Besluit van 5 juni 2014, houdende regels met betrekking tot houders van dieren (Besluit houders van dieren)
Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een F-bedrijf, indien aanvoer plaatsvindt vanaf uitsluitend een en hetzelfde B-bedrijf.
Het is toegestaan om varkens af te voeren van een F-bedrijf naar:
- a. het B-bedrijf waarvan die dieren oorspronkelijk afkomstig waren; of
- b. een D-bedrijf, waarbij voor zover het F-bedrijf onderdeel is van een cluster van F-bedrijven als bedoeld in artikel 2.27e, per periode van:
- 1°. zes weken afvoer is toegestaan naar ten hoogste zes D-bedrijven, en
- 2°. zestien weken afvoer is toegestaan naar ten hoogste twaalf D-bedrijven.
Artikel 2.27n. Vervoer RE-bedrijven
Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een RE-bedrijf, indien daarmee op het bedrijf niet meer dan vier varkens en hun eventuele biggen worden gehouden.
Artikel 2.27o. Wissel vaste afnemer of leverancier
Een houder van varkens als bedoeld in artikel 2.27h, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, of derde lid, onderdelen b of c, of artikel 2.27i, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, of tweede lid, die uitsluitend van hetzelfde bedrijf dieren ontvangt of aan hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijven dieren levert, registreert dat bij Onze Minister via een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.
Een houder als bedoeld in het eerste lid kan éénmaal per twaalf maanden wisselen van leverancier of afnemer van varkens, nadat de houder daarvan melding heeft gedaan bij Onze Minister via een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.
De wisseling, bedoeld in het tweede lid, kan voor een A-bedrijf of B-bedrijf zowel voor gelten en zeugen plaatsvinden als voor beren.
Artikel 2.27p. Toestemming voor vervoer
Een houder van varkens voert geen varkens van zijn bedrijf af onderscheidenlijk op zijn bedrijf aan zonder voorafgaande toestemming van Onze Minister.
Het vervoer, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats binnen zeven dagen nadat toestemming is verkregen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag en de documentatie van de toestemming, bedoeld in het eerste lid.
§ 4.3.2. Monitoringsvoorschriften
Artikel 2.27q. Monitoring varkens
Een houder van varkens als bedoeld in artikel 2.27b, eerste lid, onderdelen a tot en met e, en tweede lid, laat die dieren onderzoeken op de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
- a. de aard en de frequentie van het onderzoek;
- b. het aanleveren en bewaren van gegevens;
- c. het ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten;
- d. de gevallen waarin het eerste lid niet van toepassing is.
§ 5. Houden van runderen voor productie
§ 5.1. Begripsbepalingen
§ 5.2. Welzijnsvoorschriften voor productie gehouden kalveren
§ 5.3. Gezondheidsvoorschriften
Artikel 2.46a. Monitoring brucellose
Een houder van een rund, dat na een dracht van meer dan 100 dagen een of meer vruchten ter wereld heeft gebracht, laat bij dat dier binnen een week nadat die vrucht of vruchten ter wereld zijn gebracht een bloedmonster nemen en laat die monsters onderzoeken op de aanwezigheid van antilichamen tegen brucellose, indien die vrucht of vruchten spontaan meer dan 21 dagen eerder dan de gemiddelde draagtijd van het desbetreffende runderras ter wereld zijn gebracht.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
- a. de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid; en
- b. administratie van de bemonstering.
§ 6. Houden van pluimvee voor productie
§ 6.1. Welzijnsvoorschriften
§ 5.3. Gezondheidsvoorschriften
§ 6.1.2. Houden van vleeskuikens voor productie
§ 6.1.2a. Houden van ouderdieren van vleeskuikens voor productie
§ 6.1.3. Houden van legkippen voor productie
§ 6.1.4. Houden van vleeskalkoenen voor productie
§ 6.2. Gezondheidsvoorschriften
Artikel 2.76ia. Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- verordening (EG) nr. 2160/2003: Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEU 2003, L 325).
Artikel 2.76ib. Monitoring aviaire influenza
Een houder van pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429 laat die dieren onderzoeken op de aanwezigheid van aviaire influenza.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
- a. de momenten en de wijze waarop het onderzoek plaatsvindt;
- b. de dieren waarbij het onderzoek plaatsvindt;
- c. de administratie van de bemonstering.
Een houder verplaatst de dieren, bedoeld in het eerste lid, slechts naar een andere in Nederland gelegen inrichting indien die dieren zijn onderzocht overeenkomstig de krachtens het tweede lid gestelde regels en de uitslag van het onderzoek bekend is.
Het derde lid is niet van toepassing op dieren die binnen acht dagen na het uitkomen worden verplaatst, indien kan worden aangetoond dat de dieren afkomstig zijn van ouderdieren die zijn onderzocht overeenkomstig de krachtens het tweede lid gestelde regels en de uitslag van het onderzoek bekend is.
Artikel 2.76ic. Monitoring salmonella-serotypen en mycoplasma spp
In aanvulling op artikel 97, eerste lid, aanhef, onderdeel a, aanhef en onder ii, van verordening (EU) nr. 2016/429 en de krachtens artikel 97, tweede lid, onderdeel b, van die verordening vastgestelde gedelegeerde verordening met voorschriften over de ziektebewaking ten aanzien van salmonella-serotypen die relevant zijn voor de diergezondheid en mycoplasma spp. stelt Onze Minister nadere regels over:
- a. de degene die monsters neemt;
- b. het aanleveren van gegevens;
- c. de administratie van uitslag van het onderzoek.
De in het eerste lid bedoelde voorschriften van de gedelegeerde verordening en de krachtens het eerste lid gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op houders van per ziekte bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten of categorieën van pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) 2016/429 die geen dieren verplaatsen naar een andere lidstaat, met dien verstande dat bij ministeriële regeling van de genoemde verordening afwijkende regels worden gesteld over de frequentie van de monstername en het onderzoek naar mycoplasma spp,
Artikel 2.76id. Vaccinatie Newcastle disease
Een exploitant als bedoeld in artikel 4, onderdeel 24, van verordening (EU) nr. 2016/429 van een inrichting waar bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten of categorieën van pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van die verordening of van in gevangenschap levende vogels als bedoeld in artikel 4, onderdeel 10, van die verordening worden gehouden, zorgt ervoor dat die dieren gevaccineerd zijn tegen Newcastle disease.
Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld over:
- a. de momenten waarop de vaccinatie plaatsvindt;
- b. administratie van de vaccinatie;
- c. onderzoek naar de aanwezigheid van antilichamen en naar aanleiding daarvan te treffen maatregelen.
Een houder verplaatst de dieren, bedoeld in het eerste lid, slechts indien ten aanzien van die dieren is voldaan aan de verplichting tot vaccinatie tegen Newcastle disease.
Het derde lid is niet van toepassing op dieren die binnen acht dagen na het uitkomen worden verplaatst, indien kan worden aangetoond dat de dieren afkomstig zijn van ouderdieren die zijn gevaccineerd overeenkomstig de krachtens het eerste en tweede lid gestelde regels.
Artikel 2.76ie. Monitoring zoönotische Salmonella
Ter uitvoering van verordening (EG) nr. 2160/2003 worden bij ministeriële regeling regels gesteld over monitoring op zoönotische Salmonella bij dieren van bij die regeling aan te wijzen diercategorieën die vallen onder pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429.
In aanvulling op de krachtens verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde EU-verordeningen kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over de monitoring op zoönotische Salmonella bij dieren van bij die regeling aan te wijzen andere dan de in het eerste lid genoemde diercategorieën die vallen onder pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429.
De regels, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen betrekking hebben op:
- a. de momenten en de wijze waarop monsters worden genomen;
- b. degene die de monsters neemt;
- c. het onderzoek van monsters;
- d. administratie en rapportage van de onderzoeksresultaten.
