterus 64
Groenwangamazone Amazona viridigenalis 90
Groenwangparkiet Pyrrhura molinae 68
Grote Alexanderparkiet Psittacula eupatria 71
Grote Amazone Amazona farinosa 89
Grote Araparkiet Rhynchopsitta terrisi 74
Grote Geelkuifkaketoe Cacatua galerita 102
Grote Vasapapegaai Coracopsis vasa 53
Guiabero Bolbopsittacus lunulatus 108
Halsbandparkiet Psittacula krameri 68
Hellmayrs Parkiet Pyrrhura amazonum 68
Helmkaketoe Callocephalon fimbriatum 86
Hemelsblauwe Lori Vini ultramarina 74
Hertoginnenlori Charmosyna margarethae 65
Hispaniola-amazone Amazona ventralis 88
Hispaniola-aratinga Psittacara chloropterus 60
Hoffmanns Parkiet Pyrrhura hoffmanni 73
Holenparkiet Cyanoliseus patagonus 94
Honinglori Charmosyna multistriata 66
Hoornparkiet Eunymphicus cornutus 64
Hyacinthara Anodorhynchus hyacinthinus 178
Illigers Ara Primolius maracana 100
Incakaketoe Lophochroa leadbeateri 108
Indische Vleermuisparkiet Loriculus vernalis 46
Irislori Psitteuteles iris 69
Ivooraratinga Eupsittula canicularis 60
Jamaica-amazone Amazona agilis 85
Jendayaparkiet Aratinga jandaya 68
Johnstones Lori Trichoglossus johnstoniae 66
Josephines Lori Charmosyna josefinae 67
Kaalkoppapegaai Pyrilia aurantiocephala 58
Kaapse Papegaai Poicephalus robustus 81
Kaka Nestor meridionalis 113
Kakapo Strigops habroptila 171
Kandavuparkiet Prosopeia splendens 82
Kapparkiet Psephotus dissimilis 47
Kardinaallori Chalcopsitta cardinalis 83
Karmozijnbuikparkiet Pyrrhura perlata 70
Katharinaparkiet Bolborhynchus lineola 55
Kawalls Amazone Amazona kawalli 84
Kea Nestor notabilis 118
Keizeramazone Amazona imperialis 85
Kleine Geelkuifkaketoe Cacatua sulphurea 99
Kleine Tijgerparkiet Psittacella modesta 64
Kleine Vasapapegaai Coracopsis nigra 50
Kobaltvleugelparkiet Brotogeris cyanoptera 73
Kortsnavelraafkaketoe Calyptorhynchus latirostris 165
Kortstaartpapegaai Graydidascalus brachyurus 75
Kraagpapegaai Deroptyus accipitrinus 96
Kuhls Lori Vini kuhlii 72
Langsnavelparkiet Enicognathus leptorhynchus 77
Langsnavelraafkaketoe Calyptorhynchus baudinii 171
Langstaartparkiet Psittacula longicauda 69
Lears Ara Anodorhynchus leari 174
Lord Derby’s Parkiet Psittacula derbiana 73
Lori van de Blauwe Bergen Trichoglossus moluccanus 81
Maïsparkiet Eupsittula pertinax 60
Madarasz’ Tijgerparkiet Psittacella madaraszi 58
Magelhaenparkiet Enicognathus ferrugineus 74
Malabarparkiet Psittacula columboides 63
Maria-amazone Amazona tresmariae 84
Maskerparkiet Prosopeia personata 79
Mauritiusparkiet Psittacula eques 74
Maximiliaanmargrietje Pionus maximiliani 79
Meeks Lori Charmosyna meeki 65
Meeks Spechtpapegaai Micropsitta meeki 62
Mexicaanse Muspapegaai Forpus cyanopygius 46
Meyers Papegaai Poicephalus meyeri 77
Mindanaovlagstaartpapegaai Prioniturus waterstradti 72
Molukkenkaketoe Cacatua moluccensis 108
Molukkenlori Lorius garrulus 81
Molukse Koningsparkiet Alisterus amboinensis 69
Molukse Vleermuisparkiet Loriculus amabilis 46
Monniksparkiet Myiopsitta monachus 63
Müllers Papegaai Tanygnathus sumatranus 89
Muskusparkiet Glossopsitta concinna 67
Musschenbroeks Lori Neopsittacus musschenbroekii 70
Naaktoogkaketoe Cacatua sanguinea 94
