Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters

Type Ministeriële regeling
Publication 2014-12-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op de artikelen 44, 45 en 56 van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Paragraaf 1. Minimum VFR-vlieghoogte

Artikel 1. Vaststelling minimum VFR-vlieghoogte voor militaire vliegtuigen
1.

De minimum vlieghoogte, bedoeld in paragraaf SERA.5005, onderdeel f, onder 2, van verordening (EU) nr. 923/2012, bedraagt voor militaire vliegtuigen, met uitzondering van voor opleidingsdoeleinden bestemde propellervliegtuigen, 300 meter (1.000 voet).

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de minimum vlieghoogte, bedoeld in paragraaf SERA.5005, onderdeel f, onder 2, van verordening (EU) nr. 923/2012:

Artikel 2. Laagvliegroutes militaire straal- en transportvliegtuigen
1.

Artikel 1 is van maandag tot en met donderdag niet van toepassing op gezagvoerders van Nederlandse en bondgenootschappelijke militaire straalvliegtuigen en op gezagvoerders van militaire transportvliegtuigen, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse en de bondgenootschappelijke strijdkrachten, indien zij een VFR-vlucht uitvoeren langs de routes, vermeld in bijlage A.

2.

Tijdens de vluchten, genoemd in het eerste lid, gelden de volgende voorwaarden:

Artikel 3. Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte

Aan gezagvoerders van militaire vliegtuigen en helikopters wordt onder de in de artikelen 4 tot en met 8 voor de betrokken gezagvoerder gestelde beperkingen vrijstelling verleend van het verbod om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de bij of krachtens paragraaf SERA.5005, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 1 van deze regeling vastgestelde minimum vlieghoogte.

Artikel 4. Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte voor helikopters

Het vliegen met militaire helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke strijdkrachten, geschiedt onder de volgende beperkingen:

Artikel 5. Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte boven zee

Het vliegen met militaire vliegtuigen en militaire helikopters boven de Noordzee en met militaire helikopters boven de Waddenzee binnen het plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied van luchthaven De Kooy geschiedt onder de volgende beperkingen:

Artikel 6. Vrijstelling oefeningen van militaire straalvliegtuigen met niet-vliegende eenheden
1.

Het vliegen met militaire straalvliegtuigen, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke strijdkrachten, geschiedt, indien zij oefenen in het kader van operaties met niet-vliegende eenheden en binnen de grenzen van militaire oefenterreinen en militaire oefengebieden of tijdelijke gebieden met beperkingen VFR-vluchten uitvoeren, onder de volgende beperkingen:

2.

Ten aanzien van gezagvoerders van straalvliegtuigen van bondgenootschappelijke strijdkrachten die deelnemen aan een oefening, met uitzondering van gezamenlijke oefeningen met Nederlandse eenheden, is artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 van toepassing.

Artikel 7. Vrijstelling oefeningen van militaire helikopters met niet-vliegende eenheden

Het vliegen met militaire helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse en bondgenootschappelijke strijdkrachten geschiedt, indien zij oefenen in het kader van operaties met niet-vliegende eenheden en binnen de grenzen van militaire oefenterreinen en militaire oefengebieden of tijdelijke gebieden met beperkingen VFR-vluchten uitvoeren, onder de volgende beperkingen:

Artikel 8. Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte voor militaire propellervliegtuigen, bestemd voor opleidingsdoeleinden, binnen de route VO

Het vliegen met militaire propellervliegtuigen, bestemd voor opleidingsdoeleinden, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke strijdkrachten, binnen de route VO, vermeld in bijlage B, onder 16, geschiedt onder de volgende beperkingen:

Artikel 9. Laagvlieggebieden en -route voor militaire helikopters
1.

Artikel 4, onderdeel b, is niet van toepassing op gezagvoerders van militaire helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke strijdkrachten, indien zij met inachtneming van de regels en binnen de tijden, gesteld in het tweede lid, VFR-vluchten uitvoeren binnen de gebieden en binnen de route VO, vermeld in bijlage B.

2.

Voor de gebieden en de route VO, vermeld in bijlage B, zijn de gebruikstijden als volgt:

3.

Tijdens de vluchten, genoemd in het eerste lid, zijn de volgende beperkingen van toepassing:

4.

Ten aanzien van gezagvoerders van helikopters van de bondgenootschappelijke strijdkrachten die deelnemen aan een oefening, met uitzondering van gezamenlijke oefeningen met Nederlandse eenheden, is artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 van toepassing.

Paragraaf 2. Beperking van VFR-vluchten

Artikel 10. Vfr-vluchten buiten de daglichtperiode

Aan de gezagvoerders van militaire vliegtuigen en helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse strijdkrachten, en van door de Minister van Defensie aan te wijzen vliegtuigen en helikopters, behorende tot of in gebruik bij bondgenootschappelijke strijdkrachten, wordt vrijstelling verleend van artikel 18, eerste lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 onder de volgende beperkingen:

Artikel 11. Zichtweersomstandigheden
1.

De vrijstelling, bedoeld in artikel 10, wordt verleend, indien de volgende zichtweersomstandigheden in acht worden genomen:

2.

In afwijking van het eerste lid wordt voor vluchten met militaire helikopters aan gezagvoerders de vrijstelling, genoemd in artikel 10, verleend, indien de volgende zichtweersomstandigheden in acht worden genomen:

3.

Voor vluchten met militaire helikopters waarbij gebruik wordt gemaakt van nachtzichtapparatuur, wordt aan gezagvoerders de vrijstelling, genoemd in artikel 10, verleend, indien het vliegzicht gelijk is aan of groter is dan 1.500 meter met zicht op grond of water.

Artikel 12. Minimum vlieghoogte VFR-vluchten buiten de daglichtperiode

Voor VFR-vluchten buiten de daglichtperiode worden de volgende minimum vlieghoogten in acht genomen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.