Artikel 2.76if. Aanvoer pluimvee op Salmonella enteritidis-positief bedrijf
Het is verboden om dieren van bij ministeriële regeling aan te wijzen diercategorieën die vallen onder «pluimvee» als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429 aan te voeren op een bedrijf waar de aanwezigheid van Salmonella enteritidis is vastgesteld.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien die dieren zijn gevaccineerd tegen Salmonella enteritidis.
Artikel 2.76ig. Tankmelkonderzoek
Een houder die meer dan 50 schapen of geiten houdt ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk laat maandelijks, of zo veel vaker als Onze Minister verzoekt, een monster onderzoeken van melk, die wordt bewaard in een melkkoeltank en die geen behandeling heeft ondergaan, op de aanwezigheid van Coxiella burnettii.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2.76ih. Mestvoorschriften
Het is een houder die meer dan 50 schapen of geiten houdt ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk verboden om mest van schapen of geiten uit te rijden of af te voeren, tenzij de mest:
- a. direct na verwijdering uit de stal 30 dagen luchtdoorlatend afgedekt is opgeslagen, of
- b. rechtstreeks en afgedekt naar een erkende composteerinrichting of erkend composteerbedrijf wordt vervoerd.
Een houder als bedoeld in het eerste lid administreert:
- a. de datum waarop mest uit een stal is verwijderd;
- b. de begin- en einddatum van de composteringsperiode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
- c. de datum waarop mest op het bedrijf is uitgereden;
- d. de hoeveelheid mest, uitgedrukt in kubieke meters, die is verwijderd, opgeslagen of uitgereden.
Een houder bewaart de gegevens, bedoeld in het tweede lid, twee jaar.
§ 8. Houden van konijnen voor productie
§ 9. Houden van nertsen voor productie
§ 10. Houden van overige dieren voor productie
Hoofdstuk 3. Houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden
§ 1. Algemeen
Artikel 3.3a. Overeenkomstige toepassing artikel 10, tweede lid, verordening (EU) nr. 2016/429
Artikel 10 , tweede lid, verordening (EU) nr. 2016/429 is van overeenkomstige toepassing op degene die zich niet-beroepsmatig met dieren bezighoudt.
§ 1. Algemeen
§ 3. Niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren
Artikel 3.24. Niet-commerciële verkeer van honden, katten en fretten
Onze Minister wijst een punt van binnenkomst voor reizigers aan als bedoeld in artikel 3, onderdeel k, van verordening (EU) nr. 576/2013.
Onze Minister kan een ander punt van binnenkomst voor het verkeer van geregistreerde militaire, speur- of reddingshonden aanwijzen als bedoeld in artikel 10, derde lid, van verordening (EU) nr. 576/2013.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het andere personen dan dierenartsen is toegestaan transponders als bedoeld in verordening (EU) nr. 576/2013 te implanteren. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de minimumkwalificaties van die andere personen.
Bij ministeriële regeling kunnen in aanvulling op verordening (EU) nr. 576/2013 regels worden gesteld over het niet-commerciële verkeer van honden, katten en fretten met betrekking tot:
- a. de uitgifte, het verstrekken of het voorhanden hebben van blanco identificatiedocumenten als bedoeld in die verordening;
- b. een verplichting tot vermelding van aanvullende gegevens op of in het identificatiedocument;
- c. de termijn waarin een gemachtigde dierenarts als bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van verordening (EU) nr. 576/2013 de gegevens, bedoeld in artikel 22, derde lid, van die verordening, en onderdeel b, bewaart;
- d. de voorwaarden waaronder het verkeer van geregistreerde militaire, speur- of reddingshonden als bedoeld in artikel 10, derde lid, van verordening (EU) nr. 576/2013 plaatsvindt.
Hoofdstuk 4. Houden van dieren voor vertoning
§ 1. Houden van dieren in dierentuinen
§ 5. Houdverbod gezelschapsdieren met voor hen schadelijke kenmerken
§ 3. Houden van evenhoevigen voor vertoning
Artikel 4.15. Tentoonstellen en keuren evenhoevigen
Het is verboden om evenhoevigen bijeen te brengen op een tentoonstelling, keuring of ander evenement.
Het eerste lid is niet van toepassing op een tentoonstelling of keuring met runderen, schapen of geiten.
Een organisator van een tentoonstelling of keuring met runderen, schapen of geiten doet daarvan ten minste 30 dagen voorafgaand aan de dag waarop die tentoonstelling of keuring plaatsvindt melding bij Onze Minister.
Een houder van runderen, schapen of geiten die worden tentoongesteld of gekeurd laat die dieren in de vijf dagen voorafgaand aan de tentoonstelling of keuring klinisch onderzoeken door een dierenarts.
In afwijking van het vierde lid kan het klinische onderzoek van geiten of schapen plaatsvinden op de inrichting waar de tentoonstelling of keuring wordt gehouden.
Een houder en een dierenarts als bedoeld in het vierde lid leggen de resultaten van het onderzoek vast met behulp van een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.
Een organisator als bedoeld in het derde lid laat slechts dieren toe tot de tentoonstelling of keuring, indien uit het onderzoek, bedoeld in het vierde of vijfde lid, blijkt dat de dieren niet besmet zijn met een dierziekte of zoönose of drager zijn van een ziekteverwekker of ziekteverschijnselen vertonen.
Runderen, schapen of geiten worden na afloop van een tentoonstelling of keuring zo spoedig mogelijk vervoerd naar:
- a. de inrichting van herkomst; of
- b. een slachthuis.
Artikel 4.16. Nadere regels tentoonstellen en keuren van runderen, schapen of geiten
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
- a. de gegevens die een organisator als bedoeld in artikel 4.15, derde lid overlegt;
- b. het vervoermiddel waarmee runderen, schapen of geiten worden aangevoerd naar of afgevoerd van een tentoonstelling of keuring;
- c. reiniging en ontsmetting met betrekking tot de aanvoer en afvoer van dieren en het betreden van een tentoonstelling of keuring;
- d. administratie van aangevoerde en afgevoerde dieren en de gebruikte vervoermiddelen.
Artikel 4.17. Houden en bijeenbrengen schapen en geiten
Het is verboden schapen of geiten die niet zijn gevaccineerd overeenkomstig artikel 1.46 te houden op een inrichting die is opengesteld voor het publiek met het oogmerk om direct contact tussen bezoekers en dieren te faciliteren, tenzij die schapen of geiten:
- a. in hun eerste levensjaar worden geslacht en geen dieren dekken, onderscheidenlijk gedekt of geïnsemineerd worden; of
- b. jonger zijn dan drie maanden.
Het is verboden schapen of geiten die niet zijn gevaccineerd overeenkomstig artikel 1.46 bijeen te brengen op een tentoonstelling, keuring of ander evenement.
Het tweede lid is niet van toepassing op lammeren, jonger dan drie maanden, die samen met het moederdier bijeen worden gebracht.
§ 1. Houden van dieren in dierentuinen
Artikel 4.18. Evenementen met vogels
Het is verboden om pluimvee als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, van verordening (EU) nr. 2016/429 of in gevangenschap levende vogels als bedoeld in artikel 4, onderdeel 10, van die verordening bijeen te brengen op een tentoonstelling, keuring of ander evenement waar enkel uit Nederland afkomstige dieren aanwezig zijn.
In afwijking van het eerste lid is het toegestaan om:
- a. in gevangenschap levende vogels bijeen te brengen voor een keuring of tentoonstelling;
- b. postduiven bijeen te brengen voor een wedvlucht.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over keuringen, tentoonstellingen en wedvluchten als bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot:
- a. vaccinatie tegen besmettelijke dierziekten;
- b. onderzoek naar de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten;
- c. melding van het bijeenbrengen bij Onze Minister;
- d. bij te houden en over te leggen gegevens.
