Besluit van de Minister van Economische Zaken van 3 november 2014, DGETM-TM / 14179469, houdende vaststelling van het Nationaal Frequentieplan 2014 (Nationaal Frequentieplan 2014)
Gelet op artikel 3.1 van de Telecommunicatiewet;
Handelend na overleg met de minister van Defensie, de minister van Infrastructuur en Milieu, de minister van Veiligheid en Justitie en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
Besluit:
Artikel 1
Het Nationaal Frequentieplan 2014 wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Het Nationaal Frequentieplan 20051kst-24095-178-b1 wordt ingetrokken.
Artikel 3
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Nationaal frequentieplan 2014 (NFP2014)
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur
Directoraat-Generaal Economie en Digitalisering
1. Inleiding
Voor u ligt het Nationaal Frequentieplan 2014 (NFP2014). Deze editie is de opvolger van het Nationaal FrequentiePlan 2005 (NFP2005)2(Kamerstuk 24 095 nr. 178, maart 2005). Dit nieuwe NFP2014 is opgesteld in verband met meerdere aanleidingen, namelijk 1) ter implementatie van de Telecommunicatiewetswijziging3https://www.officielebekendmakingen.nl/stb-2013-48.html in verband met de Nota Frequentiebeleid 2005, 2) ter implementatie van de besluiten van de Wereld Radio Conferentie gehouden in 2012 (WRC-12), 3) om de notatie van de frequentietabel meer technologieneutraal, merkenneutraal, consequenter en overzichtelijker te maken, 4) om vermeldingen (zoals data) te actualiseren en 5) ter codificatie van de tussentijdse NFP-wijzigingen die de afgelopen negen jaar aan de orde zijn geweest.
Het Nationaal FrequentiePlan is het bestemmingsplan voor het radiospectrum waarop de daadwerkelijke frequentieverdeling is gebaseerd. Het Nationaal Frequentieplan c.q. de nationale frequentietabel deelt het Nederlandse radiospectrum op in een uitgebreide tabel van frequentiebanden en specificeert per band welk gebruik is toegelaten. Deze activiteit noemen we het bestemmen van frequenties voor radiodiensten. Ook vermeldt de tabel per band op welke wijze deze beschikbaar wordt gesteld. Het Nationaal Frequentieplan vindt zijn grondslag in artikel 3.1 van de Telecommunicatiewet (Tw). Het NFP is een besluit in de zin van de Awb, waarop een voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Beroep hierop is mogelijk, maar dat heeft geen opschortende werking.
Eerder werden geheel herziene edities van het Nationaal Frequentieplan opgesteld, steeds ter implementatie van besluiten van Wereld Radio Conferenties.4Te weten NFP-1999, NFP-2002 en NFP-2005 ter implementatie van resp. WRC-1997, WRC-2000 & WRC-2003. Vanaf 2008 is van die gewoonte afgeweken. WRC-07, die een overzienbaar aantal banden betrof, is namelijk geïmplementeerd via een tussentijdse NFP wijziging in 2008. WRC-12 is voor enkele urgente punten al geïmplementeerd via een tussentijdse NFP wijziging, en dit NFP-2014 bevat de overige voor Nederland relevante besluiten van WRC-12.