Nachtpapegaai Pezoporus occidentalis 72
Nandayparkiet Aratinga nenday 68
Niam-Niampapegaai Poicephalus crassus 74
Nyasa-agapornis Agapornis lilianae 55
Olijfkeelaratinga Eupsittula nana 61
Oostelijke Grondpapegaai Pezoporus wallicus 38
Oostelijke Langsnavelkaketoe Cacatua pastinator 95
Oranjeborstvijgpapegaai Cyclopsitta gulielmitertii 56
Oranjebuikparkiet Neophema chrysogaster 46
Oranjevleugelamazone Amazona amazonica 89
Oranjevleugelparkiet Brotogeris chrysoptera 71
Oranjevoorhoofdkarakiri Cyanoramphus malherbi 48
Ornaatlori Trichoglossus ornatus 80
Ouvéahoornparkiet Eunymphicus uvaeensis 67
Paarsbuikparkiet Triclaria malachitacea 69
Paarsstaartpapegaai Touit purpuratus 57
Pacifische Aratinga Psittacara strenuus 60
Palawanvlagstaartpapegaai Prioniturus platenae 72
Palmlori Charmosyna palmarum 65
Papoealori Charmosyna papou 68
Paradijsparkiet Psephotus pulcherrimus 47
Parelparkiet Pyrrhura lepida 70
Pennantrosella Platycercus elegans 54
Perzikkopagapornis Agapornis roseicollis 55
Pfrimers Parkiet Pyrrhura pfrimeri 69
Pompadourparkiet Prosopeia tabuensis 83
Ponapélori Trichoglossus rubiginosus 66
Port-Lincolnparkiet Barnardius zonarius 56
Prachtlori Charmosyna placentis 63
Prachtparkiet Neophema elegans 45
Prachtrosella Platycercus eximius 53
Prins Lucians Parkiet Pyrrhura lucianii 69
Prinses-van-Walesparkiet Polytelis alexandrae 48
Pruimkopmargrietje Pionus tumultuosus 78
Pruimkopparkiet Psittacula cyanocephala 68
Puertoricaanse Amazone Amazona vittata 89
Purperbuiklori Lorius hypoinochrous 83
Purperkaplori Glossopsitta porphyrocephala 71
Regenbooglori Trichoglossus haematodus 78
Regenboogparkiet Psephotus varius 45
Regentparkiet Polytelis anthopeplus 53
Reischeks Karakiri Cyanoramphus hochstetteri 49
Rode Lori Eos bornea 89
Roodbrilamazone Amazona pretrei 84
Roodbuikara Orthopsittaca manilatus 94
Roodbuikpapegaai Poicephalus rufiventris 77
Roodbuikparkiet Northiella haematogaster 50
Roodgevlekte Lori Charmosyna rubronotata 64
Roodhalsregenbooglori Trichoglossus rubritorquis 78
Roodkappapegaai Pionopsitta pileata 71
Roodkapparkiet Purpureicephalus spurius 52
Roodkeelamazone Amazona arausiaca 93
Roodkeelaratinga Psittacara rubritorquis 59
Roodkinlori Charmosyna rubrigularis 64
Roodkopparkiet Pyrrhura rhodocephala 71
Roodkroontje Loriculus stigmatus 46
Roodkruinamazone Amazona rhodocorytha 84
Roodkruinparkiet Pyrrhura roseifrons 68
Roodmaskeragapornis Agapornis pullarius 56
Roodmaskeraratinga Psittacara mitratus 62
Roodoorpapegaai Pyrilia haematotis 58
Roodoorparkiet Pyrrhura hoematotis 71
Roodrugparkiet Psephotus haematonotus 46
Roodschouderara Diopsittaca nobilis 77
Roodschouderpapegaai Touit huetii 57
Roodschouderparkiet Pyrrhura egregia 69
Roodsnavelmargrietje Pionus sordidus 79
Roodstaartamazone Amazona brasiliensis 86
Roodstaartraafkaketoe Calyptorhynchus banksii 172
Roodvleugelpapegaai Touit dilectissimus 57
Roodvleugelparkiet Aprosmictus erythropterus 55
Roodvoorhoofdkarakiri Cyanoramphus novaezelandiae 48
Roodwangara Ara rubrogenys 131
Roodwangpapegaai Geoffroyus geoffroyi 73
Rotsparkiet Neophema petrophila 45
Roze Kaketoe Eolophus roseicapilla 92
Rozewangpapegaai Pyrilia pulchra 58