Hoofdstuk 5. Doden van dieren voor de productie van dierlijke producten
§ 1. Algemeen
§ 2. Houden van dieren ten behoeve van circussen en andere optredens
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Bijlage I. als bedoeld in artikel 1.20 van het Besluit houders van dieren
Soorten papegaaiachtigen en de minimum leeftijd die per soort moet worden aangehouden bij het scheiden van kuiken en ouderdier.
| Nederlandse naam | Wetenschappelijke naam | Scheidingsleeftijd in dagen |
|---|---|---|
| Alexanderparkiet | Psittacula alexandri | 70 |
| Amazoneparkiet | Nannopsittaca dachilleae | 52 |
| Andespapegaai | Hapalopsittaca amazonina | 70 |
| Andesparkiet | Bolborhynchus orbygnesius | 56 |
| Araparkiet | Rhynchopsitta pachyrhyncha | 77 |
| Australische Koningsparkiet | Alisterus scapularis | 60 |
| Aymaraparkiet | Psilopsiagon aymara | 57 |
| Barrabandparkiet | Polytelis swainsonii | 52 |
| Barrabands Papegaai | Pyrilia barrabandi | 54 |
| Berglori | Oreopsittacus arfaki | 59 |
| Bergvlagstaartpapegaai | Prioniturus montanus | 71 |
| Biakregenbooglori | Trichoglossus rosenbergii | 83 |
| Biakspechtpapegaai | Micropsitta geelvinkiana | 60 |
| Bismarckvleermuisparkiet | Loriculus tener | 46 |
| Blauwbaardamazone | Amazona festiva | 89 |
| Blauwe Muspapegaai | Forpus coelestis | 46 |
| Blauw-gele Ara | Ara ararauna | 139 |
| Blauwgestreepte Lori | Eos reticulata | 95 |
| Blauwgrijze Ara | Anodorhynchus glaucus | 146 |
| Blauwhalspapegaai | Geoffroyus simplex | 75 |
| Blauwkaplori | Vini australis | 75 |
| Blauwkapvlagstaartpapegaai | Prioniturus discurus | 73 |
| Blauwkeelara | Ara glaucogularis | 140 |
| Blauwkeelparkiet | Pyrrhura cruentata | 72 |
| Blauwkopara | Primolius couloni | 103 |
| Blauwkoparatinga | Thectocercus acuticaudatus | 74 |
| Blauwkroontje | Loriculus galgulus | 46 |
| Blauwnekpapegaai | Tanygnathus lucionensis | 86 |
| Blauwoogkaketoe | Cacatua ophthalmica | 102 |
| Blauwoorlori | Eos semilarvata | 91 |
| Blauwrugpapegaai | Psittinus cyanurus | 58 |
| Blauwvleugelparkiet | Neophema chrysostoma | 45 |
| Blauwvoorhoofdamazone | Amazona aestiva | 89 |
| Blauwwangamazone | Amazona dufresniana | 88 |
| Bleekkoprosella | Platycercus adscitus | 53 |
| Bloesemkopparkiet | Psittacula roseata | 69 |
| Blyths Parkiet | Psittacula caniceps | 71 |
| Bonte Boertje | Poicephalus senegalus | 79 |
| Bonte Parkiet | Pyrrhura picta | 68 |
| Borstelkoppapegaai | Psittrichas fulgidus | 123 |
| Bourkes Parkiet | Neopsephotus bourkii | 42 |
| Brehms Tijgerparkiet | Psittacella brehmii | 70 |
| Bronsvleugelmargrietje | Pionus chalcopterus | 78 |
| Bruijns Spechtpapegaai | Micropsitta bruijnii | 60 |
| Bruin Margrietje | Pionus fuscus | 80 |
| Bruinborstparkiet | Pyrrhura calliptera | 71 |
| Bruine Raafkaketoe | Calyptorhynchus lathami | 171 |
| Bruinkoppapegaai | Poicephalus cryptoxanthus | 80 |
| Bruinkoptijgerparkiet | Psittacella picta | 65 |
| Bruinnekpapegaai | Poicephalus fuscicollis | 82 |
| Bruinoorparkiet | Pyrrhura frontalis | 69 |
| Bruinrugpapegaai | Touit melanonotus | 58 |
| Bruinschouderpapegaai | Touit stictopterus | 57 |
| Buffons Ara | Ara ambiguus | 133 |
| Burulori | Charmosyna toxopei | 66 |
| Buruvlagstaartpapegaai | Prioniturus mada | 72 |
| Cactusparkiet | Eupsittula cactorum | 60 |
| Caicapapegaai | Pyrilia caica | 58 |
| Camiguinvleermuisparkiet | Loriculus camiguinensis | 52 |
| Cassins Vlagstaartpapegaai | Prioniturus flavicans | 72 |
| Ceylonese Vleermuisparkiet | Loriculus beryllinus | 47 |
| Chiririparkiet | Brotogeris chiriri | 72 |
| Citroenparkiet | Psilopsiagon aurifrons | 60 |
| Congopapegaai | Poicephalus gulielmi | 81 |
| Costaricaanse Papegaai | Touit costaricensis | 57 |
| Cuba-amazone | Amazona leucocephala | 88 |
| Cubaanse Aratinga | Psittacara euops | 59 |
| Desmarests Vijgpapegaai | Psittaculirostris desmarestii | 69 |
| Devilles Parkiet | Pyrrhura devillei | 70 |
| Diadeemlori | Eos histrio | 92 |
| Dikbekpapegaai | Tanygnathus megalorynchos | 90 |
| Dubbeloogvijgpapegaai | Cyclopsitta diophthalma | 58 |
| Ducorps’ Kaketoe | Cacatua ducorpsii | 97 |
| Duyvenbodes Lori | Chalcopsitta duivenbodei | 83 |
| Dwergara | Ara severus | 132 |
| Dwerglori | Glossopsitta pusilla | 66 |
| Dwergvleermuisparkiet | Loriculus pusillus | 46 |
| Ecuadoraratinga | Psittacara erythrogenys | 59 |
| Edelpapegaai | Eclectus roratus | 116 |
| Edwards’ Vijgpapegaai | Psittaculirostris edwardsii | 68 |
| El-Oroparkiet | Pyrrhura orcesi | 70 |
| Filippijnse Kaketoe | Cacatua haematuropygia | 97 |
| Filippijnse Vleermuisparkiet | Loriculus philippensis | 46 |
| Finsch’ Amazone | Amazona finschi | 89 |
| Finsch’ Aratinga | Psittacara finschi | 59 |
| Finsch’ Parkiet | Psittacula finschii | 69 |
| Finsch’ Spechtpapegaai | Micropsitta finschii | 60 |
| Fischers Agapornis | Agapornis fischeri | 54 |
| Floresregenbooglori | Trichoglossus weberi | 74 |
| Floresvleermuisparkiet | Loriculus flosculus | 52 |
| Forstens Regenbooglori | Trichoglossus forsteni | 80 |
| Fuertes’ Andespapegaai | Hapalopsittaca fuertesi | 72 |
| Gebrilde Muspapegaai | Forpus conspicillatus | 46 |
| Geelbuikamazone | Alipiopsitta xanthops | 80 |
| Geelbuikrosella | Platycercus caledonicus | 53 |
| Geelgroene Lori | Trichoglossus flavoviridis | 76 |
| Geelkapspechtpapegaai | Micropsitta keiensis | 60 |
| Geelkopamazone | Amazona oratrix | 91 |
| Geelkoplori | Trichoglossus euteles | 76 |
| Geelmaskerpapegaai | Poicephalus flavifrons | 74 |
| Geelnekamazone | Amazona auropalliata | 91 |
| Geelnekara | Primolius auricollis | 99 |
| Geeloograafkaketoe | Calyptorhynchus funereus | 173 |
| Geeloorparkiet | Ognorhynchus icterotis | 77 |
| Geelschouderparkiet | Psephotus chrysopterygius | 47 |
| Geelsnavelamazone | Amazona collaria | 88 |
| Geelsnavellori | Lorius chlorocercus | 81 |
| Geelteugelamazone | Amazona xantholora | 83 |
| Geelvleugelamazone | Amazona barbadensis | 89 |