Sinds het uitbrengen van het vorige NFP, het NFP2005, zijn er tot aan dit NFP-2014 zeventien nadere tussentijdse NFP-wijzigingen geweest7http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/frequentiebeleid/nationaal-frequentieplan-nfp. Deze wijzigingen betroffen onder andere implementatie van EC-besluiten en ECC-besluiten8EC = Europese Commissie. ECC = Electronic Communications Committee (CEPT/ECC) http://www.cept.org/ecc/groups/ecc, flexibilisering van banden, wijzigingen van radio-omroep-bestemmingen enz. Naar verwachting zullen ook de komende jaren weer met regelmaat tussentijdse wijzigingen aan de orde zijn, gezien de voortgaande innovatie op het gebied van frequentiegebruik, en ook ter implementatie van komende EC- en ECC-besluiten. Die aanpassingen zullen dan als wijzigingsbesluiten op dit NFP2014 worden gepubliceerd; die lijst wordt bijgehouden op de site Frequentiebeleid van rijksoverheid.nl; om de lezer te faciliteren zal na toekomstige tussentijdse NFP-wijzigingen dan ook steeds een bijgewerkte/geconsolideerde NFP-tabel via de site van de rijksoverheid worden aangeboden. Echter ten aanzien van rechtsgeldigheid gelden in alle gevallen alleen de besluitteksten zoals gepubliceerd op https://www.officielebekendmakingen.nl/
Het NFP geldt voor het Europese deel van het Nederlandse grondgebied inclusief de binnenwateren, de territoriale zeeën, de vaste installaties op het Nederlands continentaal plat, evenals voor het luchtruim boven Nederland.
Leeswijzer
De eerste inleidende hoofdstukken geven de lezer de context van dit nieuwe NFP2014 (H 1 & 2), het internationale kader voor frequentieordening (H3), de algemene principes en begrippen van het nationaal bestemmen van frequenties (H4) en de verschillende wijzen van verdelen van frequenties (H5). Hoofdstuk 6 behandelt het Frequentieregister.
Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van punten waarop dit NFP2014 gewijzigd is ten opzichte van het vorige NFP. Hoofdstuk 8 beschrijft in welke gevallen frequentiegebruik kan worden toegestaan dat niet in overeenstemming is met de frequentietabel. Hoofdstuk 9 geeft een korte uitleg ten behoeve van interpretatie van de tabel-syntaxis.
Hoofdbestanddeel van het NFP is de frequentietabel (hoofdstuk 10).
Daarna volgen enkele bijlagen met onder andere betekenissen van in de tabel gebruikte afkortingen, voetnoten en begrippen.
2. Ordening van het radiospectrum
De totale spectrumruimte die gebruikt wordt voor radiocommunicatie loopt vanaf 0 Hz tot 3000 GHz. Het radiospectrum wordt om een aantal redenen geordend. Allereerst kunnen radiogolven afkomstig van verschillende bronnen elkaar (bij de ontvanger) beïnvloeden. Dit maakt het nodig om afspraken te maken over het gebruik van frequenties om gebruikers te vrijwaren van storing van anderen. Omdat radiogolven zich tot over de landsgrenzen kunnen voortplanten, is internationale afstemming hierbij noodzakelijk.
Ten tweede is het radiospectrum beperkt en relatief schaars. In veel gevallen kan een bepaalde frequentie in een bepaald gebied maar door één enkele gebruiker worden gebruikt. Maar ook als frequentieruimte gebruikt kan worden door meer dan één gebruiker, is het gezamenlijk gebruik beperkt. Daardoor kan schaarste aan frequentieruimte ontstaan. Het ontstaan van schaarste wordt nog versterkt door het feit dat sommige frequentiebanden beter geschikt zijn voor een bepaalde toepassing dan andere. De toenemende vraag naar frequenties, tenslotte, vergroot de schaarste aan frequenties in bepaalde frequentiebanden nog verder.
Een derde reden om te ordenen is harmonisatie. Voor bepaalde toepassingen, zoals radiocommunicatie voor scheep- en luchtvaart, satellietcommunicatie en radionavigatie, is internationale harmonisatie vanwege de aard van de toepassing onvermijdelijk. Daarnaast is het voor zowel gebruikers als fabrikanten en dienstaanbieders van groot belang dat diensten en de daarbij gebruikte apparatuur zijn geharmoniseerd. Deze diensten kunnen dan over een groot geografisch gebied worden aangeboden, waarbij deze op dezelfde frequentie werken en gebruik maken van dezelfde apparatuur, voorbeelden hiervan zijn de FM-radio en mobiele communicatie.