Rüppells Papegaai Poicephalus rueppellii 80
Saffierlori Vini peruviana 76
Saffraankoppapegaai Pyrilia pyrilia 57
Salvadori's Vijgpapegaai Psittaculirostris salvadorii 64
Sangirvleermuisparkiet Loriculus catamene 47
Santa-Martaparkiet Pyrrhura viridicata 71
Schlegels Vleermuisparkiet Loriculus aurantiifrons 51
Schubbenlori Trichoglossus chlorolepidotus 75
Schubnekamazone Amazona mercenarius 84
Sclaters Muspapegaai Forpus modestus 46
Sclaters Spechtpapegaai Micropsitta pusio 60
Sint-Lucia-amazone Amazona versicolor 92
Sint-Vincentamazone Amazona guildingii 92
Smaragdlori Neopsittacus pullicauda 62
Smaragdparkiet Psittacula calthrapae 69
Socorroaratinga Psittacara brevipes 59
Soldatenara Ara militaris 137
Spix’ Ara Cyanopsitta spixii 123
Spix’ Muspapegaai Forpus xanthopterygius 46
Splendidparkiet Neophema splendida 46
Stanleyrosella Platycercus icterotis 53
Stephens Lori Vini stepheni 74
Strepenlori Chalcopsitta scintillata 84
Sulavleermuisparkiet Loriculus sclateri 46
Suluvlagstaartpapegaai Prioniturus verticalis 72
Tepuiparkiet Nannopsittaca panychlora 52
Timorese Roodvleugelparkiet Aprosmictus jonquillaceus 55
Timorregenbooglori Trichoglossus capistratus 79
Tiricaparkiet Brotogeris tirica 71
Tolimaparkiet Bolborhynchus ferrugineifrons 59
Toviparkiet Brotogeris jugularis 68
Tucumánamazone Amazona tucumana 88
Turkooisparkiet Neophema pulchella 45
Tuiparkiet Brotogeris sanctithomae 71
Valkparkiet Nymphicus hollandicus 51
Veelkleurige Lori Psitteuteles versicolor 61
Venezuelaparkiet Pyrrhura emma 67
Violetneklori Eos squamata 91
Viooltjeslori Psitteuteles goldiei 67
Vrouwenlori Lorius domicella 85
Vuuroogandespapegaai Hapalopsittaca pyrrhops 72
Vuurvleugelparkiet Brotogeris pyrrhoptera 72
Waglers Aratinga Psittacara wagleri 60
Weddells Aratinga Aratinga weddellii 66
Westelijke Langsnavelkaketoe Cacatua tenuirostris 96
Wijnborstamazone Amazona vinacea 91
Wilhelmina’s Lori Charmosyna wilhelminae 64
Witbuikcaique Pionites leucogaster 91
Witkopmargrietje Pionus senilis 78
Witneklori Lorius albidinucha 74
Witnekparkiet Pyrrhura albipectus 70
Witoogaratinga Psittacara leucophthalmus 61
Witoorparkiet Pyrrhura leucotis 68
Witruglori Pseudeos fuscata 91
Witte Kaketoe Cacatua alba 105
Witvleugelparkiet Brotogeris versicolurus 73
Witvoorhoofdamazone Amazona albifrons 88
Zangpapegaai Geoffroyus heteroclitus 74
Zevenkleurenpapegaai Touit batavicus 50
Zonparkiet Aratinga solstitialis 66
Zwaluwpapegaai Lathamus discolor 57
Zwarte Kaketoe Probosciger aterrimus 138
Zwarte Lori Chalcopsitta atra 83
Zwartkaplori Lorius lory 82
Zwartkopcaique Pionites melanocephalus 91
Zwartkopparkiet Pyrrhura rupicola 70
Zwartkoprosella Platycercus venustus 55
Zwartkraagagapornis Agapornis swindernianus 55
Zwartmaskeragapornis Agapornis personatus 55
Zwartoormargrietje Pionus menstruus 80
Zwartstaartparkiet Pyrrhura melanura 69
Zwartstuitlori Charmosyna pulchella 67
Zwartteugelpapegaai Tanygnathus gramineus 72
Zwartvleugelagapornis Agapornis taranta 57
Zwartvleugellori Eos cyanogenia 94
Zwartvleugelpapegaai Hapalopsittaca melanotis 72
Zwartwangagapornis Agapornis nigrigenis 54
Zwavelborstparkiet Aratinga maculata 66

