Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 3 september 2014, nr. IENM/BSK-2014/89247 tot vaststelling van beleid ten aanzien van de beoordeling van externe veiligheid bij de vaststelling van tracébesluiten voor de aanleg of wijziging van landelijke infrastructuur en van verkeersbesluiten (Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten)
Gelet op artikel 9, eerste lid, van de Tracéwet en op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisnet, het Wijzigingsbesluit Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (wijziging routeringsystematiek Wet vervoer gevaarlijke stoffen) (Stb. 2013, 340), het Besluit externe veiligheid transportroutes, en de Regeling basisnet in werking treden.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- aanleg van een hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg: aanleg van een hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg, als gevolg waarvan een nieuwe verbinding ontstaat voor het vervoer van gevaarlijke stoffen;
- baanvak: baanvak als bedoeld in artikel 1 van de regeling;
- basisnetafstand: afstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Bevt;
- beperkt kwetsbaar object: object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van het Bevt;
- geprojecteerd beperkt kwetsbaar object: nog niet aanwezig beperkt kwetsbaar object dat op grond van het voor het desbetreffende gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is;
- geprojecteerd kwetsbaar object: nog niet aanwezig kwetsbaar object dat op grond van het voor het desbetreffende gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is;
- groepsrisico: cumulatieve kansen per jaar per kilometer transportroute dat 10 of meer personen in het invloedsgebied van een transportroute overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die transportroute waarbij een gevaarlijke stof betrokken is;
- GR-plafond: plaats als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de wet waar het plaatsgebonden risico maximaal 10-7 of 10-8 per jaar is;
- HART: Handleiding risicoanalyse transport als bedoeld in artikel 1 van de regeling;
- hoofdspoorweg: krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet als hoofdspoorweg aangewezen spoorweg;
- hoofdvaarweg: hoofdvaarweg als bedoeld in artikel 1 van de Tracéwet;
- hoofdweg: hoofdweg als bedoeld in artikel 1 van de Tracéwet;
- invloedsgebied: invloedsgebied als bedoeld in artikel 1 van het Bevt;
- kwetsbaar object: object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, van het Bevt;
- minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
- oriëntatiewaarde: oriëntatiewaarde als bedoeld in artikel 1 van het Bevt;
- PAG: krachtens artikel 10, eerste lid, onder a, van het Bevt vastgesteld plasbrandaandachtsgebied;
- plaatsgebonden risico: plaatsgebonden risico als bedoeld in artikel 1 van het Bevt;
- PR-plafond: plaats als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet waar het plaatsgebonden risico maximaal 10-6 per jaar is;
- RBM-II: rekenprogramma als bedoeld in artikel 1 van de regeling;
- ramp: ramp als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s;
- referentiepunt: referentiepunt als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de wet;
- regeling: Regeling basisnet;
- studiegebied: rond de aan te leggen of te wijzigen hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarwegen gelegen gebied, waarin hoofdwegen, hoofdspoorwegen respectievelijk hoofdvaarwegen, of delen daarvan, zijn gelegen, ten aanzien waarvan naar het oordeel van de minister redelijkerwijs kan worden verwacht dat de stromen van het vervoer van gevaarlijke stoffen als gevolg van de betrokken aanleg of wijziging zullen wijzigen;
- tracébesluit: besluit als bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet met inbegrip van een rijksinpassingsplan als bedoeld in artikel 3.28, juncto artikel 4, tweede lid, van de Tracéwet;
- verkeersbesluit: besluit als bedoeld in artikel 15 van de wegenverkeerswet;
- wijziging van een hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg: wijziging van een hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg, waarbij een bestaande verbinding voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt aangepast;
Onder hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg wordt mede verstaan: een deel van die hoofdweg, hoofdspoorweg of hoofdvaarweg.
Hoofdstuk 2. Beoordeling bij de aanleg of wijziging van of onderhoud aan een hoofdweg
Paragraaf 2.1. Wijziging van wegen die deel uitmaken van het basisnet
Artikel 2. toepassingsbereik paragraaf 2.1
Deze paragraaf is van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op een wijziging van een hoofdweg, waarvoor voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit een PR-plafond is vastgesteld.
Artikel 3. inspanningsplicht
Indien wijziging van een hoofdweg leidt tot verschuiving van de ligging van het referentiepunt op het betrokken wegvak, spant de minister zich in te voorkomen dat bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen de basisnetafstand komen te liggen.
Artikel 4. beoordeling effecten verschuiving referentiepunt
Onverminderd artikel 5 wordt bij een tracébesluit dat betrekking heeft op een wijziging van een hoofdweg als gevolg waarvan de ligging van het referentiepunt verschuift en als gevolg van die verschuiving bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten komen te liggen binnen de basisnetafstand, inzicht gegeven in:
- a. het aantal bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten dat als gevolg van de verschuiving van het referentiepunt binnen de basisnetafstand komt te liggen;
- b. het aantal bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten dat voor uitvoering van het tracébesluit binnen de basisnetafstand ligt, maar als gevolg van de verschuiving van het referentiepunt na uitvoering van het tracébesluit buiten de basisnetafstand komt te liggen, en
- c. de afweging die ten grondslag ligt aan de keuze voor de ligging van de te wijzigen hoofdweg en het effect van die ligging voor de objecten, bedoeld onder a en b, in relatie tot de inspanningsplicht, bedoeld in artikel 3.