Ordening wordt bereikt door het aantal toepassingen per frequentieband te beperken, het aantal gebruikers per frequentieband te beperken en door nadere eisen te stellen aan het gebruik van frequenties. Ordening draagt bij aan doelmatig gebruik van (de schaarse) frequentieruimte.
In de memorie van toelichting op de Tw-wijziging9TK 31412 Wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de Nota frequentiebeleid 2005, Nr.3 van de memorie van toelichting. (2008) kan de geïnteresseerde meer achtergrond lezen omtrent frequentiebeleid en -ordening.
Centraal in spectrumordening staat het begrip ‘radiodienst’. ‘Radiodienst’ is een aanmerkelijk ander begrip dan de term ‘dienst’ zoals gebruikt in de markt- en mededingingscontext, c.q. diensten voor de eindgebruiker. Radiodiensten zoals als begrip gebruikt in de ITU Radio Regulations behoren tot de fysieke laag van het Open System Interconnection (OSI) model (ISO/IEC 7498-1). De dienst in de zin van ‘eindgebruikersdienst’ behoort tot de applicatielaag van het OSI model. Ter illustratie: het marktbegrip ‘elektronische communicatiedienst’ kan een collectie bevatten van heel verschillende radiodiensten zoals ‘mobiele communicatie’, ‘vaste verbindingen’, ‘omroep’ etc.
Het is belangrijk te expliciteren in welke begrippenwereld men redeneert; het mag duidelijk zijn dat het NFP geheel op ‘radiodiensten’ is gericht.
3. Internationaal kader voor het ordenen en bestemmen van spectrum
Het bestemmen van frequenties is in hoge mate internationaal bepaald. Maatgevend zijn wereldwijde afspraken die gemaakt worden in de International Telecommunication Union (verder ITU). De ITU is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties (verder VN). In ITU-verband worden afspraken gemaakt over de indeling van het radiospectrum in frequentiebanden, de bestemming die aan de frequentiebanden wordt gegeven en de procedures die moeten worden gevolgd om het gebruik van frequenties met omringende landen af te stemmen. De bestemming van frequenties is binnen de ITU beperkt tot algemene radiodiensten, zoals omroep, vaste verbindingen, mobiele communicatie, satellietdiensten of radioplaatsbepaling. Deze algemene radiodiensten kunnen op ITU-niveau ook worden verbijzonderd naar de aard van de toepassing, bijvoorbeeld mobiele diensten naar landmobiel, maritiem mobiel of luchtvaartmobiel. De radiodiensten zijn niet beperkt tot communicatiediensten. Er is ook een aantal niet-communicatiediensten, zoals plaatsbepaling en navigatie.
ITU-afspraken over bestemmingen zijn vastgelegd in een mondiale frequentietabel, dat wil zeggen in hoofdstuk 5 van de ITU Radio Regulations. Iedere circa drie jaar wordt een World Radio Conference (WRC) gehouden. De ITU Radio Regulations hebben tussen landen een bindend karakter.
Bij het bestemmen van de frequentiebanden wordt binnen de ITU een onderverdeling gemaakt in 3 regio’s. Nederland is onderdeel van Regio 1, die grofweg Europa, Afrika, het Midden-Oosten en het gebied van de voormalige Sovjet-Unie omvat. Regio 2 omvat Noord- en Zuid-Amerika en Regio 3 omvat Zuidoost-Azië en Oceanië. Hoewel iedere regio een eigen ITU-frequentietabel kent, wordt er naar gestreefd om deze tabellen zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming te brengen om te komen tot wereldwijd geharmoniseerd gebruik.
Nationale afwijkingen op de ITU-tabel zijn alleen mogelijk voor zover geen storing wordt veroorzaakt in andere landen op de internationaal afgesproken toepassingen. De in het NFP gemaakte afwijkingen op de tabel betreffen dan ook voornamelijk toepassingen voor beperkt bereik.
