Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 4 november 2014, nr. 577811 houdende de invoering van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 380, vijfde lid, 386, eerste lid, 410, tweede lid, 420, derde lid, 447, eerste lid, en 460, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

Besluit:

Artikel 1
1.

Indien de curator, bewindvoerder of mentor verzoekt om een beloning, stelt de kantonrechter die hem benoemt diens beloning vast overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met zevende lid, tenzij het een curator als bedoeld in artikel 383, zevende lid, een bewindvoerder als bedoeld in artikel 435, zevende lid, of een mentor als bedoeld in artikel 452, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek betreft.

2.

De jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding, bedraagt:

3.

Indien de curator wordt benoemd van twee personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen, bedraagt de jaarbeloning € 2.300.

4.

Indien de bewindvoerder wordt benoemd van twee personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen, bedraagt de jaarbeloning € 1.062.

5.

Indien de mentor wordt benoemd van twee personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen, bedraagt de jaarbeloning € 1.593.

6.

Indien een persoon wordt benoemd tot curator respectievelijk bewindvoerder van twee personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen, bedraagt de jaarbeloning € 1.770.

7.

Indien een persoon wordt benoemd tot curator respectievelijk mentor van twee personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen, bedraagt de jaarbeloning € 2.300.

8.

In afwijking van het eerste lid kan de kantonrechter wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning van de curator, bewindvoerder of mentor op andere wijze vaststellen.

Artikel 2
1.

De kantonrechter die de curator, bedoeld in artikel 383, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, benoemt, stelt diens beloning vast overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid.

2.

De jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, bedraagt:

3.

Indien het vermogen van de onder curatele gestelde meer bedraagt dan € 1.000.000, stelt de kantonrechter de jaarbeloning vast op 0,75% van dat vermogen.

4.

De jaarbeloning is verschuldigd vanaf de eerste dan wel de zestiende dag van de maand waarin de curator is benoemd en wordt in maandelijkse termijnen betaald, tenzij de kantonrechter anders bepaalt.

5.

Naast de jaarbeloning kent de kantonrechter in voorkomende gevallen de volgende beloningen toe:

6.

In afwijking van het eerste lid kan de kantonrechter wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning van de curator op andere wijze vaststellen.

Artikel 3
1.

De kantonrechter die de bewindvoerder, bedoeld in artikel 435, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, benoemt, stelt diens beloning vast overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid.

2.

De jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, bedraagt:

3.

Indien het onder bewind staande vermogen meer bedraagt dan € 1.000.000, stelt de kantonrechter de jaarbeloning vast op 0,75% van dat vermogen.

4.

De jaarbeloning is verschuldigd vanaf de eerste dan wel de zestiende dag van de maand waarin de bewindvoerder is benoemd en wordt in maandelijkse termijnen betaald, tenzij de kantonrechter anders bepaalt.

5.

Naast de jaarbeloning kent de kantonrechter in voorkomende gevallen de volgende beloningen toe:

6.

In afwijking van het eerste lid kan de kantonrechter in geval een bewind niet alle goederen betreft of wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning van de bewindvoerder op andere wijze vaststellen.

Artikel 4
1.

De kantonrechter die de mentor, bedoeld in artikel 452, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, benoemt, stelt diens beloning vast overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met vierde lid.

2.

De jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, bedraagt:

3.

De jaarbeloning is verschuldigd vanaf de eerste dan wel de zestiende dag van de maand waarin de mentor is benoemd en wordt in maandelijkse termijnen betaald, tenzij de kantonrechter anders bepaalt.

4.

Naast de jaarbeloning kent de kantonrechter in voorkomende gevallen de volgende beloningen toe:

5.

In afwijking van het eerste lid kan de kantonrechter wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning van de mentor op andere wijze vaststellen.

Artikel 5

Indien een persoon zowel tot bewindvoerder als tot mentor van een persoon wordt benoemd, stelt de kantonrechter diens beloning vast overeenkomstig de beloning van een curator als bedoeld in artikel 1 of artikel 2.

Artikel 6
1.

Indien de curator, bedoeld in artikel 383, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, wordt benoemd van twee personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen, stelt de kantonrechter zijn beloning vast overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met het twaalfde lid.

2.

Indien het twee curatelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 4.235.

3.

Indien het een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, en een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 4.475.

4.

Indien het een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, en een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 4.618.

5.

Indien het een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, en een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 4.857.

6.

Indien het twee curatelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 4.714.

7.

Indien het een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, en een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 4.857.

8.

Indien het een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, en een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 5.095.

9.

Indien het twee curatelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 5.003.

10.

Indien het een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en een curatele als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 5.241.

11.

Indien het twee curatelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 5.481.

12.

Naast de jaarbeloning kent de kantonrechter in een geval als bedoeld in het eerste lid in voorkomende gevallen de volgende beloningen toe:

13.

In afwijking van het eerste lid kan de kantonrechter wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning van de curator, bedoeld in het eerste lid, op andere wijze vaststellen.

Artikel 7
1.

Indien de bewindvoerder, bedoeld in artikel 435, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, wordt benoemd van twee personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen, stelt de kantonrechter zijn beloning vast overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid.

2.

Indien het twee bewinden als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 1.954.

3.

Indien het een bewind als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, en een bewind als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 2.243.

4.

Indien het twee bewinden als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, betreft, bedraagt de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, € 2.528.

5.

Naast de jaarbeloning kent de kantonrechter in een geval als bedoeld in het eerste lid in voorkomende gevallen de volgende beloningen toe:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.