Artikel 5. beoordeling plaatsgebonden risico
Ter beoordeling van het plaatsgebonden risico wordt in de toelichting op het tracébesluit:
- a. vermeld welke PR-plafonds van toepassing zijn;
- b. indien redelijkerwijs een toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen kan worden verwacht als gevolg van de voorgenomen wijziging van de hoofdweg, inzicht gegeven in de verwachte toename van de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de aan te passen hoofdweg en over de in het studiegebied gelegen hoofdwegen;
- c. indien een wijziging van de bij de aan te passen hoofdweg behorende ongevalfrequentie kan worden verwacht als gevolg van de voorgenomen wijziging van de hoofdweg, inzicht gegeven in de verwachte wijziging van de ongevalfrequentie.
Op basis van de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt in de toelichting op het tracébesluit vermeld in hoeverre de voor de te wijzigen hoofdweg of de voor de in het studiegebied gelegen hoofdwegen vastgestelde PR-plafonds worden of dreigen te worden overschreden.
Indien geen sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de betrokken PR-plafonds, wordt met toepassing van het eerste lid volstaan.
Indien sprake is van een overschrijding of dreigende overschrijding van de betrokken PR-plafonds, wordt verwezen naar de onderzoeksplicht van de minister, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet.
Artikel 6. beoordeling groepsrisico
Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing ter onderbouwing van de beoordeling van het groepsrisico, met dien verstande dat in geval een GR-plafond is vastgesteld dat plafond als uitgangspunt wordt gehanteerd.
Artikel 7. afwijkende beoordeling groepsrisico
Dit artikel is van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op:
- a. een verbreding van de weg met twee of meer rijstroken aan één zijde van de bestaande weg;
- b. een verbreding van de weg met twee of meer rijstroken aan beide zijden van de bestaande weg;
- c. een wegaanpassing als gevolg waarvan binnen 50 meter vanaf de gewijzigde ligging van het referentiepunt bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn.
In afwijking van artikel 6 wordt het groepsrisico met toepassing van RBM-II berekend, indien het groepsrisico:
- a. is gelegen tussen 0,1 maal de oriëntatiewaarde en 1 maal de oriëntatiewaarde en ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het tracébesluit met meer dan tien procent toeneemt, of
- b. hoger is dan 1 maal de oriëntatiewaarde én ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het tracébesluit toeneemt.
Bij toepassing van het tweede lid wordt gebruik gemaakt van:
- a. de HART;
- b. de vervoerscijfers die zijn opgenomen in bijlage I bij de regeling, en
- c. de huidige bevolkingsdichtheden en de overeenkomstig de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit vigerende bestemmingsplannen en ter inzage gelegde ontwerp-bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten bevolkingsdichtheden.
Artikel 8. verantwoording groepsrisico
Indien artikel 7 van toepassing is, wordt in het tracébesluit gemotiveerd:
- a. welke maatregelen zijn overwogen om de toename van het groepsrisico als gevolg van het tracébesluit te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken;
- b. welke maatregelen worden getroffen om de toename van het groepsrisico als gevolg van het tracébesluit te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken, en
- c. welke toename van het groepsrisico na afweging van alle betrokken belangen wordt geaccepteerd.
Bij toepassing van het eerste lid wordt tevens aandacht besteed aan:
- a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp, en
- b. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied om zich in veiligheid te brengen indien zich een zodanige ramp voordoet.
Het bestuur van de veiligheidsregio in wiens regio het gebied ligt waarop het tracébesluit betrekking heeft, wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen en mogelijkheden.
Artikel 9. effecten voor ligging PAG
Indien voor de omgeving naast de betrokken hoofdweg krachtens het Bevt een PAG is vastgesteld, wordt in het tracébesluit vermeld in hoeverre de aanpassing van de hoofdweg gevolgen heeft voor de ligging van dat PAG.
Paragraaf 2.2. Aanleg of wijziging van wegen die geen deel uitmaken van het basisnet
Artikel 10. toepassingsbereik paragraaf 2.2
Deze paragraaf is van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op aanleg van een hoofdweg die geen deel uitmaakt van het basisnet.
Deze paragraaf is tevens van toepassing in geval het tracébesluit, bedoeld in het eerste lid, mede betrekking heeft op een wijziging van een bestaande hoofdweg waarvoor een PR-plafond is vastgesteld, ten behoeve van aantakking op de aan te leggen hoofdweg.
Deze paragraaf is tevens van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op een wijziging van een hoofdweg, waarvoor voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp van dat besluit geen PR-plafond is vastgesteld.
Artikel 11. inspanningsplicht PR
De minister spant zich in te voorkomen dat bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten komen te liggen in het gebied langs een hoofdweg als bedoeld in artikel 10, waar de waarde van het plaatsgebonden risico groter kan zijn dan 10-6 per jaar.
Artikel 12. wijze van berekenen PR
Het plaatsgebonden risico wordt berekend met toepassing van RBM-II.
Bij de berekening van het plaatsgebonden risico wordt gebruik gemaakt van:
- a. de HART;
- b. een inschatting van de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen dat aan de nieuwe hoofdweg kan worden toegerekend, op basis van de vervoerscijfers zoals die voor de in het studiegebied gelegen hoofdwegen zijn opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregels en in bijlage I bij de regeling.
In afwijking van het tweede lid, onder b, wordt voor een hoofdweg als bedoeld in artikel 10, derde lid, uitgegaan van de meest recente beschikbare gegevens over de omvang van het vervoer over die weg.
Artikel 13. beoordeling en verantwoording groepsrisico
Bij de beoordeling van het groepsrisico is artikel 7, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.