Naast de bindende afspraken vanuit WRC zijn er ook nog andere kaders en gremia die Nederland binden aan frequentiebestemmingen. De Europese Unie speelt een steeds belangrijkere rol in het frequentiebeleid van de lidstaten. De Europese Commissie heeft de bevoegdheid om voorstellen te doen voor harmonisatie van het radiospectrum. Sinds 2002 is het radiospectrumbesluit10http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:32002D0676 van kracht, en sinds 2012 wordt uitvoering gegeven aan het radiospectrumbeleidsplan11https://ec.europa.eu/digital-agenda/node/173. Een deel van de NFP-bestemmingen heeft dus Europese regelgeving als achtergrond.
Daarnaast verdient de Conference Européenne des Administrations des Postes et des Télécommunications (CEPT) vermelding. De CEPT is een (vrijwillig) samenwerkingsverband van nagenoeg alle Europese nationale overheden (48 leden, stand 2014). In de CEPT worden Besluiten (‘Decisions’) en Aanbevelingen (‘Recommendations’) aangenomen waaraan de deelnemende nationale overheden zich in principe committeren12Voor de database van al deze documenten zie: http://www.erodocdb.dk/. Dergelijke afspraken hebben betrekking op geharmoniseerd frequentiegebruik en afstemmingsprocedures tussen landen. Ook op CEPT niveau bestaat een frequentietabel van geharmoniseerd gebruik, te weten de ECA-tabel13The European Table Of Frequency Allocations And Utilisations. Deze tabel is vindbaar op http://www.erodocdb.dk/Docs/doc98/official/pdf/ERCREP025.PDF.
Voorbeelden waarbij, binnen de ITU Radio Regulations, bestemmingen, internationaal bindende verdragsafspraken over frequentiegebruik worden gemaakt, in voorbereidende en implementerende zin, zijn NATO (defensie), IMO (maritiem) en ICAO (luchtvaart).
4. Bestemmingsprincipes en -begrippen
Dit hoofdstuk bespreekt algemene begrippen en werkwijze met betrekking tot het bestemmen van frequentiebanden. In het NFP wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de principes, terminologie en definities van de International Telecommunication Union (ITU).
Binnen de spectrumordening worden radiodiensten qua rechten in verschillende statusniveaus onderscheiden, dat wil zeggen:
Een primaire radiodienst heeft hogere rechten ten opzichte van diensten van een lagere status (zie verder de definitie van secundaire status).
Ten aanzien van diensten met secondaire status gelden volgens de ITU-definitie de volgende eisen:
De status ‘gebruik op non interference basis’ (NIB), de laagste van de hier besproken statusniveaus, houdt in dat de betreffende radiodienst gebruik mag maken van deze frequentieband onder de voorwaarde dat deze geen storing veroorzaakt aan de radiodiensten met een primaire of secundaire status en bovendien storing accepteert die het van hen ondervindt.
In hoofdstuk 9 staat gegeven op welke manier de drie statusniveaus in de tabel qua notatie worden weergegeven.
4.1. Nationale bestemmingskeuzes
Een nationale bestemming in een NFP-band is in principe één of meerdere van in de ITU-tabel (regio1) vermelde radiodiensten van die band. In sommige banden is in het NFP één op één sec een ITU-radiodienst vermeld (bijv. ‘omroep’, ‘vaste verbindingen’, ‘mobiele communicatie’, ‘landmobiel’, ‘radioplaatsbepaling’ enz). Soms is de NFP-bestemming verder verbijzonderd, met een systeem of een toepassing bijvoorbeeld ‘Omroep, DVB-T’ of ‘Mobiele communicatie, korteafstandstoepassingen’.
Het is mogelijk dat bepaalde frequentiebanden in Nederland specifiek worden bestemd voor een bepaalde toepassing of categorie eindapparaten en radio-apparaten.
In zijn algemeenheid wordt in het Nederlandse frequentiebeleid en in het NFP naar algemene bestemmingen gestreefd, dat wil zeggen waar mogelijk bestemmingen die techniek-, merken- en dienstenneutraal zijn. Het voordeel hiervan is dat marktpartijen zelf bepalen welke techniek ze toepassen of dienst ze aanbieden, en dus ook of en wanneer ze overstappen naar modernere technieken. Daarbij moet er wel voldoende duidelijkheid zijn over de gebruiksmogelijkheden en beperkingen van een bepaalde frequentieband.
