Besluit van 27 oktober 2014, houdende regels inzake het door de ACM ten laste brengen van kosten aan marktorganisaties (Besluit doorberekening kosten ACM)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 14 juli 2014, nr. WJZ / 14115872;

Gelet op artikel 6a, vierde, zesde en achtste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 4 september 2014, nr. W15.14.0254/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 21 oktober 2014, nr. WJZ / 14151771;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop het in artikel I, onderdeel E, van de Wijzigingswet Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, enz. (stroomlijning markttoezicht ACM) vastgestelde artikel 6a in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

De bedragen worden door de ACM aan marktorganisaties in rekening gebracht en door de ACM geïnd.

Hoofdstuk 2. Kosten van beschikkingen die worden doorberekend aan de marktorganisatie aan wie de beschikking is gericht of die de aanvraag heeft gedaan

Artikel 3
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op de doorberekening van de kosten van de beschikkingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a, b, c en d.

2.

De kosten die worden doorberekend betreffen de kosten samenhangend met het geven van een beschikking, met inbegrip van de kosten samenhangend met het behandelen van een beschikkingsaanvraag.

3.

Niet doorberekend worden de kosten samenhangend met een beschikking van de ACM om een aanvraag tot het geven van een beschikking niet te behandelen.

Artikel 4
1.

De kosten van beschikkingen van de ACM worden niet overeenkomstig dit hoofdstuk doorberekend, met uitzondering van de kosten van:

2.

De bedragen die in rekening worden gebracht voor de doorberekening van de kosten van de beschikkingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kunnen voor verschillende aantallen of soorten nummers verschillend worden vastgesteld.

Artikel 5
1.

Het bedrag dat is verschuldigd voor het geven van een beschikking is een bedrag dat wordt gebaseerd op de gemiddelde kosten samenhangend met het geven van die beschikking.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt ten aanzien van een beschikking als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, geen onderscheid gemaakt tussen besluiten tot het inwilligen van een beschikkingsaanvraag en besluiten tot het geheel of gedeeltelijk afwijzen van een dergelijke aanvraag.

Artikel 6

Indien een door de ACM in behandeling genomen aanvraag van een marktorganisatie tot het geven van een beschikking als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, wordt ingetrokken voordat de ACM een besluit op de aanvraag heeft genomen, brengt de ACM het bedrag dat is verschuldigd voor het geven van de desbetreffende beschikking ten laste van de betreffende marktorganisatie.

Artikel 7
1.

De ACM verzendt de beschikking tot betaling tegelijk met de bekendmaking van de beschikking waarvoor het bedrag in rekening wordt gebracht.

2.

Indien een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, wordt ingetrokken voordat de ACM een besluit op de aanvraag heeft genomen, verzendt de ACM de beschikking tot betaling binnen vier weken na ontvangst van de intrekking van de aanvraag.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op beschikkingen op grond van het bepaalde bij of krachtens de Energiewet.

Hoofdstuk 3. Kosten die door middel van toerekening worden doorberekend aan marktorganisaties

Artikel 8
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op de doorberekening van de kosten van de ACM, met uitzondering van de kosten waarvan de doorberekening wordt geregeld in hoofdstuk 2.

2.

Niet ten laste van marktorganisaties worden gebracht de kosten:

Artikel 9
1.

De bedragen gelden gedurende één kalenderjaar en worden jaarlijks vóór 1 mei vastgesteld.

2.

De bedragen worden vastgesteld op basis van de kosten van de ACM in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bedragen gelden.

3.

Aan de kosten, bedoeld in het tweede lid, worden de bedragen toegevoegd die de ACM, vanwege faillissement van de betreffende marktorganisaties, niet heeft geïnd in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bedragen gelden.

4.

Indien vanwege faillissement toegevoegde bedragen in rekening waren gebracht bij marktorganisaties die failliet zijn verklaard maar waarvan de boedel nog niet is vereffend, trekt de ACM de daarmee samenhangende aan die marktorganisaties gegeven beschikkingen tot betaling in.

Artikel 10
1.

Voor de berekening van de bedragen worden de kosten toegerekend aan categorieën van gelijksoortige werkzaamheden of diensten, waarbij:

2.

De in het eerste lid bedoelde categorieën zijn:

3.

Bij ministeriële regeling kunnen per categorie subcategorieën van gelijksoortige werkzaamheden of diensten worden vastgesteld. Op deze subcategorieën is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11

De ACM maakt voor de toepassing van artikel 10 gebruik van een kostentoerekeningssysteem dat zodanig is ingericht dat daaruit op eenduidige en inzichtelijke wijze de kosten van de desbetreffende categorieën van gelijksoortige werkzaamheden of diensten kunnen worden afgeleid.

Artikel 12
1.

Voor de toepassing van hoofdstuk 3 van dit besluit wordt onder relevante omzet verstaan de omzet die een tot een bepaalde categorie behorende marktorganisatie in Nederland heeft behaald met activiteiten waarop de taakuitvoering van de ACM in die categorie betrekking heeft.

2.

Voor de vaststelling van de bedragen worden de aan een categorie toegerekende kosten toegedeeld aan de tot die categorie behorende marktorganisaties naar rato van de relevante omzet van die marktorganisaties.

3.

Bij ministeriële regeling wordt bepaald beneden welke relevante omzet aan een marktorganisatie geen bedrag in rekening wordt gebracht. Deze omzet kan voor de verschillende categorieën verschillend worden vastgesteld.

4.

Voor de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van de relevante omzet die is behaald in het peiljaar. Peiljaar is het kalenderjaar dat twee jaar voorafgaat aan het kalenderjaar waarvoor de bedragen worden vastgesteld.

5.

In afwijking van het tweede lid worden de aan de in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, onder 2°, bedoelde categorie toegerekende kosten aan marktorganisaties toegedeeld naar rato van het aantal toegekende nummers op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de bedragen gelden. Bij ministeriële regeling wordt geregeld in welke gevallen en op welke wijze wordt gecorrigeerd voor het saldo van in- en uitgeporteerde nummers op die datum.

6.

Vervallen.

7.

In afwijking van het tweede lid worden de aan de in artikel 10, tweede lid, onderdeel f, bedoelde categorie toegerekende kosten aan marktorganisaties toegedeeld naar rato van het aantal betalingstransacties met consumentenkaarten dat heeft plaats gehad waarbij marktorganisaties als betaalkaartschema, uitgever dan wel accepteerder betrokken zijn in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarover de kosten worden doorberekend. Hierbij is het aantal transacties beperkt tot die transacties waarbij het verkooppunt, de uitgever en de accepteerder zich in Nederland bevinden. Bij ministeriële regeling wordt geregeld beneden welk aantal transacties aan een marktorganisatie geen bedrag in rekening wordt gebracht.

Artikel 12a. (opgave omzet peiljaar)
1.

Een marktorganisatie behorend tot een in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, 2° of 5°, onderdeel b, onder 2° of 3°, onderdeel c, onder 1°, of onderdeel e, genoemde categorie, verstrekt vóór 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de bedragen worden vastgesteld aan de ACM een opgave van de in het betrokken peiljaar behaalde relevante omzet, tenzij de ACM de marktorganisatie heeft laten weten reeds over de betreffende gegevens te beschikken.

2.

De opgave gaat vergezeld van een verklaring van een accountant die is ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36 van de Wet op het accountantsberoep, dat de opgave een getrouw beeld geeft van de in het peiljaar behaalde relevante omzet en voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.

3.

Indien met betrekking tot het peiljaar een jaarrekening is vastgesteld, doet de marktorganisatie de opgave vergezeld gaan van die jaarrekening.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.