Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 3 september 2014, nr. IENM/BSK-2014/196488, houdende vaststelling van regels met betrekking tot kinderbeveiligingssystemen (Regeling kinderbeveiligingsmiddelen 2014)
Gelet op Uitvoeringsrichtlijn 2014/37/EU van de Commissie van 27 februari 2014 tot wijziging van Richtlijn 91/671/EEG van de Raad betreffende het verplichte gebruik van veiligheidsgordels en kinderbeveiligingssystemen in voertuigen (PbEU 2014, L 59/32) en artikel 22, eerste en vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. VN-reglement 44/03: reglement 44/03 behorende bij de Overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (‘VN/ECE’) betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen (Trb. 1996,151);
- –. VN-reglement 129: reglement 129 behorende bij de Overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (‘VN/ECE’) betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen (Trb. 1996,151);
- –. Richtlijn 77/541/EEG: richtlijn 77/541/EEG van de Raad van 28 juni 1977 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake veiligheidsgordels en bevestigingssystemen in motorvoertuigen (PbEG 1977, L 220);
- –. Verordening (EG) nr. 661/2009: verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden.
Artikel 2
Een kinderbeveiligingssysteem is geschikt als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van het RVV 1990, indien het is voorzien van een keurmerk dat overeenkomt met het merk dat in de bijlage als model 1 of 2 is weergegeven en dat daarop is aangebracht nadat het systeem is goedgekeurd overeenkomstig:
- i). VN-reglement nr. 44/03,
- ii). VN-reglement nr.129,
- iii). Richtlijn 77/541/EEG, of
of een latere aanpassing daarvan.
Artikel 3
Met de in deze regeling vastgestelde technische normen of technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische normen of technische eisen, vastgesteld door of vanwege een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.
Met de in deze regeling geëiste keuring of keurmerk worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige keuringen of keurmerken, geëist door of vanwege een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.
Artikel 4
De Regeling kinderbeveiligingsmiddelen wordt ingetrokken.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van 20 september 2014, met uitzondering van artikel 2 onderdeel iiii, dat in werking treedt met ingang van 1 november 2014.
Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kinderbeveiligingsmiddelen 2014.
Bijlage
Model 1. Keurmerk kinderbeveiligingsmiddel R.44
De cijfers dienen als voorbeeld.
Model 2 Keurmerk kinderbeveiligingsmiddel R.129
De cijfers dienen als voorbeeld.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.