Besluit van 19 juni 2014, houdende nadere regels omtrent de bijzondere zorgplicht voor veteranen (Veteranenbesluit)

Type AMvB
Publication 2018-07-28
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van onze Minister van Defensie, van 12 maart 2014 gedaan mede namens onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 2 tot en met 5 en 7 tot en met 10 van de Veteranenwet en de artikelen 12 en 12h van de Militaire ambtenarenwet 1931;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 7 mei 2014, No.W07.14.0070/II);

Gezien het nader rapport van onze Minister van Defensie, van 5 juni 2014, nr. BS/2014007292, uitgebracht mede namens onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Erkenning en waardering voor veteranen

Artikel 1. Erkenning en waardering
1.

Onze minister stelt een Inspecteur der Veteranen aan die tot taak heeft Onze Minister te adviseren over veteranenaangelegenheden en te bemiddelen in individuele aangelegenheden ten behoeve van veteranen.

2.

Onze minister bevordert initiatieven op het gebied van erkenning van en waardering voor veteranen door het instellen van een veteranenloket voor informatie en aanvragen betreffende erkenning en waardering. Het veteranenloket heeft tevens tot taak het ondersteunen en begeleiden van veteranen en hun relaties als bedoeld in artikel 10 en door het faciliteren, subsidiëren of door het beschikbaar stellen van personeel, materieel of infrastructuur aan of voor:

Artikel 2. Onderscheidingstekens
1.

Aan de veteraan wordt zo spoedig mogelijk na terugkeer van de missie het draaginsigne veteranen en de veteranenpas uitgereikt om zich als veteraan te onderscheiden;

2.

Over toekenning van eventuele andere onderscheidingstekens worden bij ministeriële regeling regels gesteld.

Artikel 3. Bijeenkomsten en faciliteiten

Het deelnemen van veteranen en hun relaties aan bijeenkomsten en reünies van militaire eenheden wordt volgens bij ministeriële regeling te stellen regels bevorderd door:

Hoofdstuk 2. Zorgplicht voor en tijdens inzet

Artikel 4. Bepalen van de uitzendgeschiktheid van de militair
1.

Alvorens een militair wordt aangewezen voor deelnemen aan een uitzending stelt de commandant van de organieke eenheid van de militair vast of de militair uitzendgeschikt is.

2.

De commandant raadpleegt hiertoe het sociaal medisch team, waarbij hij over de medische, psychische en sociale geschiktheid van de militair wordt geadviseerd. Het advies van de verantwoordelijk militair arts over de uitzendgeschiktheid is bindend.

3.

De commandant draagt er zorg voor, dat aan militairen die tijdelijk verminderd inzetbaar zijn zorg wordt geboden ter verbetering van gezondheid en inzetbaarheid,

4.

De commandant bewaakt dat militairen bestemd voor uitzending uit tandheelkundig oogpunt geschikt zijn en de vereiste vaccinaties hebben ontvangen.

Artikel 5. Voorbereiden van militairen op daadwerkelijke inzet
1.

De Commandant der Strijdkrachten draagt er zorg voor dat militairen die zijn aangewezen voor uitzending deelnemen aan een opwerkprogramma, dat ten minste bestaat uit een opleiding gericht op de specifieke kenmerken van de missie en het uitzendgebied en een training gericht op de algemene kenmerken van een uitzending.

2.

De Commandant der Strijdkrachten draagt er zorg voor dat militairen tijdig worden opgeleid in het herkennen van en omgaan met gevechtsstress en worden geïnformeerd over hygiëne en preventieve gezondheidszorg in het operatiegebied.

3.

De opleiding en training bieden de militair ten minste inzicht in de zorgaspecten van de uitzending waaronder:

4.

De Commandant der Strijdkrachten bevordert de deelname van de militair aan een door de Dienst Geestelijke Verzorging georganiseerde uitzendconferentie, gericht op het ondersteunen en geestelijk weerbaar maken van de militair.

5.

De Commandant der Strijdkrachten organiseert vóór het vertrek van de militair voor de militair en zijn relaties een thuisfrontinformatiedag en bevordert dat zij daaraan deelnemen.

6.

Indien operationele noodzaak het op korte termijn vertrekken van een militair naar een uitzendgebied noodzakelijk maakt en daardoor onvoldoende gelegenheid bestaat om de in dit artikel bedoelde opleiding en voorbereiding te volgen, draagt de Commandant der Strijdkrachten er zorg voor dat de militair en diens relaties zich op een andere manier zo goed mogelijk kunnen voorbereiden en dat hen de noodzakelijke informatie en kennis wordt aangeboden.

Artikel 6. Informeren van militairen en hun relaties

Tijdens de voorbereiding, bedoeld in artikel 5, worden de militair en diens relaties door de Commandant der Strijdkrachten geïnformeerd over de gezondheidsrisico’s van de inzet en over het veteranenloket bedoeld in artikel 10 en de zorg die in dit verband voor de militair en voor diens relaties beschikbaar is.

Artikel 7. Sociaal medische begeleiding en geestelijke verzorging
1.

Tijdens inzet zijn medische zorg en sociaal-medische begeleiding beschikbaar voor het verlenen van zorg aan de militair.

2.

Door de commandant van de uitgezonden eenheid wordt daarnaast een zorg- en hulpverleningsteam samengesteld.

3.

Het zorg- en hulpverleningsteam is afhankelijk van de aard van de missie en de omvang van de eenheid en de inschatting van de risico’s voor de uitgezonden eenheid ter plaatse aanwezig of binnen 24 uur ter plaatse.

4.

