Aanvraagprocedure diploma-erkenning derde leerweg voor bekostigde en niet-bekostigde instellingen

Type ZBO-regeling
Publication 2013-12-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Deel I. Algemene informatie aanvragen diploma-erkenning derde leerweg (Overig Onderwijs)

1. Algemeen

1.1. Inleiding

Deze publicatie bevat informatie over de procedure voor het aanvragen van diploma-erkenning derde leerweg voor alle instellingen. Voor de bekostigde instellingen geldt dat de beroepsopleiding in deze leerweg niet voor bekostiging in aanmerking komt. De aanvraag geldt ook als aanmelding van de diploma-erkenning van de betreffende opleiding(en) voor registratie in het centraal register beroepsopleidingen (crebo). Aanvragen kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend.

Met ingang van 1 augustus 2013 is artikel I, onderdeel C, onder 2, van de Wet van 26 juni 2013 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs ten behoeve van het bevorderen van doelmatige leerwegen in het beroepsonderwijs en het moderniseren van de bekostiging van het beroepsonderwijs in werking getreden (Koninklijk Besluit van 19 juli 2013, nr. 305). Met dit artikel wordt, naast de beroepsopleidende (bol) en beroepsbegeleidende leerweg (bbl), in de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) de mogelijkheid opgenomen om een opleiding in een nieuwe variant aan te bieden, de zogenaamde derde leerweg. Voor deze leerweg dient afzonderlijk diploma-erkenning aangevraagd te worden.

Concreet houdt voornoemde wetswijziging in dat er een nieuw lid toegevoegd is aan artikel 1.4.1 van de Web, dat als volgt luidt:

De derde leerweg houdt in dat de beroepsopleiding aan alle voorwaarden als genoemd in artikel 1.4.1, eerste lid, Web dient te voldoen, met uitzondering van de urennormen die gelden voor de bol resp. de bbl (art. 7.2.7, tweede tot en met achtste lid, Web).

Het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: Inspectie) met betrekking tot de derde leerweg zal primair gericht zijn op de kwaliteit van de examens en de naleving van de wettelijke vereisten waarvan de kwaliteitsborging een belangrijk onderdeel is. De examinering dient te voldoen aan de landelijke standaarden voor de examenkwaliteit. Hiernaast gelden ook voor deze leerweg de wettelijke vereisten zoals de rechtsbescherming van de student, het hanteren van de vooropleidingseisen, het gebruik van onderwijsovereenkomsten en het voldoen aan de wettelijke beroepsvereisten, indien die gesteld zijn.

Jaarlijks bepaalt de Inspectie – mede gelet op signalen – of het toezicht moet worden uitgebreid, bijvoorbeeld door het toezicht ook te richten op het onderwijsproces.

Het verkrijgen van diploma-erkenning derde leerweg betekent dat aan het met goed gevolg afleggen van examens (of onderdelen van examens) van deze beroepsopleiding een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 van de Web is verbonden.

1.2. Verplichtingen bij diploma-erkenning derde leerweg

Artikel 1.4.1, lid 1a, van de Web stelt de voorwaarde dat de instelling in het geval van diploma-erkenning derde leerweg voor de desbetreffende opleiding in acht neemt al wat is bepaald voor:

Het bevoegd gezag dient de gegevens te verschaffen waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn en dat het voldoet aan artikel 1.4.1 van de Web.

Verder is het tweede tot en met zevende lid van artikel 1.4.1 van overeenkomstige toepassing verklaard. Dit houdt onder meer in dat voor een instelling de volgende artikelen van toepassing zijn op beroepsopleidingen in de derde leerweg:

Kort samengevat dient het bevoegd gezag, voorafgaand aan het verkrijgen van de diploma-erkenning, aan te tonen dat de kwaliteit van de betreffende opleiding van voldoende niveau is en dat aan bovengenoemde voorwaarden is voldaan. Het is dus niet zo dat eerst nadat diploma-erkenning verkregen is de opleiding ontwikkeld kan worden. Het ontwikkelen van de opleiding dient bij de aanvraag gereed te zijn, zodat onder meer de kwaliteit van de opleiding beoordeeld kan worden, voordat diploma-erkenning wordt toegekend. Dit laat onverlet dat na het verkrijgen van diploma-erkenning maatwerk binnen de kaders van de wet mogelijk blijft.

1.3. De twee aanvraagprocedures voor de derde leerweg

Er zijn twee aanvraagprocedures (de volledige tekst van de aanvraagprocedures zijn opgenomen in Deel II van deze publicatie).