| Geelvleugelara | Ara macao | 140 |
| Geelvoorhoofdamazone | Amazona ochrocephala | 89 |
| Geelvoorhoofdkarakiri | Cyanoramphus auriceps | 48 |
| Geelwangamazone | Amazona autumnalis | 85 |
| Geelwangmuspapegaai | Forpus xanthops | 47 |
| Gekraagde Lori | Phigys solitarius | 77 |
| Gierpapegaai | Pyrilia vulturina | 58 |
| Goffins Kaketoe | Cacatua goffiniana | 98 |
| Goudkaparatinga | Aratinga auricapillus | 66 |
| Goudparkiet | Guaruba guarouba | 78 |
| Goudpluimparkiet | Leptosittaca branickii | 72 |
| Goudrugvlagstaartpapegaai | Prioniturus platurus | 75 |
| Goudstaartpapegaai | Touit surdus | 58 |
| Goudvoorhoofdparkiet | Eupsittula aurea | 61 |
| Grasparkiet | Melopsittacus undulatus | 43 |
| Grijsborstparkiet | Pyrrhura griseipectus | 67 |
| Grijskopagapornis | Agapornis canus | 54 |
| Grijskopmargrietje | Pionus seniloides | 78 |
| Grijskopparkiet | Psittacula himalayana | 67 |
| Grijze Roodstaartpapegaai | Psittacus erithacus | 103 |
| Groene Aratinga | Psittacara holochlorus | 60 |
| Groene Karakiri | Cyanoramphus unicolor | 49 |
| Groene Muspapegaai | Forpus passerinus | 46 |
| Groene Vlagstaartpapegaai | Prioniturus luconensis | 72 |
| Groene Vleermuisparkiet | Loriculus exilis | 47 |
| Groenvleugelara | Ara chloropterus | 139 |
| Groenvleugelkoningsparkiet | Alisterus chloropterus | 64 |
| Groenwangamazone | Amazona viridigenalis | 90 |
| Groenwangparkiet | Pyrrhura molinae | 68 |
| Grote Alexanderparkiet | Psittacula eupatria | 71 |
| Grote Amazone | Amazona farinosa | 89 |
| Grote Araparkiet | Rhynchopsitta terrisi | 74 |
| Grote Geelkuifkaketoe | Cacatua galerita | 102 |
| Grote Vasapapegaai | Coracopsis vasa | 53 |
| Guiabero | Bolbopsittacus lunulatus | 108 |
| Halsbandparkiet | Psittacula krameri | 68 |
| Hellmayrs Parkiet | Pyrrhura amazonum | 68 |
| Helmkaketoe | Callocephalon fimbriatum | 86 |
| Hemelsblauwe Lori | Vini ultramarina | 74 |
| Hertoginnenlori | Charmosyna margarethae | 65 |
| Hispaniola-amazone | Amazona ventralis | 88 |
| Hispaniola-aratinga | Psittacara chloropterus | 60 |
| Hoffmanns Parkiet | Pyrrhura hoffmanni | 73 |
| Holenparkiet | Cyanoliseus patagonus | 94 |
| Honinglori | Charmosyna multistriata | 66 |
| Hoornparkiet | Eunymphicus cornutus | 64 |
| Hyacinthara | Anodorhynchus hyacinthinus | 178 |
| Illigers Ara | Primolius maracana | 100 |
| Incakaketoe | Lophochroa leadbeateri | 108 |
| Indische Vleermuisparkiet | Loriculus vernalis | 46 |
| Irislori | Psitteuteles iris | 69 |
| Ivooraratinga | Eupsittula canicularis | 60 |
| Jamaica-amazone | Amazona agilis | 85 |
| Jendayaparkiet | Aratinga jandaya | 68 |
| Johnstones Lori | Trichoglossus johnstoniae | 66 |
| Josephines Lori | Charmosyna josefinae | 67 |
| Kaalkoppapegaai | Pyrilia aurantiocephala | 58 |
| Kaapse Papegaai | Poicephalus robustus | 81 |
| Kaka | Nestor meridionalis | 113 |
| Kakapo | Strigops habroptila | 171 |
| Kandavuparkiet | Prosopeia splendens | 82 |
| Kapparkiet | Psephotus dissimilis | 47 |
| Kardinaallori | Chalcopsitta cardinalis | 83 |
| Karmozijnbuikparkiet | Pyrrhura perlata | 70 |
| Katharinaparkiet | Bolborhynchus lineola | 55 |
| Kawalls Amazone | Amazona kawalli | 84 |
| Kea | Nestor notabilis | 118 |
| Keizeramazone | Amazona imperialis | 85 |
| Kleine Geelkuifkaketoe | Cacatua sulphurea | 99 |
| Kleine Tijgerparkiet | Psittacella modesta | 64 |
| Kleine Vasapapegaai | Coracopsis nigra | 50 |
| Kobaltvleugelparkiet | Brotogeris cyanoptera | 73 |
| Kortsnavelraafkaketoe | Calyptorhynchus latirostris | 165 |
| Kortstaartpapegaai | Graydidascalus brachyurus | 75 |
| Kraagpapegaai | Deroptyus accipitrinus | 96 |
| Kuhls Lori | Vini kuhlii | 72 |
| Langsnavelparkiet | Enicognathus leptorhynchus | 77 |
| Langsnavelraafkaketoe | Calyptorhynchus baudinii | 171 |
| Langstaartparkiet | Psittacula longicauda | 69 |
| Lears Ara | Anodorhynchus leari | 174 |
| Lord Derby’s Parkiet | Psittacula derbiana | 73 |
| Lori van de Blauwe Bergen | Trichoglossus moluccanus | 81 |
| Maïsparkiet | Eupsittula pertinax | 60 |
| Madarasz’ Tijgerparkiet | Psittacella madaraszi | 58 |
| Magelhaenparkiet | Enicognathus ferrugineus | 74 |
| Malabarparkiet | Psittacula columboides | 63 |
| Maria-amazone | Amazona tresmariae | 84 |
| Maskerparkiet | Prosopeia personata | 79 |
| Mauritiusparkiet | Psittacula eques | 74 |
| Maximiliaanmargrietje | Pionus maximiliani | 79 |
| Meeks Lori | Charmosyna meeki | 65 |
| Meeks Spechtpapegaai | Micropsitta meeki | 62 |
| Mexicaanse Muspapegaai | Forpus cyanopygius | 46 |
| Meyers Papegaai | Poicephalus meyeri | 77 |
| Mindanaovlagstaartpapegaai | Prioniturus waterstradti | 72 |
| Molukkenkaketoe | Cacatua moluccensis | 108 |
| Molukkenlori | Lorius garrulus | 81 |
| Molukse Koningsparkiet | Alisterus amboinensis | 69 |
| Molukse Vleermuisparkiet | Loriculus amabilis | 46 |
| Monniksparkiet | Myiopsitta monachus | 63 |
| Müllers Papegaai | Tanygnathus sumatranus | 89 |
| Muskusparkiet | Glossopsitta concinna | 67 |
| Musschenbroeks Lori | Neopsittacus musschenbroekii | 70 |
| Naaktoogkaketoe | Cacatua sanguinea | 94 |
| Nachtpapegaai | Pezoporus occidentalis | 72 |
| Nandayparkiet | Aratinga nenday | 68 |
| Niam-Niampapegaai | Poicephalus crassus | 74 |
| Nyasa-agapornis | Agapornis lilianae | 55 |
| Olijfkeelaratinga | Eupsittula nana | 61 |
| Oostelijke Grondpapegaai | Pezoporus wallicus | 38 |
| Oostelijke Langsnavelkaketoe | Cacatua pastinator | 95 |
| Oranjeborstvijgpapegaai | Cyclopsitta gulielmitertii | 56 |
| Oranjebuikparkiet | Neophema chrysogaster | 46 |
| Oranjevleugelamazone | Amazona amazonica | 89 |
| Oranjevleugelparkiet | Brotogeris chrysoptera | 71 |
| Oranjevoorhoofdkarakiri | Cyanoramphus malherbi | 48 |
| Ornaatlori | Trichoglossus ornatus | 80 |
| Ouvéahoornparkiet | Eunymphicus uvaeensis | 67 |
| Paarsbuikparkiet | Triclaria malachitacea | 69 |
| Paarsstaartpapegaai | Touit purpuratus | 57 |