Wanneer een band specifiek is bestemd voor een bepaald systeem kan dat zijn als gevolg van internationale afspraken of een Europese richtlijn. Het is mogelijk dat in Nederland in een bepaalde band een bestemming is aangegeven die afwijkt van de ITU radiodiensten voor die band. In die gevallen mogen andere landen geen interferentie daarvan ondervinden.
Nederland hanteert soms afwijkende bandgrenzen ten opzichte van de ITU-bandgrenzen, dat wil zeggen Nederland deelt soms ITU-banden op in meerdere nationale banden met elk een eigen bestemming. Op deze manier kunnen die verschillende diensten functioneren zonder onderlinge storing.
De belangrijkste doelstellingen van de in de inleiding genoemde Tw-wijziging met betrekking tot het nieuwe frequentiebeleid zijn verruiming van de bestemmingen in het frequentieplan, stimuleren van medegebruik, in beginsel zonder vergunning en vergunningen alleen waar noodzakelijk, zo weinig mogelijk voorschriften en beperkingen verbinden aan vergunningen, vereenvoudiging en versnelling van bestemmings- en verdelingsprocedures, meer ruimte voor verhandelbaarheid van vergunningen en delen daarvan, een NFP dat meer inzicht biedt in het daadwerkelijk gebruik en vrije ruimte (transparantie). Dit beleid is met de in de inleiding genoemde wetswijziging en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving, waaronder dit frequentieplan, geïmplementeerd.
Algemene opzet van het Nationaal FrequentiePlan is om de nationale frequentietabel overzichtelijk, beknopt en eenvoudig interpreteerbaar te houden. Daarom worden soms afkortingen en voetnoten toegepast (die in een bijlage worden geduid). Getracht wordt zover mogelijk het aantal tussentijdse wijzigingen van het NFP beperkt te houden, om de tabel stabiel en de bestemmingstoestand op elk moment goed kenbaar te houden.
5. Verdelen en aanwijzen van frequentiegebruiksrechten
De vierde en laatste kolom van de frequentietabel geeft aan op welke wijze een frequentieband beschikbaar wordt gesteld voor frequentiegebruikers. De betreffende regels worden beschreven in hoofdstuk 3 Telecomwet, onder verschillende artikelen.
De afzonderlijke soorten aanwijzings- en verdeelwijzen worden in de volgende paragrafen achtereenvolgens besproken.
Bij de bespreking van de verdeelwijzen wordt hier de volgorde van Tw-artikelen gevolgd.
5.1. Aangewezen voor publieke taken
In de nota Frequentiebeleid 2005 is de keuze gemaakt om frequenties die nodig zijn voor uitvoering voor publieke taken vanuit een wettelijke voorkeurspositie toe te wijzen14In het NFP kunnen banden worden ‘aangewezen’ aan een bepaald departement. Op basis van een NFP-aanwijzing kan vervolgens het agentschap het gebruik in die band aan een departement ‘toewijzen’, met de daarbij geldende voorschriften en beperkingen. In een toewijzing staan zaken vergelijkbaar met wat voorheen in een vergunning stond.. De overheid draagt van oudsher verantwoordelijkheid voor publieke taken, taken die van groot belang voor de samenleving. In artikel 2 van de Regeling behoefte-onderbouwingsplan zijn de zaken opgesomd die als publieke taken zijn aangewezen. Samengevat betreft het taken in het kader van defensie, veiligheid van de staat, handhaving van de rechtsorde (bijv. politie), verkeersveiligheid en verkeersbegeleiding (luchtvaart, scheepvaart, rail en wegen) wetenschappelijk gebruik, waaronder radio-astronomie, meteorologie en klimaatonderzoek.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.