Bijlage II. als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit houders van dieren

Aangewezen soorten en categorieën van in Nederland te houden dieren met het oog op de productie van van die dieren afkomstige producten.

SOORTEN
Van de klasse Mammalia (Zoogdieren): Van de klasse Mammalia (Zoogdieren):
Oryctolagus cuniculus (Konijn)
Rattus norvegicus (Bruine rat)
Mus musculus (Tamme muis)
Cavia porcellus (Cavia)
Mesocricetus auratus (Goudhamster)
Meriones unguiculatus (Gerbil)
Mustela vison (Nerts)
Equus caballus (Paard)
Equus asinus (Ezel)
Sus scrofa (Varken)
Capra hircus (Geit)
Bos taurus (Rund)
Bubalus bubalis (Waterbuffel)
Cervus dama dama (Damhert)
Cervus elaphus (Middeneuropees edelhert)
Ovis aries (Schaap)
Van de klasse Aves (Vogels): Van de klasse Aves (Vogels):
Struthio camelus (Struisvogel)
Dromaius novaehollandiae (Emoe)
Rhea americana (Nandoe)
Anas platyrhynchos (Peking eend)
Anser cygnoides (Knobbelgans)
Anser anser (Grauwe gans)
Gallus gallus (Kip)
Perdix perdix (Patrijs)
Meleagris gallopavo (Kalkoen)
Phasianus colchicus (Fazant)
Numida meleagris (Helmparelhoen)
Columbia livia (Vleesduif)
Van de superklasse Pisces (Vissen): Van de superklasse Pisces (Vissen):
Osmerus eperlanus (Spiering)
Salmo trutta fario (Beekforel)
Salmo trutta trutta (Zeeforel)
Oncorhynchus mykiss (Regenboogforel)
Salmo salar (Zalm)
Anguilla anguilla (Aal)
Clarias gariepinus (Afrikaanse meerval)
Silurus glanis (Meerval)
Perca fluviatilis (Baars)
Stizostedion lucioperca (Snoekbaars)
Scophthalmus maximus (Tarbot)
Dicentrarchus labrax (Zeebaars)
Pagellus bogaraveo (Zeebrasem)
Esox lucius (Snoek)
Sparus aurata (Goudbrasem)
Oreochromis niloticus. (Nijltilapia)
Oreochromis mossambicus (Mozambique Tilapia)
Hoplosternum litterale (Kwi kwi)
Acipenser spp. (Steur)
Solea spp. (Tong)
Huso Huso (Beluga steur)
Seriola spp. (Geelstaarten)
Van de klasse der Crustacea (Kreeften): Van de klasse der Crustacea (Kreeften):
litopenaeus vannamei (Garnaal)
Homarus gammarus (Europese zeekreeft)
Homarus americanus (Amerikaanse zeekreeft)
Astracus leptodactylus (Turkse zoetwaterkreeft)
Orconectus limosus (Amerikaanse rivierkreeft)
Procambarus clarkii (Louisiana- of Rode rivierkreeft)
Palinurus spec. (Langoest)
Eriocheir sinensis (Chinese wolhandkrab)
Cancer pagurus (Noordzeekrab)
Cladocera (Watervlo)