| Pacifische Aratinga | Psittacara strenuus | 60 |
| Palawanvlagstaartpapegaai | Prioniturus platenae | 72 |
| Palmlori | Charmosyna palmarum | 65 |
| Papoealori | Charmosyna papou | 68 |
| Paradijsparkiet | Psephotus pulcherrimus | 47 |
| Parelparkiet | Pyrrhura lepida | 70 |
| Pennantrosella | Platycercus elegans | 54 |
| Perzikkopagapornis | Agapornis roseicollis | 55 |
| Pfrimers Parkiet | Pyrrhura pfrimeri | 69 |
| Pompadourparkiet | Prosopeia tabuensis | 83 |
| Ponapélori | Trichoglossus rubiginosus | 66 |
| Port-Lincolnparkiet | Barnardius zonarius | 56 |
| Prachtlori | Charmosyna placentis | 63 |
| Prachtparkiet | Neophema elegans | 45 |
| Prachtrosella | Platycercus eximius | 53 |
| Prins Lucians Parkiet | Pyrrhura lucianii | 69 |
| Prinses-van-Walesparkiet | Polytelis alexandrae | 48 |
| Pruimkopmargrietje | Pionus tumultuosus | 78 |
| Pruimkopparkiet | Psittacula cyanocephala | 68 |
| Puertoricaanse Amazone | Amazona vittata | 89 |
| Purperbuiklori | Lorius hypoinochrous | 83 |
| Purperkaplori | Glossopsitta porphyrocephala | 71 |
| Regenbooglori | Trichoglossus haematodus | 78 |
| Regenboogparkiet | Psephotus varius | 45 |
| Regentparkiet | Polytelis anthopeplus | 53 |
| Reischeks Karakiri | Cyanoramphus hochstetteri | 49 |
| Rode Lori | Eos bornea | 89 |
| Roodbrilamazone | Amazona pretrei | 84 |
| Roodbuikara | Orthopsittaca manilatus | 94 |
| Roodbuikpapegaai | Poicephalus rufiventris | 77 |
| Roodbuikparkiet | Northiella haematogaster | 50 |
| Roodgevlekte Lori | Charmosyna rubronotata | 64 |
| Roodhalsregenbooglori | Trichoglossus rubritorquis | 78 |
| Roodkappapegaai | Pionopsitta pileata | 71 |
| Roodkapparkiet | Purpureicephalus spurius | 52 |
| Roodkeelamazone | Amazona arausiaca | 93 |
| Roodkeelaratinga | Psittacara rubritorquis | 59 |
| Roodkinlori | Charmosyna rubrigularis | 64 |
| Roodkopparkiet | Pyrrhura rhodocephala | 71 |
| Roodkroontje | Loriculus stigmatus | 46 |
| Roodkruinamazone | Amazona rhodocorytha | 84 |
| Roodkruinparkiet | Pyrrhura roseifrons | 68 |
| Roodmaskeragapornis | Agapornis pullarius | 56 |
| Roodmaskeraratinga | Psittacara mitratus | 62 |
| Roodoorpapegaai | Pyrilia haematotis | 58 |
| Roodoorparkiet | Pyrrhura hoematotis | 71 |
| Roodrugparkiet | Psephotus haematonotus | 46 |
| Roodschouderara | Diopsittaca nobilis | 77 |
| Roodschouderpapegaai | Touit huetii | 57 |
| Roodschouderparkiet | Pyrrhura egregia | 69 |
| Roodsnavelmargrietje | Pionus sordidus | 79 |
| Roodstaartamazone | Amazona brasiliensis | 86 |
| Roodstaartraafkaketoe | Calyptorhynchus banksii | 172 |
| Roodvleugelpapegaai | Touit dilectissimus | 57 |
| Roodvleugelparkiet | Aprosmictus erythropterus | 55 |
| Roodvoorhoofdkarakiri | Cyanoramphus novaezelandiae | 48 |
| Roodwangara | Ara rubrogenys | 131 |
| Roodwangpapegaai | Geoffroyus geoffroyi | 73 |
| Rotsparkiet | Neophema petrophila | 45 |
| Roze Kaketoe | Eolophus roseicapilla | 92 |
| Rozewangpapegaai | Pyrilia pulchra | 58 |
| Rüppells Papegaai | Poicephalus rueppellii | 80 |
| Saffierlori | Vini peruviana | 76 |
| Saffraankoppapegaai | Pyrilia pyrilia | 57 |
| Salvadori's Vijgpapegaai | Psittaculirostris salvadorii | 64 |
| Sangirvleermuisparkiet | Loriculus catamene | 47 |
| Santa-Martaparkiet | Pyrrhura viridicata | 71 |
| Schlegels Vleermuisparkiet | Loriculus aurantiifrons | 51 |
| Schubbenlori | Trichoglossus chlorolepidotus | 75 |
| Schubnekamazone | Amazona mercenarius | 84 |
| Sclaters Muspapegaai | Forpus modestus | 46 |
| Sclaters Spechtpapegaai | Micropsitta pusio | 60 |
| Sint-Lucia-amazone | Amazona versicolor | 92 |
| Sint-Vincentamazone | Amazona guildingii | 92 |
| Smaragdlori | Neopsittacus pullicauda | 62 |
| Smaragdparkiet | Psittacula calthrapae | 69 |
| Socorroaratinga | Psittacara brevipes | 59 |
| Soldatenara | Ara militaris | 137 |
| Spix’ Ara | Cyanopsitta spixii | 123 |
| Spix’ Muspapegaai | Forpus xanthopterygius | 46 |
| Splendidparkiet | Neophema splendida | 46 |
| Stanleyrosella | Platycercus icterotis | 53 |
| Stephens Lori | Vini stepheni | 74 |
| Strepenlori | Chalcopsitta scintillata | 84 |
| Sulavleermuisparkiet | Loriculus sclateri | 46 |
| Suluvlagstaartpapegaai | Prioniturus verticalis | 72 |
| Tepuiparkiet | Nannopsittaca panychlora | 52 |
| Timorese Roodvleugelparkiet | Aprosmictus jonquillaceus | 55 |
| Timorregenbooglori | Trichoglossus capistratus | 79 |
| Tiricaparkiet | Brotogeris tirica | 71 |
| Tolimaparkiet | Bolborhynchus ferrugineifrons | 59 |
| Toviparkiet | Brotogeris jugularis | 68 |
| Tucumánamazone | Amazona tucumana | 88 |
| Turkooisparkiet | Neophema pulchella | 45 |
| Tuiparkiet | Brotogeris sanctithomae | 71 |
| Valkparkiet | Nymphicus hollandicus | 51 |
| Veelkleurige Lori | Psitteuteles versicolor | 61 |
| Venezuelaparkiet | Pyrrhura emma | 67 |
| Violetneklori | Eos squamata | 91 |
| Viooltjeslori | Psitteuteles goldiei | 67 |
| Vrouwenlori | Lorius domicella | 85 |
| Vuuroogandespapegaai | Hapalopsittaca pyrrhops | 72 |
| Vuurvleugelparkiet | Brotogeris pyrrhoptera | 72 |
| Waglers Aratinga | Psittacara wagleri | 60 |
| Weddells Aratinga | Aratinga weddellii | 66 |
| Westelijke Langsnavelkaketoe | Cacatua tenuirostris | 96 |
| Wijnborstamazone | Amazona vinacea | 91 |
| Wilhelmina’s Lori | Charmosyna wilhelminae | 64 |
| Witbuikcaique | Pionites leucogaster | 91 |
| Witkopmargrietje | Pionus senilis | 78 |
| Witneklori | Lorius albidinucha | 74 |
| Witnekparkiet | Pyrrhura albipectus | 70 |
| Witoogaratinga | Psittacara leucophthalmus | 61 |
| Witoorparkiet | Pyrrhura leucotis | 68 |
| Witruglori | Pseudeos fuscata | 91 |
| Witte Kaketoe | Cacatua alba | 105 |
| Witvleugelparkiet | Brotogeris versicolurus | 73 |
| Witvoorhoofdamazone | Amazona albifrons | 88 |
| Zangpapegaai | Geoffroyus heteroclitus | 74 |
| Zevenkleurenpapegaai | Touit batavicus | 50 |
| Zonparkiet | Aratinga solstitialis | 66 |
| Zwaluwpapegaai | Lathamus discolor | 57 |