Het zorg- en hulpverleningsteam adviseert de commandant inzake inzetbaarheid van personeel, repatriëring en ernstige incidenten.

Artikel 8. Begeleiden van de relaties van militairen tijdens de inzet
1.

Gedurende de uitzending van de militair worden diens relaties door de zorg van de Commandant der Strijdkrachten geïnformeerd en begeleid door middel van het organiseren van bijeenkomsten waar contact kan worden gelegd met relaties van andere militairen en waarbij voorlichting wordt gegeven.

2.

De Commandant der Strijdkrachten draagt er zorg voor dat in geval van calamiteiten de relaties van de militair gerichte informatievoorziening en ondersteuning ontvangen.

3.

Indien noodzakelijk kunnen de relaties van de militair via het veteranenloket, bedoeld in artikel 10 contact opnemen met een bedrijfsmaatschappelijk werker. Voor acute of ernstige situaties is via dit veteranenloket een hulpverleningslijn doorlopend bereikbaar.

4.

In geval van ernstige incidenten in het uitzendgebied wordt de relaties van de militair zorg geboden waarbij

5.

In geval van problemen of incidenten in de thuissituatie van de militair wordt de militair in het uitzendgebied geïnformeerd. Daarnaast worden de relaties van de militair door bedrijfsmaatschappelijk werkers zo nodig ondersteund in praktische zaken waaronder het leggen van contacten met relevante instanties.

6.

Door de zorg van de Commandant der Strijdkrachten worden ondersteunende activiteiten ontplooid zoals een thuisfrontcomité, een telefooncirkel en een informatiemap voor het thuisfront. Het thuisfrontcomité wordt voor een door de Commandant der Strijdkrachten te bepalen termijn na de inzet in stand gehouden.

Hoofdstuk 3. Zorgplicht na inzet

Artikel 9. Het voorzien in sociaal medische begeleiding na afloop van de inzet
1.

Gedurende de eerste 18 maanden na terugkeer van de veteraan worden de veteraan en zijn relaties door de zorg van de Commandant der Strijdkrachten proactief begeleid.

2.

Proactieve begeleiding van de veteraan geschiedt ten minste door middel van een adaptatieprocedure die bestaat uit:

3.

Proactieve begeleiding van de relaties van de militair geschiedt door ten minste:

4.

Indien daartoe aanleiding bestaat wordt aan de veteraan of zijn relaties een hulpaanbod gedaan of geschiedt doorverwijzing voor zorg.

5.

Na afloop van de eerste 18 maanden bevordert de Commandant der Strijdkrachten dat de veteraan en zijn relaties deelnemen aan terugkomdagen, die veelal in de vorm van een reünie worden georganiseerd.

Hoofdstuk 4. Bijzondere zorgplicht voor veteranen

Artikel 10. Veteranenloket
1.

Het veteranenloket bedoeld in artikel 1 fungeert als zorgloket voor de veteraan en zijn relaties teneinde hen te ondersteunen en begeleiden.

2.

Het veteranenloket kan door de veteraan en zijn relaties worden benaderd voor alle vragen die verband houden met de veteranenstatus.

3.

De veteraan en zijn relaties krijgen bij een zorgvraag een zorgcoördinator toegewezen om hen te informeren over het verkrijgen van zorg en hen ter zake te ondersteunen en te begeleiden.

4.

Bij ministeriële regeling worden kwaliteitseisen en voorwaarden gesteld waaraan het veteranenloket, de zorgcoördinator en het zorgplan moeten voldoen.

Artikel 11. Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen
1.

Er is een Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen waarbij instellingen zijn aangesloten op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg, waaronder wordt verstaan: psychische en psychosociale zorg voor veteranen.

2.

Het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen bevordert de samenwerking tussen de aangesloten instellingen.

3.

Het Landerlijk Zorgsysteem voor veteranen draagt bij aan wetenschappelijk onderzoek op het gebied van psychische en psychosociale zorg voor veteranen.

4.

Het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen draagt zorg voor de afstemming van een adequaat behandelaanbod op het gebied van psychische en psychosociale zorg aan de veteraan en zijn relaties.

5.

Onze minister kan nadere regels stellen omtrent de uitvoering van dit artikel

Artikel 12. Sociale zekerheidswetgeving en Kaderwet militaire pensioenen
1.

Het veteranenloket ondersteunt de veteraan en zijn relaties op verzoek bij de aanvraag van een uitkering op grond van de sociale zekerheidswetgeving, een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de militaire ambtenarenwet 1931 of enige aanspraak op grond van de Kaderwet militaire pensioenen.

2.

De voor de uitkerings- dan wel pensioentoekenning noodzakelijke geneeskundige onderzoeken worden zoveel mogelijk gelijktijdig uitgevoerd.

3.

De arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor militairen en het militair invaliditeitspensioen worden door zorg van Onze minister gecombineerd betaald.

Artikel 13. Re-integratie
1.

De veteraan die niet meer in militaire dienst is en die ten gevolge van een aandoening waarvoor een vermoeden van verband met de dienst als bedoeld in artikel 19 is aangenomen, geen werk meer heeft dan wel zijn werk dreigt te verliezen, heeft recht op begeleiding bij het vinden van werk overeenkomstig het re-integratiebeleid dat geldt binnen het ministerie van Defensie, indien en voor zover hij daarvoor geen beroep kan doen op een werkgever.

2.

De veteraan krijgt ondersteuning door tussenkomst van het veteranenloket bij het effectueren van de in het eerste lid bedoelde re-integratieaanspraak.

3.

Het recht op begeleiding, bedoeld in het eerste lid strekt zich niet uit tot het vinden van werk binnen het gezagsbereik van het ministerie van Defensie.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.