Copepoda (Roeipootkreeftje)
Balanus spec. (Zeepok)
Artemia salina (Pekelkreeftje)
Artemia franciscana (Zoutkreeftje)
Artemia gracilis (Amerikaans Zoutkreeftje)
Daphnia pulex (Watervlo)
Moina macropoda (Japanse watervlo)
Van de klasse Bivalva (Tweekleppigen): Van de klasse Bivalva (Tweekleppigen):
Mytilus edulis (Gewone mossel)
Ostrea edulis (Gewone oester)
Crassostrea gigas (Japanse oester)
Crassostrea angulata (Portugese oester)
Crassostrea virginica (Amerikaanse oester)
Cerastoderma edule (Kokkel)
Pecten maximus (St. Jacobschelp)
Veneridae (Palourdes, Venusschelp, Praireschelp, Clamschelp en Vernis)
Glycimeris glycimeris (Amandes)
Donax trunculus (Zaagje)
Donax vittatus (Zaagje)
Spisula subtrunculata (Strandschelp)
Van de klasse Gastropoda (Slakken): Van de klasse Gastropoda (Slakken):
Helix pomatia (Wijngaardslak)
Littorina littorea (Gewone alikruik)
Helix aspersa (Segrijnslak)
Achatina fulica (Achaatslak)
Van de klasse Insecta (Insecten): Van de klasse Insecta (Insecten):
Blaberus craniifer (Doodskopkakkerlak)
Blaptica dubia (Argentijnse boskakkerlak)
Periplaneta americana (Amerikaanse kakkerlak)
Acheta domesticus (Huiskrekel)
Gryllus bimaculatus (Tweevlek krekel)
Locusta migratoria (Treksprinkhaan)
Schistocerca gregaria (Woestijn sprinkhaan)
Caruasius morosus (Indische wandelende tak)
Medauroidea extradentata (Annam-wandelende tak)
Pachnoda butana (Gouden tor)
Pachnoda aemula (Gouden tor)
Pachnoda marginata (Gouden tor)
Alphitobius diaperinus (Buffalokever)
Zophobas morio (Reuzenmeeltor)
Sitophilus ganarius (Graanklander)
Sitophilus oryzae (Rijstklander)
Drosophila hydei (Fruitvlieg)
Drosophila melanogaster (Fruitvlieg)
Musca dom. var. (Krulvleugelvlieg)
Galleria mellonella (Grote wasmot)
Achroia grisella (Kleine wasmot)
Sitotroga cerealella (Graanmot)
Plodia interpunctella (Zadenmot, Indische meelmot)
Pyralis farinalis (Meelmot)
Calliphoridae (Vleesvlieg)
Apis mellifera (Honingbij)
Tenebrio molitor (Meeltor)
Chironomidae (Vedermug)
Vespidiae (Wesp)
Van de lagere diersoorten: Van de lagere diersoorten:
Lumbricus rubellus (Rode worm)
Lumbricus terrestris (Dauwpier, Regenworm)
Eisenia foetida (Mestpier)
Arenicola marina (Zeepier)
Dendrobeana veneta (Canadese bosworm)
Polychaetae (Borstelworm)
Brachionus spec. (Raderdier)
Arenicolides ecaudata