| Zwarte Kaketoe | Probosciger aterrimus | 138 |
| Zwarte Lori | Chalcopsitta atra | 83 |
| Zwartkaplori | Lorius lory | 82 |
| Zwartkopcaique | Pionites melanocephalus | 91 |
| Zwartkopparkiet | Pyrrhura rupicola | 70 |
| Zwartkoprosella | Platycercus venustus | 55 |
| Zwartkraagagapornis | Agapornis swindernianus | 55 |
| Zwartmaskeragapornis | Agapornis personatus | 55 |
| Zwartoormargrietje | Pionus menstruus | 80 |
| Zwartstaartparkiet | Pyrrhura melanura | 69 |
| Zwartstuitlori | Charmosyna pulchella | 67 |
| Zwartteugelpapegaai | Tanygnathus gramineus | 72 |
| Zwartvleugelagapornis | Agapornis taranta | 57 |
| Zwartvleugellori | Eos cyanogenia | 94 |
| Zwartvleugelpapegaai | Hapalopsittaca melanotis | 72 |
| Zwartwangagapornis | Agapornis nigrigenis | 54 |
| Zwavelborstparkiet | Aratinga maculata | 66 |
Bijlage II. als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit houders van dieren
Aangewezen soorten en categorieën van in Nederland te houden dieren met het oog op de productie van van die dieren afkomstige producten.
| SOORTEN | |
|---|---|
| Van de klasse Mammalia (Zoogdieren): | Van de klasse Mammalia (Zoogdieren): |
| Oryctolagus cuniculus | (Konijn) |
| Rattus norvegicus | (Bruine rat) |
| Mus musculus | (Tamme muis) |
| Cavia porcellus | (Cavia) |
| Mesocricetus auratus | (Goudhamster) |
| Meriones unguiculatus | (Gerbil) |
| Mustela vison | (Nerts) |
| Equus caballus | (Paard) |
| Equus asinus | (Ezel) |
| Sus scrofa | (Varken) |
| Capra hircus | (Geit) |
| Bos taurus | (Rund) |
| Bubalus bubalis | (Waterbuffel) |
| Cervus dama dama | (Damhert) |
| Cervus elaphus | (Middeneuropees edelhert) |
| Ovis aries | (Schaap) |
| Van de klasse Aves (Vogels): | Van de klasse Aves (Vogels): |
| Struthio camelus | (Struisvogel) |
| Dromaius novaehollandiae | (Emoe) |
| Rhea americana | (Nandoe) |
| Anas platyrhynchos | (Peking eend) |
| Anser cygnoides | (Knobbelgans) |
| Anser anser | (Grauwe gans) |
| Gallus gallus | (Kip) |
| Perdix perdix | (Patrijs) |
| Meleagris gallopavo | (Kalkoen) |
| Phasianus colchicus | (Fazant) |
| Numida meleagris | (Helmparelhoen) |
| Columbia livia | (Vleesduif) |
| Van de superklasse Pisces (Vissen): | Van de superklasse Pisces (Vissen): |
| Osmerus eperlanus | (Spiering) |
| Salmo trutta fario | (Beekforel) |
| Salmo trutta trutta | (Zeeforel) |
| Oncorhynchus mykiss | (Regenboogforel) |
| Salmo salar | (Zalm) |
| Anguilla anguilla | (Aal) |
| Clarias gariepinus | (Afrikaanse meerval) |
| Silurus glanis | (Meerval) |
| Perca fluviatilis | (Baars) |
| Stizostedion lucioperca | (Snoekbaars) |
| Scophthalmus maximus | (Tarbot) |
| Dicentrarchus labrax | (Zeebaars) |
| Pagellus bogaraveo | (Zeebrasem) |
| Esox lucius | (Snoek) |
| Sparus aurata | (Goudbrasem) |
| Oreochromis niloticus. | (Nijltilapia) |
| Oreochromis mossambicus | (Mozambique Tilapia) |
| Hoplosternum litterale | (Kwi kwi) |
| Acipenser spp. | (Steur) |
| Solea spp. | (Tong) |
| Huso Huso | (Beluga steur) |
| Seriola spp. | (Geelstaarten) |
| Van de klasse der Crustacea (Kreeften): | Van de klasse der Crustacea (Kreeften): |
| litopenaeus vannamei | (Garnaal) |
| Homarus gammarus | (Europese zeekreeft) |
| Homarus americanus | (Amerikaanse zeekreeft) |
| Astracus leptodactylus | (Turkse zoetwaterkreeft) |
| Orconectus limosus | (Amerikaanse rivierkreeft) |
| Procambarus clarkii | (Louisiana- of Rode rivierkreeft) |
| Palinurus spec. | (Langoest) |
| Eriocheir sinensis | (Chinese wolhandkrab) |
| Cancer pagurus | (Noordzeekrab) |
| Cladocera | (Watervlo) |
| Copepoda | (Roeipootkreeftje) |
| Balanus spec. | (Zeepok) |
| Artemia salina | (Pekelkreeftje) |
| Artemia franciscana | (Zoutkreeftje) |
| Artemia gracilis | (Amerikaans Zoutkreeftje) |
| Daphnia pulex | (Watervlo) |
| Moina macropoda | (Japanse watervlo) |
| Van de klasse Bivalva (Tweekleppigen): | Van de klasse Bivalva (Tweekleppigen): |
| Mytilus edulis | (Gewone mossel) |
| Ostrea edulis | (Gewone oester) |
| Crassostrea gigas | (Japanse oester) |
| Crassostrea angulata | (Portugese oester) |
| Crassostrea virginica | (Amerikaanse oester) |
| Cerastoderma edule | (Kokkel) |
| Pecten maximus | (St. Jacobschelp) |
| Veneridae | (Palourdes, Venusschelp, Praireschelp, Clamschelp en Vernis) |
| Glycimeris glycimeris | (Amandes) |
| Donax trunculus | (Zaagje) |
| Donax vittatus | (Zaagje) |
| Spisula subtrunculata | (Strandschelp) |
| Van de klasse Gastropoda (Slakken): | Van de klasse Gastropoda (Slakken): |
| Helix pomatia | (Wijngaardslak) |
| Littorina littorea | (Gewone alikruik) |
| Helix aspersa | (Segrijnslak) |
| Achatina fulica | (Achaatslak) |
| Van de klasse Insecta (Insecten): | Van de klasse Insecta (Insecten): |
| Blaberus craniifer | (Doodskopkakkerlak) |
| Blaptica dubia | (Argentijnse boskakkerlak) |
| Periplaneta americana | (Amerikaanse kakkerlak) |
| Acheta domesticus | (Huiskrekel) |
| Gryllus bimaculatus | (Tweevlek krekel) |
| Locusta migratoria | (Treksprinkhaan) |
| Schistocerca gregaria | (Woestijn sprinkhaan) |
| Caruasius morosus | (Indische wandelende tak) |
| Medauroidea extradentata | (Annam-wandelende tak) |
| Pachnoda butana | (Gouden tor) |
| Pachnoda aemula | (Gouden tor) |
| Pachnoda marginata | (Gouden tor) |
| Alphitobius diaperinus | (Buffalokever) |
| Zophobas morio | (Reuzenmeeltor) |
| Sitophilus ganarius | (Graanklander) |
| Sitophilus oryzae | (Rijstklander) |
| Drosophila hydei | (Fruitvlieg) |
| Drosophila melanogaster | (Fruitvlieg) |
| Musca dom. var. | (Krulvleugelvlieg) |
| Galleria mellonella | (Grote wasmot) |
| Achroia grisella | (Kleine wasmot) |
| Sitotroga cerealella | (Graanmot) |
| Plodia interpunctella | (Zadenmot, Indische meelmot) |
| Pyralis farinalis | (Meelmot) |
| Calliphoridae | (Vleesvlieg) |
| Apis mellifera | (Honingbij) |
| Tenebrio molitor | (Meeltor) |
| Chironomidae | (Vedermug) |
| Vespidiae | (Wesp) |