De eerste procedure betreft:

Ook bij bestaande instellingen die diploma-erkenning derde leerweg willen voor opleidingen, die vallen buiten het reeds bestaande aanbod, moet geborgd zijn dat de kwaliteit van een voldoende niveau is. Omdat de nieuwe opleidingen veelal andersoortige kwalificaties en beroepsvereisten bevatten is een integrale toetsing noodzakelijk. Ook in dat geval moeten altijd bij de aanvraag de in deel II paragraaf 1.3 genoemde gegevens gevoegd worden. Zonder deze gegevens is de aanvraag niet compleet. Indien een aanvraag niet compleet is, zal de instelling in de gelegenheid gesteld worden binnen een termijn van twee weken de aanvraag aan te vullen. Pas vanaf de datum dat de aanvraag volledig is, begint de behandeltermijn te lopen.

De tweede procedure betreft:

Of een opleiding past binnen het bestaand aanbod wordt bepaald aan de hand van de opleidingsdomeinen. Met behulp van de stroomschema’s (zie: Bijlagen) kunt u bepalen welke aanvraagprocedure in uw specifieke geval van toepassing is.

Bij bestaande instellingen die diploma-erkenning aanvragen voor een opleiding die past binnen het bestaande aanbod, wordt aan de hand van een risicoanalyse bepaald of een integrale toetsing nodig is. Omdat de minister beschikt over informatie van (een) opleiding(en) die de instelling al aanbiedt binnen een bepaald domein, kan de risicoanalyse plaatsvinden aan de hand van een marginale toetsing. Daartoe hoeft de instelling alleen het aanvraagformulier in te dienen. Wanneer uit de risicoanalyse blijkt dat een integrale toetsing noodzakelijk geacht wordt, worden nadere gegevens, genoemd in Deel II paragraaf 2.2, bij de instelling opgevraagd. De risicoanalyse betreft alle opleidingen en domeinen. Een integrale toetsing wordt in elk geval wenselijk geacht als er voor de aangevraagde opleiding(en) wettelijke beroepsvereisten vastgesteld zijn.

Met behulp van de stroomschema’s (zie: Bijlagen) kunt u bepalen welke aanvraagprocedure in uw specifieke geval van toepassing is.

Uitleg begrippen

Marginale toetsing

Om te borgen dat de kwaliteit van de betreffende opleiding van een voldoende niveau is voert de Inspectie in samenwerking met DUO een risicoanalyse uit. Aan de hand van deze risicoanalyse wordt dan bezien of een integrale toetsing noodzakelijk is en indien dit het geval is, welke gegevens (nog) nodig zijn om deze integrale toetsing op zorgvuldige wijze te kunnen uitvoeren.

Integrale beoordeling

Een integrale beoordeling houdt in dat de aanvraag door de Inspectie van het Onderwijs (hierna: Inspectie) wordt getoetst op kwalitatieve aspecten door middel van kwaliteitsonderzoeken alsmede dat bezien wordt of voldaan is aan de verdere voorwaarden genoemd in artikel 1.4.1 van de Web. De Inspectie brengt op basis van deze onderzoeken een advies uit. De onderzoeken kunnen zowel dossieronderzoeken zijn als onderzoeken bij de instelling.

Brinnummer

Een Brinnummer is een administratief nummer waarmee een instelling wordt aangeduid in crebo en Bron. Iedere instelling die diploma-erkenning heeft voor één of meerdere opleidingen krijgt een Brinnummer toegekend door DUO.

Het hebben van een Brinnummer maakt echter niet dat het bevoegd gezag hiermee ook voor een nieuwe opleiding heeft aangetoond dat die opleiding van voldoende niveau is en voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 1.4.1 van de Web. Per nieuwe opleiding dient diploma-erkenning aangevraagd te worden en bij die aanvraag dient telkens weer aangetoond te worden dat aan voornoemde voorwaarden is voldaan.

2. Behoud en intrekking diploma-erkenning

2.1. Voorwaarden behoud diploma-erkenning

Wanneer diploma-erkenning verleend wordt voor een beroepsopleiding, moet de betreffende opleiding binnen één jaar na dagtekening van die erkenning verzorgd worden. Een opleiding wordt verzorgd wanneer het gehele onderwijsprogramma aangeboden wordt en bij inschrijving van deelnemers direct uitgevoerd kan worden. De voorwaarde dat binnen één jaar de opleiding verzorgd moet worden, maakt dat in het crebo alleen actieve opleidingen opgenomen zijn. De Inspectie beoordeelt de kwaliteit van deze actieve opleidingen periodiek, waardoor geborgd is dat de beroepsopleidingen voldoende kwaliteit en continuïteit hebben. Voordat de diploma-erkenning van een beroepsopleiding ambtshalve wordt ingetrokken zal de instelling daarvan op de hoogte worden gesteld met de mogelijkheid aan te geven of er redenen zijn om niet tot ambtshalve doorhaling over te gaan. Zie hiervoor verder paragraaf 2.2 Intrekken erkenning.