Categorieën

  • –. alle kruisingen tussen de in deze bijlage genoemde soorten
  • –. de kruising tussen de Bos indicus en de Bos taurus
  • –. de kruising tussen de Heterobranchus longifilis en de Clarias gariepinus

Bijlage IIa. Diersoorten als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onderdeel a.

  • a. vogelsoorten als bedoeld in artikel 1 van de richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
  • b. diersoorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992 L 206);
  • c. diersoorten, genoemd in bijlage A, B, C of D bij verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG L 61);
  • d. diersoorten als bedoeld in verordening (EG) nr. 1007/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 betreffende de handel in zeehondenproducten (PbEU L 286);
  • e. diersoorten, genoemd in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de Gemeenschap en op het binnenbrengen in de Gemeenschap van pelzen en produkten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen (PbEG L 308);
  • f. diersoorten, genoemd in bijlage II bij het op 19 september 1979 te Bern tot stand gekomen Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke leefmilieus (Trb. 1980, 60), naar de tekst zoals deze bij dat verdrag is vastgesteld;
  • g. diersoorten, genoemd in bijlage I bij het op 23 juni 1979 te Bonn tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (Trb. 1980, 145) naar de tekst zoals deze bij dat verdrag is vastgesteld;

Bijlage III. als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, van het besluit

Artikel 2.76o Aantal punten als aan de voorschriften is voldaan
1. Eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, vijfde lid en zesde lid, onderdeel a, voor zover dat betrekking heeft op het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2 10
2. Eerste lid, onderdeel a, aanhef 10
3. Eerste lid, onderdelen b en c 10
4. Zesde lid, voor zover dat lid betrekking heeft op het oppervlak van een kooi als bedoeld in het eerste lid en voor zover het een voorschrift betreft dat niet reeds onder de reikwijdte van punt 1 van deze bijlage valt. 5
5. Tweede lid, onderdeel a 10
6. Tweede lid, onderdeel b 10
7. Zesde lid, onderdelen a en b, voor zover die betrekking hebben op een kooi als bedoeld in de aanhef van het tweede lid 5
8. Vierde lid, aanhef, voor zover die betrekking heeft op het houden van dieren in een groep 5
9. Vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 1 respectievelijk subonderdeel 2 20
10. Vierde lid, onderdeel b, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een kooi zonder plateau 10
11. Zesde lid, onderdelen a en b, voor zover die onderdelen betrekking hebben op een kooi als bedoeld in de aanhef van het vierde lid 5

Bijlage IV. als bedoeld in artikel 4.14 van het besluit

Aangewezen soorten van zoogdieren waarmee deelname aan en vervoer ten behoeve van een circus of een ander optreden is toegestaan.

Soorten
Equus asinus (Ezel)
Equus caballus (Paard)
Canis lupus familiaris (Hond)
Felis catus (Kat)
Bos taurus (Rund)
Ovis aries (Schaap)
Capra hircus (Geit)
Sus scrofa (Varken)
Lama glama (Guanaco familiaris) (Lama)
Vicugna pacos (Alpaca)
Camelus bactrianus (Kameel)
Camelus dromedarius (Dromedaris)
Oryctolagus cuniculus (Konijn)
Rattus norvegicus (Bruine rat)
Mus musculus (Tamme muis/huismuis)
Cavia porcellus (Cavia)
Mesocricetus auratus (Goudhamster)
Meriones unguiculatus (Gerbil)

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 11.3. Injecteerbare transponders

Artikel 1.58a. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • verordening (EU) nr. 2019/2035: verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314).
  • identificatiecode: code als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van verordening (EU) nr. 2019/2035;
  • injecteerbare transponder: injecteerbare transponder als bedoeld in bijlage III, onderdeel e, van verordening (EU) nr. 2019/2035 die is voorzien van een identificatiecode die begint met de Nederlandse landcode.
Artikel 1.58b. De injecteerbare transponder
1.

Onze Minister verstrekt de identificatiecode die op een injecteerbare transponder wordt aangebracht aan een leverancier.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

  • a. de technische specificaties van injecteerbare transponders;
  • b. de gegevens die in of op een injecteerbare transponder worden vermeld of vastgelegd;
  • c. de handel in injecteerbare transponders.
Artikel 1.58c. Leveren van een injecteerbare transponder
1.