| Van de lagere diersoorten: | Van de lagere diersoorten: |
| Lumbricus rubellus | (Rode worm) |
| Lumbricus terrestris | (Dauwpier, Regenworm) |
| Eisenia foetida | (Mestpier) |
| Arenicola marina | (Zeepier) |
| Dendrobeana veneta | (Canadese bosworm) |
| Polychaetae | (Borstelworm) |
| Brachionus spec. | (Raderdier) |
| Arenicolides ecaudata |
Categorieën
- –. alle kruisingen tussen de in deze bijlage genoemde soorten
- –. de kruising tussen de Bos indicus en de Bos taurus
- –. de kruising tussen de Heterobranchus longifilis en de Clarias gariepinus
Bijlage IIa. Diersoorten als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onderdeel a.
- a. vogelsoorten als bedoeld in artikel 1 van de richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
- b. diersoorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992 L 206);
- c. diersoorten, genoemd in bijlage A, B, C of D bij verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG L 61);
- d. diersoorten als bedoeld in verordening (EG) nr. 1007/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 betreffende de handel in zeehondenproducten (PbEU L 286);
- e. diersoorten, genoemd in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de Gemeenschap en op het binnenbrengen in de Gemeenschap van pelzen en produkten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen (PbEG L 308);
- f. diersoorten, genoemd in bijlage II bij het op 19 september 1979 te Bern tot stand gekomen Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke leefmilieus (Trb. 1980, 60), naar de tekst zoals deze bij dat verdrag is vastgesteld;
- g. diersoorten, genoemd in bijlage I bij het op 23 juni 1979 te Bonn tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (Trb. 1980, 145) naar de tekst zoals deze bij dat verdrag is vastgesteld;
- h. diersoorten, genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wet natuurbescherming.
Bijlage III. als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, van het besluit
| Artikel 2.76o | Aantal punten als aan de voorschriften is voldaan |
|---|---|
| 1. Eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, vijfde lid en zesde lid, onderdeel a, voor zover dat betrekking heeft op het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2 | 10 |
| 2. Eerste lid, onderdeel a, aanhef | 10 |
| 3. Eerste lid, onderdelen b en c | 10 |
| 4. Zesde lid, voor zover dat lid betrekking heeft op het oppervlak van een kooi als bedoeld in het eerste lid en voor zover het een voorschrift betreft dat niet reeds onder de reikwijdte van punt 1 van deze bijlage valt. | 5 |
| 5. Tweede lid, onderdeel a | 10 |
| 6. Tweede lid, onderdeel b | 10 |
| 7. Zesde lid, onderdelen a en b, voor zover die betrekking hebben op een kooi als bedoeld in de aanhef van het tweede lid | 5 |
| 8. Vierde lid, aanhef, voor zover die betrekking heeft op het houden van dieren in een groep | 5 |
| 9. Vierde lid, onderdeel a, subonderdeel 1 respectievelijk subonderdeel 2 | 20 |
| 10. Vierde lid, onderdeel b, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een kooi zonder plateau | 10 |
| 11. Zesde lid, onderdelen a en b, voor zover die onderdelen betrekking hebben op een kooi als bedoeld in de aanhef van het vierde lid | 5 |
Bijlage IV. als bedoeld in artikel 4.14 van het besluit
Aangewezen soorten van zoogdieren waarmee deelname aan en vervoer ten behoeve van een circus of een ander optreden is toegestaan.
| Soorten | |
|---|---|
| Equus asinus | (Ezel) |
| Equus caballus | (Paard) |
| Canis lupus familiaris | (Hond) |
| Felis catus | (Kat) |
| Bos taurus | (Rund) |
| Ovis aries | (Schaap) |
| Capra hircus | (Geit) |
| Sus scrofa | (Varken) |
| Lama glama (Guanaco familiaris) | (Lama) |
| Vicugna pacos | (Alpaca) |
| Camelus bactrianus | (Kameel) |
| Camelus dromedarius | (Dromedaris) |
| Oryctolagus cuniculus | (Konijn) |
| Rattus norvegicus | (Bruine rat) |
| Mus musculus | (Tamme muis/huismuis) |
| Cavia porcellus | (Cavia) |
| Mesocricetus auratus | (Goudhamster) |
| Meriones unguiculatus | (Gerbil) |
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 11.3. Injecteerbare transponders
Artikel 1.58a. Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- verordening (EU) nr. 2019/2035: verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314).
- identificatiecode: code als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van verordening (EU) nr. 2019/2035;
- injecteerbare transponder: injecteerbare transponder als bedoeld in bijlage III, onderdeel e, van verordening (EU) nr. 2019/2035 die is voorzien van een identificatiecode die begint met de Nederlandse landcode.
Artikel 1.58b. De injecteerbare transponder
Onze Minister verstrekt de identificatiecode die op een injecteerbare transponder wordt aangebracht aan een leverancier.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
- a. de technische specificaties van injecteerbare transponders;
- b. de gegevens die in of op een injecteerbare transponder worden vermeld of vastgelegd;
- c. de handel in injecteerbare transponders.
Artikel 1.58c. Leveren van een injecteerbare transponder
De leverancier van een injecteerbare transponder beschikt over een erkenning van Onze Minister.
Onze Minister erkent een leverancier indien:
- a. de leverancier een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon is in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd;
- b. de leverancier aantoont dat hij gegevens elektronisch en tijdig kan uitwisselen met Onze Minister; en
- c. de leverancier aantoont te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de wetgeving over de verwerking van persoonsgegevens.
Onze Minister kan de erkenning schorsen dan wel intrekken indien de leverancier niet voldoet aan één of meer voorschriften als bedoeld in het tweede lid of een ander voorschrift dat betrekking heeft op de technische specificaties van injecteerbare transponders of de handel in injecteerbare transponders.
