Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2014, nr. WJZ / 14101632, houdende regels voor diergeneeskundigen (Regeling diergeneeskundigen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op Richtlijn nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU 2005, L 255) en artikel 33 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, de artikelen 1.1, eerste lid, derde gedachtestreepje, onder 3°, 7.7, 8.22, tweede lid, en 8.36, vijfde lid, en 10.1, eerste lid, van de Wet dieren, de artikelen 3.1, derde lid, 3.4, derde lid, 3.6, derde en vierde lid, 3.16, 3.18, 4.4, 5.5 en 5.7, eerste en tweede lid, van het Besluit diergeneeskundigen en artikel 5.8 van het Besluit diergeneesmiddelen;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Met Richtlijn nr. 2005/36/EG worden voor de toepassing van deze regeling gelijkgesteld de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in het bijzonder waar het gaat om bijlage VII, en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, in het bijzonder waar het gaat om bijlage III.

Hoofdstuk 2. Opleidingseisen diergeneeskundigen, niet zijnde dierenartsen

§ 1. Dierenartsassisent paraveterinair

Artikel 2.1. Opleidingseisen dierenartsassistent paraveterinair

De kwalificatie van dierenartsassistent paraveterinair, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van het besluit heeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen:

§ 2. Dierenfysiotherapeut

Artikel 2.2. Voorwaarden opleiding dierenfysiotherapeut

Een opleiding als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit geeft ten minste uitvoering aan het leerplan dierfysiotherapie, opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 2.3. Examencommissie
1.

Het bevoegd gezag van een opleiding stelt een examencommissie in.

2.

De examencommissie bestaat uit:

3.

Het bevoegd gezag van een opleiding benoemt uit de leden van de examencommissie een voorzitter.

4.

De examencommissie is belast met de zorg voor de organisatie van het examen en een goede gang van zaken tijdens het examen, waaronder in ieder geval wordt verstaan:

5.

De examencommissie wijst examinatoren aan die zijn belast met het afnemen van de onderdelen van het examen.

6.

De examencommissie besluit bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

Artikel 2.4. Deskundigen
1.

Het bevoegd gezag kan één of meer deskundigen aanwijzen, welke niet aan de school zijn verbonden, die mede het examen afnemen.

2.

De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een bepaalde tijd.

Artikel 2.5. Gecommitteerden
1.

De minister kan ten behoeve van het examen gecommitteerden aanwijzen.

2.

Gecommitteerden hebben tot taak zich een oordeel te vormen over het niveau van het examen, de gang van zaken tijdens het examen en de naleving van de bij deze regeling gegeven voorschriften.

3.

Gecommitteerden kunnen het afnemen van examenonderdelen bijwonen en kennis nemen van het schriftelijk werk van de kandidaten.

4.

De leden van de examencommissie, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, het bevoegd gezag van een opleiding en de deskundigen, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, verschaffen de gecommitteerden de inlichtingen die zij voor hun taak nodig hebben.

5.

De gecommitteerden brengen aan de minister verslag uit van hun bevindingen. Een afschrift van het verslag wordt toegezonden aan het bevoegd gezag van de opleiding waarvan het examen is onderzocht.

Artikel 2.6. Toelating tot het examen

Tot het examen, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, wordt toegelaten degene die:

Artikel 2.7. Stage
1.

De stage, bedoeld in het leerplan dierfysiotherapie, wordt door de stagebegeleider van de kandidaat beoordeeld.

2.

De stagebegeleider drukt zijn beoordeling van kennis, vaardigheid, beroepshouding en inzicht van de kandidaat uit in één van de volgende beoordelingen:

Artikel 2.8. Voorwaarden aan het examen
1.

Het examen, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, bestaat uit de volgende onderdelen:

2.

Ieder examenonderdeel wordt door ten minste twee examinatoren beoordeeld.

3.

De examinatoren drukken hun beoordeling van kennis, vaardigheid, beroepshouding en inzicht van de kandidaat in het examenonderdeel onafhankelijk van elkaar uit in een cijfer van 1 tot en met 10, in de vorm van gehele cijfers.

4.

De eindcijfers van de examenonderdelen worden door de examinatoren in onderling overleg vastgesteld. Indien de examinatoren niet tot overeenstemming kunnen komen, beslist de voorzitter van de examencommissie.

5.

Nadat de uitslag van alle examenonderdelen is vastgesteld, wordt de uitslag van het examen vastgesteld door de examencommissie.

6.

De examencommissie draagt er zorg voor dat het ten behoeve van het behalen van de opleiding gemaakte schriftelijke werk gedurende een jaar na afloop van het laatste examenonderdeel ter inzage voor de kandidaat ter beschikking blijft.

Artikel 2.9. Uitslag van het examen
1.

De examencommissie deelt een kandidaat zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken nadat het laatste examenonderdeel is afgelegd, de uitslag van het examen, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, mee.

2.

Een kandidaat is geslaagd indien de examenonderdelen, genoemd in artikel 2.8, eerste lid, ten minste met een cijfer 6 zijn beoordeeld.

3.

Een kandidaat heeft recht op een herexamen indien één van de examenonderdelen, genoemd in artikel 2.8, eerste lid, met een cijfer 5 en het andere examenonderdeel met ten minste het cijfer 6 is beoordeeld.

4.

In alle andere gevallen is de kandidaat gezakt.

Artikel 2.10. Beroep

De artikelen 7.60 tot en met 7.63 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek zijn van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de stage, de beoordeling van de examenonderdelen en de uitslag van het examen.

§ 3. Embryotransplanteur/-winner

Artikel 2.11. Kwalificatie embryotransplanteur
1.

De kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van het besluit heeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen:

2.

De kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van het besluit heeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen:

3.

Voor de toelating tot embryotransplanteur of embryotransplaneur/-winner zijn in ieder geval de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid genoemde onderdelen van de kwalificatie behaald.

Artikel 2.12. Voorwaarden aan het behalen van de kwalificatie

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.