De leverancier van een injecteerbare transponder beschikt over een erkenning van Onze Minister.

2.

Onze Minister erkent een leverancier indien:

  • a. de leverancier een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon is in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd;
  • b. de leverancier aantoont dat hij gegevens elektronisch en tijdig kan uitwisselen met Onze Minister; en
  • c. de leverancier aantoont te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de wetgeving over de verwerking van persoonsgegevens.
3.

Onze Minister kan de erkenning schorsen dan wel intrekken indien de leverancier niet voldoet aan één of meer voorschriften als bedoeld in het tweede lid of een ander voorschrift dat betrekking heeft op de technische specificaties van injecteerbare transponders of de handel in injecteerbare transponders.

4.

Een injecteerbare transponder wordt uitsluitend overgedragen aan een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van het Besluit diergeneeskundigen.

5.

Bij de overdracht van een injecteerbare transponder registreert de persoon die de injecteerbare transponder overdraagt de leverdatum, de identificatiecode en de naam van de exploitant die de bestelling heeft gedaan bij Onze Minister.

§ 12. Handel

§ 13. Sera en entstoffen

Hoofdstuk 2. Houden van dieren voor landbouwdoeleinden

§ 1. Algemeen

§ 3. Diergeneeskundige handelingen en diergeneesmiddelen

§ 3a. Reinigen en ontsmetten

§ 4. Houden van varkens voor productie

§ 4.1. Begripsbepalingen

§ 4.3. Gezondheidsvoorschriften

§ 4.3. Gezondheidsvoorschriften

§ 4.3.2. Monitoringsvoorschriften

§ 5. Houden van runderen voor productie

§ 5.1. Begripsbepalingen

§ 5.2. Welzijnsvoorschriften voor productie gehouden kalveren

§ 6. Houden van pluimvee voor productie

§ 6.1. Welzijnsvoorschriften

§ 6.1. Welzijnsvoorschriften

§ 6.1.2. Houden van vleeskuikens voor productie

§ 6.1.2a. Houden van ouderdieren van vleeskuikens voor productie

§ 6.1.3. Houden van legkippen voor productie

§ 6.1.4. Houden van vleeskalkoenen voor productie

§ 6.2. Gezondheidsvoorschriften

§ 7. Houden van schapen of geiten voor productie

§ 8. Houden van konijnen voor productie

§ 9. Houden van nertsen voor productie

§ 10. Houden van overige dieren voor productie

Hoofdstuk 3. Houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden

§ 1. Algemeen

§ 2. Het bedrijfsmatig verkopen, afleveren, houden ten behoeve van opvang van of fokken met gezelschapsdieren

§ 3. Niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren

§ 3. Niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren

Artikel 3.25. Begripsbepaling

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • identificatiedocument: identificatiedocument als bedoeld in artikel 3, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 576/2013.
Artikel 3.26. Reikwijdte
  • b. een hond, geboren in Nederland voor 1 april 2013, tenzij de hond wordt overgedragen of wordt voorzien van een identificatiedocument.
2.

Artikel 3.28, eerste lid, is niet van toepassing op een houder die voor de datum van inwerkingtreding van dat artikel de hond reeds hield, tenzij de hond wordt overgedragen.

3.

De artikelen 3.29, eerste lid, en 3.30, eerste lid, zijn niet van toepassing op uit het buitenland afkomstige houders die korter dan drie maanden met hun hond in Nederland verblijven, tenzij de hond wordt overgedragen.

Artikel 3.27. Identificatieplicht
1.

Artikel 70, aanhef en onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2019/2035 is van overeenkomstige toepassing op een houder met een hond op wie artikel 70, aanhef en onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2019/2035 niet van toepassing is.

2.

De houder, bedoeld in het eerste lid, of de exploitant, bedoeld in artikel 70 van verordening (EU) nr. 2019/2035 laat de identificatie uitvoeren door een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van het Besluit diergeneeskundigen of in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de wet.