Indien de opleiding binnen één jaar na dagtekening van de erkenning verzorgd wordt, moet het bevoegd gezag om de erkenning te behouden aan het volgende blijvend voldoen:

Op 1 januari 2012 is in werking getreden de wet tot wijziging van onder meer de Leerplichtwet 1969 inzake toevoeging niet-bekostigd onderwijs aan de systematiek van het persoonsgebonden nummer en het basisregister onderwijs. Dit heeft tot gevolg dat het bevoegd gezag, met betrekking tot opleidingen waarvoor diploma-erkenning is verkregen, het persoonsgebonden nummer van iedere student, ingeschreven bij die beroepsopleiding, moeten verstrekken aan DUO/BRON, samen met de volgende gegevens:

Daarnaast wordt met voornoemde wet voorgeschreven dat het bevoegd gezag moet zorgen voor een goede organisatie en kwaliteit van het onderwijs en de examinering.

De (aankomende) deelnemers moeten door het bevoegd gezag volledig en tijdig worden geïnformeerd over het onderwijsprogramma en de examens. Ook is het bevoegd gezag er voor verantwoordelijk dat de instelling over een deelnemersstatuut beschikt waarin de rechten en plichten van de deelnemers zijn opgenomen. Individuele rechten en plichten van zowel de betreffende deelnemer als de instelling moeten in de onderwijsovereenkomst opgenomen worden evenals bepalingen over in elk geval:

2.2. Intrekken erkenning

Indien blijkt dat de beroepsopleiding, waarvoor diploma-erkenning verleend is, niet binnen één jaar verzorgd wordt zal de erkenning op grond van artikel 6.4.4 van de Web ambtshalve worden ingetrokken en zal de registratie in crebo worden beëindigd.

Wanneer uit regulier of incidenteel onderzoek van de Inspectie blijkt dat de kwaliteit onvoldoende is, niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste en zesde lid, van de Web of de instelling in strijd handelt met artikel 5:20 van de Awb (medewerking aan Inspectie) kan de minister de diploma-erkenning aan de desbetreffende beroepsopleiding ontnemen.

Voordat een dergelijke beslissing wordt genomen krijgt het bevoegd gezag eerst een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. Die termijn is voor:

De waarschuwingen worden openbaar gemaakt op de website van de Inspectie

(www.onderwijsinspectie.nl).

Omdat voor zowel de derde leerweg als voor de bol/bbl een aparte erkenning verkregen wordt, kunnen deze erkenningen los van elkaar ingetrokken worden.

2.2a. Verzoek tot uitstel start opleiding

Indien een instelling in verband met overmacht niet binnen één jaar de opleiding kan verzorgen, maar het in de rede ligt dat hij alsnog binnen afzienbare tijd na afloop van dat jaar de opleiding verzorgt kan de instelling een gemotiveerd verzoek indienen tot uitstel van de start van de opleiding.

Dit verzoek kan worden gehonoreerd wanneer geen risico’s worden voorzien voor de betreffende opleiding en de instelling als geheel naar behoren functioneert.

Een dergelijk verzoek dient het bevoegd gezag schriftelijk te melden aan DUO:

Dienst Uitvoering Onderwijs

Postbus 606

2700 ML Zoetermeer

Aan de hand van de ingediende motivering van het verzoek zal bezien worden of er zwaarwegende redenen zijn om uitstel te verlenen. Uitstel wordt verleend onder vermelding van de termijn waarbinnen de opleiding alsnog verzorgd dient te worden.

2.3. Melding beëindiging en ambtshalve doorhaling crebo

Op grond van het gestelde in artikel 6.4.4 van de Web moet het bevoegd gezag van een niet-bekostigde instelling de minister melden dat de instelling een opleiding niet langer verzorgt in de derde leerweg en/of in de bol/bbl. Ook indien een opleiding enkel in één van beide leerwegen (derde leerweg of bol/bbl) ophoudt te bestaan dient dit gemeld te worden.

Voorbeeld: Indien een opleiding voorheen zowel in de bol als in de derde leerweg werd aangeboden en het komende studiejaar de opleiding alleen nog maar in de bol wordt aangeboden dan moet dat gemeld worden en zal dat ertoe leiden dat de diploma-erkenning derde leerweg wordt doorgehaald in crebo.

