Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 november 2014, houdende voorwaarden ter uitvoering van de Verordening voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (Subsidieregeling EFMB 2015–2023)

Type Ministeriële regeling
Publication 2018-11-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3, eerste lid, en artikel 5 van de Kaderwet SZW-subsidies en de Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Subsidie uit EFMB
1.

De minister verstrekt, overeenkomstig de Verordening en deze regeling, subsidie aan de nader krachtens deze regeling aangewezen aanvrager die een bijdrage levert aan de uitvoering van het EFMB, zoals is uitgewerkt in het operationeel programma. De minister neemt daarbij de Verordening in acht.

2.

De Algemene Regeling SZW-subsidies is op de subsidieverlening krachtens deze regeling van toepassing met uitzondering van de artikelen 16 en 17 en voor zover daar in deze regeling niet van wordt afgeweken.

3.

Indien de Europese Commissie op het tijdstip van de subsidiebeschikking nog niet heeft ingestemd met het operationeel programma, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verleend, respectievelijk vastgesteld onder de voorwaarde dat de Europese Commissie instemt met dat operationeel programma.

4.

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, kan de minister de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde operationeel programma, dat de instemming van de Europese Commissie heeft verkregen.

Artikel 3. Subsidieplafond
1.

Op basis van deze regeling wordt aan maximaal één partij subsidie verstrekt vanaf het moment van toekenning van de subsidie tot uiterlijk 31 december 2023.

2.

Voor de periode, bedoeld in het eerste lid, wordt het subsidieplafond op € 4.408.740,– gesteld.

Artikel 4. Aanwijzing autoriteiten
1.

Als beheerautoriteit als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Verordening wordt aangewezen de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

2.

Als certificeringsautoriteit als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Verordening wordt aangewezen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken.

3.

Als auditautoriteit als bedoeld in artikel 31, vierde lid, van de Verordening wordt aangewezen de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën.

Artikel 5. Mandatering

Vervallen

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 6. Aanvraagprocedure
1.

Een aanvraag tot verlening van subsidie voor de in deze regeling bedoelde projecten wordt uiterlijk 28 februari 2015 om 17:00 uur door de minister ontvangen.

2.

De aanvraag wordt gedaan middels een door de minister daartoe beschikbaar gesteld elektronisch aanvraagformulier en vergezeld van een projectplan, begroting, financieringsplan en een beschrijving van de administratieve organisatie en interne controle die voldoen aan de in de Verordening en deze regeling gestelde voorwaarden.

3.

Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen indien het volledig ingevulde aanvraagformulier, het projectplan, een begroting, het financieringsplan en een beschrijving van de administratieve organisatie en interne controle uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde moment worden ingediend.

4.

Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de aanvraag te voldoen aan de vereisten, bedoeld in de artikelen 7, 8 en 9.

Artikel 7. Aanvrager

De aanvrager is een rechtspersoon zonder winstoogmerk die – met het oog op het uit te voeren projectplan en de voorwaarden die aan de begunstigde gesteld worden op grond van deze regeling en de Verordening – beschikt over voldoende administratieve, financiële en operationele capaciteit.

Artikel 8. Voorwaarden aanvraag
1.

Uit het projectplan en de begroting blijkt dat door uitvoering van het project het in artikel 3, tweede lid, genoemde bedrag volledig benut wordt.

2.

Door het indienen van een aanvraag stemt de aanvrager er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt.

Artikel 9. Eisen aan de in te dienen stukken
1.

In het projectplan geeft de aanvrager aan:

2.

In de begroting maakt de aanvrager inzichtelijk welke kosten gemoeid zijn met het project en onderbouwt hij deze kosten op deugdelijke wijze.

3.

Het financieringsplan omvat een liquiditeitsbegroting waaruit blijkt dat de aanvrager gedurende de gehele projectperiode beschikt over voldoende liquide middelen om het project conform planning uit te voeren.

4.

In de beschrijving van de administratieve organisatie en interne controle geeft de aanvrager aan op welke wijze de projectorganisatie is vormgegeven, de administratie is ingericht en welke maatregelen hij neemt om er voor te zorgen dat hij aan de gestelde verantwoordingsvereisten, bedoeld in de artikelen 17 en 18, kan voldoen.

Artikel 10. Weigering van de subsidie

Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt in ieder geval door de minister geweigerd indien:

Artikel 11. subsidieverlening
1.

De minister beoordeelt de projectplannen van de aanvragers, voor zover deze niet reeds op basis van artikel 10 zijn afgewezen, inhoudelijk op basis van het beoordelingskader dat is opgenomen in bijlage 1.

2.

De minister verleent de subsidie aan de aanvrager die de hoogste totaalscore behaalt op grond van het kader, bedoeld in het eerste lid. De overige aanvragen worden door de minister afgewezen.

3.

De subsidiabele periode voor een project loopt tot en met 2023.

4.

De beschikking tot het verlenen van subsidie betreft de subsidiabele activiteiten, zoals vastgelegd in het projectplan.

5.

De beschikking bevat het maximum bedrag van de subsidie. Bij de bepaling van dit bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zoals door de aanvrager geraamd in zijn aanvraag tot subsidie, met dien verstande dat bepaalde, in de beschikking te vermelden, activiteiten en kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden gesteld, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht worden voor de uitvoering van het projectplan, dan wel uit anderen hoofde worden vergoed.

6.

In de beschikking tot verlening van subsidie worden voorts bepaald:

7.

In de beschikking kunnen aanvullende voorwaarden worden opgenomen waaronder de subsidie wordt verleend.

Hoofdstuk 3. Subsidiabele kosten

Artikel 12. Subsidiabele activiteiten

Activiteiten komen slechts voor subsidie in aanmerking indien zij:

Artikel 13. Subsidiabele kosten
1.

Voor subsidie komen kosten in aanmerking die zijn gemaakt en betaald ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten en die rechtstreeks aan de uitvoering van het project zijn toe te rekenen.

2.

Indien de begunstigde andere inkomsten door en ten behoeve van het project ontvangt, worden deze in mindering gebracht op het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, voor zover hier bij de subsidieverlening niet reeds rekening mee is gehouden.

3.

Naast de kosten genoemd in het eerste lid, kunnen de volgende kostensoorten, ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten en rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen, tevens voor subsidiëring in aanmerking komen:

4.

De Minister stelt ambtshalve vast welke kostensoort, bedoeld in het eerste of derde lid, wordt toegepast, alsmede in hoeverre een eventuele combinatie van deze kostensoorten mogelijk is.

Artikel 14. Niet-subsidiabele kosten

Niet voor subsidie komen in aanmerking:

Hoofdstuk 4. Subsidieverstrekking en verantwoording

Artikel 15. Bevoorschotting
1.

Indien de subsidie wordt verleend, kan een voorschot op het subsidiebedrag worden verstrekt, waarbij:

2.

Op basis van de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan besloten worden om de maandelijkse bevoorschotting, zoals opgenomen in het eerste lid, onderdeel a, aan te passen.

Artikel 16. Tussentijdse declaratie en rapportage

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.