Een injecteerbare transponder wordt uitsluitend overgedragen aan een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van het Besluit diergeneeskundigen.
Bij de overdracht van een injecteerbare transponder registreert de persoon die de injecteerbare transponder overdraagt de leverdatum, de identificatiecode en de naam van de exploitant die de bestelling heeft gedaan bij Onze Minister.
§ 12. Handel
§ 13. Sera en entstoffen
Hoofdstuk 2. Houden van dieren voor landbouwdoeleinden
§ 1. Algemeen
§ 3. Diergeneeskundige handelingen en diergeneesmiddelen
§ 3a. Reinigen en ontsmetten
§ 4. Houden van varkens voor productie
§ 4.1. Begripsbepalingen
§ 4.3. Gezondheidsvoorschriften
§ 4.3. Gezondheidsvoorschriften
§ 4.3.2. Monitoringsvoorschriften
§ 5. Houden van runderen voor productie
§ 5.1. Begripsbepalingen
§ 5.2. Welzijnsvoorschriften voor productie gehouden kalveren
§ 6. Houden van pluimvee voor productie
§ 6.1. Welzijnsvoorschriften
§ 6.1. Welzijnsvoorschriften
§ 6.1.2. Houden van vleeskuikens voor productie
§ 6.1.2a. Houden van ouderdieren van vleeskuikens voor productie
§ 6.1.3. Houden van legkippen voor productie
§ 6.1.4. Houden van vleeskalkoenen voor productie
§ 6.2. Gezondheidsvoorschriften
§ 7. Houden van schapen of geiten voor productie
§ 8. Houden van konijnen voor productie
§ 9. Houden van nertsen voor productie
§ 10. Houden van overige dieren voor productie
Hoofdstuk 3. Houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden
§ 1. Algemeen
§ 2. Het bedrijfsmatig verkopen, afleveren, houden ten behoeve van opvang van of fokken met gezelschapsdieren
§ 3. Niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren
§ 3. Niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren
Artikel 3.25. Begripsbepaling
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- identificatiedocument: identificatiedocument als bedoeld in artikel 3, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 576/2013.
Artikel 3.26. Reikwijdte
De artikelen 3.27, eerste lid, 3.28, eerste lid, 3.29, eerste lid, en 3.30, eerste lid, zijn niet van toepassing op:
- a. een hond die wordt gehouden overeenkomstig artikel 13 van het Dierproevenbesluit 2014; en
- b. een hond, geboren in Nederland voor 1 april 2013, tenzij de hond wordt overgedragen of wordt voorzien van een identificatiedocument.
Artikel 3.28, eerste lid, is niet van toepassing op een houder die voor de datum van inwerkingtreding van dat artikel de hond reeds hield, tenzij de hond wordt overgedragen.
De artikelen 3.29, eerste lid, en 3.30, eerste lid, zijn niet van toepassing op uit het buitenland afkomstige houders die korter dan drie maanden met hun hond in Nederland verblijven, tenzij de hond wordt overgedragen.
Artikel 3.27. Identificatieplicht
Artikel 70, aanhef en onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2019/2035 is van overeenkomstige toepassing op een houder met een hond op wie artikel 70, aanhef en onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2019/2035 niet van toepassing is.
De houder, bedoeld in het eerste lid, of de exploitant, bedoeld in artikel 70 van verordening (EU) nr. 2019/2035 laat de identificatie uitvoeren door een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van het Besluit diergeneeskundigen of in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de wet.
In afwijking van het tweede lid laat een houder of exploitant de identificatie uitvoeren door een dierenarts indien de houder of de exploitant een hond overgedragen heeft gekregen zonder injecteerbare transponder.
Artikel 3.28. Identificatiedocument
Artikel 71 van verordening (EU) nr. 2019/2035 is van overeenkomstige toepassing op een houder met een hond op wie artikel 71 van verordening (EU) nr. 2019/2035 niet van toepassing is.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
- a. de afgifte van identificatiedocumenten;
- b. de termijn waarbinnen over een identificatiedocument moet worden beschikt; en
- c. de overdracht van identificatiedocumenten.
Artikel 3.29. Registraties van houders van honden bij Onze Minister
Een houder registreert zich bij Onze Minister binnen een bij ministeriële regeling bepaalde termijn, indien:
- a. de hond van de houder een nakomeling heeft voortgebracht;
- b. de houder een hond voor het eerst in Nederland brengt;
- c. de houder een hond heeft verkregen die niet is voorzien van een injecteerbare transponder of die niet is geregistreerd overeenkomstig artikel 3.30, eerste lid of artikel 2.9, eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen.
De registratie wordt slechts gedaan indien de houder nog niet bij Onze Minister geregistreerd is.
Artikel 3.30. Registratie van honden en houders via een portaal
Een houder draagt er zorg voor dat de registratie van zijn hond, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen plaatsvindt en vult deze registratie aan.
In afwijking van het eerste lid draagt de houder er zorg voor dat de dierenarts de volledige registratie van de hond doet, indien:
- a. de hond is verkregen zonder injecteerbare transponder, identificatiedocument of registratie als bedoeld in het eerste lid; of
- b. de hond voor het eerst in Nederland is gebracht.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de registraties, bedoeld in het eerste en tweede lid en over het wijzigen van de registratie bij overdracht, vermissing of overlijden van een hond.
Artikel 3.31. Verbod op verkrijgen hond zonder injecteerbare transponder, identificatiedocument of registratie
Een persoon verkrijgt geen hond van een houder indien de hond:
- a. niet is voorzien van een injecteerbare transponder overeenkomstig artikel 3.27;
- b. niet is voorzien van een identificatiedocument overeenkomstig artikel 3.28;
- c. niet is geregistreerd overeenkomstig de artikelen 2.9, eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen en artikel 3.30, eerste lid; of
- d. niet is geregistreerd overeenkomstig artikel 3.30, tweede lid.
Artikel 3.32. Aanwijzing van portalen
Onze Minister wijst de beheerder van een elektronisch portaal aan voor de registratie van honden en houders indien:
- a. de beheerder van het portaal een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon is in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd;
- b. het portaal schriftelijk en digitaal voldoende bereikbaar is voor houders;
- c. de beheerder van het portaal aantoont dat hij gegevens elektronisch, tijdig en correct kan registeren bij Onze Minister; en
- d. de beheerder handelt overeenkomstig de wetgeving over de verwerking van persoonsgegevens.
De beheerder van het portaal:
- a. registreert de gegevens, bedoeld in artikel 3.30 en artikel 2.9, eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen direct bij Onze Minister; en
- b. wijzigt op verzoek van Onze Minister de wijze waarop gegevens bij Onze Minister worden geregistreerd.
Onze Minister kan de aanwijzing schorsen dan wel intrekken indien de beheerder niet voldoet aan één of meer voorschriften als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Met toepassing van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid.
Aanwijzingen van databanken, verleend op grond van artikel 10 van het Besluit identificatie en registratie van dieren, gelden na de inwerkingtreding van dit artikel als aanwijzingen als bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 4. Houden van dieren voor vertoning
§ 5. Houdverbod gezelschapsdieren met voor hen schadelijke kenmerken
§ 3. Houden van evenhoevigen voor vertoning
§ 2. Houden van dieren ten behoeve van circussen en andere optredens
Hoofdstuk 5. Doden van dieren voor de productie van dierlijke producten
§ 3. Houden van evenhoevigen voor vertoning
§ 4. Houden van vogels voor vertoning
§ 3. Bedwelming van aal
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Bijlage I. als bedoeld in artikel 1.20 van het Besluit houders van dieren
Soorten papegaaiachtigen en de minimum leeftijd die per soort moet worden aangehouden bij het scheiden van kuiken en ouderdier.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)