Deze melding moet plaatsvinden uiterlijk één maand voorafgaand aan het studiejaar waarin de opleiding niet langer wordt verzorgd, dan wel zo spoedig mogelijk als het beëindigen van de opleiding gelegen is in een externe oorzaak, bijvoorbeeld faillissement van de instelling of het stoppen van de opleiding naar aanleiding van een Inspectieonderzoek. De kennisgeving leidt tot een beëindiging van de registratie in crebo (uitgevoerd door DUO). Voornoemde melding dient het bevoegd gezag schriftelijk te melden aan DUO:

Dienst Uitvoering Onderwijs

Postbus 606

2700 ML Zoetermeer

Wanneer de instelling de opleiding niet langer verzorgt en het bevoegd gezag de hiervoor bedoelde kennisgeving niet of niet tijdig doet, wordt de registratie ambtshalve beëindigd. Voordat de registratie wordt beëindigd zal eerst een voorgenomen besluit aan het bevoegd gezag worden toegezonden, waarin de mogelijkheid wordt geboden om een zienswijze op het voorgenomen besluit te geven. Pas na het verkrijgen van de zienswijze of het ongebruikt verstrijken van de gestelde termijn zal een definitief besluit genomen worden. Bij dit besluit zal de zienswijze worden betrokken. Tegen dit besluit staat vervolgens bezwaar en beroep open.

Mocht de instelling na verloop van tijd de opleiding weer gaan verzorgen dan moet het bevoegd gezag voor (de desbetreffende) diploma-erkenning opnieuw een aanvraag indienen. Pas nadat weer erkenning is verkregen, is aan de met goed gevolg afgelegde examens een diploma verbonden. Dit houdt dus in dat als de diploma-erkenning van de derde leerweg doorgehaald is, maar het bevoegd gezag nog wel diploma-erkenning heeft voor bol/bbl, het bevoegd gezag eerst diploma-erkenning voor de derde leerweg dient te verkrijgen alvorens deze leerweg wederom aangeboden kan worden.

2.4. Intrekken Brin

Wanneer de laatste aan de instelling verbonden opleiding (ongeacht de leerweg) wordt beëindigd, wordt ook de registratie van de instelling in Brin beëindigd. Indien de instelling op termijn een nieuwe opleiding wil gaan verzorgen, zal bij de diploma-erkenning voor die opleiding door DUO opnieuw een Brinnummer worden uitgegeven. Het bevoegd gezag dient in dat geval aanvraagprocedure 1 te volgen.

Uitzondering is de instelling die binnen drie maanden na beëindiging van de registratie in Brin een nieuwe aanvraag indient. In dat geval zal de instelling het ‘oude’ brinnummer toegewezen krijgen en zal aan de hand van de opleidingen die in de drie maanden voorafgaand aan de beëindiging van de registratie verzorgd zijn, bezien moeten worden welke aanvraagprocedure van toepassing is.

Het beëindigen van de registratie in Brin is slechts een administratieve handeling en is daarom gekoppeld aan het beëindigen van de laatste opleiding in crebo. De instelling wordt hierover separaat door DUO bericht.

3. Wijziging gegevens

Wanneer er wijzigingen plaatsvinden die betrekking hebben op de instelling of een opleiding moet het bevoegd gezag dit schriftelijk melden aan DUO:

Dienst Uitvoering Onderwijs

Postbus 606

2700 ML Zoetermeer

4. Fusie en overdracht van rechten

Diploma-erkenning wordt verleend aan het bevoegd gezag van een instelling.

Als de relatie tussen dat bevoegd gezag en de instelling, dan wel de opleiding waarvoor diploma-erkenning verleend is, verbroken wordt, vervalt daarmee de erkenning en dient deze doorgehaald te worden in crebo. De volgende situaties kunnen zich voordoen:

Een fusie of overdracht van rechten dient zo spoedig mogelijk gemeld te worden aan DUO.

Deel II. Aanvraagprocedures derde leerweg

1. Aanvraagprocedure ‘nieuwe instelling’ of ‘opleiding buiten bestaand aanbod’ (procedure 1)

1.1. Algemeen

Een aanvraag voor diploma-erkenning van nieuwe instellingen (instellingen zonder brinnummer) en van bestaande instellingen voor een opleiding buiten het bestaande aanbod (opleidingen die niet vallen binnen de domeinen waarbinnen de instelling al erkende opleidingen aanbiedt) moet worden ingediend met het formulier ‘Aanvraag diploma-erkenning beroepsonderwijs procedure 1’. Dit formulier is te vinden op de internetsite van DUO (www.duo.nl) onder Zakelijk, Klantenservice, Formulieren (voor BVE). Per aanvraagformulier kan diploma-erkenning aangevraagd worden voor één of meerdere opleidingen in de derde leerweg. Wel dienen in dat geval per opleiding de benodigde gegevens ingezonden te worden.

De aanvraag moet, vergezeld van alle bijlagen, worden gestuurd aan:

Dienst Uitvoering Onderwijs

Postbus 606

2700 ML ZOETERMEER

Bij dit aanvraagformulier moeten de gegevens, genoemd in onderstaande paragraaf 1.3, gevoegd worden. Zonder deze gegevens is de aanvraag niet compleet. Deze gegevens worden bij voorkeur digitaal op usb-stick mee gezonden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.