3.

In afwijking van het tweede lid laat een houder of exploitant de identificatie uitvoeren door een dierenarts indien de houder of de exploitant een hond overgedragen heeft gekregen zonder injecteerbare transponder.

Artikel 3.28. Identificatiedocument
1.

Artikel 71 van verordening (EU) nr. 2019/2035 is van overeenkomstige toepassing op een houder met een hond op wie artikel 71 van verordening (EU) nr. 2019/2035 niet van toepassing is.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

  • a. de afgifte van identificatiedocumenten;
  • b. de termijn waarbinnen over een identificatiedocument moet worden beschikt; en
  • c. de overdracht van identificatiedocumenten.
Artikel 3.29. Registraties van houders van honden bij Onze Minister
1.

Een houder registreert zich bij Onze Minister binnen een bij ministeriële regeling bepaalde termijn, indien:

  • a. de hond van de houder een nakomeling heeft voortgebracht;
  • b. de houder een hond voor het eerst in Nederland brengt;
2.

De registratie wordt slechts gedaan indien de houder nog niet bij Onze Minister geregistreerd is.

Artikel 3.30. Registratie van honden en houders via een portaal
1.

Een houder draagt er zorg voor dat de registratie van zijn hond, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen plaatsvindt en vult deze registratie aan.

2.

In afwijking van het eerste lid draagt de houder er zorg voor dat de dierenarts de volledige registratie van de hond doet, indien:

  • a. de hond is verkregen zonder injecteerbare transponder, identificatiedocument of registratie als bedoeld in het eerste lid; of
  • b. de hond voor het eerst in Nederland is gebracht.
3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de registraties, bedoeld in het eerste en tweede lid en over het wijzigen van de registratie bij overdracht, vermissing of overlijden van een hond.

Artikel 3.31. Verbod op verkrijgen hond zonder injecteerbare transponder, identificatiedocument of registratie

Een persoon verkrijgt geen hond van een houder indien de hond:

  • a. niet is voorzien van een injecteerbare transponder overeenkomstig artikel 3.27;
  • b. niet is voorzien van een identificatiedocument overeenkomstig artikel 3.28;
Artikel 3.32. Aanwijzing van portalen
1.

Onze Minister wijst de beheerder van een elektronisch portaal aan voor de registratie van honden en houders indien:

  • a. de beheerder van het portaal een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon is in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd;
  • b. het portaal schriftelijk en digitaal voldoende bereikbaar is voor houders;
  • c. de beheerder van het portaal aantoont dat hij gegevens elektronisch, tijdig en correct kan registeren bij Onze Minister; en
  • d. de beheerder handelt overeenkomstig de wetgeving over de verwerking van persoonsgegevens.
2.

De beheerder van het portaal:

  • b. wijzigt op verzoek van Onze Minister de wijze waarop gegevens bij Onze Minister worden geregistreerd.
3.

Onze Minister kan de aanwijzing schorsen dan wel intrekken indien de beheerder niet voldoet aan één of meer voorschriften als bedoeld in het eerste en tweede lid.

4.

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid.

5.

Aanwijzingen van databanken, verleend op grond van artikel 10 van het Besluit identificatie en registratie van dieren, gelden na de inwerkingtreding van dit artikel als aanwijzingen als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 4. Houden van dieren voor vertoning

§ 5. Houdverbod gezelschapsdieren met voor hen schadelijke kenmerken

§ 3. Houden van evenhoevigen voor vertoning

§ 2. Houden van dieren ten behoeve van circussen en andere optredens

Hoofdstuk 5. Doden van dieren voor de productie van dierlijke producten

§ 3. Houden van evenhoevigen voor vertoning

§ 4. Houden van vogels voor vertoning

§ 3. Bedwelming van aal

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage I. als bedoeld in artikel 1.20 van het Besluit houders van dieren

Soorten papegaaiachtigen en de minimum leeftijd die per soort moet worden aangehouden bij het scheiden van kuiken en ouderdier.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)